InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Psychologie > ADHD symptomen, kenmerken en diagnostische criteria DSM-5

ADHD symptomen, kenmerken en diagnostische criteria DSM-5

ADHD symptomen, kenmerken en diagnostische criteria DSM-5 ADHD symptomen, kenmerken en diagnostische criteria bij kinderen. Wat zijn de symptomen, of beter gezegd de diagnostische criteria van ADHD volgens de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), een Amerikaans handboek voor de classificatie en diagnose van psychische aandoeningen. ADHD staat voor Attention Deficit / Hyperactivity Disorder. In het Nederlands spreken we van aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit.

ADHD symptomen


Wat is DSM-5?

DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disoders. De vijfde editie verscheen in 2013 onder auspiciën van de American Psychiatric Association (APA). De Nederlandse vertaling van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders 5th Edition (DSM-5) wordt verzorgd en gepubliceerd door Uitgeverij Boom en verscheen in april 2014. DSM-5 is een classificatie van psychiatrische stoornissen en is bedoeld voor de hulpverleningspraktijk en voor scholing en onderzoek. Alleen diegenen die voldoende opleiding hebben genoten en ervaring hebben opgedaan in het werkveld, zijn bevoegd de DSM 5 toe te passen en aan de hand daarvan een diagnose te stellen. De DSM-5 verschaft diagnostische criteria teneinde de betrouwbaarheid van de diagnose te vergroten.

Classificatiecriteria van ADHD volgens DSM-5

Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit of aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis viel in DSM-IV onder het kopje 'aandachtstekortstoornissen en gedragsstoornissen' (attention-deficit and disruptive behavior disorders). Wat zijn de diagnostische criteria van ADHD volgens DSM-5?

A. Een persisterend patroon van onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit dat interfereert met het functioneren of de ontwikkeling, zoals gekenmerkt door (1) en/of (2).

(1) Onoplettendheid Zes (of meer) van de volgende symptomen zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en een negatieve invloed heeft op sociale, schoolse of beroepsmatige activiteiten en niet past bij het ontwikkelingsniveau.
N.B. De symptomen zijn niet alleen een manifestatie van oppositioneel gedrag, uitdagendheid, vijandigheid of een onvermogen om taken of instructies te begrijpen. Oudere adolescenten en volwassenen (17 jaar en ouder) moeten aan ten minste vijf symptomen voldoen. De betrokkene:
  • (a) slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in schoolwerk, werk of bij andere activiteiten
  • (b) heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden
  • (c) lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken wordt
  • (d) volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karweitjes af te maken of verplichtingen op het werk na te komen (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of van het onvermogen om aanwijzingen te begrijpen)
  • (e) heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten
  • (f) vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een langdurige geestelijke inspanning vereisen (zoals school- of huiswerk)
  • (g) raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap)
  • (h) wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
  • (i) is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden

(2) Hyperactiviteit en impulsiviteit Zes (of meer) van de volgende symptomen zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en een negatieve invloed heeft op sociale, schoolse of beroepsmatige activiteiten en niet past bij het ontwikkelingsniveau.
N.B. De symptomen zijn niet alleen een manifestatie van oppositioneel gedrag, uitdagendheid, vijandigheid of een onvermogen om taken of instructies te begrijpen. Oudere adolescenten en volwassenen (17 jaar en ouder) moeten aan ten minste vijf symptomen voldoen. De betrokkene:
  • (a) beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn/haar stoel
  • (b) staat vaak op in de klas of in andere situaties waar verwacht wordt dat men op zijn plaats blijft zitten
  • (c) rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij adolescenten of volwassenen kan dit beperkt zijn tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid)
  • (d) kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten
  • (e) is vaak 'in de weer' of 'draaft maar door'
  • (f) praat vaak aan een stuk door
  • (g) gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vragen afgemaakt zijn
  • (h) heeft vaak moeite op zijn/haar beurt te wachten
  • (i) verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op (bijvoorbeeld mengt zich zomaar in gesprekken of spelletjes)

B. Enkele symptomen van hyperactiviteit-impulsiviteit of onoplettendheid die beperkingen veroorzaken waren voor het twaalfde jaar aanwezig.

C. Enkele beperkingen uit de groep symptomen zijn aanwezig op twee of meer terreinen (bijvoorbeeld op school (of werk) en thuis).

D. Er moeten duidelijke aanwijzingen van significante beperkingen zijn in het sociale, school- of beroepsmatig functioneren.

E. De symptomen komen niet uitsluitend voor in het beloop van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis en zijn niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld stemmingsstoornis, angststoornis, dissociatieve stoornis of een persoonlijkheidsstoornis).

Drie subtypes van ADHD

De DSM-5 onderscheidt drie subtypes van ADHD:

314.01 Gecombineerd beeld
Indien gedurende de afgelopen zes maanden voldaan wordt aan zowel criterium A1 (onoplettendheid) als A2 (hyperactiviteit-impulsiviteit).

314.00 Overwegend onoplettend beeld
Indien gedurende de afgelopen zes maanden aan criterium A1 voldaan wordt maar niet aan criterium A2.

314.01 Overwegend hyperactief-impulsief beeld
Indien gedurende de afgelopen zes maanden voldaan wordt aan criterium A2 maar niet aan criterium A1.

Samenvattend:
  • Bij het overwegend onoplettend type is er vooral sprake van ernstig en aanhoudend aandachtstekort;
  • Bij het overwegend hyperactief-impulsief type is er vooral sprake van ernstige en aanhoudende impulsiviteit en hyperactiviteit; en
  • Bij het gecombineerde type komen beide soorten problemen samen voor; dit type komt het meest voor.

Personen die in een eerder stadium van de stoornis behoorden tot een bepaald subtype, kunnen zich ontwikkelen naar een ander subtype.

Gedeeltelijk in remissie

Als aanvankelijk aan alle criteria is voldaan, maar de afgelopen zes maanden aan minder dan alle criteria is voldaan en de symptomen nog steeds beperkingen in het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren veroorzaken.

Actuele ernst

In DSM-5 wordt de actuele ernst gespecificeerd:
  • Licht Niet of nauwelijks meer symptomen dan vereist zijn om de classificatie te kunnen toekennen zijn aanwezig, en de symptomen leiden slechts tot lichte beperkingen in het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren.
  • Matig Er zijn symptomen of functionele beperkingen tussen 'licht' en 'ernstig' aanwezig.
  • Ernstig Veel meer symptomen dan vereist zijn om de classificatie te kunnen toekennen zijn aanwezig, of verschillende bijzonder ernstige symptomen zijn aanwezig, of de symptomen leiden tot duidelijke beperkingen in het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren.

ADHD bij kinderen en ADHD bij volwassenen

De DSM-criteria zijn gevalideerd voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 16 jaar. ADHD-symptomen nemen af of veranderen van vorm met het voortschrijden der jaren, doordat bijvoorbeeld de hyperactiviteit verandert in een innerlijke onrust en gedrevenheid. Of ze hebben in de loop der jaren strategieën en copingvaardigheden ontwikkeld om met hun problemen om te gaan of ze hebben hun leven zo ingericht dat ze hun creativiteit, energie en onrust kwijt kunnen in bijvoorbeeld hun werk. Beneden de leeftijd van 5 jaar is de diagnose ADHD niet goed te stellen, aangezien er op deze leeftijd sprake kan zijn van tijdelijke, reactieve of bij de leeftijd passende hyperactiviteit en onoplettendheid. Hieruit volgt dat indien men voor iedere leeftijd dezelfde drempel zou aangehouden, dit bij jonge kinderen fout-positieve en bij volwassenen fout-negatieve diagnoses tot gevolg zou hebben. Er werd derhalve lange tijd geadviseerd de DSM-criteria alleen toe te passen op de leeftijdsklasse van 4 tot 16 jaar.(1) Dit lijkt in de DSM-5 geheel te zijn losgelaten.

Prevalentie van ADHD

Exacte cijfers over het aantal kinderen en jongeren met ADHD in Nederland zijn niet voorhanden. Het meest recente
onderzoek is dat van Verhulst en anderen, dat is uitgevoerd in 1993 en in 1997 is er over gerapporteerd. Dit onderzoek heeft geen eenduidige prevalentiecijfers opgeleverd.(2) Op basis van buitenlands onderzoek blijkt dat 3 tot 5 procent
van de kinderen onder de 16 jaar aan ADHD lijdt.(3)

Verloop van ADHD

Het beloop kenmerkt zich door de volgende zaken:
  • veel schooluitval (ca. 35%);
  • weinig of geen vrienden hebben (ca. 60%); en
  • betrokken raken bij antisociale activiteiten.(4)

ADHD-symptomen nemen op den duur meestal af, maar het is niet te voorspellen of dit zal gebeuren en wanneer. Het blijkt dat bij slechts één op de drie behandelde jongeren met ADHD de verschijnselen vrijwel helemaal verdwijnen. Bij de rest blijft de diagnose ook na het 18e jaar van kracht, of blijven de klachten in een iets mildere vorm bestaan ('gedeeltelijk in remissie'). Hyperactiviteit en impulsiviteit nemen met de leeftijd meer af dan de aandachtsproblemen.

Volwassenen
Aangezien de aandachtszwakte blijft bestaan, zijn volwassenen met ADHD niet goed in staat het eigen gedrag te organiseren en te plannen. Typische eigenschappen en kenmerken van volwassenen met ADHD zijn dan ook:
  • chaotisch en rusteloos gedrag;
  • te laat komen;
  • druk praten;
  • impulsief persoonlijke en werkrelaties aangaan en weer beëindigen;
  • eigenwijsheid, koppigheid;
  • chronische autoriteitsconflicten;
  • vaak relatieproblemen (niet aan afspraken houden, vergeetachtigheid, chaotisch, druk);
  • vaak wisselen van baan (op werk te traag tempo, te veel fouten, conflicten);
  • een lage frustratietolerantie en temperamentvol gedrag, woede-uitbarstingen;
  • slaapproblemen (laat naar bed, onrustig slapen, moeite met opstaan).

Het behoeft niet te verbazen dat het prestatie- en opleidingsniveau van volwassenen met ADHD dikwijls lager ligt dan op grond van hun intelligentie verwacht mag worden. Voorts kenmerkt het beloop zich door de volgende zaken:
  • weinig of geen vrienden hebben;
  • betrokken raken bij antisociale en/of criminele activiteiten waardoor politie- en justitiecontacten;
  • sensation seeking: spanning nodig hebben (bijvoorbeeld te hard rijden waardoor ze sneller betrokken raken bij verkeersongevallen, te veel risico’s nemen, ruzie zoeken, gevaarlijke en risicovolle sporten beoefenen);
  • onderpresteren op het werk;
  • externaliserende gedragsproblemen: agressief gedrag, oppositioneel gedrag of autoriteitsconflicten;
  • internaliserende gedragsproblemen: zelfverwonding (zelfbeschadiging) en zelfmoordpogingen;
  • middelenmisbruik.

Veelvoorkomende comorbiditeit:
  • angst;
  • depressie;
  • drugs- en/of alcoholmisbruik; en
  • gedrags- of persoonlijkheidsstoornissen.

Oorzaken van ADHD

De oorzaak van ADHD is vooralsnog niet helemaal duidelijk. Recent onderzoek lijkt erop re wijzen dat er bij ADHD sprake is van een neurobiologische stoornis in de hersenen, op het niveau van de zenuwverbindingen (= neurotransmissie). ADHD komt in sommige families vaker voor dan in andere families. Bij bloedverwanten in de eerste graad zoals de ouders, broertjes en zusjes van een ADHD-kind, komt ADHD in 25% van de gevallen voor. Er is bij ADHD waarschijnlijk sprake van een kwetsbaarheid in de erfelijke aanleg die wordt beïnvloed door verschillende omgevingsfactoren. Men kan hierbij denken aan biologische factoren alsook psychologische en sociale omgevingsfactoren. Biologische factoren spelen rondom zwangerschap, bevalling en ontwikkeling van het kind, waarbij de volgende risicofactoren aanwezig zijn: familiaire belasting, roken tijdens de zwangerschap en laag geboortegewicht. Psychologische en sociale omgevingsfactoren hebben te maken met onder andere opvoeding en onderwijs.

Noten
  1. Gunning, W.B. (2003). Aandachtstekort-/hyperactiviteitsstoornissen (ADHD). In F.C. Verhulst, F. Verheij, R. F. Ferdinand (Red.), Kinder-en jeugdpsychiatrie, psychopathologie (pp.139-150). Assen: Koninklijke van Gorcum.
  2. Gert van den Berg: Prevalentie van ADHD; Nederlands Jeugdinstituut, juli 2008.
  3. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, fourth edition, DSM-IV, American Psychiatric Association, Washington DC, 2005, p.82.
  4. Schoemaker C, Ruiter C de, Berg M van den, Cuijpers P, Graaf R de, Have M ten, et al. Nationale monitor geestelijke gezondheid: jaarboek 2003: ADHD, anorexia nervosa en andere psychische stoornissen. Utrecht: Trimbos-instituut, 2003.

Lees verder

© 2010 - 2014 Tartuffel, gepubliceerd in Psychologie (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)ADHD is al lang geen ongekend begrip meer. Velen doen het echter onterecht af als een welvaartsziekte. ADHD (Attention D…
Wat is ADHD? (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)ADHD is de afkorting voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder in het nerderlands houdt dit in een aandachtstekort s…
Aandoening: ADHDAandoening: ADHDADHD betekend Attention Deficit Hyperactivity Disorder oftewel naar het Nederlands vertaald Aandachts-Tekort-Stoornis me…
Wat zijn de kenmerken van ADHD en ADD?Wat zijn de kenmerken van ADHD en ADD?ADHD is de afkorting voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder in het nederlands houdt dit in een aandachtstekort st…
Behandel ADHD op de natuurlijke manier met een ADHD dieetBehandel ADHD op de natuurlijke manier met een ADHD dieetIndien je op zoek bent naar een alternatieve behandeling tegen ADHD, kun je overwegen om het voedingspatroon enigszins a…
Bronnen en referenties
  • American Psychiatric Association. Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5). Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders 5th Edition. Amsterdam: Boom Psychologie, 2014.
  • Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM-IV-TR; Pearson Assessment and Information, februari 2006.
  • Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, fourth edition, DSM-IV, American Psychiatric Association, Washington DC, 2005.
  • Gert van den Berg: Prevalentie van ADHD; Nederlands Jeugdinstituut, juli 2008.
  • Gunning, W.B. (2003). Aandachtstekort-/hyperactiviteitsstoornissen (ADHD). In F.C. Verhulst, F. Verheij, R. F. Ferdinand (Red.), Kinder-en jeugdpsychiatrie, psychopathologie (pp.139-150). Assen: Koninklijke van Gorcum.
  • Meijer S (RIVM), Verhulst FC (ErasmusMC). Wat is ADHD en wat zijn de gevolgen? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, Nationaal Kompas Volksgezondheid Ziekte, kwaliteit van leven en sterfte Ziekten en aandoeningen Psychische stoornissen ADHD, 19 juni 2006.
  • Schoemaker C, Ruiter C de, Berg M van den, Cuijpers P, Graaf R de, Have M ten, et al. Nationale monitor geestelijke gezondheid: jaarboek 2003: ADHD, anorexia nervosa en andere psychische stoornissen. Utrecht: Trimbos-instituut, 2003.

Reageer op het artikel "ADHD symptomen, kenmerken en diagnostische criteria DSM-5"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Tartuffel
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Psychologie
Special: ADHD
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!