InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Psalm 27: Gevangenneming en verhoor van de Heer Jezus

Psalm 27: Gevangenneming en verhoor van de Heer Jezus

Psalm 27: Gevangenneming en verhoor van de Heer Jezus Uitleg van Psalm 27. We weten niet wanneer David Psalm 27 schreef. Wel kunnen we uit de psalm afleiden dat hij het hoogste geluk kende, en daarna ellende en teleurstelling moest overwinnen. Ook wanneer het lijkt alsof God zich voor ons verborgen houdt (vers 9), mogen we geloofsvertrouwen hebben. Immers: "De HEER is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen?" (vers 1) Psalm 27 kan ook gezien worden als een uitdrukking van hetgeen Jezus beleefde in de uren voorafgaande zijn dood aan het kruis.

Psalm 27

Psalm 27: De HERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen?

1 Van David.

De HEER is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen?
Bij de HEER is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?

2 Kwaadwilligen kwamen op mij af
om mij levend te verslinden,
mijn vijanden belaagden mij,
maar zij struikelden, zij vielen.

3 Al trok een leger tegen mij op,
mijn hart zou onbevreesd zijn,
al woedde er een oorlog tegen mij,
nog zou ik mij veilig weten.

4 Ik vraag aan de HEER één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de HEER
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de HEER te aanschouwen,
hem te ontmoeten in zijn tempel.

5 Hij laat mij schuilen onder zijn dak
op de dag van het kwaad,
hij verbergt mij veilig in zijn tent,
hij tilt mij hoog op een rots.

6 Daarom heft zich mijn hoofd
fier boven de vijanden rondom mij,
ik wil offers brengen in zijn tent,
hem juichend offers brengen,
ik wil zingen en spelen voor de HEER.

7 Hoor mij, HEER, als ik tot u roep,
wees genadig en antwoord mij.
8 Mijn hart zegt u na:
‘Zoek mijn nabijheid!’
Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken,
9 verberg uw gelaat niet voor mij,
wijs uw dienaar niet af in uw toorn.

U bent mij altijd tot hulp geweest,
verstoot mij niet, verlaat mij niet,
God, mijn behoud.
10 Al verlaten mij vader en moeder,
de HEER neemt mij liefdevol aan.

11 Wijs mij uw weg, HEER,
leid mij op een effen pad,
bescherm mij tegen mijn vijanden,
12 lever mij niet uit aan mijn belagers.
Valse getuigen staan tegen mij op
en dreigen met geweld.

13 Mag ik niet verwachten
de goedheid van de HEER te zien
in het land van de levenden?
14 Wacht op de HEER,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de HEER.

De Nieuwe Bijbelvertaling

1 Van David.

De HERE is mijn licht en mijn heil,
voor wie zou ik vrezen?
De HERE is mijns levens veste,
voor wie zou ik vervaard zijn?
2 Toen boosdoeners op mij afkwamen
om mijn vlees te eten
– mijn tegenstanders en mijn vijanden –
zijn zij zelf gestruikeld en gevallen.
3 Al legert zich een leger tegen mij,
mijn hart vreest niet;
al verheft zich een krijg tegen mij,
nochtans blijf ik vertrouwen.

4 Eén ding heb ik van de HERE gevraagd,
dit zoek ik:
te verblijven in het huis des HEREN
al de dagen van mijn leven,
om de liefelijkheid des HEREN te aanschouwen,
en om te onderzoeken in zijn tempel.
5 Want Hij bergt mij in zijn hut
ten dage des kwaads,
Hij verbergt mij in het verborgene van zijn tent,
Hij plaatst mij hoog op een rots.
6 En nu heft mijn hoofd zich op
boven mijn vijanden rondom mij;
daarom wil ik in zijn tent offeren offers met geschal,
ik wil zingen, ja psalmzingen de HERE.

7 Hoor, HERE, hoe ik luide roep,
wees mij genadig en antwoord mij.
8 Van Uwentwege zegt mijn hart:
Zoekt mijn aangezicht.
Ik zoek uw aangezicht, HERE.
9 Verberg uw aangezicht niet voor mij,
wijs uw knecht niet af in toorn,
Gij waart mijn hulp;
verwerp mij niet en verlaat mij niet,
o God mijns heils.
10 Al hebben mijn vader en moeder mij verlaten,
toch neemt de HERE mij aan.

11 Onderwijs mij, HERE, uw weg
en leid mij op een effen pad
om mijner belagers wil;
12 geef mij niet prijs aan de lust van mijn tegenstanders,
want valse getuigen staan tegen mij op,
en hij die geweld blaast.
13 O, als ik niet had geloofd des HEREN goedheid te zullen zien
in het land der levenden!
14 Wacht op de HERE, wees sterk,
uw hart zij onversaagd; ja wacht op de HERE.

NBG-vertaling 1951

Een uitleg van psalm 27

We weten niet wanneer David Psalm 27 schreef. Sommige Bijbelcommentatoren geloven dat hij het schreef in meerdere delen. Hij schreef de verzen 1 tot 6 toen het leven goed was en alles voor de wind ging. God beantwoorde al zijn gebeden. Hij schreef de verzen 7-12 toen het tegenzat en Hij dacht dat God zich voor hem verborg. Hij schreef verzen 13-14 toen hij de 2 delen samenvoegde.

Weer andere Bijbelcommentatoren geloven dat David de gehele psalm op hetzelfde moment schreef. In het verleden is God goed geweest voor hem. Maar waar was God nu? Hij gelooft nog steeds in God en hij wacht op zijn hulp. In Psalm 27 lezen we dat David een leven had met ups en downs. Dat geldt voor ieder mens. Eenieder maakt schipbreuk en averij mee in zijn of haar leven. Wanneer het leven tegenzit, mogen we ons de goede tijden herinneren. Wanneer we denken dat God ons is vergeten en zich voor ons verbergt, mogen we denken aan de tijden dat Hij ons geenszins vergat en ons nabij was. Ook al lijkt Hij soms ver weg, we mogen geloofsvertrouwen hebben en net als David in Psalm 27:14 'wachten op de Heer'. We kunnen rustig en stil op God vertrouwen en in Hem alle zekerheid vinden.

De gedachte is in beide helften hetzelfde en de psalm moet daarom niet gesplitst worden in twee afzonderlijke of zelfstandige liederen: wat er ook gebeurt, we zijn veilig in Gods huis en hoede. Misschien moeten we een lange tijd wachten, maar volhard in het geloof en wees sterk. Op een dag zal God antwoorden. Stel je vertrouwen op Hem.

Een alternatieve uitleg van Psalm 27: De gevangenneming en het verhoor van de Heer Jezus (William MacDonald)

Bijbelleraar William MacDonald komt met een verrassende uitleg van psalm 27.¹ Hij trekt een parallel tussen de gedachten die David aan het papier heeft toevertrouwd en de intieme en onheilspellende momenten die Jezus beleefde in de uren voorafgaande zijn dood aan het kruis op Golgotha. Dit geeft de psalm een extra dimensie, een diepere laag die ons meevoert naar de gedachten van onze Heer en Heiland in de uren die voorafgingen aan Zijn vreselijke lijden en sterven. We geven de uitleg van William MacDonald schematisch weer.

Psalm 27Gevangenneming en verhoor van de Heer Jezus
De HEER is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn leven veilig, voor wie zou ik bang zijn? (Psalm 27:1)Toen de hogepriesters en tempelwachters en de oudsten van het volk die op hem afgekomen waren in het Hof van Gethsémané, de plek waar Jezus in de nacht voor zijn kruisiging een aantal uren doorbracht, zei Jezus: "Dit is uw uur, het uur van de macht van de duisternis." (Lucas 22;53) Tegelijk kan hij zich getroost hebben met de woorden in psalm 27:1, aldus MacDonald.
Kwaadwilligen kwamen op mij af om mij levend te verslinden, mijn vijanden belaagden mij, maar zij struikelden, zij vielen. (Psalm 27:2)Toen ze Jezus gevangen wilden nemen, zei Hij tegen hen (Judas, een cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de farizeeën): "Wie zoeken jullie?" Ze antwoordden: "Jezus uit Nazareth." Jezus zei daarop: " ‘Ik ben het". Toen hij zei: "Ik ben het," deinsden ze achteruit en vielen op de grond. (18:4-6)
Al trok een leger tegen mij op, mijn hart zou onbevreesd zijn, al woedde er een oorlog tegen mij, nog zou ik mij veilig weten. (Psalm 27:3)Ze wilden Jezus gevangen nemen in de hof. Judas ging ernaartoe, samen met een cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de farizeeën. Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns. (Johannes 18:3)
Ik vraag aan de HEER één ding, het enige wat ik verlang: wonen in het huis van de HEER alle dagen van mijn leven, om de liefde van de HEER te aanschouwen, hem te ontmoeten in zijn tempel. (Psalm 27:4)Petrus wilde niet dat ze Jezus gevangen zouden nemen. Hij trok het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de slaaf van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af. Maar Jezus zei tegen Petrus: "Steek je zwaard in de schede. Zou ik de beker die de Vader mij gegeven heeft niet drinken?" Jezus was bereid de weg van God te gaan, omdat zijn enige wens was de wens van God uit te voeren en in Gods nabijheid te verkeren.
Hij laat mij schuilen onder zijn dak op de dag van het kwaad, hij verbergt mij veilig in zijn tent, hij tilt mij hoog op een rots. (Psalm 27:5)De soldaten met hun tribuun en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden hem. (Johannes 18:12) Het zag er menselijkerwijs uit als een hopeloze zaak, desalniettemin had Jezus op dat moment de woorden van psalm 27:5 gezegd kunnen hebben.
Daarom heft zich mijn hoofd fier boven de vijanden rondom mij, ik wil offers brengen in zijn tent, hem juichend offers brengen, ik wil zingen en spelen voor de HEER. (Psalm 27:6)Jezus' vijanden waren bezig plannen te bedenken om Hem een kopje kleiner te maken door Hem tussen hemel en aarde te verhogen aan het kruis. Maar Jezus keek uit naar een andere verhoging. Hij keek uit naar de vreugde en heerlijkheid die voor Hem lag. Zoals Jezus in Matteüs 26:63 zegt: "Maar ik zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de hemel."
Hoor mij, HEER, als ik tot u roep, wees genadig en antwoord mij. Mijn hart zegt u na: ‘Zoek mijn nabijheid!’ Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken. (Psalm 27:7-8) Jezus werd naar Kajafas de Hogepriester geleid. MacDonald schrijft bij dit psalmvers: "Hierop barstte de hogepriester uit met beschuldigingen van godslastering. 'Wat vindt u ervan?' vroeg hij aan de omstanders. 'Hij verdient de doodstraf!' was hun antwoord. Hierbij kan ik me de Heiland voorstellen [dat] Hij in stilte [psalm 27:7-8] bad."
Verberg uw gelaat niet voor mij, wijs uw dienaar niet af in uw toorn. U bent mij altijd tot hulp geweest, verstoot mij niet, verlaat mij niet, God, mijn behoud. (Psalm 27:9)Als daarna ook nog alle leerlingen hem in de steek lieten en wegvluchtten, gaat Jezus ervan uit dat God hem in dit kritieke moment niet zal verlaten. Hij is immers in het verleden hem ook nabij geweest.
Al verlaten mij vader en moeder, de HEER neemt mij liefdevol aan. (Psalm 27:10)Wat er ook gebeurt, zelfs al zou hij worden verlaten door zijn ouders, Jezus heeft zijn vertrouwen gesteld op zijn hemelse Vader, die in alles, en altijd, voor ons zorgt.
Wijs mij uw weg, HEER, leid mij op een effen pad, bescherm mij tegen mijn vijanden, lever mij niet uit aan mijn belagers. Valse getuigen staan tegen mij op en dreigen met geweld. (Psalm 27:11-12)De hogepriesters en het hele Sanhedrin probeerden een valse getuigenverklaring tegen Jezus te laten afleggen op grond waarvan ze hem ter dood zouden kunnen veroordelen, maar ze vonden er geen, hoewel zich vele valse getuigen meldden. Ten slotte meldden er zich twee die zeiden: ‘Die man heeft gezegd: “Ik kan de tempel van God afbreken en in drie dagen weer opbouwen.” (Matteüs 26:59-61) Dat was lariekoek, want Jezus had gezegd: "Breek deze tempel maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen." (Johannes 2:19) Hij sprak hier over de tempel van zijn lichaam. Omdat de hele rechtszitting een farce was, werd deze valse getuigenis aanvaard.
Mag ik niet verwachten de goedheid van de HEER te zien in het land van de levenden? (Psalm 27:11-12)Ondanks de menigte die schreeuwt: 'Kruisigt hem', kan hij tegelijk van harte hebben gezegd: 'O, als ik niet had geloofd des heren goedheid te zullen zien in het land der levenden!'.
Wacht op de HEER, wees dapper en vastberaden, ja, wacht op de HEER. (Psalm 27:14)MacDonald schrijft dat hij zich kan voorstellen dat Jezus dit als een persoonlijk advies uit de hemel meegeeft aan alle gelovigen.

Noot:
  1. William MacDonald: De Psalmen; Uitgeverij Medema, Vaassen, 2005, p.81-85.

Lees verder

© 2010 - 2019 Tartuffel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Het Bijbelboek de brief aan de HebreeënDe brief aan de Hebreeën is een bijzonder bijbelboek. Er ontbreekt een begroeting aan het begin en de naam van de schrij…
Bijbel - Psalm 2: in jonge taalBijbel - Psalm 2: in jonge taalDe schrijver van Psalm 2 heeft een boodschap voor de mensen die het voor het zeggen hebben in hun land. Hij wil hen waar…
Stille tijd op weg naar PasenStille tijd op weg naar PasenVolgens verschillende mensen is Jezus Christus niet de zoon van God. Jezus zou ook niet zijn opgestaan uit de dood. Petr…
Messiaanse profetie: 'Messiaanse Psalmen' van Norbert LiethMessiaanse profetie: 'Messiaanse Psalmen' van Norbert LiethMessiaanse profetie: 'Messiaanse Psalmen' van Norbert Lieth. Er is geen boek in het Oude Testament (Tenach) waar zoveel…
De gelijkenis van de verloren zoon: Lucas 15 vers 19De gelijkenis van de verloren zoon: Lucas 15 vers 19Ik ben niet meer waard uw zoon te heten; stel mij gelijk met een uwer dagloners. (Lucas 15: 19) In de gelijkenis van de…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Gunthersimmermacher, Pixabay
  • Bijbel: De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV); Statenvertaling (Jongbloed-editie); NBG-vertaling 1951.
  • 'Commentaar op de Heilige Schrift', samengesteld onder redactie van dr. J.A. vor der Hake (1956).
  • William MacDonald: De Psalmen; Uitgeverij Medema, Vaassen, 2005.

Reageer op het artikel "Psalm 27: Gevangenneming en verhoor van de Heer Jezus"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Gijs, 22-02-2011 21:29 #1
De uitleg komt mij wat geforceerd over: de splitsing in 2 of 3 gedeelten lijkt mij wat gezocht en de gevangenneming van Jezus past maar deels… Toch heb ik er wat aan gehad bij de voorberiding van een medetatie.

Infoteur: Tartuffel
Laatste update: 19-09-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Psalmen in de Bijbel
Bronnen en referenties: 4
Reacties: 1
Schrijf mee!