InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Buiten-Bijbelse bronnen over Jezus

Buiten-Bijbelse bronnen over Jezus

Een nog steeds gehoorde reden om niet in Jezus te geloven, is dat er geen buiten-Bijbelse bronnen over hem zouden bestaan. Dat Jezus door geen enkele andere schrijver uit die tijd wordt vermeld, toont aan dat hij geen historische figuur was, maar slechts een mythe, zo stelt men. Deze redenering berust echter op verkeerde verwachtingen en is bovendien onjuist.

Een schets van de situatie

Stel, we leven in een wereld zonder moderne media en vervoersmiddelen. Geen radio, geen televisie, geen computer, geen internet, geen telefoon (laat staan mobiel), geen fax, geen krant (heel veel mensen kunnen niet eens lezen), geen vliegtuig, geen snelle auto, motor, of trein. Hoeveel zouden we dan weten over wat er zich in de wereld afspeelt? In hoeverre zouden we überhaupt geinteresseerd zijn in nieuws uit andere delen van de wereld? Zouden we niet vooral gericht zijn op onze eigen directe woon- en werkomgeving? Zou het niet vele jaren duren voordat een nieuwe beweging andere delen van de wereld bereikt?

Op een dag begint een wijs man ergens in die wereld te preken over een koninkrijk van vrede en de weg daarnaartoe. Zijn gezaghebbende woorden en liefdevolle daden maken diepe indruk op de lokale bevolking. Gedurende drie jaar reist hij van plaats naar plaats en krijgt hij in zijn streek aardig wat volgelingen. Maar veel verder reikt zijn boodschap nog niet. Nadat hij heengegaan is vertellen zijn volgelingen zijn boodschap door aan anderen. Ook besluiten ze na enige tijd om zijn leven en woorden op papier te zetten. Ze willen dat iedereen zijn boodschap hoort.

In een tijdsbestek van enkele decennia worden er door ooggetuigen en hun directe medewerkers tientallen verslagen en commentaren geschreven. En in steeds meer plaatsen komen mensen regelmatig bij elkaar om deze te overdenken. De autoriteiten vinden deze nieuwe beweging maar niks en proberen de verspreiding ervan keihard te onderdrukken. Vele volgelingen worden zelfs gedood om hun geloof. Eén ding kan men echter niet: het leven en de woorden van de wijze ontkennen. De waarheid is namelijk eenvoudig na te trekken bij ooggetuigen.

Na verloop van tijd sterven de ooggetuigen echter uit. In de twee eeuwen die daarop volgen verschijnen er steeds meer onzinnige verhalen die de boodschap van de wijze man verdraaien of zelfs belachelijk maken. Na ruim drie eeuwen vinden de nieuwe generaties gelovigen dat het genoeg is, en besluiten ze om de verslagen en commentaren van de eerste volgelingen te bundelen, en uit te geven als één gezaghebbend boek. Latere geschriften, die niet stroken met de oorspronkelijke boodschap, worden geweerd, raken in vergetelheid, en verdwijnen in de loop der eeuwen vrijwel helemaal.

Zo’n tweeduizend jaar na dato is eigenlijk alleen dat boek nog over. Maar velen willen het niet meer aanvaarden, omdat er geen andere bronnen zijn die de inhoud ervan kunnen bevestigen.

Welke andere bronnen?

Iemand die graag extern bewijs zou willen zien van de historiciteit van Jezus, moet zich eerst afvragen of het redelijk is te verwachten dat er externe bronnen bestáán. Welke niet-christelijke schrijvers na Jezus' optreden, laten we zeggen uit de eerste eeuw van onze jaartelling, zouden hem überhaupt genoemd kunnen hebben? En welke van hun werken zijn ons overgeleverd? Uit bovenstaande schets valt immers al op te maken dat de eerste eeuw een totaal andere tijd was dan ons hedendaagse, snelle, digitale informatie- en communicatietijdperk.

  • Jaren 30-40: Uit deze periode is vrijwel niets overgeleverd. Marcus Velleius Paterculus, een gepensioneerde tribuun uit het leger van keizer Tiberius, voltooide aan het begin van dit decennium een (als amateuristisch beschouwd) boek over de geschiedenis van Rome. Gezien de tijd, en de scheiding tussen Romeinse en Joodse steden in Galilea in die tijd, is het zeer onwaarschijnlijk dat hij ooit van Jezus heeft gehoord.

  • Jaren 40-50: Hieruit kennen we voornamelijk de fabels van de voormalige Macedonische slaaf Phaedrus. Een andere schrijver die toen opkwam was Seneca, een stoïcijns filosoof, Romeins staatsman, en later adviseur van keizer Nero. Hij schreef filosofische essays, brieven, tragedies, dialogen, en satires. Volgens een middeleeuwse legende zou hij door de apostel Paulus zijn bekeerd tot het christendom. En uit de vierde eeuw is een briefwisseling tussen deze twee overgeleverd. De authenticiteit ervan wordt echter algemeen betwijfeld.

  • Jaren 50-70: Naast werken van Seneca kennen we uit deze periode nog een lang gedicht van de Romeinse dichter Lucanus over de burgeroorlog tussen Julius Caesar en Pompeius de Grote, een boek over landbouwkunde van de schrijver Columella, fragmenten uit de roman Satyricon van Gaius Petronius, enkele satirische teksten van Persius, fragmenten uit een commentaar van Asconius Pedianus op Cicero, en een boek van Quintus Curtius over Alexander de Grote. Het is te begrijpen dat Jezus in geen van deze werken wordt genoemd.

  • Jaren 70-90: Ook uit deze periode is heel weinig overgeleverd. Een bekend werk is de encyclopedie Naturalis Historia van Plinius de Oudere, over de wetenschappelijke kennis uit die tijd. De Joodse historicus Flavius Josephus, waarover hierna meer, schreef onder andere het boek De Joodse Oorlog, over het verzet tegen de Romeinen, en het boek Tegen Apion, een verdediging van het Joodse geloof tegen de Griekse filosofie. Verder zijn er nog geestige gedichten en epigrammen overgeleverd van de Romeinse schrijver Marcus Valerius Martialis. Gezien de onderwerpen is ook van al deze werken te begrijpen dat ze geen melding maken van Jezus.

  • Jaren 90-100: Uit deze periode, tenslotte, kennen we de gedichtenbundel Silvae van Publius Papinius Statius, twee boeken van de Romeinse senator en historicus Tacitus, de eerste over zijn schoonvader Agricola en de tweede over Germania, en verder enkele satirische werken van de dichter Juvenalis. Het is ook hier duidelijk waarom Jezus niet genoemd wordt. Hetzelfde geldt voor de werken van de Qumran gemeenschap uit de eerste eeuw, die in totale afzondering leefde van de plaatsen en mensen waar Jezus kwam.

Nagenoeg alle genoemde werken zijn van de hand van Romeinse schrijvers. We moeten de wereld van die begintijd dan ook vanuit hun perspectief bekijken. En daarin speelde Jezus gewoonweg geen enkele rol. Jezus was iemand van lage komaf, die slechts zeer korte tijd publiekelijk optrad, in een afgelegen regio die niet bepaald geliefd was onder de Romeinen, en die terechtgesteld werd door een provinciale bestuurder van weinig naam. Niet echt het vermelden waard dus.

Dat blijkt ook uit een passage in het Bijbelboek Handelingen (25:19), waarin wordt beschreven hoe Paulus (rond het jaar 60) terechtstaat voor de procurator Festus, die aan koning Agrippa over hem vertelt: "Ik had verwacht dat de aanklagers hem zouden beschuldigen van bepaalde misdaden. Maar toen ze om hem heen stonden hadden ze alleen een verschil van mening met hem over hun eigen godsdienst en over een zekere Jezus, een dode van wie Paulus beweerde dat Hij leeft."

Bestaande buiten-Bijbelse bronnen

Er zijn uit de geschiedenis van de eerste en tweede eeuw heel wat christelijke schrijvers bekend, vooral kerkvaders, wiens brieven en andere werken niet in de Bijbel zijn opgenomen, maar die getuigen van het leven van Jezus. Enkele voorbeelden zijn Clemens (bisschop van Rome in de jaren 92 tot 101), Ignatius (leefde van circa 50-117), Papias (circa 60-135), Polycarpus (69-155), Quadratus (schreef rond 125), Justinus (circa 100-165), en Irenaeus (circa 120-200).

Men kan zich natuurlijk afvragen wat de waarde is van hun getuigenissen, aangezien het allemaal christenen waren. Daarbij moet men zich echter twee dingen bedenken. Ten eerste, verreweg de meesten van hen zijn, net als de eerste discipelen, gemarteld en/of vermoord vanwege hun geloof. Als Jezus niet werkelijk had bestaan, dan wísten de eerste christenen dat. En hoe waarschijnlijk is het dat er zovelen bereid zijn te sterven voor iets waarvan men wéét dat het een leugen is? Ten tweede durfde iemand als Justinus (rond het jaar 150) in een brief aan keizer Antoninus Pius het volgende te schrijven over het leven, de wonderen, en de kruisiging van Jezus: "Dat deze dingen gebeurd zijn kunt u zelf nagaan in de processtukken van Pontius Pilatus." Het is onwaarschijnlijk dat hij het lef had gehad dit te schrijven als deze stukken niet daadwerkelijk bestonden.

Desalniettemin is het getuigenis van tegenstanders wellicht een nog krachtiger middel ter bevestiging. Zijn er ook niet-christelijke schrijvers aan te voeren die de historiciteit van Jezus ondersteunen? Ja, die zijn er. Toen het christendom enige omvang begon aan te nemen, werd ook door hen melding gemaakt van deze nieuwe beweging en haar grondlegger. Vanzelfsprekend zijn hun getuigenissen niet zo positief, maar bevestigen ze wel dat Jezus werkelijk heeft bestaan.

  • Thallus: Schreef een historisch werk over de wereld van het oostelijke Middellandse Zeegebied vanaf de Trojaanse oorlog. Geleerden vermoeden dat het geschreven is in de tweede helft van de eerste eeuw, of begin tweede eeuw. Een belangrijk fragment daaruit is ons overgeleverd door Julius Africanus, die in zijn historisch werk Chronographiai (uit het jaar 221) commentaar levert op Thallus' verklaring van de urenlange duisternis tijdens het sterven van Jezus aan het kruis, midden op de dag. Hij schrijft: "Thallus, in het derde boek van zijn geschiedenis, legt deze duisternis uit als een zonsverduistering. Onredelijk, lijkt me." Daarin had Africanus gelijk, want een zonsverduistering kan niet plaatsvinden rond de tijd van Pascha, wanneer het volle maan is. Het belangrijke punt hier is echter dat Thallus het leven en sterven van Jezus, en zelfs de wonderbaarlijke duisternis, blijkbaar als historische feiten zag. Hij probeerde alleen, als niet-christen, een natuurlijke verklaring te verzinnen.

  • Mara Bar-Serapion: Vermoedelijk een stoïcijns filosoof afkomstig uit de Romeinse provincie Syria. Is bekend van de brief die hij (begin jaren 70) stuurde naar zijn zoon. Daarin schrijft hij: "Welk voordeel verkregen de Atheners door Socrates te doden? Hongersnood en de pest kwamen over hen als oordeel voor hun misdaad. Welk voordeel verkreeg de bevolking van Samos door Pythagoras te verbranden? Hun land werd al snel door zand bedekt. Welk voordeel verkregen de Joden door het terechtstellen van hun wijze Koning? Al snel daarna werd hun koninkrijk opgedoekt." En even verder vervolgt hij: "Maar Socrates stierf niet voorgoed: hij leefde voort in de werken van Plato. Pythagoras stierf niet voorgoed: hij leefde voort in het standbeeld van Hera. Noch stierf de wijze Koning voorgoed: hij leefde voort in het onderwijs dat hij had gegeven." Voor deze eerste-eeuwse filosoof, die in zijn brief verder duidelijk laat blijken geen christen te zijn, was Jezus net zo historisch als Socrates en Pythagoras.

  • Josephus: Een Romeins-Joodse geschiedschrijver. Tegen het einde van de eerste eeuw (circa 93-94) voltooide hij zijn beroemde werk De Oude Geschiedenis van de Joden. Daarin schrijft hij: "In die tijd leefde Jezus, een wijs man [voor zover het geoorloofd is hem een man te noemen]. Hij verrichtte namelijk daden die onmogelijk geacht werden, en hij was een leermeester van mensen [die met vreugde de waarheid tot zich namen]. En veel Joden alsook velen van de Grieken bracht hij tot zich. [Hij was de Christus.] Ook nadat Pilatus hem op aanwijzing van de eerste mannen bij ons de straf van het kruis had opgelegd, gaven zij die het eerst in liefde waren gaan leven niet op. [Hij was namelijk aan hen verschenen op de derde dag, opnieuw levend.] De goddelijke profeten hadden die dingen en ontelbare andere [wonderbaarlijke] dingen over hem gezegd. Tot op de dag van heden is de naar hem genoemde groep van de christenen niet verdwenen." Van de woorden tussen vierkante haken wordt vermoed dat het latere toevoegingen zijn door christelijke schrijvers. Maar zelfs zonder deze woorden is de tekst een zeer sterk bewijs voor de historiciteit van Jezus.

  • Plinius de Jongere: De geadopteerde zoon van Plinius de Oudere. Hij is vooral bekend van de honderden brieven die van hem zijn overgeleverd. In een daarvan (uit het jaar 112) vraagt hij als gouverneur aan keizer Trajanus advies ten aanzien van de vervolging en executie van christenen. Hij schrijft over hen "dat ze gewoon waren elkaar te ontmoeten op een vaste dag voordat het licht werd, waarbij ze liederen opdroegen aan Christus, als aan een god, en dat ze zichzelf door een eed verplichtten om geen slechte daden te doen, niemand te bedriegen, niet te stelen, geen overspel te plegen, geen woorden te verdraaien, en niet onbetrouwbaar te zijn". Ook maakt hij zich zorgen over "de aantallen mensen die het betreft, personen van alle rangen en leeftijden, zowel mannen als vrouwen". Hoewel het hier niet rechtstreeks over Jezus gaat, is duidelijk dat velen hem in die tijd aanbaden als God, en dat ze zo zeker waren van zijn bestaan en zijn boodschap, dat ze hun leven ervoor wilden geven.

  • Tacitus: Senator, vriend van Plinius de Jongere, en zeer betrouwbaar historicus. In zijn Annalen (circa uit het jaar 116) beschrijft hij de reactie van keizer Nero op de grote brand van Rome in het jaar 64 en het hardnekkige gerucht dat Nero zelf de aanstichter zou zijn geweest: "Om het gerucht de kop in te drukken, beschuldigde en strafte Nero met de meest geraffineerde wreedheden een groep mensen die door de bevolking christenen werden genoemd, en die verafschuwd werden om hun ondeugden. Christus, de oorsprong van de naam, had tijdens de regering van Tiberius de doodstraf gekregen, bij veroordeling door Pontius Pilatus, en het kwaadaardige bijgeloof was tijdelijk onderdrukt, om daarna opnieuw uit te breken, niet alleen in Judaea, de bron van het kwaad, maar ook in de hoofdstad zelf." Er valt niet aan te twijfelen dat iemand van het formaat van Tacitus de feiten nauwkeurig heeft verwoord.

  • Lucianus: Deze satiricus schreef (circa in het jaar 170) het volgende over de christenen en hun grondlegger: "De christenen, zoals je weet, aanbidden tot op de dag van vandaag een man, de befaamde persoon die hun nieuwe rites introduceerde, en die daarom was gekruisigd... Deze misleidde schepselen hebben de vaste overtuiging dat ze voor altijd onsterfelijk zijn, wat de minachting voor de dood en de vrijwillige toewijding verklaart die men doorgaans bij hen aantreft. En het was hen op het hart gedrukt door hun grondlegger dat ze allemaal broeders zijn, vanaf het moment dat ze zich bekeren, en de goden van Griekenland ontkennen, en de gekruisigde wijze aanbidden, en leven volgens zijn regels." Ook hier geen enkele twijfel over van de historiciteit van Jezus. Zijn boodschap wordt alleen geminacht.

Conclusie

Er is redelijkerwijs geen twijfel mogelijk over de historiciteit van Jezus. Ook uit buiten-Bijbelse bronnen valt op te maken dat Jezus werkelijk heeft geleefd, dat hij een Joodse leraar was, een wijs man, dat velen geloofden dat hij wonderen verrichtte en dat hij de Christus (Hebreeuws: Messias) was, dat hij door de Joodse leiders werd afgewezen, en onder Pontius Pilatus tijdens de regering van Tiberius werd gekruisigd, dat zijn volgelingen desondanks geloofden dat hij nog steeds leefde, dat ze zich verspreidden tot ver over de grenzen van Palestina, zodat er al in het jaar 64 velen in Rome leefden, dat ze uit alle lagen van de bevolking kwamen en Jezus als God aanbaden, en dat ze zo zeker waren van hun geloof dat ze liever hun leven ervoor gaven dan het te verloochenen. Reden genoeg om ook de Bijbelse verslagen over Jezus serieus te nemen.
© 2012 - 2019 Verus, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Graf van Jezus?Een aantal Canadese documentaire makers beweert dat ze het graf van Jezus zouden hebben gevonden. Het mag duidelijk zijn…
Bewijzen voor het bestaan van Jezus: Flavius JosephusBewijzen voor het bestaan van Jezus: Flavius JosephusDe Evangeliën zijn zeer betrouwbare bronnen over het leven van Jezus.¹ Er zijn buiten-Bijbelse bronnen die verhalen over…
Het ChristendomHet ChristendomHet Christendom is de grootste religie ter wereld. Het is gebaseerd op het heilige boek van de Christenen: De Bijbel. Wa…
De bruidegom van Jezus' dochterDe bruidegom van Jezus' dochterDe geruchten blijven hardnekkig: Sarah, Jezus' dochter trouwde in Frankrijk met een West-Frankische koning en werd daarm…
Christenen - Wie is Jezus?Christenen - Wie is Jezus?Iedereen kent het kerstverhaal wel. De geboorte van onze verlosser Jezus Christus en de viering daarvan. Toch zit er nog…
Bronnen en referenties
  • Josh McDowell. The New Evidence that Demands a Verdict: Evidence I & II Fully Updated in One Volume to Answer Questions Challenging Christians in the 21st Century. Thomas Nelson, Nashville, TN, USA, 1999.
  • L. Strobel. The Case for Christ. Zondervan Publishing House, 1998. Nederlandse vertaling: Bewijs genoeg - Wat is er feitelijk over Jezus bekend? Een journalist ondervraagt dertien top-wetenschappers. Uitgeverij Gideon, 1999.
  • Josh McDowell & Bill Wilson. Evidence for the Historical Jesus: A Compelling Case for his Life and his Claims. Reprint, Harvest House Publishers, Eugene, OR, USA, 2011.
  • Flavius Josephus. De Oude Geschiedenis van de Joden. Vertaald door Fik Meijer en M. A. Wes en uitgegeven door Ambo, Amsterdam, Nederland, 2005.
  • Over alle genoemde personen en werken is meer informatie te vinden op de Engelstalige Wikipedia: http://en.wikipedia.org/.

Reageer op het artikel "Buiten-Bijbelse bronnen over Jezus"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Verus
Laatste update: 02-11-2012
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!