InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Psychologie > Alles over tic-stoornissen

Alles over tic-stoornissen

Alles over tic-stoornissen Wanneer men aan tics denkt, denkt men vaak aan het Tourette syndroom, mensen die vaak met hun ogen knipperen, hun hoofd tegen de muur bonken en zomaar schelden omdat ze een drang voelen om dit te doen. Misschien ken jij zelf iemand die bepaalde tics heeft of heb jij ze zelf gehad toen je nog jong was. Dit wil niet zeggen dat het meteen een stoornis is, maar misschien is een beetje inzicht in tic-stoornissen wel handig om te hebben zodat je het beter herkent. Inhoudsopgave

Wat is een tic?

Een tic is een plotselinge, snelle, herhaaldelijke, niet-ritmische, stereotiepe motorische beweging of vocale uiting. De bewegingen en uitingen zijn abnormaal in de frequentie en patroon over tijd. Meestal zijn motorische tics van invloed op de spieren van het gezicht en de nek, zoals het op een abnormale wijze met de ogen knipperen en abnormale hoofdbewegingen maken. Typische vocale tics zijn bijvoorbeeld de keel schrapen, hoesten, knorren en snuiven. De bewegingen zijn altijd onvrijwillig, maar kunnen soms wel voor een bepaalde periode onderdrukt worden. Vaak worden ze getoond als een reactie op een bepaalde stimulus of interne drang.

Tics zijn te verdelen in twee groepen: simpele tics en complexe tics. Simpele motorische tics bestaan uit herhaaldelijke, snelle contracties van functioneel gelijkwaardige spiergroepen (zoals met de ogen knipperen, de schouders ophalen et cetera). Onder simpele vocale tics verstaat men onder andere snuiven, blaffen en keel schrapen. Complexe motorische tics zijn meer doelbewust/betekenisvol en meer ritualistisch dan simpele tics. Hierbij kan je denken aan verzorgingsgedrag, het ruiken aan objecten, aanrakingen, springen en echopraxia (het nadoen van gedragingen). Onder complexe vocale tics verstaat men het herhalen van woorden of zinnen die uit context zijn, coprolalia (het uiten van obscene woorden of zinnen), palilalia (het herhalen van eigen woorden of zinnen) en echolalia (het herhalen van de laatstgehoorde woorden van een ander). Het is bekend dat stress en angst de tics verergeren, maar er is geen bewijs dat tics worden veroorzaakt door stress en angst.

Let op: kinderen hebben soms tics, maar dit betekent niet meteen dat zij een stoornis hebben. Het is pas een stoornis als dit significant lijden met zich meebrengt of zorgt voor disfunctioneren in het dagelijks leven (of aspecten ervan, zoals sociale en/of emotionele problemen).

Stoornis van Gilles de la Tourette (Tourette’s Disorder)

De stoornis werd voor het eerst beschreven rond 1885 door Georges Gilles de la Tourette, waarnaar de stoornis ook genoemd is. Personen met deze stoornis hebben last van multipele motorische en één of meerdere vocale tics die op een bepaald moment van de ziekte aanwezig zijn geweest. Het is niet noodzakelijk dat de tics tegelijkertijd aanwezig waren/zijn. De tics komen meerdere keren per dag voor (meestal in de vorm van aanvallen). Dit kan zowel vrijwel elke dag gebeuren, als met tussenpozen van maximaal drie aaneengesloten maanden. Dit moet minstens gedurende één jaar voorkomen. De stoornis van Gilles de la Tourette ontstaat vrijwel altijd vóór het achttiende levensjaar en is niet het gevolg van directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld stimulante drugs) of van een somatische aandoening zoals Huntington.

Vier tot vijf op de 10.000 mensen lijden aan deze stoornis. Dit zijn vooral kinderen. Het ontstaan van de motorische tics begint gemiddeld rond de leeftijd van zeven jaar. Vocale tics ontwikkelen over het algemeen iets later, rond het elfde levensjaar. De stoornis komt drie keer zo vaak voor bij jongens dan bij meisjes.

Chronische motorische of vocale tic-stoornis (Chronic motor or vocal tic disorder)

Personen met deze stoornis hebben in tegenstelling tot de stoornis van Gilles de la Tourette óf enkelvoudige/multipele motorische tic(s) óf enkelvoudige/multipele vocale tic(s). De twee soorten tics zijn dus niet samen aanwezig geweest op een bepaald moment tijdens de ziekte. Net zoals de stoornis Gilles de la Tourette komen de tics vrijwel elke dag voor of met tussenpozen van maximaal drie maanden gedurende tenminste één jaar en ontstaat de stoornis al vóór het achttiende levensjaar. Tevens hier mag de stoornis niet het gevolg zijn van directe fysiologische effecten of van een somatische aandoening. Het is erg belangrijk bij deze stoornis dat het uitgesloten wordt dat er nooit aan de criteria van de stoornis van Gilles de la Tourette voldaan is.

Er wordt geschat dat deze stoornis 100 tot wel 1000 keer vaker voor komt dan de stoornis Gilles de la Tourette. De huidige prevalentie wordt geschat op 1% tot 2% van de bevolking, waarbij jongens van schoolgaande-leeftijd het hoogste risico hebben. Kinderen waarbij de tics ontstaan tussen hun zesde tot achtste jaar, hebben de meest positieve prognose. Symptomen duren meestal vier tot zes jaar en stoppen dan in de vroege adolescentie. Kinderen waarbij de tics zich vooral uiten in hun ledematen hebben een slechtere prognose dan kinderen waarbij de tics alleen in het gezicht worden geuit.

Passagère tic-stoornis (Transient tic disorder)

Bij deze stoornis is er sprake van enkelvoudige of meervoudige motorische en/of vocale tics. Ook deze tics moeten vrijwel elke dag veelvuldig voor komen voor minstens vier weken lang, maar niet langer dan twaalf aaneengesloten maanden (anders wordt het waarschijnlijk één van de voorgaande tic-stoornissen). Ook hier geldt de criteria dat de stoornis ontstaat vóór het achttiende levensjaar en niet het gevolg moet zijn van directe fysiologische effecten of van een somatische aandoening. De stoornis Gilles de la Tourette en chronische motorische of vocale tic-stoornis moeten dus eerst uitgesloten worden.

De prevalentie is onbekend. Wel is het duidelijk dat 5%-24% van alle kinderen met schoolgaande leeftijd tics hebben (gehad). Over tijd verdwijnen de tics of komen bij periodes van bepaalde stress weer terug, maar deze tics worden vaak niet geassocieerd met erg disfunctioneren. Slechts een klein percentage van personen met deze stoornis ontwikkelen chronische motorische of vocale tic-stoornis of de stoornis van Gilles de la Tourette.

Tic-stoornis niet anders omschreven (NAO)

In deze categorie vallen de tic-stoornissen die niet voldoen aan de criteria van de voorgaande specifieke tic-stoornissen, maar wel gekenmerkt worden door tics. Hieronder vallen bijvoorbeeld tic-stoornissen die korter duren dan vier weken, pas ontstaan na het achttiende levensjaar of niet vrijwel elke dag voorkomen, maar in bepaalde situaties.

Statistieken

Ongeveer de helft tot tweederde van de personen met de Tourette-stoornis toont een vermindering of zelfs complete remissie in de adolescentie. In éénderde tot tweederde van de kinderen en adolescenten met de Tourette-stoornis is er sprake van co-morbiditeit met obsessief-compulsieve stoornis (OCS) of trekken hiervan en éénderde van de volwassenen met de Tourette-stoornis hebben langdurige OCS. De OCS-symptomen die vaak voorkomen bij mensen met de stoornis Gilles de la Tourette zijn gerelateerd aan ordening en symmetrie, tellen en herhaaldelijke aanrakingen. Het risico om co-morbide OCS te krijgen is een stuk hoger bij kinderen/adolescenten die een hoog IQ hebben (van 120 of hoger) dan bij kinderen/adolescenten met een gemiddeld IQ (van 100). Tic-stoornissen hebben een genetisch component, dus het is zeer waarschijnlijk dat er tic-stoornissen in de familie voorkomen wanneer een persoon een tic-stoornis heeft ontwikkeld.

Behandeling

Vaak beschrijven familieleden en leraren het als een gedragsprobleem, maar het hebben van onvrijwillige tics is geen gedragsprobleem. Daarom is het dus noodzakelijk om alle mensen uit de omgeving van het betreffende persoon zorgvuldig te informeren over de stoornis, zodat het kind bijvoorbeeld niet onterecht wordt gestraft voor zijn of haar “gedrag”. Daarnaast kan farmacotherapie (medicijnen geven) helpen bij het verminderen van de tics. Gedragsinterventies kunnen helpen om de betreffende persoon bewust te maken van hun tics en hen te leren om vrijwillige “tegenbewegingen” te initiëren (gewoonte omzettingsbehandelingen). Het aanleren van ontspanningstechnieken kan ook bijdragen aan verbetering, zodat de stress die er vaak bij komt onder controle gehouden kan worden.

Lees verder

© 2013 - 2019 Sharonaudrey, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Psychiatrie bij kinderen en adolescentenPsychiatrie bij kinderen en adolescentenPsychiatrische stoornissen komen niet alleen bij volwassenen voor, maar ook bij kinderen en adolescenten. Er zijn stoorn…
Ontwikkelingsstoornissen bij kinderen: diagnose/behandelingEen ontwikkelingsstoornis is een psychische of neurologische aandoening bij kinderen en volwassen die een afwijking vorm…
Kinderen in de syndroommixKinderen in de syndroommixSommige kinderen hebben onze hulp hard nodig. Ze lijden aan aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (adhd), leerstoo…
Somatoforme stoornis NAO (niet anderszins omschreven)Somatoforme stoornis NAO (niet anderszins omschreven)De somatoforme stoornis NAO (niet anderszins omschreven) is één van de 7 somatoforme stoornissen die door de DSM-IV word…
Psychiatrische stoornissen bij kinderen en de oorzakenPsychiatrische stoornissen bij kinderen en de oorzakenVan een psychiatrische stoornis spreken we als het gedrag afwijkt van dat van leeftijdgenootjes en van het ontwikkelings…
Bronnen en referenties
  • DSM-IV-TR
  • Kaplan and Sadock's Synopses of Psychiatry

Reageer op het artikel "Alles over tic-stoornissen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sharonaudrey
Laatste update: 09-10-2015
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Psychologie
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!