InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Sociaal cultureel > Begeleiding van psychopaten door de reclassering jaren '30

Begeleiding van psychopaten door de reclassering jaren '30

Begeleiding van psychopaten door de reclassering jaren '30 De begeleiding van psychopaten door de reclassering in de jaren '30 van de 20e eeuw. In 1928 ging de Psychopatenwet van kracht. Deze wet stipuleerde dat in geval van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis der geestvermogens van de dader bij een misdrijf of sommige overtredingen, de rechter o.a. de macht had om hem ter beschikking van regering te stellen. De t.b.st. werd telkens voor de duur van 2 jaar uitgesproken en kon nadien voor telkens ten hoogste 2 jaar worden verlengd.

Over de behandeling van psychopaten in de jaren '30 van de twintigste eeuw

In de eerste decennia van de twintigste eeuw ging men steeds meer onderscheidingen aanbrengen tussen verschillende
groepen delinquenten. Er kwam een differentiatie tussen volwassenen en kinderen en mannen en vrouwen. En onder meer psychopaten, gewoontemisdadigers, zedendelinquenten en alcoholisten werden ook als van elkaar te onderscheiden categorieën van delinquenten gezien.

Totdat de Psychopatenwet in het jaar 1928 in werd gevoerd, kende ons strafrecht slechts twee categorieën delinquenten:
  • de geheel toerekeningsvatbaren; en
  • de geheel ontoerekeningsvatbaren.

Vanaf 1886 kon een ontoerekeningsvatbare dader ter bescherming van de samenleving in een inrichting worden opgenomen. Doch in de praktijk waren de vele varianten en gradaties van krankzinnigheid nauwelijks te vangen in dit dichotome wettelijke stelsel. Dit was een te rigide regeling, waarbij geen rekening werd gehouden met de grote 'middengroep'. De rechter kon niet uit de voeten met een verdachte die verminderd toerekeningsvatbaar was verklaard door een psychiater. De invoering van de psychopatenwet maakte aan dit probleem een einde. Door deze wet werd een nieuwe maatregel ingevoerd: tbr, oftewel terbeschikkingstelling van de regering. De rechter had de macht om in geval van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis der geestvermogens van de dader, een op het individuele geval toegespitste combinatie te maken van straf en dwangverpleging. De delinquent kreeg een gevangenisstraf voor het deel dat hem kon worden toegerekend, voor het overige kreeg hij tbr.

Landloperij (drie zwervers in 1929 in Chicago) / Bron: DN-0087599, Chicago Daily News negatives collection, Chicago Historical Society., Wikimedia Commons (Publiek domein)Landloperij (drie zwervers in 1929 in Chicago) / Bron: DN-0087599, Chicago Daily News negatives collection, Chicago Historical Society., Wikimedia Commons (Publiek domein)
De ter beschikkingstelling (t.b.st.) kon opgelegd worden in geval van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis der geestvermogens van de dader bij een misdrijf of sommige overtredingen, zoals:
  • souteneurschap (=pooierschap),
  • bedelarij,
  • landloperij, of
  • dronkenschap.

Voorts moest op goede gronden worden aangenomen dat de dader door zijn psychische stoornis een onaanvaardbaar gevaar voor de maatschappij opleverde. De wet beoogde zware misdadigers met een psychische stoornis onschadelijk te maken, ter bescherming en beveiliging van de maatschappij.

De t.b.st. kon zowel onvoorwaardelijk als voorwaardelijk zijn. Bij de voorwaardelijke tbr noopte het belang van de openbare orde niet terstond tot verwijdering van de maatschappij. De gevaarlijkheid van de delinquent was maatschappelijk gezien nog niet onaanvaardbaar. Alternatieven zoals extramurale behandeling en begeleiding volstonden nog. Bij de voorwaardelijke tbr was er een stok achter de deur. De voorwaardelijke werd niet uitgevoerd, als de dader aan de in het vonnis opgelegde voorwaarden voldeed, maar als hij over de scheef ging kon de voorwaardelijke tbr alsnog worden omgezet in de onvoorwaardelijke tbr.

De onvoorwaardelijk ter beschikkinggestelde kon verpleegd worden in een daartoe bestemd rijksasiel, in een particuliere inrichting of in een gezin, meestal onder leiding van een gesticht. De keuze van de inrichting werd mede bepaald door de aard van de afwijking of de stoornis, de godsdienstige overtuiging en de achtergrond van de dader.

De t.b.st. werd telkens voor de duur van 2 jaar uitgesproken en kon nadien voor telkens ten hoogste 2 jaar worden verlengd. In die zin ging het hier dus om een straf van onbepaalde duur, ofschoon het formeel om een 'maatregel' ging. De geneeskundig leider van het asiel of gesticht kon op een gegeven ogenblik bepalen dat het gewenste resultaat was bereikt, zodat verpleging (intramurale behandeling) niet langer nodig was en toegewerkt kon worden aan terugkeer in de maatschappij. De ter beschikkingstelling kon dan voorwaardelijk worden opgeheven, waarbij de voorwaardelijk onthevene een 'patroon tot hulp en steun' kreeg toegewezen. De terbeschikking gestelden waren daarmee overgeleverd aan het pychiatersgilde, die adviseerden over verlenging van de maatregel die de facto levenslang kon duren. Door tijdgenoten werd de maatregel overigens eerder als verzachting van de strafrechtspraktijk voorgesteld, dan als een verharding. 'Geestelijk minderwaardigen' werden nu immers verpleegd en behandeld. Dat de maatregel milder was dan een gewone straf, werd met kracht ontkend door psychiater Van der Hoeven in 1941. De maatregel duurde langer, was strenger en bij een gewone gevangenisstraf had de veroordeelde ten minste zekerheid omtrent zijn einddatum.

De officier van justitie van het arrondissement waar de voorwaardelijk ter beschikkinggestelde of voorwaardelijk onthevene respectievelijk woonde of zich ging vestigen, was eindverantwoordelijk voor het toezicht. De patroontoezichthouder - belast met de uitvoering van het toezicht - hield de officier van justitie op de hoogte van het verloop van het contact met de ondertoezichtgestelde. Deze toezichthouder kon een particuliere reclasseringsinstelling, zoals de Protestantsch Christelijke Reclasseeringsvereeniging (PCRV) of de Roomsch Katholieke Reclasseeringsvereeniging (RKRV), of een rijksreclasseringsambtenaar zijn. Bij overtreding van de voorwaarden, kon de ondertoezichtgestelde worden aangehouden, waarbij als uiterste consequentie de voorwaardelijk ter beschikkinggestelde alsnog in een inrichting werd geplaatst en de voorwaardelijk onthevene kon worden teruggeplaatst in het asiel of de inrichting waar hij eerder behandeld was.

Niets is meer onberekenbaar dan deze soort menschen
"Niets is meer onberekenbaar dan deze soort menschen, die op grond van hun gestoord en onevenwichtig affectleven tot alle verassingen aanleiding kunnen geven. De ups en downs zijn bij dit werk niet van de lucht. Waar men zoo langzaam aan bij een bepaald geval op succes begint te hopen, komt plotseling een terugval en waar men soms alles verloren waant, treedt een plotselinge onberekenbare verbetering in." (Uit het jaarverslag van de RKRV 1939)

Het begeleiden van voorwaardelijk uit de verpleging ontslagenen door de reclassering

Het terugplaatsen in de maatschappij van psychopaten die voorwaardelijk uit de verpleging zijn ontslagen, was voor de reclassering geen sinecure. De reclasseringsinstelling die de uitvoering van het toezicht op zich moest nemen, moest zorg dragen voor de volgende zaken:
  • een geschikt maatschappelijk en huiselijk milieu;
  • waar de ondertoezichtgestelde (otg) zich kon aanpassen en waar hij niet direct in de verleiding zou worden gebracht om nieuwe delicten te plegen of zich anderszins te misdragen; en
  • waar hij, indien mogelijk, in zijn eigen onderhoud kon voorzien of althans een zinvolle dagbesteding had.

Terugplaatsing in het gezin

In de praktijk werden jeugdig ontslagenen veelal bij hun ouders teruggeplaatst. Doch als het gezinsmilieu van de otg bestond uit personen die zich niet gedragen naar algemeen geldende normen van moraal en fatsoen, dan kon het zijn dat terugplaatsing in het ouderlijk gezin niet doorging.

Getrouwde mannen konden alleen terug naar hun vrouw en hun gezin, als er door de reclassering naar aanleiding van een onderzoek naar het thuismilieu positief was geadviseerd. Soms werd de reclassering echter voor een voldongen feit gesteld en werd zij belast met het toezicht van een voorwaardelijk ontslagene voordat zij onderzoek had kunnen verrichten. Zo werd de RKRV in 1933 onverwachts belast met een psychopaat die terugging naar zijn gezin. Zijn vrouw stond echter ongunstig bekend en twee van zijn kinderen stonden reeds onder toezicht. In het jaarverslag van de RKRV over het jaar 1933 lezen we: "De man houdt zich zoo goed en zoo kwaad als het gaat aan de voorwaarden. Het is echter onmogelijk hem maatschappij-fähig te maken." Voorts was het de vraag in hoeverre hij zijn vaderplichten goed vervulde. Er werden door de reclassering pogingen ondernomen de kinderen elders opgenomen te krijgen, waar voor hun opvoerding zou worden gezorgd.

De situatie van de kinderen was in iedere situatie voor de reclassering een belangrijk aandachtspunt. De reclassering behartigde in ieder geval, zo lezen we in het jaarverslag, het belang van de kinderen mede en bij het al of niet aanvaarden van een nieuw geval en bij het al of niet uitbrengen van een overtredingsrapport naar de officier van justitie, hield zij rekening met de belangrijke omstandigheid of zo'n persoon niet de opvoeding van zijn kinderen verwaarloosde of benadeelde.

Er was ook de gemeenteambtenaar van wie het gezin hem niet terugwilde. Juist om deze reden verliep zijn re-integratie voorspoedig: "De man houdt zich nu uitstekend en onderhoudt zijn gezin, dat zich elders gevestigd heeft, omdat het niet met hem samen wilde wonen." Als we een kijkje nemen in de reden dat hij werd opgenomen in een gesticht, dan kunnen we het gezin geen ongelijk geven. Hij kwam na forse alcoholinname tot woedeaanvallen, waarbij hij "als een dolle om zich heen slaat". Hij sprak vooral duchtig de fles aan bij gilde- en schuttersfeesten. Ook leed hij aan vervolgings- en betrekkingswaan. Over zijn achtergronden werd verder vermeld dat hij uit een huwelijk stamde van een zwakzinnige moeder en vader, die "minstens 2 malen krankzinnig geweest is''. It runs in the family, zullen we maar zeggen.

Een kosthuis

Er waren ook voorwaardelijk uit de verpleging ontslagenen die geen gezin hadden om naar terug te keren. Er moest dan door de reclassering een kosthuis gezocht worden, in de omgeving waar men werk gevonden had voor de ontslagene. Het vinden van een geschikt kosthuis was geen eenvoudige opgave. Nette kosthuizen in overvloed, dat was het probleem niet. Doch een kosthuis te vinden voor een psychopaat, vergde veel werk en vooral doorzettingsvermogen. Waar moest zo'n kosthuis zoal aan voldoen? we noemen:
  • Dikwijls mochten er geen kleine kinderen aanwezig zijn, vooral niet als de otg veroordeeld was voor ontucht;
  • Het kosthuis moest alcoholvrij zijn;
  • Het kosthuis moest zich bevinden in een gepaste omgeving en niet in een criminele of onzedelijke buurt;
  • De kostbaas of kostjuffrouw moest men kunnen vertrouwen, wanneer de toezichthouder naar het gaan en komen van de otg zou informeren.

Dat laatste - de kostbaas kunnen vertrouwen - viel soms bitter tegen. Soms kneep de kostbaas een oogje dicht om zodoende het kostgeld niet te verliezen en vertelde hij de toezichthouder niet dat zijn pupil laat thuiskwam of dat hij minder passend bezoek ontving. Ook waren er kostbazen die er niet zo'n probleem in zagen dat de pupil zo nu en dan een glaasje bier dronk. Dat moest toch kunnen. Doch figuren als de eerder genoemde gemeenteambtenaar houden het niet bij een enkel glaasje. Of neem D., geboren in 1908, veroordeeld tot 6 maanden voorwaardelijk en t.b.st. wegens het stelen van vee uit de weide. Hij werd gekenschetst als een "hysterische, sadomasochistische psychopaath". In 1933 werd hij voorwaardelijk ontslagen en kwam hij onder toezicht van de reclassering te staan. Hij maakte reeds op jeugdige leeftijd misbruik van drank en is vrijwel intolerant ten opzichte van alcohol. Als hij dronken is, dan "gaat hij te keer als een beest," aldus het eerder aangehaalde jaarverslag. Zo iemand wil je niet met een glas bier in de hand zien.

Niet gemakkelijk een kosthuis te vinden
"Neen, het is niet gemakkelijk voor een derde een kosthuis te vinden, waar de pupil ook passend huiselijk verkeer zal vinden. Niet iedereen is genegen een verdoold individu, dat teveel van de wereld zag, in zijn huiselijken kring op te nemen; en zeker niet, degenen die het meest geschikt er voor geacht worden." (Jaarverslag over het jaar 1933 van de RKRV).

Alcohol

Indertijd was bij iedere 'psychopaath-reclassent' als bijzondere voorwaarde opgenomen dat hij zich niet mocht ophouden in een lokaal waar alcoholhoudende dranken werden verstrekt, zogenaamde dranklokalen. Een ondertoezichtgestelde gaf van 'een overmaat van sluwheid' blijk, door te menen dat deze bijzondere voorwaarde bezoek aan danslokalen niet uitsloot. Bovendien wist deze ondertoezichtgestelde zich in zijn kosthuis op bier te trakteren.

Een andere reclassent was door de plaatselijke politie op een zogenaamde 'zwarte lijst' geplaatst, waardoor het aan de caféhouders verboden was hem alcoholhoudende drank te verstrekken. Maar de man was niet voor één gat te vangen en hij zag kans buiten zijn gemeente cafés te bezoeken, als hij familieleden bezocht of de behandelend psychiater. Hij werd hiervoor berispt door de officier van justitie. Overigens werd hij niet voor niets door de plaatselijke politieautoriteit op een zwarte lijst geplaatst. Betrokkene kwam uit een nest waar beide ouders dronken en hijzelf kon ook drinken als een kalenderbroeder. Hij kwam herhaaldelijk met politie en justitie in aanraking voor openbare dronkenschap en vechten. Bij iedere moeilijkheid en tegenslag sloeg hij aan het drinken, werd dan zeer driftig en stond spoedig gereed met het mes.

Alcoholisme en criminaliteit
"Prof. Pompe zei in zijn radiorede: 'Bij het statistisch onderzoek nu naar het verband van criminaliteit en alcoholisme, hebben talrijke statistieken (...) een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gegeven aan de stelling, dat een bepaald soort criminaliteit, genoemd de agressieve of geweldscriminaliteit in belangrijke mate bevroderd wordt door een bepaald soort alcoholisme en wel door de dronkenschap.'

Terwijl Mr. J. v.d. Hoeven er aan toevoegt: 'De drank heeft een grooten invloed op de z.g. zedendelicten. De alcohol in zijn eersten uitwerking versterkt de geslachtsdrift, verlamt echter de werking der hersenen en onderdrukt de natuurlijke beperkingen, opgelegd door eergevoel, plichtsbesef, verstand, overleg, herinnering. Gevolg: openbare schennis der eerbaarheid, aanranding van vrouwen en meisjes.' (Uit het jaarverslag over 1939)

Resocialisatie

De reclassent moest (weer) opgenomen worden in het maatschappelijk verkeer. De reclassent verstond hier doorgaans onder het bezoek van cafés en dergelijke huizen van vertier. Het moge duidelijk zijn dat de reclasseerder dit er juist niet onder verstond. Een voorwaardelijk onthevene moest zich leren aanpassen aan het maatschappelijk verkeer en dat bleef meestal beperkt tot het leren voorzien in eigen onderhoud en tot het beoefenen van een gepaste ontspanning. Verpozing kon gezocht worden in een geheelonthouderslokaal of bij een Sobriëtasvereniging, een RK vereniging tegen alcoholisme. Priester en sociaal pionier mr. A.W.K. Ariëns (1860-1928) stichtte in 1895 een katholieke drankbestrijdingorganisatie, waaruit de nationale vereniging 'Sobriëtas' (=matigheid) zou voortkomen. Sobriëtas exploiteerde alcoholvrije lokaliteiten, alwaar de leden zich konden recupereren zonder beneveld te raken.

In het jaarverslag van de RKRV wordt verzucht dat alcoholvrije lokaliteiten helaas niet in iedere plaats aanwezig zijn. Men kon dan denken aan een gymnastiekvereniging, maar niet iedereen doet aan gymnastiek. Andere vrijetijdsverenigingen zoals fanfares en harmonies hadden als nadeel dat er gedronken werd en dat was verboden voor de reclassent. Alcoholvrije muziekverenigingen bestonden er nauwelijks. En sport- en voetbalclubs? Het jaarverslag 1933 vermeldt: "Een jonge man bracht uit het asyl verschillende athletiek prijzen mee. Hij werd bij een landbouwer geplaatst, en het bestuur van de voetbalclub ter plaatse verwaardigde zich hem uit te noodigen lid te worden. Hij weigerde evenwel, en terecht, want deze club vierde iedere overwinning en nederlaag met het heldenkweekende gerstennat." Desalniettemin sprak uit zijn voorgeschiedenis geen misbruik van alcohol en zijn delicten waren niet alcoholgerelateerd (desertie, oplichting en diefstal), maar voor iedere reclassent gold de regel dat ze geen alcohol mochten nuttigen. Ook moesten ze zich verre houden van plaatsen waar alcohol werd geschonken.

Bekwame medewerkers

Het werk van de reclassering met psychopaten verschilde van het gangbare reclasseringswerk toentertijd. Niet alleen om de psychiatrisch deskundige behandeling en nazorg, maar ook in sociaal opzicht. Er wordt in de jaarverslagen gesteld dat wie toezicht wil houden op een psychopaat, over meer dan gewone reclasseringscapaciteiten moet beschikken, én van hart én van hoofd. Het ging om toegewijde en ervaren reclasseerders die de moed niet snel verliezen en over een lange adem beschikten, zodat zelfs gevallen die 'met vreeze werden aanvaard', dankzij deze bekwame toezichthouders buiten verwachting gunstig verliepen.

Gevalsbeschrijvingen van voorwaardelijk uit de terbeschikkingstelling ontslagen psychopaten

Het betreft gevalsbeschrijvingen en casussen van de RKRV gedurende de jaren '30 van de twintigste eeuw. Het werk van de RKRV bestond uit het geven van advies, het houden van toezicht, doch bovenal uit het pogen een werkkring en onderdak te vinden.

C.A. v.d. H., geb. 1895: ontucht met een minderjarige jongen (uit het jaarverslag 1933)

Betrokkene heeft reeds meerdere vonnissen achter de rug, respectievelijk voor desertie, vernieling, medeplichtigheid aan diefstal, openbare schennis der eerbaarheid en oplichting. Diagnose: debiele psychopaat. (Debiliteit wordt thans 'licht verstandelijke beperking' of 'milde retardatie' genoemd. Het gaat om mensen met een IQ van 50 tot 70.)

Hij leerde op school slecht, bleef vaak zitten, wisselde na school herhaaldelijk van patroon, liep in militaire dienst veel straf op, werd afgekeurd wegens hysterie (thans verouderde term voor een verzameling stoornissen met een uiteenlopend, veelal theatraal gepresenteerd, klachtenpatroon). Vertoonde in de gevangenis of in het huis van bewaring meerdere malen geestesstoornissen, die plaatsing in de bijzondere strafgevangenis noodzakelijk maakte. In de laatste vier jaar bovendien TBC in de heup. In de asielen is hij in het begin lui en brutaal en hij tracht zich aan het werk te onttrekken en hij gebruikt daarvoor zijn zieke heup als excuus.

Na verlenging van de t.b.st. gaat het allengs beter en aangezien hij in de beide asielen geen spoor van homoseksualiteit vertoond heeft, wordt besloten hem te aanvaarden voor toezicht in het kader van voorwaardelijke ontheffing van de verpleging. Hij wordt bij zijn ouders ondergebracht, waarvoor zij een geringe vergoeding krijgen totdat hij emplooi gevonden heeft en dat was geen eenvoudige opgave gezien de werkeloosheid indertijd.

R., geb. 1890: 6 mnd. en t.b.st. voor diefstal van een rijwiel (uit het jaarverslag 1933)

Betrokkene is reeds 19 maal veroordeeld wegens diefstal, heling en landloperij. Diagnose: imbeciele psychopaat, welke na een paar ooroperaties sterk achteruit is gegaan.

Hij leed aan bedwateren en leerde op school slecht, vooral rekenen was voor hem een niet te leren kunst. Hij werd zeer goed opgevoed, bleef tot zijn 16e jaar op school, nadien wordt getracht hem een vak te leren, hetgeen mislukt. Gaandeweg ontwikkelt zich bij hem een neiging tot zwerven, zodat hij vaak geheel uitgeput en verarmd bij zijn vader aankomt.

Tijdens de eerste wereldoorlog maakt hij zijn erfenis op en door zijn zwerven komt hij dan vaak aan boord van schepen, waar hij dienst doet en die hij vaak op voor hem zeer nadelige wijze, met achterlating van loon en kleren, verlaat.

Hij wordt eerst verpleegd in de gezinsverpleging te Vught, wat na enige maanden mislukt en hij in het Rijksayl wordt geplaatst. Hij kon onder scherp toezicht geplaatst worden als portier in een religieuze inrichting. Wegens wangedrag is het voorwaardelijk ontslag ingetrokken. Binnen de veilige structuur van de inrichting functioneert hij echter goed.

R., geb. 1909: 1 maand en t.b.st. wegens openbare schennis der eerbaarheid (uit het jaarverslag 1933)

Reeds 2 vonnissen van 6 maanden voorwaardelijke tuchtschool en 3 maanden gevangenisstraf wegens respectievelijk verduistering en openbare schennis. Diagnose: debiele psychopaat met sterke drang tot exhibioneren. Hij is ook reeds in de Rijksopvoedingsgestichten te Doetinchem en Avereest voor exhibioneren.

R. leerde op school slecht, na school enige jaren bij Philips, waar hij wegens diefstal (die niet vervolgd werd) ontslagen werd. Langzamerhand krijgt hij bij zijn onanie (masturbatie) fantasieën dat meisjes het zagen tot hij opzettelijk begon te exhibioneren en zich een sterke dwang in die richting ontwikkelde, waarbij het merkwaardige is, dat hij verloofd is.

In asiels heeft hij door het gemis aan prikkels (het zien van meisjes) geen enkele neiging tot masturbatie. Waar R. telkens weer onmiddellijk na zijn ontslag uit gevangenis of tuchtschool begonnen is te exhibioneren, op de meest onvoorzichtige wijze, zodat hier van een zware dwang gesproken moet worden, heeft de reclassering gemeend haar medewerking te moeten onthouden.

Werklozen in een stempellokaal in Amsterdam-Noord, 1933 / Bron: Nationaal Archief, Wikimedia Commons (Flickr Commons)Werklozen in een stempellokaal in Amsterdam-Noord, 1933 / Bron: Nationaal Archief, Wikimedia Commons (Flickr Commons)
De crisisjaren of de grote depressie
De jaren 1929-1940 worden ook wel aangeduid als 'de crisisjaren' of als 'de grote depressie'. De periode wordt gekenmerkt door een lange periode van krimp in de economie en van grote werkloosheid. De crisis begon na de 'Beurskrach', in oktober 1929 in de Verenigde Staten. All snel waarde de crisis als een spook de hele wereld rond.

Het aantal werklozen in Nederland bedroeg in 1930 ongeveer 100.000 en steeg naar een hoogtepunt van 480.000 in 1936. Daarna daalde het aantal werklozen, deslniettemin bleven honderdduizenden mensen tot in de tweede wereldoorlog werkloos. Nog nooit had de werkloosheid in Nederland zo'n omvang bereikt en nog nooit hield de ellende zo lang aan.

De regering besloot de werklozen een geringe financiële ondersteuning te geven. Deze steun was niet te hoog, want daar zouden de werklozen lui van worden, zo was de gedachte. Van de steun kon men net de huur en een eenvoudige maaltijd betalen. Voor uitgaan, sport of kleren was geen geld. Werklozen moesten ze één of twee keer per dag een stempel halen in een stempellokaal. Dit moest voorkomen dat ze zwart zouden gaan werken. Ook konden werklozen gedwongen worden in de werkverschaffing te werken: sloten graven of dijken aanleggen.

Z., 31 jaar: 8 mnd. voorwaardelijke veroordeling en t.b.st. wegens het plegen van ontucht (uit het jaarverslag 1931)

Het gaat om mutuele onanie met jongens van 9-11 jaar. Hij is reeds tweemaal voor dezelfde feiten veroordeeld. Bovendien meerdere malen verdacht, maar wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten.

Betrokkene is een goed goudsmid, die goed zijn brood kan verdienen. Goed intellect, geen stoornissen, geen erfelijke belasting, pleegt vanaf jeugd voortdurend ontucht, wat echter door zijn goed intellect niet uitkwam. Zijn geslachtsdrift wordt alleen door jongens, niet door meisjes, vrouwen of mannen geprikkeld. Hij ziet het abnormale van zijn gedrag in, beschouwt het als een ziekte, waarvan hij graag genezen wil worden. In het asiel blijkt scherp toezicht nodig. later beleeft hij zijn godsdienst ernstiger en ziet hij in, dat hij zich te beheersen heeft.

Dit geval meenden wij niet zonder meer te kunnen aanvaarden en werd op ons advies eerst met prof. Carp te Leiden overleg gepleegd, welke opneming in de Rijkskliniek te Leiden adviseerde voor psychoanalytische behandeling. Hiertoe is overgegaan. Doch later bleek dat Z. zich tegen uitdrukkelijk verbod, met een jongen naar de bioscoop is gegaan en hij werd daar aangetroffen met de hand op diens knie. Hoewel zeer waarschijnlijk geen ontucht gepleegd werd, is Z. toch weer naar het asiel overgeplaatst.

H.J.C.W. v. U., geb. 1908: 4 mnd. gev. straf en t.b.st. wegens mishandeling, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven en huisvredebreuk (uit het jaarverslag 1936)

Betrokkene is ongehuwd, schipper. Reeds eerder veroordeeld wegens mishandeling. Debiele psychopaat, hoofd van een bende opgeschoten jongens, die de gemeente terroriseren. Sinds hij daar weg is, is de toestand daar belangrijk verbeterd.

Hij is zweer zwaar gebouwd en zeer sterk, zit in het huis van bewaring meestal lobbesachtig te lachen. Lichamelijk zijn behalve zijn linkszijdige doofheid geen afwijkingen. Verstandelijk peil laag. Hij is één van een tweeling, welke de oudste zijn uit een gezin van 5 kinderen. De moeder en de zuster schijnen zich te prostitueren.

In het asiel is hij een apathische, indolente, logge, trage man; spreekt langzaam, lacht voortdurend dom vriendelijk. Wordt veel geplaagd, maar reageert daar niet op, geeft geen last. Zit bij voorkeur te suffen en eet zeer veel.

Werd in juli 1936 voorwaardelijk ontslagen en kwam bij zijn moeder op het schip. Uiteraard is de controle in de gegeven omstandigheden zeer moeilijk. Afgesproken is, dat men ons steeds direct kennis geeft als het schip van ligplaats verandert met opgave van het nieuwe adres. Dit gebeurt steeds correct en maakt het mogelijk zo nu en dan eens zogenaamde steekproeven te nemen. Voor zover valt na te gaan, gedraagt betrokkene zich goed.

K.G.H., geb. 1880: 4 mnd. gevangenisstraf en t.b.st. terzake exhibionisme (uit het jaarverslag 1936)

Betrokkene is ongehuwd en venter van beroep. Hij werd reeds 9 maal veroordeeld wegens bedelarij, landloperij, oplichting en openbare schennis der eerbaarheid.

Vader potator (=dronkaard), stierf op 70-jarigen leeftijd in een krankzinnigengesticht. Moeder overleed op 60 jaar. Twee broers gesitueerde werklieden. Een zuster leed aan enuresis nocturna (bedwateren). Lagere school van 6-14 jaar, doubleerde eenmaal, leed aan enuresis tot 12 à 14 jaar. Eerste vonnis 1903 voor exhibionisme.

was in zijn jeugd geheelonthouder en gebruikte ook later zeer weinig alcohol. Heeft waarschijnlijk een encephalitis (slaapziekte) gehad, is daardoor links slecht ontwikkeld. Het intellect is vrij goed. Psychisch echter vertoont hij afwijkingen in de seksualiteit (sterk gebonden aan jongens) en neiging tot exhibioneren. Hij is bovendien lastig en wispelturig met neiging tot melancholische buien. Hij heeft thuis een zeer slechte behandeling ondergaan. Er werd steeds op hem gevit. In het asiel driegt hij af en toe met zelfmoord.

In september 1935 castratie met volle toestemming zijnerzijds en operatie van een dubbelzijdige breuk. Nadien werd hij zeer veel rustiger en evenwichtiger.

Hij werd in maart 1936 voorwaardelijk ontslagen en geplaatst in een inrichting. Het toezicht kwam aan de RKRV opgedragen. Dit verloopt niet altijd even goed. Hij lijdt aan zelfoverschatting: hij weet alles zelf het best. Dit geeft wel eens conflicten met medepatiënten. Op zedelijk gebied gebeuren er geen onregelmatigheden. Na zijn castratie is de seksuele drang minder sterk en komt zelden meer voor. Erectie is niet meer voorgekomen. De toezichthoudende psychiater heeft geen bijzondere neigingen bemerkt en noemt het resultaat schitterend.

L. Br., geb. 1886: 3 mnd. gevangenisstraf en t.b.st. voor exhibionisme (uit het jaarverslag 1936)

In 1913 voorwaardelijk ontslagen uit de t.b.st. en onder toezicht van de reclassering gesteld. Reeds zijn 16 vonnissen voor diefstal, heling, weerspannigheid, vernieling, oplichting en schennis der eerbaarheid voorafgegaan. Betrokkene is ongehuwd, sjouwer van beroep.

Betrokkene was als kind al seksueel agressief tegen meisjes, later vooral als hij dronken was. Leerde als kind zeer slecht, bracht het niet verder dan de vierde klas van de lagere school. Na schooltijd werkte hij op een instrumentenfabriek, maar werd na vier jaar ontslagen om zijn plaagzucht en onhebbelijkheid. Begin op 17-jarigen leeftijd te drinken, kreeg in militaire dienst veel straf, vestigde zich na zijn diensttijd te Rotterdam, waar hij geregeld zeer veel dronk. Hij kent geen schaamtegevoel of berouw en is zeer cynisch. Hij is door zeer brutaal ontkennen vaak vrij gekomen na beschuldiging van exhibionisme.

Werd op ons voorstel in mei 1936 voorwaardelijk ontslagen en tewerkgesteld bij de wegenbouw. Hoewel hij, voor wat zijn werk betreft, wel voldeed, ontsloeg men hem toch reeds na enkele weken, zulks omreden hij steeds brutaal was tegen de opzichter en daarbij zijn medearbeiders opruide. Er is veel moeite gedaan ander werk voor hem te vinden, maar men wil hem eenvoudigweg niet hebben. Hij staat bekend als een lastpak, altijd ontevreden en verregaand brutaal.

In zijn kosthuis wil men hem ook niet langer houden. Reeds tweemaal is hij stomdronken thuisgekomen en slaat dan de gemeenste taal uit. Niets deugt er meer en hij verkondigt allerlei lastertaal. Een ander geschikt kosthuis is niet te vinden en stuit op allerlei moeilijkheden.

Het is niet doenlijk regelmatig controle uit te oefenen. tengevolge van een en ander dreigt zijn voorwaardelijke ontslag op een fiasco uit te lopen en wordt het beter geacht hem weer in het asiel te laten opnemen. Hij behoort tot de maatschappelijk ongeschikten. in augustus 1936 werd het voorwaardelijk ontslag herroepen en betrokkene in het asiel teruggeplaatst.

De resocialisatie van psychopaten
"De zorg voor deze menschen [psychopaten], het aangeven en toepassen van middelen voor hun levensgedrag heeft geen ander doel dan hen, niettegenstaande hun min of meer abnormale psyche, te maken, te behouden tot behoorlijke leden der maatschappij, voorzoover dit, gezien hun geestelijke abnormaliteit, mogelijk is. Het is dus 'n soort heilpsychologie toepassen, waarin de toezichthouder niet den psychiater spelen mag, doch waarin hij toch voor dezen een krachtige en onmisbare steun kan en moet zijn." ( (Uit het jaarverslag over 1937)

A.B., geb. 1873: 6 mnd. gevangenisstraf en t.b.st. voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar wegens het plegen van ontuchtige handelingen moet iemand beneden de leeftijd van 16 jaar (uit het jaarverslag 1937)

Betrokkene is gehuwd en arbeider van beroep. Werd heel vroeger veroordeeld voor respectievelijk vernieling en mishandeling. deze laatste straf valt in 1900. Eerst 23 jaar later volgt een vonnis voor openbare schennis der eerbaarheid; in 1926 voor ontucht met minderjarigen en in 1928 en 1936 voor openbare schennis; het laatste vonnis was een voorwaardelijk.

Op 25-jarigen leeftijd huwde betrokkene met een vrouw van 40 jaar, dus 15 jaar ouder. Haar huwelijk met hem was het derde, dat zij sloot. Zij had toen 13 kinderen gehad. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen voortgekomen. De vrouw is door reumatiek thans hulpbehoevend en daar al haar kinderen uit huis zijn, is zij op de hulp van haar man aangewezen. Op deze wijze is hij min of meer aan huis gebonden.

Eerst 15 jaar na zijn huwelijk kwam het eerste vonnis voor een zedendelict. Voor zijn huwelijk heeft de man wel met andere vrouwen vleselijke gemeenschap gehad. Dronk in zijn jonge jaren heel veel en ook in de eerste jaren van zijn huwelijk. Sinds enkele jaren gebruikt hij totaal geen sterke drank meer. Zijn vrouw heeft ene goede invloed op hem. Hij gedraagt zich nu uitstekend. Hij bezoekt regelmatig het consultatiebureau der Prov. Commissie voor geestelijke Volksgezondheid. Dit is hem ondermeer als bijzondere voorwaarde opgelegd.

J.C.J., geb. 1913: t.b.st. wegens afpersing onder bedreiging en diefstal (uit het jaarverslag 1936)

Feit: afpersing onder bedreiging met een tabakspijp, die hij het uiterlijk van een revolver had gegeven, en diefstal. Werd in mei 1934 voorwaardelijk ontslagen.

Voorgegeven werd, dat hij bij zijn broer aan het werk kon komen, doch dit bleek niet zo te zijn. Kwam toen bij zijn ouders thuis. Tot einde 1935 werkte hij, met lange tussenpozen van werkloosheid, dan hier dan daar. Zijn gedrag was over het algemeen goed. Wel klaagden zijn ouders meermalen, dat zij voor hun zoon, die geen inkomsten had, geen ondersteuning kregen. Betrokkene onderstreepte deze klacht meer dan eens.

Pogingen werden aangewend bij de gemeente om betrokkene in de werkverschaffing te plaatsen, dan wel hem enige ondersteuning te verstrekken. De werkverschaffing was een methode van armenzorg waarbij de armen te werk werden gesteld en waarmee aldus de kosten van uitkeringen gedrukt konden worden. De werkverschaffing nam in ons land vooral grote vormen aan in de jaren '20 en '30 van de 20e eeuw. De gemeente ging niet op deze verzoeken in, omdat de ouders financieel zeer wel in staat zouden zijn hun zoon te onderhouden.

Betrokkene wordt prikkelbaarder, ontevreden en onverschillig. Hij is niet te spreken over de verlenging van zijn t.b.stelling. Uiteindelijk lukt het om in overleg met de gemeente waar hij woont, in een jeugdwerklozenkamp geplaatst. Hij wil hier echter niets van weten en hij is dor niemand te bewegen om daarheen te gaan. Een en ander wordt aan het Departement medegedeeld. na een harerzijds ingesteld onderzoek komt men tot de conclusie, dat het in het onderhavige geval beter is de verpleging van regeringswege definitief te beëindigen. Aldus geschiedt bij Ministerieel Besluit van september 1936. Dit geval dient als twijfelachtig te worden aangemerkt.

Het kwaad dat werkloosheid heet
"Het afgeloopen jaar kan niet tot de gunstige gerekend worden. Toewijding was er genoeg - niet minder gelegenheid om te praesteren. En toch ging het niet, zooals het zijn moest. Hoe zoo dat?
De funest werkende kwaal der werkeloosheid was ook op dit maatschappelijk terein bij uitstek belemmerend.
Kan het ook anders?
Ledigheid bevordert de misdaad en arbeid is onontbeerlijk voor een deugdelijke reclasseering." (Jaarverslag over het jaar 1929 van de RKRV).

Lees verder

© 2010 - 2019 Tartuffel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Psychopathie nader bekekenPsychopathie nader bekekenDe term 'psychopaat' spreekt vele mensen tot de verbeelding. Jammer alleen dat zij vaak het beeld voor ogen hebben dat f…
Waarom een psychopaat kan bedriegen zonder spijtDe meeste mensen voelen zich schuldig als ze iets gedaan hebben wat in strijd is met hun geweten. Maar psychopaten kunne…
Signalering van een psychopaatSignalering van een psychopaatPsychopathie wordt gekenmerkt door het ontbreken van enige vorm van empathie, het is in tegenstelling tot wat veel mense…
De ergste psychopaten uit de geschiedenisDe ergste psychopaten uit de geschiedenisWie het woord 'psychopaat' hoort, denkt al snel aan koelbloedige moordenaars die met alle soorten van genoegen hun slag…
Psychopathie en de Hare checklist (PCL-R)Bij het woord psychopaat denken we meestal aan de kille moordenaar die zijn slachtoffer met zichtbaar plezier op een gru…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Momentmal, Pixabay (bewerkt)
  • http://entoen.nu/crisisjaren (voor de laatste keer geraadpleegd op 6 februari 2010)
  • http://www.justitie.nl/onderwerpen/straf_en_boete/tbs/geschiedenis (voor de laatste keer geraadpleegd op 15 februari 2010)
  • Herman Franke: Twee eeuwen gevangen - Misdaad en straf in Nederland; Spectrum, Utrecht, 1999.
  • Mr.dr. E.J. Hofstee: TBS; Kluwer, 2003.
  • Rijksuniversiteit Groningen - Particuliere reclassering en overheid in Nederland sinds 1823 - Proefschrift ter verkrijging van het doctoraat in de Letteren aan de Rijksuniversiteit Groningen op gezag van de Rector Magnificus Dr F. van der Woude - in het openbaar te verdedigen op donderdag 18 januari 1996 des namiddags te 4.00 uur door Jean-Paul Heinrich geboren op 5 juni 1967 te ís-Gravenhage.
  • R.K. Reclasseeringsvereeniging: Jaarverslag over het jaar 1929, 1931, 1933, 1936, 1937, 1938 en 1939; Uitgave Centraal Bureau 's-Hertogenbosch.
  • Afbeelding bron 1: DN-0087599, Chicago Daily News negatives collection, Chicago Historical Society., Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: Nationaal Archief, Wikimedia Commons (Flickr Commons)

Reageer op het artikel "Begeleiding van psychopaten door de reclassering jaren '30"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Tartuffel
Laatste update: 15-02-2019
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Sociaal cultureel
Special: Reclassering
Bronnen en referenties: 9
Schrijf mee!