InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Pedagogiek > Een kind opvoeden tot autonomie: de weg naar zelfstandigheid

Een kind opvoeden tot autonomie: de weg naar zelfstandigheid

Een kind opvoeden tot autonomie: de weg naar zelfstandigheid De behoefte aan zelfstandigheid is een aangeboren behoefte van elk mens. En ook opvoeders willen eigenlijk allemaal dat hun kind zich later zelfstandig kan redden in de maatschappij. Ze hopen dan ook dat ze hun kind opvoeden tot autonomie. Kun je dit beïnvloeden als opvoeder? Wat moet je daar als opvoeder voor doen? Of juist laten?

Opvoedingsstijl: verschil in warmte, structuur en autonomieondersteuning

Opvoeders verschillen van elkaar in hun opvoeding als het gaat om de drie belangrijkste dimensies van opvoeden: warmte versus afstandelijk opvoeden, structuur bieden versus chaotisch opvoeden en autonomieondersteuning versus dwingend opvoeden.

Warmte versus afstand
Warmte geven betekent affectie en liefde tonen, respect en waardering hebben voor je kind en begrip en vriendelijkheid uitstralen naar je kind. Een meer afstandelijke stijl van opvoeden betekent dat je minder laat zien dat je van iemand houdt, je toont je gevoelens en emoties minder.

Structuur versus chaos
Structuur gaat over het stellen van grenzen, door verwachtingen te uiten en regels op te stellen en verwijst naar het hebben van een vast ritme voor het gezin. Met chaos wordt bedoeld het toegeeflijk zijn naar je kind toe, dat wil zeggen geen vaste en duidelijke grenzen stellen, weinig ritme en structuur in de dag en bijvoorbeeld geen vast ochtend- of bedritueel.

Autonomie versus controle
Autonomieondersteuning betekent dat je mee kan gaan in het perspectief van je kind en je kind ruimte voor initiatief laat. Je moedigt hierbij het maken van eigen keuzes en beslissingen aan. Wanneer je een meer dwingende of controlerende opvoedingsstijl hebt dan ben je meer bepalend als het gaat om je kind en heeft je kind minder vrijheid om dingen zelf te ontdekken.

Opvoedingsstijlen

Een warme opvoeding met veel autonomieondersteuning en weinig structuur, de kenmerken van een laissez-faire opvoeding, staat tegenover een opvoeding met veel regels en structuur, het meer controlerend opvoeden van het kind en het weinig uiten van warmte en liefde naar het kind, de zogenaamde autoritaire opvoeding. Daar tussenin bestaan allerlei mengvormen.

Ook binnen hetzelfde gezin kunnen opvoeders een andere opvoedingsstijl hanteren, op basis van de eigen opvoeding als kind, het temperament en de persoonlijkheid, de visie op opvoeding, enzovoorts. Van dag tot dag kan de opvoedingsstijl enigszins verschillen. Mensen zijn geen machines en dus spelen bijvoorbeeld factoren als vermoeidheid, stress en drukte een rol. Als je moe bent, ben je misschien minder geduldig dan je zou willen zijn. Door stress kun je soms wat meer kortaf dan normaal reageren. En in de drukte van alledag kun je af en toe het vaste ritme van alledag laten varen.

Waarom autonomieondersteunend opvoeden

Als opvoeder wil je dat je kind later zelfstandig functioneert in de maatschappij. Een interessante baan, een leuke partner en misschien wel kinderen, of niet. Het belangrijkste voor veel ouders is dat hij of zij zich gelukkig voelt. Zelfvertrouwen en de gedachte dat je grip op je leven hebt maakt mensen gelukkig. Hierdoor word je weerbaar en krijg je het gevoel dat je alles aankan.

Kinderen blijken zich fijner te voelen op de dagen dat hun ouders meer autonomieondersteunend opvoeden (Van der Kaap-Deeder, 2019). Ze hebben dan meer het gevoel dat ze zichzelf kunnen zijn. Ook hebben ze dan het gevoel dat ze meer competent zijn, dus beter dingen kunnen aanpakken. En ze voelen meer verbondenheid met hun ouders. In de zelfdeterminatietheorie (ZDT), volgens welke alle mensen zich positief willen ontwikkelen en ontplooien, zijn drie basisbehoeften het belangrijkste: autonomie, competentie en verbondenheid. Deze zijn gecorreleerd aan het dagelijkse gevoel van welzijn. Dit verband werkt twee kanten op. Als kinderen zich autonoom, competent en verbonden voelen hebben ze een hoger gevoel van welzijn, maar als ze een hoger gevoel van welzijn hebben kunnen ze zich ook meer autonoom, competent en verbonden voelen. Dit geldt trouwens ook voor ouders. Ook als het gaat om autonomieondersteunend opvoeden. Als ouders zich onder druk voelen staan en last hebben van gevoelens van mislukking en sociaal isolement heeft dit een negatief effect op hun gevoel van welzijn. Ze voelen dan meer stress en hebben meer last van tunnelperspectief, waardoor de eigen wensen en verlangens van de ouders zelf belangrijker worden. Hierdoor wordt het lastiger om autonomieondersteunend op te voeden, zodat kinderen zich op hun beurt ook weer minder autonoom, competent en verbonden voelen.

Hoe doe je dat in de praktijk?

Door in te spelen op de behoeften aan autonomie, competentie en verbondenheid, kun je je kind het allerbeste motiveren. En dat staat tegenover 'moetiveren', want dat leidt tot druk en stress. Je wilt dat je kind zichzelf steeds beter leert kennen en uiten.

Denk vanuit je kind
Probeer je in te leven in het kind. Wat is de beleving van het kind van een bepaalde situatie? En hoe kun je aansluiten bij wat het in deze situatie nodig heeft?

Wil je de autonomie van je kind ondersteunen dan kun je het zelfstandig functioneren aanmoedigen door mee te gaan in het perspectief van het kind en door het kind ruimte te geven voor initiatief. Ook als er iets misgaat. Accepteer de situatie zoals deze is en kijk vandaar uit verder naar wat mogelijk is. "De toets die je was vergeten is morgen. Wat vervelend voor je dat je hier zo laat achterkomt. Maar gelukkig niet te laat. Wat wil je doen?"

Let op je taalgebruik: praat van mogen en niet van moeten
Een schuldgevoel aanpraten, door erop te wijzen dat het huiswerk al af had moeten zijn bijvoorbeeld, of door verplichtende taal te gebruiken (Je moet dit en je moet dat!), maakt kinderen passief. Ze verliezen daardoor het vertrouwen in eigen kunnen. Ook als je erg teleurgesteld bent in het gedrag van je kind, is het belangrijk om vanuit dat gevoel je kind geen schuld- of schaamtegevoel aan te praten. Je kind wil zich graag verbonden met je voelen en zal daardoor de verplichting voelen te doen wat je zegt of het beter te maken. Maar zo bouw je spanning en stress bij je kind op en dat is niet de bedoeling.

Luister en toon begrip
Als je met je kind praat over beslissingen die je kind moet nemen en keuzes die het moet maken, laat dan merken dat je luistert naar je kind. Zo stimuleer je hun gedachte- en denkproces. Vat af en toe kort samen wat er wordt gezegd, zo weet je zeker dat je de ander goed begrijpt. Je mag je mening geven, maar probeer open te blijven staan voor wat je kind doormaakt en waar het behoefte aan heeft. Zonder oordeel hierover.

Praat en leg uit
Vertel over de wereld, buiten en binnen. Benoem wat je ziet, wat je doet, om jullie heen en als het gaat om je kind. Als je kind van twee is gevallen en uit frustratie om zich heen wil slaan, kun je zeggen: "Ik zie dat je boos bent. Het is ook niet leuk om te vallen. Stoute stoeptegel!" Zo geef je kinderen woorden om de wereld om zich heen te begrijpen. En om de emoties die het voelt te kunnen vatten. En dat geeft een gevoel van autonomie en competentie/controle. Daarbij weet een kind op deze manier dat het niet alleen staat.

Geef ruimte aan expressie
Moedig je kind aan zelf actie te ondernemen en zich een mening te vormen. Laat hierbij zien dat meningen naast elkaar kunnen bestaan en dat ze allemaal even waardevol zijn. Bevestig wat je kind belangrijk vindt en laat het op basis daarvan keuzes maken.
Het gaat om het beleven, niet om het resultaat.

Growth mindset versus fixed mindset
Geef je kind mee dat het zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar succes door motivatie en hard werken (growth mindset) en dat het dus niet afhankelijk is van aangeboren eigenschappen als intelligentie of talent (fixed mindset). Dit simpele gegeven werd ontdekt door psycholoog en onderzoeker Carol Dweck. Door je kind gericht te complimenteren met het werk dat hij of zij ergens in heeft gestoken ("Wat heb je die lijntjes precies ingekleurd. Dat kostte je vast veel moeite." of "Wat heb je mooie kleuren gekozen voor je tekening!") en niet alleen te complimenteren met het resultaat ("Wat kun jij mooi kleuren." of "Wat goed van je."), leert het kind dat het zelf invloed heeft op wat hij of zij kan (leren). Zo ontwikkelt het een denkstijl (mindset) die op groei is gericht (growth) en niet al vastligt (fixed). Als een kind het gevoel heeft dat hij of zij alles kan doen en bereiken wat het wil, en zich daarmee dus competent voelt, geeft dat veel vrijheid.

Laat je kind meebeslissen
Je kunt kinderen heel goed laten meedenken in de besluitvorming, bijvoorbeeld als het gaat om kleine dingen, zoals de kleren die het de volgende dag naar school aandoet, middelgrote dingen, zoals boodschappen doen, of grote dingen, als een vakantiebestemming. Dat betekent niet per se dat ze de vrije keuze hebben. Leren eigen keuzes te maken betekent ook rekening leren houden met omstandigheden, dus: geen korte broek aan als het buiten -10 graden Celsius is, als je tegen klimaatverandering bent, dan ga je niet vliegen, enzovoorts. Dit kun je in het begin bij een jong kind ondersteunen, door de keuzemogelijkheden te beperken. Geef je kind geen vrije keuze als het gaat om de kleding van morgen, maar leg twee setjes klaar (natuurlijk ook rekeninghoudend met zijn of haar voorkeuren) en laat het daaruit kiezen. Zo heeft je kind het gevoel dat het zelf dingen kan bepalen en kan het tegelijkertijd wennen aan keuzevrijheid. Datzelfde kun je natuurlijk ook toepassen op de keuze van het broodbeleg, de spelletjes of het speelgoed waarmee het wil spelen, enzovoorts.

Laat de mens los, maar houd het kind vast
Geef je kind de ruimte zelf dingen te ontdekken, maar blijf daarbij je kind ondersteunen. Het blijft je kind en die verbondenheid mag blijven. Tegelijkertijd is het een mens met eigen behoeften, wensen en verlangens, los van jezelf. Door die te zien, zie je je kind voor wie hij of zij echt is. En dan is er des te meer om van te houden!

Stel grenzen
Geef aan wat je wel en niet acceptabel gedrag vindt. Als kinderen nog jong zijn is dat gemakkelijker dan wanneer je kind adolescent is. Probeer toch aan te geven waarom iets voor je belangrijk is en grenzen stelt. Als je niet wilt dat je kind rookt of drinkt kan je puber dit zien als bemoeizuchtig. Probeer dit dan uit te leggen door te wijzen op gezondheidsgevaren, morele keuzes, en dergelijke. En sta ook stil bij de reactie van je kind. Het is niet altijd even makkelijk om je aan bepaalde verboden te houden, dus geef juist hier ook aandacht aan.

Leg je verwachtingen uit
Als je afspraken maakt met je kind, over gewenst gedrag bijvoorbeeld, leg dan altijd uit waarom dit belangrijk is voor je. Geef daarbij aan wat je verwacht van je kind. Kinderen die begrijpen waarom er iets van ze wordt verwacht zullen eerder luisteren en de gemaakte afspraken nakomen.

Straf gericht
Mocht je kind niet luisteren of de grenzen die je hebt gesteld overschrijden, zorg dan voor een eventueel gepaste straf. Het gaat niet om genoegdoening noch om gedragscontrole. Probeer uit te leggen waarom het gedrag niet door de beugel kan. Let op: het gaat dus altijd om het gedrag van het kind en niet om de persoon. Als je daarbij aangeeft welke gedrag je had verwacht (met redenen) leg je het accent daarop, zodat je kind kan (leren) begrijpen wat die gedragsverwachting is en waarom. Zo leert hij of zij het belang en de waarde ervan inschatten. Daarbij is het van belang dat je ook nog aangeeft wat hij of zij anders kan doen of hoe hij of zij het gewenste gedrag kan bereiken. Op die manier leert je kind verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen gedrag. En dat bevordert weer de autonomie van het kind.

Wees zuinig met beloningen
Door je kind veelvuldig te belonen kan het de intrinsieke motivatie, de motivatie van binnenuit, gaan loslaten, omdat het zo graag wil plezieren en/of de beloning wil. Is er geen beloning, dan valt ook de noodzaak om het gewenste gedrag te laten zien weg. Op de langere termijn wil je echter dat je kind vanuit zichzelf gemotiveerd is om dingen te doen. Probeer dan ook te benadrukken hoe goed het voelt om iets zelf voor elkaar te krijgen of om een mooi cijfer te halen.

Verschil mag er zijn; denk aan jezelf

Opvoeders variëren in de mate waarin ze de autonomie van kinderen ondersteunen of beperken. Dat blijkt ook uit het onderzoek van Van der Kaap-Deeder et al. (2019). Het autonoom functioneren van je kind kun je aanmoedigen of onder druk zetten. Het beste is het om je kind zoveel mogelijk te stimuleren en te activeren, zodat het met behoud van affectieve steun zelfstandig zijn of haar weg leert te vinden. De ene dag is dit makkelijker dan de andere. Zo is het leven en zo is opvoeden ook. Je opvoedingsstijl ligt dus niet per definitie vast. Dat betekent dat je je hierin ook kunt ontwikkelen. Daarvoor mag je jezelf de tijd geven. Het betekent ook dat je goed voor jezelf als ouder moet zorgen. In je eigen belang en in dat van je kind. Het is immers zoveel makkelijker om je kind precies zoals je wilt op te voeden, wanneer je je psychologisch vrij voelt en wanneer je je bekwaam en verbonden voelt. Als je de mens bent die je wilt zijn, kun je ook de opvoeder zijn die je wilt zijn. Daarbij sta je dan ook meer open voor tips en adviezen.

Voel je je minder energiek, meer prikkelbaar en wil je sneller dingen voor je kind beslissen, omdat je geen zin of puf hebt in gedoe of gezeur? Bedenk dan dat dit een signaal is. En dat je moet terugkeren naar je eigen basis; je gevoelens van autonomie, competentie en verbondenheid zijn in het gedrang! Spreek dus af met die vriend of vriendin bij wie je je begrepen voelt, sport en verleg je grenzen op weg naar een persoonlijk record, geef voorrang aan de dagelijkse dingen die betekenis geven aan je leven. En mocht het eens niet lukken, of moet je echt het belang van de ander voor laten gaan, bijvoorbeeld omdat je kind ziek is of omdat je een dringende opdracht op het werk of voor je studie af moet maken, richt je dan op mindfulness en meditatie. Zo kun je beter omgaan met eventuele stress en behoeftefrustatie. Soms is het zoals het is. Als jij een betere ouder kunt zijn, geeft je dat een gevoel van competentie, van autonomie en verbondenheid. En daar vaart ook je kind wel bij.
© 2019 Sage, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
OpvoedingsstijlenAls opvoeder voed je je kind op op de manier waarop je denkt dat het goed is. Maar je hebt verschillende stijlen van opv…
Opvoedingsstijlen - Stijl van Opvoeden & Kenmerken OudersOpvoedingsstijlen - Stijl van Opvoeden & Kenmerken OudersVier opvoedingsstijlen: laissez-faire, de niet-ontvankelijke, afkeurende en de emotioneel coachende stijl, kwamen naar v…
Taken van de pedagoogDe pedagogiek houdt zich bezig met de opvoeding. Een andere naam voor pedagogiek is opvoedingsleer, opvoedkunde of opvoe…
Invloed van de omgeving op opvoedenDe gebruikelijke manier van opvoeden vindt niet alleen zijn oorsprong in de sociale en culturele omgeving van het gezin,…
Opvoeden zonder belonen en straffen: Unconditional ParentingOpvoeden zonder belonen en straffen: Unconditional ParentingZou het kunnen: Opvoeden zonder belonen en straffen? De meeste mensen zullen hier sceptisch tegenover staan. Toch is dit…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: RyanMcGuire, Pixabay (bewerkt)
  • Van der Kaap-Deeder, J., Mabbe, E., Dieleman, L., Brenning, K., Vansteenkiste, M., & Soenens, B. (2019). De ene dag is de andere niet: een dynamische kijk op autonomieondersteunend opvoeden, Kind en adolescent, 2019, vol. 40: p. 89-93.

Reageer op het artikel "Een kind opvoeden tot autonomie: de weg naar zelfstandigheid"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sage
Laatste update: 14-03-2019
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Pedagogiek
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!