Evolutie als filosofisch argument tegen het naturalisme
In de wetenschap gaat men uit van een methodologisch naturalisme, waarbij men werkt alsof er geen wonderen, bovennatuurlijke of niet waarneembare krachten en entiteiten zijn. Dat werkt goed bij toegepaste wetenschap (bijvoorbeeld het maken van navigatiesystemen of het ontwikkelen van methoden om kanker te behandelen) alsook voor fundamentele wetenschap (hoe de werkelijkheid in elkaar zit, los van de vraag wat we met die kennis willen of kunnen), maar faalt bij 'historische wetenschap' (over wat de uiteindelijke oorsprong van onze werkelijkheid is, zoals de verklaring van het ontstaan van waarden en godsdienst, of Bijbelse betrouwbaarheid). Er bestaat ook 'metafysisch naturalisme'. Dat is de aanname dat er niets bestaat dan de natuur en haar krachten. Nu bestaat er een sterk argument dat de evolutieleer als argument tegen het metafysisch naturalisme inzet. De laatste jaren is de formulering van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga onder de aandacht gekomen.- Wat is naturalisme?
- Naturalisme is zelfweerleggend
- 'The evolutionary argument against Naturalism' van Alvin Plantinga
- Darwins 'vreselijke twijfel'
- Theïsme en rationaliteit
- Conclusie
Wat is naturalisme?
Naturalisme is in de praktijk sterk verbonden met evolutionisme, wat in zijn meest pure vorm stelt dat het universum het resultaat is van willekeurige kosmische ongelukken. Door allerlei toevallige chemische processen ontstond het leven spontaan, dus zonder vooropgezet plan, richting of doel. Alle levensvormen zijn aan elkaar verwant en delen een gemeenschappelijke voorouder. Evolutionisten zijn van mening dat vooral de grote éénvormigheid van de genetische code bij alle levensvormen, een onmiskenbare en zeer sterke aanwijzing is dat alle leven met elkaar verwant is. Sinds Charles Darwin zien evolutionisten de verwantschappen van het leven als een grote boom, een stamboom des levens, of the Tree of Life (zie afbeelding), die door de jaren andere classificaties kent. Verder is naturalisme in de praktijk sterk verwant met het atheïsme; het geloof dat er geen God, dan wel geen goden bestaan (bovenaan het artikel zie je een logo van het atheïsme).
Volgens de naturalist is de mens een stoffelijk wezen: al zijn bouwstenen zijn materieel. De mens is op z'n best een gecompliceerde machine. Wat wij graag 'de menselijke persoonlijkheid' noemen en als iets unieks zien, is in feite slechts een product van biochemische processen met hun gedetermineerde karakter. Naturalisme stelt dat gevoelens van liefde, haat, schoonheid, spiritualiteit en dergelijke uiteindelijk slechts chemische reacties zijn. In een naturalistische wereld is liefde 'niets anders dan een chemisch proces' en een boom 'niets anders dan een zuurstoffabriek', zoals de Nederlands cabaretier en zanger Herman Finkers in zijn show 'Na de pauze' opmerkt.
Naturalisme is zelfweerleggend
De naturalist gaat er vanuit dat zijn wereldbeeld volledig is. Alle belangrijke vragen over het ontstaan van de werkelijkheid denkt hij dan ook te kunnen beantwoorden. Hierbij maakt hij gebruik van logisch denken welke gebaseerd zijn op de wetten van de logica, zoals de wet van de non-contradictie, welke stelt dat je niet tegelijk en in hetzelfde verband A kunt hebben als niet-A. Het naturalisme is echter een zelfweerleggend geloofssysteem.Het is heel eenvoudig om in te zien dat het naturalisme self-defeating is, als je eenmaal beseft dat we vanuit een naturalistisch denkraam geen reden hebben om te geloven dat één van onze overtuigingen waar zijn, dus ook niet de overtuiging dat het naturalisme waar is. Vanuit een naturalistisch wereldbeeld heb je geen enkele reden om aan te nemen dat we beschikken over de mogelijkheid om nauwkeurig te redeneren.
Volgens de naturalisten is ons vermogen om te redeneren het product van natuurlijke selectie en random mutatie; dit mechanisme —zo wordt verondersteld— zorgt voor een opwaarts evolutionair proces, waarbij we van basale eencellige naar uitgebreid complex meercellig leven ontwikkelen. Natuurlijke selectie is primair gericht op de overleving en voortplanting van het individu. Natuurlijke selectie is het doorgeven van gunstige eigenschappen van generatie op generatie en het verdwijnen van de minder gunstige eigenschappen. De beste aan het milieu aangepaste organismen hebben de grootste overlevingskans en daar is het mechanisme van natuurlijke selectie op gericht. Dus als menselijk redeneren op een natuurlijke manier evolueerde, dan is het gericht op overleven en reproductie (voortplanting). Geeft dit ons een basis om te kunnen vertrouwen op ons redenerend vermogen als het gaat om vragen betreffende de kosmologie, kwantummechanica of neurowetenschappen? Nee, in het geheel niet. In het beste geval zijn onze cognitieve vermogens functioneel als het gaat om het vinden van bessen of om een speer te gebruiken tegen een vijand of om iets te doen om aantrekkelijk te zijn voor een mogelijke partner waarmee je je kan voortplanten.
De vermaarde Canadees-Amerikaans filosoof en professor aan de University of California, San Diego (UCSD), Patricia Smith Churchland, geeft dit probleem met naturalisme toe in haar artikel Epistemology in the Age of Neuroscience:
“Looked at from an evolutionary point of view, the principal function of nervous systems is to enable the organism to move appropriately. Boiled down to essentials, a nervous system enables the organism to succeed in the four F’s: feeding, fleeing, fighting, and reproducing. The principal chore of nervous systems is to get the bodyparts where they should be in order that the organism may survive. Insofar as representations serve that function, representations are agood thing. Getting things right in space and time, therefore, is acrucially important factor for nervous systems, and there is oftenconsiderable evolutionary pressure deriving from considerations ofspeed. Improvements in sensorimotor control confer an evolutionary advantage: a fancier style of representing is advantageous so longas it is geared to the organism’ way of life and enhances theorganism’s chances of survival. Truth, whatever that is, definitely takes the hindmost.[1]"
De prominente Amerikaanse atheïstische filosoof Thomas Nagel, hoogleraar rechten en filosofie aan de New York University, geeft hetzelfde toe in zijn boek Mind and Cosmos:
“Evolutionary naturalism implies that we shouldn’t take any of our convictions seriously, including the scientific world picture on which evolutionary naturalism itself depends.[2]”
'The evolutionary argument against Naturalism' van Alvin Plantinga
De laatste jaren is de formulering van de Amerikaanse filosoof Alvin Carl Plantinga bekend geworden die het 'The evolutionary argument against Naturalism' noemt. Het evolutionaire argument tegen naturalisme van Plantinga is vrij complex en ik hoop dat ik de kwintessens adequaat weet weer te geven. Hij heeft het niet alleen schriftelijk uiteengezet, maar hij legt zijn argument ook regelmatig voor een breder publiek mondeling uit. Op een bijeenkomst van 'The Veritas Forum' op de New York-universiteit (New York University, NYU), legt Alvin Plantinga bijvoorbeeld op bondige wijze uit waarom naturalisme een zelfweerleggende filosofie is.[3/4] Zijn argument bestaat uit drie premissen.Hij zegt dat wanneer naturalisme en evolutionisme beiden waar zouden zijn, dat onze onze cognitieve faculteiten of kenvermogens —hiermee worden de mechanismen bedoeld die onze overtuigingen produceren, zoals herinnering, waarneming, introspectie en logisch redeneren— naar alle waarschijnlijkheid niet betrouwbaar zijn (premisse 1):
[OLIST]Als de evolutie waar is, dan is alles in de natuur door een proces ontstaan welke slechts is gericht om nuttige organen/organismen te ontwikkelen ten behoeve van de overleving.
De menselijke intelligentie en zijn vermogen tot redeneren is geëvolueerd omdat het een nuttig instrument is gebleken om te overleven.
Iets dat betrouwbaar is gebleken om te overleven, leidt niet automatisch tot de waarheid.[/OLIST]
Je kunt dus nooit weten of onze intelligentie en redeneervermogen leidt tot waarheid. Zo kan ik bepaalde opvattingen hebben die voordelig voor mij zijn om te overleven, doch incorrect zijn, zonder dat ik mij dat besef en ik zal het ook nooit beseffen. Als het naturalisme (en atheïsme) waar is, betekent dit dat de rede is ontstaan op grond van mechanismen welke gericht zijn op overleving en niet op waarheid of waarheidsvinding. Je denkt kennis over de wereld te hebben, maar je zult nooit ware kennis over de wereld verkrijgen. Als bovenstaande redenering juist is, dan is naturalisme zelfweerleggend.
Alvin Plantinga vat dit punt bondig samen:
"…neurology causes adaptive behavior and also causes or determines belief content [according to naturalism]: but there is no reason to suppose that the belief content thus determined is true. All that’s required for survival and fitness is that the neurology cause adaptive behavior; this neurology also determines belief content, but whether or not that content is true makes no difference to fitness. Certain NP [neuro-physiological] properties are selected for, because they contribute to fitness. These NP properties also cause or determine belief content; they associate a content or proposition with each belief. The NP properties are selected, however, not because they cause the content they do, but because they cause adaptive behavior. If the content, the proposition determined by the neurology (the NP properties of the belief) is true, fine. But if it is false, that’s no problem as far as fitness goes.[5]"
De tweede premisse luidt als volgt. Als je inziet dat de eerste premisse waar is, en als je gelooft dat evolutie en naturalisme waar zijn, dan is er sprake van een defeater voor je aanname dat je cognitieve vermogens betrouwbaar zouden zijn.[6] Dan heb je een legitieme reden om deze aanname te verwerpen. Je hebt immers een defeater voor de overtuiging dat jouw cognitieve mechanismen betrouwbaar zijn. Daardoor is het voor jou niet langer rationeel om te geloven dat je cognitieve mechanismen betrouwbaar zijn. Rationaliteit vereist dat je deze opvatting opgeeft.
Dan nu de derde premisse van het argument. Deze behelst dat eenieder die een defeater heeft voor de opvatting dat zijn overtuigingen op een betrouwbare manier zijn geproduceerd, tegelijk een defeater heeft voor elk van zijn overtuigingen. Niet alleen voor naturalisme en evolutietheorie zelf als die tot die overtuigingen behoren, maar tevens voor alle andere overtuigingen. In feite heb je dan een defeater voor elke aanname die gebaseerd is op je cognitieve vermogens en dat zijn dus alle overtuigingen. Daarom is het geloof in naturalisme en evolutie zelfweerleggend, het schiet zichzelf in de voet, er is sprake van een zelf-referentiële inconsistentie. In feite ondermijnt een naturalistisch-evolutionistisch denkbeeld of wereldbeschouwing de rationaliteit van dat denkbeeld en van al je andere denkbeelden. Het is derhalve niet rationeel om in de combinatie van naturalisme en evolutietheorie te (blijven) geloven.
Uit deze drie premissen volgt kortom dat naturalisme en evolutietheorie tezamen zelfondermijnend zijn. Eenieder die op de hoogte is van dit argument kan dus niet rationeel in beide blijven geloven.
Let op!
De vraag is dus niet hoe de dingen zijn, maar hoe ze zouden zijn indien zowel evolutie als naturalisme waar was. Plantinga merkt op dat hij er, net als ieder ander, van overtuigd is dat onze kenvermogens grotendeels betrouwbaar zijn en dat juiste overtuigingen eerder tot geslaagde actie zullen leiden dan onjuiste. Maar dat is het punt niet. De kwestie is hoe de zaken er voor zouden staan als evolutie en naturalisme waar zouden zijn.[7]
De vraag is dus niet hoe de dingen zijn, maar hoe ze zouden zijn indien zowel evolutie als naturalisme waar was. Plantinga merkt op dat hij er, net als ieder ander, van overtuigd is dat onze kenvermogens grotendeels betrouwbaar zijn en dat juiste overtuigingen eerder tot geslaagde actie zullen leiden dan onjuiste. Maar dat is het punt niet. De kwestie is hoe de zaken er voor zouden staan als evolutie en naturalisme waar zouden zijn.[7]
Darwins 'vreselijke twijfel'
Naturalisme geeft ons geen reden om te denken dat we kunnen vertrouwen op onze rede. Met het afwijzen van God, hebben naturalisten de weg afgesneden om te denken dat de menselijke rede kan leiden tot waarheid. Darwin zag dat zelf ook in en hij brengt dat op dramatische wijze onder woorden in een brief die hij schreef in de laatste maanden van zijn leven, op 3 juli 1881.But then with me the horrid doubt always arises whether the convictions of man's mind, which has been developed from the mind of the lower animals, are of any value or at all trustworthy. Would any one trust in the convictions of a monkey's mind, if there are any convictions in such a mind?[8]
In Darwins visie zijn we allemaal slechts doorgeschoten apen en hij vraagt zich (terecht) af wat de overtuigingen van een ontwikkelde aap, en dus ook van hemzelf, eigenlijk waard zijn? Darwin merkte op dat bij hem "altijd de vreselijke twijfel opkomt of de overtuigingen van de menselijke geest, die ontwikkeld is uit de geest van lagere dieren, wel enige waarde kunnen hebben of zelfs maar enigszins betrouwbaar kunnen zijn. Zou iemand vertrouwen stellen in de overtuigingen van een apengeest, als er in zo'n geest al overtuigingen zijn?" Hoe is het mogelijk dat Darwins volgelingen maar zelden toekomen aan een dergelijke kritische reflectie?
Theïsme en rationaliteit
Welke grond heeft de theïst om aan te nemen dat de menselijke rede kan leiden tot waarheid? Stanley Jaki (eigenlijk Szaniszló László Jáki), een vooraanstaand wetenschapsfilosoof en professor in de natuurkunde, biedt misschien wel het beste antwoord op deze vraag. In een artikel, genaamd 'The Origin of Science', beschrijft hij hoe het christelijke theïsme de rationaliteit van de mens verankert in Gods rationaliteit en hoe het christendom verantwoordelijk was voor de opkomst van de wetenschap. Hieronder een fragment:"The Christian idea of creation made still another crucially important contribution to the future of science. It consisted in putting all material beings on the same level as being mere creatures. Unlike in the pagan Greek cosmos, there could be no divine bodies in the Christian cosmos. All bodies, heavenly and terrestrial, were now on the same footing, on the same level. This made it eventually possible to assume that the motion of the moon and the fall of a body on earth could be governed by the same law of gravitation. The assumption would have been a sacrilege in the eyes of anyone in the Greek pantheistic tradition, or in any similar tradition in any of the ancient cultures."
"Finally, man figured in the Christian dogma of creation as a being specially created in the image of God. This image consisted both in man’s rationality as somehow sharing in God’s own rationality and in man’s condition as an ethical being with eternal responsibility for his actions. Man’s reflection on his own rationality had therefore to give him confidence that his created mind could fathom the rationality of the created realm."
"At the same time, the very createdness could caution man to guard against the ever-present temptation to dictate to nature what it ought to be. The eventual rise of the experimental method owes much to that Christian matrix."[9]
Conclusie
Atheïsten beweren dat naturalisme het wereldbeeld is dat het meest compatibel is met wetenschap en dat theïsme onwetenschappelijk is. Maar als naturalisme (i.c.m. evolutie) ons niet voorziet in een grond om onze verstandelijke vermogens te vertrouwen, waarom zouden we dan om het even welke redenering aanvaarden, naturalistisch of niet? Dat zou irrationeel zijn. Je gaat geen wereldbeeld aanhangen dat zichzelf ondergraaft. De combinatie van naturalisme en evolutietheorie ondermijnt zichzelf. Plantinga betoogt dan ook dat er een diep conflict is tussen naturalisme en dus atheïsme enerzijds en wetenschap anderzijds. Volgens de filosoof verdient het theïsme en niet het naturalisme de titel 'wetenschappelijke wereldbeschouwing'.De Brits etholoog en evolutiebioloog Richard Dawkins is één van de bekendste schrijvers over de evolutietheorie en een militant atheïst. Op het einde van zijn boek 'The God Delusion' (Nederlandse vertaling: 'God als misvatting') geeft hij toe dat we op basis van de evolutietheorie onze eigen verstandelijke vermogens niet volledig kunnen vertrouwen. Uit zijn wereldbeeld dringt zich een voor hem hele nare en onoverkomelijke conclusie op, die hij echter niet in zijn volle omvang tot zich door laat dringen. Ik laat Sean McDowell aan het woord:
"Toward the end of 'The God Delusion', Dawkins admits that since we are the product of natural selection, our senses cannot be fully trusted. After all, according to Darwinian evolution, our senses have been formed to aid survival, not necessarily to deliver true belief. Since a human being has been cobbled together through the blind process of natural selection acting on random mutation, says Dawkins, it's unlikely that our views of the world are completely true. (...)
Dawkins is on the right track to suggest that natauralism should lead people to be sceptical about trusting theur senses. Dawkins just doesn´t take this sekpticism far enough.
In 'Miracles' [Nederlandse vertaling: 'Wonderen'], C.S. Lewis points out that knowledge depends upon the reliability of our mental faculties. If human reasoning is not trustworthy, then no scientific conclusions can be considered true or false. In fact, we couldn't have any knowledge about the world, period. Our senses must be reliable to acquire knowledge of the world, and our reasoning faculties must be reliable to process the acquired knowledge. But this raises a particularly thorny dilemma for atheism. If the mind has developed through the blind, irrational, and material proces of Darwinian evolution, then why should we trust it at all? Why should we believe that the human brain —the outcome of an accidental process— actually puts us in touch with reality? Science cannot be used as an answer to this question, because science itself relies upon these very assumptions.[10]"
[OLIST]Patricia Smith Churchland. Epistemology in the Age of Neuroscience. The Journal of Philosophy, Vol. 84, No. 10, Eighty-Fourth Annual Meeting American Philosophical Association, Eastern Division. (Oct., 1987), pp. 544—553.
Thomas Nagel. Mind and Cosmos: Why the Materialist Neo-Darwinian Conception of Nature Is Almost Certainly False. Oxford University Press, 2012. p.28.
"The Veritas Forum is a non-profit organization which works with Christian students on college campuses to host 'forums' centered on the exploration of truth and its relevancy in human life, through the questions of philosophy, religion, science, and other disciplines." (Bron: Wikipedia)
Op YouTube is een gedeelte van de lezing te beluisteren: http://youtu.be/h1Qv8tk9_tM
J. B. Stump (Editor), Alan G. Padgett (Editor). The Blackwell Companion to Science and Christianity. Alvin Plantinga. Hoofdstuk 10: 'The evolutionary argument against Naturalism', p.110.
Argumenten kun je bekritiseren op geldigheid, op de aanwezigheid van een cirkelredenering, enz.., maar dat kan bij basale overtuigingen niet. Wil je de rationaliteit daarvan ondermijnen, dan moet je met defeaters komen. In de kennistheorie of epistemologie is een defeater de overtuiging B1 welke onverenigbaar is met een andere overtuiging B2, waarbij argumenten of bewijs voor B1 gebruikt kunnen worden om B2 te weerleggen. Defeaters zijn dus redenen om te denken dat je overtuiging onwaar is of op een onbetrouwbare manier is geproduceerd.
Alvin Plantinga. Het echte conflict: Wetenschap, religie en naturalisme. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, 2014, p.262.
Uit een brief van Darwin aan William Graham d.d. 3 juli 1881.
Aangehaald in: Why atheism is self-defeating, Scott Youngren, http://godevidence.com
Sean McDowell en Jonathan Morrow. Is God Just a Human Invention? And Seventeen Other Questions Raised by the New Atheists. Kregel Publications, 2010, p.38-39.[/OLIST]