Moslims in Nederland

Moslims in Nederland Er is helaas nog steeds sprake van discriminatie in Nederland. In de sociale psychologie is er veel over het ontstaan en in stand houden van discriminatie geschreven. Als wij er ons meer bewust van worden hoe discriminatie ontstaat, kunnen wij er ook iets aan veranderen.

Discriminatie in Nederland

Nederland wordt gezien als een multicultureel land. In Nederland kunnen verschillende bevolkingsgroepen, elk met een onderscheiden cultuur, naast elkaar bestaan. Een multiculturele samenleving houdt in dat er geen sprake is van racisme en rassendiscriminatie. Mensen hebben vrijheid van meningsuiting en vrijheid van geloof en godsdienst. Als we naar de media kijken blijkt er wel degelijk racisme in Nederland te zijn. De zwarte pieten discussie heeft veel stof doen opwaaien evenals een uitgelekte mail op Facebook waarin een jongen wordt afgewezen op een sollicitatie op basis van zijn huidskleur en bekende Nederlanders doen racistische uitspraken op tv. Uit het rapport van Raad van Europa meldt de Raad dat er vooruitgang is geboekt tegen racisme en discriminatie, maar dat er wel een kritische blik geworpen kan worden op de houding van politici en media ten opzichte van de islam en moslims. We kunnen pas iets aan discriminatie en racisme veranderen als we ons bewust zijn van het feit dat het bestaat en hoe het ontstaat.

Mensen indelen in groepen

Mensen zijn geneigd om anderen in groepen in te delen. Gewoon omdat het voor ons makkelijker is. We verdelen andere mensen bijvoorbeeld in: mannen, vrouwen, studenten, docenten en ook in etnische groepen. We maken dan groepen zoals Nederlanders, Marokkanen enzovoorts. Aan deze groepen kennen wij vervolgens een beschrijving toe zoals: Nederlanders hebben een grote mond, maar zijn toch vriendelijk. Dit zijn karakteristieke beschrijvingen. Een karakteristieke beschrijving is een generaliserend beeld. Dit wordt een stereotype genoemd. Een stereotype is dus eigenlijk een toeschrijving van karakteristieke eigenschappen aan groepen. We maken in ons hoofd een soort schema’s van verschillende groepen. We delen bijvoorbeeld voedsel, dieren en auto’s in aparte groepjes of categorieën van objecten. Dit wordt categorisatie genoemd. Dit houdt in dat we een duidelijk onderscheid kunnen maken tussen verschillende categorieën. We kunnen dan beoordelen in hoeverre de categorieën iets met elkaar gemeen hebben. Als het ware zijn de categorieën net een soort kapstokken in ons geheugen waar elke categorie een eigen kapstok heeft. Zoals verschillende diersoorten worden bij de kapstok dieren opgehangen, en verschillende automerken bij de kapstok auto’s. Op deze manier nemen we de verschillen op deze manier duidelijk waar.

Sociale categorisatie en stereotype

We categoriseren niet alleen vanuit ons geheugen, categorisatie speelt ook een belangrijke rol in ons gedrag. Een plantkundige deelt planten in naar plantenfamilies. Archeologen onderscheiden perioden. Op dezelfde manier vindt sociale categorisatie plaats. We delen mensen in groepjes zoals post besteller, bakker en secretaresse. Het gevaar van stereotypering is dat variatie binnen een categorie weinig tot zijn recht komt. Stereotypen zijn hardnekkig. Ze worden versterkt door informatie die hiermee in overeenstemming is. Vaak wordt ook informatie in tegenspraak met de gevormde indeling niet opgemerkt, laat staan onthouden. Op deze manier raken we bevooroordeeld. We hebben al een oordeel geveld over een persoon omwille van de categorie waar deze in geplaatst is.

Hoe reageren we op informatie die tegen het stereotype in gaan?

Eén van de manieren waarop we reageren op informatie die ingaat tegen een stereotype is subcategorisatie. Een voorbeeld hiervan is: alle moslima’s dragen een hoofddoek. Als we dan een moslima zonder hoofddoek tegen komen, maken we er een aparte subcategorie bij. Namelijk: moslima’s zonder hoofddoek. Subcategorisatie is veel preciezer dan sociale categorisatie, maar heeft net zoals sociale categorisatie tot gevolg dat de oorspronkelijke categorisatie in stand blijft: (bijna) alle moslima’s dragen een hoofddoek.

Outgroup-homogeniteits tendens en ingroup-differentiatietendens

We delen ook mensen in aan de hand van: ‘hoort in mijn groep’ en ‘hoort bij een andere groep’. Dit maakt dat wij leden van een andere groep over één kam scheren. We kennen aan alle leden dezelfde stereotypen toe. Dit noemen we outgroup-homogeniteitstendens. Aan de andere kant hebben we de neiging tussen leden van onze eigen groep meer verschillen waar te nemen, dit noemen we: ingroup-differentiatietendens. Het komt er op neer dat wij Nederlanders ons zelf bijvoorbeeld als een gedifferentieerde groep zien, maar bijvoorbeeld moslims als een zeer homogeen volkje. De verscheidenheid van moslims zoals een verschillende culturele achtergrond en verschil in persoonlijkheid wordt vaak niet opgemerkt. Als we teveel gebruik maken van stereotypen, herkennen we deze verschillen gewoonweg niet.

De wij-superioriteit en zij-inferioriteit

De generaliserende cognities stereotypen en vooroordelen omvatten niet alleen een aantal eigenschappen, ze gaan ook om gevoelens. We koesteren over onze eigen groepering positievere gevoelens dan over een andere groepering. De vraag die zich opdringt is: "Waarom geven we de voorkeur aan de wij-superioriteit en zij-inferioriteit?" De sociale identiteitstheorie geeft hier antwoord op. Een belangrijk uitgangspunt van die theorie is dat we onze identiteit voor een groot deel ontlenen aan groeperingen waarvan we ons deel voelen. Zo kan iemand zich zelf beschrijven als Nederlander, docent, blank enzovoorts. Hij ontleent zijn sociale identiteit aan groepen zoals Nederlanders, docenten, blanken enzovoorts. Sociale categorieën zoals blanken, docenten en mannen bestaan bij de gratie van het contrast met andere sociale categorieën: respectievelijk zwarten, studenten en vrouwen. Of zoals Tajfel* zegt: "We zijn wat we zijn omdat zij niet zijn wat wij zijn omdat zij van ons verschillen". Tjafel neemt aan dat we streven naar een positief beeld van ons zelf ofwel naar een positief gewaardeerde zelfachting. Om deze reden valt het contrast positief uit naar ons zelf. In de praktijk zijn we geneigd om eigenschappen van de 'zij' groep die haaks staan op de 'wij' groep als negatief te bestempelen omdat we een positief beeld van ons zelf willen houden.

Wat is discriminatie?

Door het indelen van mensen in groepen kan er discriminatie ontstaan. Discriminatie is het benadelen van een groep als geheel of van iemand persoonlijk omdat hij deel uitmaakt van een bepaalde groepering. Als er bijvoorbeeld een misdrijf wordt gepleegd door een moslim, zal worden gedacht dat alle moslims of tenminste de meeste moslims crimineel zijn. Dan wordt gedacht "zie je wel, het zijn altijd moslims die criminele activiteiten uithalen". We proberen op deze manier alleen informatie op te slaan in ons eigen straatje. Aan de 'kapstok' moslim wordt het woordje crimineel gehangen. Als er een misdaad door een persoon van een andere geloofsovertuiging wordt gepleegd dan blijft dit vaak niet ‘hangen’.

Persoonlijk contact

Persoonlijk contact leidt ertoe dat wij de ander niet zozeer zien als een lid van de groep, maar als persoon zelf. Op deze manier leren wij meer over de persoonlijke eigenschappen van de persoon zelf. We kijken dan niet naar de categorie moslim waar de persoon onder valt. Op deze manier vervaagt de stereotypering. Wie gemotiveerd is om meer aandacht te besteden aan de ander, schuift stereotypen terzijde. Op deze manier ontstaat er stereotype verandering. Discriminatie wordt op deze manier ook verminderd. Daarom is het belangrijk om de moslims persoonlijk te leren kennen. Maak een praatje met iemand die moslim is, of sla de handen ineen om samen de problemen in de buurt aan te pakken. Als we de moeite niet nemen elkaar beter te leren kennen zal stereotypering niet verdwijnen. Er blijft dan een afstand tussen de moslims en ander gelovigen bestaan. Als we ons verdiepen in de ander kunnen we van elkaar leren en ontdekken dat we meer gemeen met elkaar hebben dan we in eerste instantie dachten.

Vormen van leren

Ieder mens heeft een bepaalde attitude, een mening of een bepaalde manier waarmee we tegen een bepaald onderwerp aankijken. Dat attitudes worden aangeleerd is uit vele onderzoeken gebleken. Dit is aangetoond uit drie vormen van leren:

Klassieke conditionering of stimulus-conditionering

Klassieke conditionering is ontdekt door de psycholoog Pavlov. Pavlov liet elke keer als hij honden eten gaf een belletje horen. De honden legden verband tussen het belletje en eten krijgen. De honden leerden aan dat ze eten ontvingen na het geluid van het belletje. Eerst was de stimulus het eten en later was de stimulus het geluid van het belletje. Het gevolg was dat de honden al kwijlden toen ze het belletje hoorden. Nu denk je misschien wat heeft dit met attitude te maken? Dit en vele andere onderzoeken tonen aan dat wanneer een neutrale stimulus wordt gekoppeld aan een positieve stimulus (in dit geval het geluid van het belletje) de neutrale stimulus op den duur een positieve of negatieve reactie-attitude gaat oproepen.

Operante conditionering

Operante conditionering houdt in dat een (positieve) bekrachtiging voor bepaald gedrag er voor zorgt dat dit gedrag herhaald wordt. De psycholoog Skinner beloonde zijn duiven als zij steeds op een bepaald punt met hun snavel tikte. Het gevolg was dat de duiven dit gedrag steeds vaker gingen vertonen.

Model-leren of leren door nabootsen

Model- leren is een vorm van leren waaruit blijkt dat veel attitudes zijn aangeleerd. De media is zeer beïnvloedbaar voor het nabootsen van personen. Als we een gelukkig gezin met een mooi opgeruimd huis en een prachtig stralende was zien willen we graag ditzelfde wasmiddel kopen, omdat we net als dit gezin willen zijn. Deze vorm ‘leren door nabootsing’ is erg belangrijk. Op deze manier kunnen we nieuwe dingen aanleren. Kinderen kunnen door nabootsen en observeren ook veel van hun ouders leren, niet alleen in positieve zin. Als kinderen zien dat hun ouders een negatief beeld hebben over moslims zullen de kinderen dit ook overnemen. Het komt ook voor dat mensen anders handelen dan hun attitude is. Mensen willen graag dat een ander een positief beeld van hen heeft, vooral de mensen uit de ‘wij’ groep. Om deze reden zijn we geneigd om ander gedrag te vertonen dat eigenlijk in tegenstelling is tot onze werkelijke attitude. Eenmaal aangeleerde attitudes beïnvloeden onze toekomstige gedachten en oordelen, en wel zo dat we proberen onze toekomstige gedachten en oordelen vast te houden aan de eenmaal gevormde attitudes. Als we eenmaal een beeld over iets gevormd hebben zijn we daar moeilijk van af te brengen.

Van 'zij' groep naar 'wij' groep

Met betrekking tot het onderwerp ‘moslims in Nederland’ zijn er veel vooroordelen die er voor gezorgd hebben dat we een bepaalde attitude hebben gevormd ten opzichte moslims. Dit geldt uiteraard niet alleen voor moslims. Dit geldt voor iedereen die we als de ‘zij’ groep beschouwen. Wij hebben andere Nederlanders horen klagen over bepaalde problematiek en bepaalde geruchten gehoord. Op deze manier wordt er een mening gevormd en deze wordt weer aan de 'kapstok' moslims gehangen. Het is belangrijk om stil te staan bij onze attitude vergeleken met anderen. Vervolgens kunnen we na gaan of deze attitude wel correct is. Als we op de hoogte zijn van hoe stereotypering ontstaat en hoe een attitude gevormd wordt, kunnen we er ook iets aan doen. We kunnen onze mening indien nodig bij stellen. Door geïnteresseerd te zijn in ieder mens en ieder mens als persoon te zien in plaats een onderdeel van een groep, kunnen een hoop misverstanden in onze samenleving voorkomen worden. Er kan dan een attitudeverandering ontstaan. Op deze manier kan de ‘zij’ groep vervagen en wordt er plaats gemaakt voor de ‘wij’ groep.

* Henri Tajfel was samen met John Turner de grondlegger van de zelf-categorisatie theorie.
© 2014 - 2020 Nathalier, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De negatieve gevolgen van sociale categorisatieDe negatieve gevolgen van sociale categorisatieIedereen maakt gebruik van sociale categorisatie. Dit is ook noodzakelijk omdat wij zonder categorisatie de wereld om on…
Discriminatie – soorten en betekenisDiscriminatie is iets dat de afgelopen tijd veelvuldig in de media is. De politiek in Den Haag houdt zich er dagelijks m…
Impliciete en expliciete discriminatieDiscriminatie is zo oud als de mensheid. Mensen denken positief over de groep waar ze bij horen (ingroups). Over groepen…
College voor de Rechten van de MensCollege voor de Rechten van de MensHet College voor de Rechten van de Mens is vanaf oktober 2012 de nieuwe benaming voor de Commissie Gelijke Behandeling (…

Gentrification, wat is het en hoe ontstaat het?Gentrification, wat is het en hoe ontstaat het?Er zijn vele voorbeelden te noemen van buurten die na jaren van verloedering ineens aan het veranderen zijn. Allerlei, v…
Cadeautips vrouw: Een cadeau voor haarJe vriendin, vrouw, moeder, oma, zus(je) of een andere vrouw die je kent is jarig en je weet niet wat je voor haar moet…
Bronnen en referenties
  • Wilke. H.A.M. (1995). Orientatie in de sociale psychologie (zesde druk). Houten/ Diegem: Bohn Stafleu Van Lochem.

Reageer op het artikel "Moslims in Nederland"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Nathalier
Gepubliceerd: 13-02-2014
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Sociaal
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!