InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Wie zijn de honderdvierenveertigduizend in Openbaringen?

Wie zijn de honderdvierenveertigduizend in Openbaringen?

Wie zijn de honderdvierenveertigduizend in Openbaringen? In het Bijbelboek Openbaring schrijft de apostel Johannes op twee plekken over de 144.000. Hij beschrijft deze menigte de eerste keer als afkomstig van het volk Israël. De twee keer heeft hij het over de 144.000 als de vrijgekochten door het Lam, waarmee Jezus bedoeld wordt. Als hij het twee keer over 144.000 heeft, gaat het dan om een en dezelfde menigte? Of heeft hij twee verschillende groepen op het oog? Waar staan die 144.000 voor en welke betekenis hebben zij in de context van de Bijbel of van de toenmalig overheersende Romeinse cultuur?

Het visioen van Johannes over de honderdvierenveertigduizend

Als de apostel Johannes op het eiland Patmos verblijft, omdat hij daar naar toe verbannen is wegen zijn getuigenis over Jezus, krijgt hij visioenen. In een van de visioenen ziet de apostel Johannes de volgelingen van het Lam, van Jezus, verschijnen. Johannes schrijft daarover:

En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden. [….] Dat zijn degenen die zich niet met vrouwen hebben afgegeven maar maagdelijk zijn gebleven (Openbaring.14:1-4) (NBV).

Symbolische betekenis van de honderdvierenveertigduizend

In het visioen ziet Johannes het aantal mensen dat met het Lam op de berg Sion staat. Het zijn er honderdvierenveertigduizend. Dit is een bijzonder getal, niet zozeer vanwege de grootte van het getal, maar omdat het uitdrukking geeft aan de volmaakte voltalligheid: twaalf maal twaalf maal duizend. Al eerder in Openbaring wordt er gesproken over een menigte van honderdvierenveertigduizend. Het is het getal van hen, die het zegel van God op hun voorhoofd dragen. Zij komen uit alle stammen van Israël, uit elke stam twaalfduizend.

Toen hoorde ik het aantal van hen die het zegel droegen: honderdvierenveertigduizend in totaal, afkomstig uit elke stam van Israël. Twaalfduizend uit de stam Juda die het zegel droegen, twaalfduizend uit de stam Ruben, twaalfduizend uit de stam Gad, twaalfduizend uit de stam Aser, twaalfduizend uit de stam Naftali, twaalfduizend uit de stam Manasse, twaalfduizend uit de stam Simeon, twaalfduizend uit de stam Levi, twaalfduizend uit de stam Issachar, twaalfduizend uit de stam Zebulon, twaalfduizend uit de stam Jozef en ten slotte twaalfduizend uit de stam Benjamin die het zegel droegen (Openbaring 7: 3-8) (NBV).

Deze honderdvierenveertigduizend zijn uit de stammen van Israël. Er ontbreekt aan deze lijst één stam, namelijk de stam van Dan, waarschijnlijk omdat vader Jakob van deze stam ooit heeft gezegd dat hij was als een slang en een adder: 'Dan, hij is een slang op de weg, een adder op het pad; hij bijt het paard in de hielen, de berijder komt ten val' (Genesis 49:17). Daarom geloofde men dat uit de stam Dan de antichrist zou voortkomen. Deze stam is in de opsomming vervangen door de stam van Manasse.

Twee keer honderdvierenveertigduizend

Het getal honderdvierenveertigduizend komt in twee gedeelten van Openbaring voor. Gaat het hier om dezelfde menigte? Gezien de kenmerken van de twee groepen blijkt het om twee verschillende groepen te gaan. De eerste honderdvierenveertigduizend zijn afkomstig uit de stammen van Israël. De tweede groep is een unieke menigte. Zij zongen namelijk ‘een nieuw gezang’ dat niemand anders leren kon. Het zijn de losgekochten van de aarde (Op. 14:3). Johannes geeft een nader signalement van deze honderdvierenveertigduizend: zij zijn het, ‘die zich niet met vrouwen hebben afgegeven maar maagdelijk zijn gebleven’ (Op. 14:4). Het woord maagdelijk wordt in de grondtekst weergegeven in de mannelijke vorm van een oorspronkelijk vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Deze maagdelijkheid kan op twee manier worden geduid. In de eerste plaats kan de betekenis worden gezocht in de huwelijksmetafoor die in de bijbel veelvuldig wordt gebruikt. De tweede interpretatie duidt de mannelijke maagden in de
politieke en sociale context van het Romeinse Rijk.

De huwelijksmetafoor

Het huwelijk wordt in de bijbel veelvuldig als metafoor gebruikt voor de relatie tussen God en mens. Woorden die bij de huwelijksmetafoor gebruikt worden zijn ‘bruid’, ‘bruidegom’, ‘vrouw’, ‘man’, ‘maagdelijkheid’ en natuurlijk ‘bruiloft’. Twee aspecten
van de huwelijksmetafoor zijn in het bijzonder van belang, maagdelijkheid en bruiloft. Vanuit vroeg-Joods perspectief is maagdelijkheid een van de meest fundamentele kenmerken van een bruid. De metafoor maagdelijkheid wordt gebruikt om de
zuiverheid en reinheid te benadrukken, waarbij het gaat om het niet-erkennen van andere autoriteiten, andere goden. De bruiloft verwijst naar de uiteindelijke verlossing waar bruid, bruidegom en genodigden verlangend naar uitzien. In de huwelijksmetafoor hebben woorden als man, vrouw en maagdelijkheid geen biologische betekenis. Het zijn woorden die worden gebuikt om te verwijzen naar een religieuze en symbolische werkelijkheid.

Huwelijksmetafoor in Oude Testament

In het oude testament speelt de huwelijksmetafoor een centrale rol om de relatie tussen God en zijn volk te beschrijven (Hos. 2; Jes. 54:5; Jer. 2:2; Ez. 16). Binnen de huwelijksmetafoor zijn ontucht en hoererij andere woorden voor afgoderij en ontrouw aan God (Hos. 2; Jer. 2:32-33; Ez. 16). Zich bezoedelen met vrouwen staat gelijk aan afval van God. Immers: Sion is de bruid van God, dus Israël is maagd (Jes. 62:5; Ez. 16). Deze beeldspraak heeft de vroegchristelijke gemeente overgenomen en toegepast op de relatie van de Messias en zijn gemeente (Mat. 25:1-12; Joh. 3:29; Ef. 5:25-27). De mensen die maagdelijk zijn gebleven, zijn dus de mannen en vrouwen die onwankelbare trouw aan Jezus hebben waargemaakt: ‘want ik [Paulus] heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen’ (2 Kor. 11:2) (NBV).

De volgelingen van het Lam

Vanuit dit perspectief zijn de honderdvierenveertigduizend maagden de onbevlekte tegenspeelsters van de grote hoer, met wie de koningen op aarde ontucht hebben gepleegd en de mensen die op aarde leven zich bedronken hebben aan de wijn van
haar ontucht (Op. 17:1-2). Deze honderdvierenveertigduizend zijn de volgelingen van het Lam, die hun trouw hebben bewaard en geweigerd hebben het beest te aanbidden (Op. 19:9; 21:2). Met het Lam wordt Jezus bedoeld. Hij is het Lam van God.

De historische context van de Romeinse cultuur

Een interpretatie in de historische context van de toen heersende Romeinse cultuur kan meer recht doen aan de complexiteit van het beeld van de honderdvierenveertigduizend maagden. Het visioen van Johannes over mannen die maagdelijk gebleven zijn botst met de sociaal politieke context waarin Johannes en de eerste christelijke gemeente leefden. De leefwereld van Johannes en zijn tijdgenoten verschilt in velerlei opzicht van die van ons, westerse mensen in de eenentwintigste eeuw. Zo kwam men in de tijd van
het Romeinse Rijk ter wereld met een gemiddelde levensverwachting van minder dan vijfentwintig jaar. Veel mensen stierven jong. Wie de kindertijd overleefd had bleef gevaar lopen. Slechts vier van de honderd mannen en nog minder vrouwen werden ouder dan vijftig jaar.

De noodzaak van het kinderen krijgen

Het hoge sterftecijfer vormde een wezenlijke bedreiging voor het Romeinse Rijk. Immers voor een krachtig imperium zijn veel mensen nodig die een productief leven leiden. Het geboortepercentage en het kindertal waren dus politiek van groot belang.
Volgens schattingen zouden de vrouwen in het Romeinse Rijk gemiddeld vijf kinderen ter wereld moeten brengen om een stabiele populatie te garanderen. Het Romeinse Rijk verwachtte daarom van al zijn burgers dat ze een redelijk deel van hun energie zouden gebruiken om wettige kinderen te verwekken en groot te brengen ter vervanging van hun doden.

Huwelijkswetten

Om het geboortepercentage en het ideaal van de familie (domus) veilig te stellen schreef keizer Augustus (van 31 voor Christus tot 14 na Christus) zijn onderdanen strenge huwelijkswetten voor. Zo werden er sancties opgelegd aan hen die nog vrijgezel waren. Zij moesten extra belastingen betalen. Bovendien werd er van de weduwnaars en van gescheiden mannen en vrouwen wettelijk geëist dat zij na een periode van een maand hertrouwden. Weduwen moesten aanvankelijk na een periode van een jaar hertrouwen, maar toen daar protesten op volgden werd die periode tot drie jaar verlengd. Alleen mannen die ouder waren dan zestig en vrouwen boven de leeftijd van vijftig jaar mochten ongehuwd blijven. Na keizer Augustus bleven zijn visies op huwelijk en familie een belangrijke rol spelen in de cultuur.

Kritiek op Romeinse cultuur

De duiding van het beeld van de honderdvierenveertigduizend mannelijke maagden in de context van het Romeinse culturele milieu van het begin van de jaartelling geeft de complexiteit van dit beeld weer. De taal van de maagdelijkheid, in het bijzonder
haar biologische betekenis, hoeft niet vergeestelijkt of gesymboliseerd te worden. In plaats daarvan kunnen we de maagdelijke menigte als functioneel onderdeel van de algemene kritiek op het Romeinse Rijk zien. In het begrip maagdelijkheid wordt de dominante sociale cultuur van het Romeinse Rijk verworpen. Deze lezing van Openbaring impliceert dat degenen die het Lam volgen zullen weigeren te voldoen aan de verwachtingen van de mannelijke sekse van de dominante cultuur.

Lees verder

© 2017 - 2019 Theofilus, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De honderdvierenveertig getuigen bij de Jehovah's getuigenDe honderdvierenveertig getuigen bij de Jehovah's getuigenDe honderdvierenveertigduizend getuigen komen in het bijbelboek Openbaringen voor als de uitverkorenen. De mensheid zoek…
Griekenland, vakantie op PatmosDit Griekse eiland lijkt pas in het jaar 95 te zijn ontdekt, dit omdat het eiland bekend is vanwege de apostel Johannes.…
Woordstudie ‘koninkrijk’ en ‘hemel’. Johannes 3:1-21Woordstudie ‘koninkrijk’ en ‘hemel’. Johannes 3:1-21Een hemels koninkrijk en een aards koninkrijk. Wat wordt daar nu eigenlijk mee bedoeld? In Johannes 3 1-21 komen de woor…
De Bijbel (Christendom)De Bijbel. Het is een van de oudste en meest verkochte boeken ooit. Mensen weten echter nog veel niet over de Bijbel. Ho…
De bijbel: Makkabeën, Daniël, Judit en OpenbaringDe bijbel: Makkabeën, Daniël, Judit en OpenbaringDe bijbel is geen makkelijk boek om zo maar te lezen. Interessant en de moeite waard is het zeker wel. Hieronder tref je…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: JamesNichols, Pixabay
  • J. Nieuwenhuis (2004). Johannes de Ziener. Geschriften voor de gemeente van nu. Kampen: Uitgeverij Kok
  • P. R. L. Brown (2008). The body and society: Men, women, and sexual renunciation in early Christianity, New York: Columbia University Press
  • L. R. Huber (2008).Re-reading Revelation’s 144,000 virgins. Journal of Men, Masculinities and Spirituality 2, 1 (2008), 3-28.
  • A. van Drie (2011). Honderdvierenveertigduizend mannelijke maagden. Interpretatie, Tijdschrift voor Bijbelse theologie, 19 (4), p. 29-31.

Reageer op het artikel "Wie zijn de honderdvierenveertigduizend in Openbaringen?"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Theofilus
Laatste update: 16-03-2019
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!