InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Tehilliem: Psalm 55 – een Joodse uitleg

Tehilliem: Psalm 55 – een Joodse uitleg

Tehilliem: Psalm 55 – een Joodse uitleg Psalm 55 wordt door David gecomponeerd wanneer hij uit Jeruzalem vlucht voor zijn lasteraars Doeg en Achitofel die hem willen doden. David had Achitofel als een vriend beschouwd en gaf hem alle eer, maar Achitofel verraadt hem en breekt hun verbond. David vervloekt al zijn vijanden zodat alle generaties het weten en niet meer zondigen. David geeft aan ons in deze Psalm de woorden die gebruikt worden voor het gebed om kracht te putten deze vijand te verslaan. Wanneer je verraden bent door gevoelens die je oprechte verlangens om dichtbij G'd te zijn hebben bezoedeld, is het mooiste wat een mens kan doen zich tot Hem te wenden in smeekbede. Als een mens het vraagt zal G'd hem continu bijstaan.

Tekst Psalm 55

Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een kunstig lied van David. Luister, G'd, naar mijn gebed, verberg u niet als ik om hulp smeek, sla acht op mij en geef mij antwoord. Klagend loop ik rond, radeloos door het schreeuwen van de vijand en het tieren van de goddelozen, want zij storten onheil over mij uit en bestoken mij met hun woede. Mijn hart krimpt in mijn binnenste, doodsangst heeft mij bevangen, vrees en beven grijpen mij aan, ik huiver over heel mijn lichaam.
…..
…..
Zo iemand verraadt zijn vrienden en verbreekt de broederband. Zijn mond is glad als boter, maar vijandig is zijn hart, zijn woorden, zachter dan olie, zijn een getrokken dolk. Leg uw last op de Eeuwige en Hij zal u steunen, nooit zal Hij dulden dat een rechtvaardige ten val komt. Maar hen, G'd, doet U neerdalen in de kuil der ontbinding. Die mannen van bloed en bedrog – zij zullen hun leven niet half voltooien, maar ik, ik vestig mijn hoop op U.

Hebreeuwse tekst van Psalm 55 - תהילים נה

א לַמְנַצֵּחַ בִּנְגִינֹת מַשְׂכִּיל לְדָוִד. ב הַאֲזִינָה אֱלֹהִים תְּפִלָּתִי וְאַל-תִּתְעַלַּם מִתְּחִנָּתִי. ג הַקְשִׁיבָה לִּי וַעֲנֵנִי אָרִיד בְּשִׂיחִי וְאָהִימָה. ד מִקּוֹל אוֹיֵב מִפְּנֵי עָקַת רָשָׁע כִּי-יָמִיטוּ עָלַי אָוֶן וּבְאַף יִשְׂטְמוּנִי. ה לִבִּי יָחִיל בְּקִרְבִּי וְאֵימוֹת מָוֶת נָפְלוּ עָלָי. ו יִרְאָה וָרַעַד יָבֹא בִי וַתְּכַסֵּנִי פַּלָּצוּת. ז וָאֹמַר מִי-יִתֶּן-לִי אֵבֶר כַּיּוֹנָה אָעוּפָה וְאֶשְׁכֹּנָה. ח הִנֵּה אַרְחִיק נְדֹד אָלִין בַּמִּדְבָּר סֶלָה. ט אָחִישָׁה מִפְלָט לִי מֵרוּחַ סֹעָה מִסָּעַר. י בַּלַּע אֲדֹנָי פַּלַּג לְשׁוֹנָם כִּי-רָאִיתִי חָמָס וְרִיב בָּעִיר. יא יוֹמָם וָלַיְלָה יְסוֹבְבֻהָ עַל-חוֹמֹתֶיהָ וְאָוֶן וְעָמָל בְּקִרְבָּהּ. יב הַוּוֹת בְּקִרְבָּהּ וְלֹא-יָמִישׁ מֵרְחֹבָהּ תֹּךְ וּמִרְמָה. יג כִּי לֹא-אוֹיֵב יְחָרְפֵנִי וְאֶשָּׂאלֹא-מְשַׂנְאִי עָלַי הִגְדִּיל וְאֶסָּתֵר מִמֶּנּוּ. יד וְאַתָּה אֱנוֹשׁ כְּעֶרְכִּי אַלּוּפִי וּמְיֻדָּעִי. טו אֲשֶׁר יַחְדָּו נַמְתִּיק סוֹד בְּבֵית אֱלֹהִים נְהַלֵּךְ בְּרָגֶשׁ. טז ישימות (יַשִּׁי מָוֶת) עָלֵימוֹ יֵרְדוּ שְׁאוֹל חַיִּים כִּי-רָעוֹת בִּמְגוּרָם בְּקִרְבָּם. יז אֲנִי אֶל-אֱלֹהִים אֶקְרָא וַיהוָה יוֹשִׁיעֵנִי. יח עֶרֶב וָבֹקֶר וְצָהֳרַיִם אָשִׂיחָה וְאֶהֱמֶה וַיִּשְׁמַע קוֹלִי. יט פָּדָה בְשָׁלוֹם נַפְשִׁי מִקְּרָב-לִי כִּי-בְרַבִּים הָיוּ עִמָּדִי. כ יִשְׁמַע אֵל וְיַעֲנֵם וְיֹשֵׁב קֶדֶם סֶלָהאֲשֶׁר אֵין חֲלִיפוֹת לָמוֹ וְלֹא יָרְאוּ אֱלֹהִים. כא שָׁלַח יָדָיו בִּשְׁלֹמָיו חִלֵּל בְּרִיתוֹ. כב חָלְקוּ מַחְמָאֹת פִּיו וּקְרָב-לִבּוֹרַכּוּ דְבָרָיו מִשֶּׁמֶן וְהֵמָּה פְתִחוֹת. כג הַשְׁלֵךְ עַל-יְהוָה יְהָבְךָ וְהוּא יְכַלְכְּלֶךָלֹא-יִתֵּן לְעוֹלָם מוֹט לַצַּדִּיק. כד וְאַתָּה אֱלֹהִים תּוֹרִדֵם לִבְאֵר שַׁחַת אַנְשֵׁי דָמִים וּמִרְמָה לֹא-יֶחֱצוּ יְמֵיהֶםוַאֲנִי אֶבְטַח-בָּךְ.

Luister naar Psalm 55

Luister naar Psalm 55 in het Hebreeuws.

Toelichting op Psalm 55 van Rabbi Yitzchok Rubin

Duisternis zorgt voor verwarring
Duisternis is geen stille vijand. Het drijft ons weg van de plek waar we willen wezen. Het neemt onze wil weg en vervormt wat slecht en goed is. We raken zo in uiterste verwarring. We gaan twijfelen aan wie we zijn.

De Joodse ziel is sterk
Rabbijn Yitzchok Rubin sprak ooit met iemand die ernstig ziek was. Deze zei dat hij niet bang is voor de dood maar dat hij zich zorgen maakt over de achterblijvers. Hij weet nu wie hij is en dat hij alles aan kan. De Rabbijn schrijft in reactie op dat gesprek dat hij maar niet gewend raakt aan het feit hoe sterk een Joodse ziel is.

Beschutting zoeken bij G'd
Wanneer de geest vrede ervaart is het op een veilige plek. Maar wanneer we verwikkeld raken in bedrog ervaren we nooit de plek die G'd ons beschutting geeft. We hunkeren naar de beschutting die G'd ons geeft, de rest is chaos. David vraagt G'd om al zijn tegenstanders opgeslokt te laten worden door hun eigen kwaad zodat ze niet langer schade kunnen aanrichten op de heilige plaatsen waar G'd op ons wacht.

Achitofel
David beschrijft verder in deze Psalm hoe hij goede vrienden is geworden met Achitofel. Maar dit blijkt een leugen te zijn. Hij wordt door Achitofel bedrogen. En dat doet pijn. Dit is één van de grootste testen in ons leven, zo stelt Rabbijn Yitzchok Rubin. Maar we kunnen er beter van worden als we grijpen naar onze reddingsboei (lees: G'd). G'd laat ons nooit alleen.

Commentaar van Rashi op Psalm 55

Per vers het commentaar van Rashi, de Joodse Bijbelcommentator die leefde van 1040-1105. Rashi wordt beschouwd als de leraar van de leraren. Door alle traditionele Joden wordt Rashi als autoriteit op het gebied van de Joodse Bijbel en de Talmoed beschouwd. Vandaar dat het belangrijk is om zijn commentaar op de Psalmen weer te geven. Rashi gebruikt nieuw Hebreeuws aangevuld met Oud Franse woorden. Zijn taalgebruik is soms wat orakelachtig kort. Voor nadere verklaring is het verstandig een orthodox Joodse rabbijn te raadplegen.

Vers 3
Luister naar mij en antwoord mij; Ik treur in mijn toespraak en ik kreun,

Ik treur in mijn toespraak: Hebreeuws אריד, ik zal klagen over mijn pijn, zoals (Klaagliederen 3:19): "Herinner mijn leed en mijn ellende (ומרודי)." Ook (Richteren 11:37): "en jammer (וירדתי) op de bergen." Menachem (p. 162) interpreteerde אריד als een uitdrukking van heerschappij, als (Genesis 1:28): "en heers (ורדו) over de vis van de zee." שּׂיחי is een uitdrukking van spraak (Spreuken 23:29): "Hij die te veel praat (שיח)."

Vers 4
Van de stem van de vijand, vanwege de nood van de goddelozen; want zij beschuldigen mij van ongerechtigheid en zij haten mij met wraak.

de nood: Hebreeuws עקת, een uitdrukking van nood.

want zij beschuldigen mij van ongerechtigheid: Doeg en Achithofel beschuldigen mij van ongerechtigheden die [de schaal] te zwaar wegen om aan te tonen dat ik aansprakelijk ben voor de dood, en zij sanctioneren [het vergieten van] mijn bloed.

Vers 5
Mijn hart huivert in mij en de verschrikkingen van de dood zijn op mij gevallen.

huivert: Hebreeuws יחיל, zorgen.

Vers 8
Zie, ik zou ver weg dwalen; Ik zou voor altijd in de woestijn verblijven.

Zie, ik zou ver weg dwalen: en....

Vers 9
Ik zou mezelf snel vinden als een toevluchtsoord tegen een vegende wind, tegen een storm."

Ik zou mezelf snel vinden als een toevluchtsoord: Als ik vleugels had, zou ik ver weg dwalen en me haasten om mijn ziel uit hun handen te redden, want ze zijn als een vegende wind, een stormwind, die bomen ontwortelt, zoals (Job 19:10): “Hij heeft ontworteld (ויסע ) als een boom. ”Maar Menachem (p. 127) associeerde het met (Exodus 12:37):" En de kinderen van Israël reisden (ויסעו).

Vers 10
Vernietig, o Heer, verdeel hun tong, want ik heb geweld en strijd in de stad gezien.

verdeel hun tong: Verdeel het zodat niemand er acht op moet slaan. En Menachem (p. 142) interpreteerde פלג als een uitdrukking van verdeeldheid.

Vernietig: (Defey or defay in het Oude Frans, vernietig, defais in het moderne Frans,) zoals (Klaagliederen 2:8): "Hij weerhield zijn hand niet van het vernietigen (מבלע)." Dus interpreteerde Menachem het [p. 46].

want ik heb geweld en strijd in de stad gezien: door hen.

Vers 11
Dag en nacht omringen zij het op zijn muren, en ongerechtigheid en zonde zijn in haar midden.

omringen zij: d.w.z. het geweld en de strijd.

Vers 12
Vernietiging zit erin en slagen en bedrog komen niet uit zijn plein.

Vernietiging: Hebreeuws הוות.

slagen: Hebreeuws תוֹ.

Vers 13
Want geen vijand beschimpte mij, dat ik het zou dragen; mijn vijand deed zijn mond niet wijd open tegen mij, zodat ik me voor hem zou verbergen.

Want geen vijand beschimpte mij: heel mijn leven om mijn laster te dragen, maar ik stond op en doodde hem.

mijn vijand deed zijn mond niet open: dat ik moet vluchten en me voor hem moet verbergen, maar nu draag ik het misbruik waarmee je me beschimpt, omdat je een man bent die groot is in Tora.

Vers 14
En jij bent een man van mijn gelijke, mijn prins en mijn gewaardeerde.

een man van mijn gelijke: Een man zo belangrijk als ik.

en mijn gewaardeerde: Hebreeuws ומידעי, zoals אלוּפי, mijn prins, een uitdrukking van (Exod. 33:17): "en ik herkende u (ואדעך)", wat vertaald is met וְרַבִּיתָ "en ik maakte u groot". Menachem (p. 94) , legde uit dat "Want geen vijand zou beschimpen die ik zou moeten dragen" is verbonden met (vers 7): "Had ik maar vleugels als een duif! Ik zou wegvliegen en in rust zijn. 'Als ik mijn vleugels kon opheffen, zou ik wegvliegen en ronddwalen vanwege het leed van de goddelozen [mij aangedaan], want wanneer ik het midden van de vergadering van de losbandige zou verlaten om voor altijd in de woestijn te verblijven, dan zou geen vijand mij beschimpen; Ik zou [mijn] schande en mijn schaamte niet hoeven te dragen, en ik zou me niet voor hem verbergen als ik me voor hen verborg toen ik onder hen was. Deze interpretatie is echter onmogelijk vanwege de verzen die erop volgen, namelijk: En u bent een man van mijn gelijke, mijn prins en mijn gewaardeerde (vers 14); dat we samen raad zouden bedenken; in het huis van G'd zouden we met een menigte wandelen (vers 15). Daarom interpreteert Dunash (p. 94) het op een andere manier, en dit is de interpretatie ervan: Want het is geen vijand die mij beschimpt dat ik mijn misbruik zou moeten dragen, en het is niet mijn vijand die zijn mond wijd tegen mij opent, maar mijn prins en mijn gewaardeerde, dat we samen raad zouden vragen; in het huis van G'd zouden we met een menigte wandelen. Dit ding is bekend, dat het misbruik van een vriend moeilijker is voor een persoon [te dragen] dan het misbruik van een vijand. Bovendien kan men zich verbergen voor zijn vijand, maar men kan zich niet verbergen voor zijn vriend wanneer hij hem alles vertelt wat zich in zijn hart bevindt. De context bevestigt dit [interpretatie].

Vers 15
Dat we samen raad zouden bedenken; in het huis van G'd zouden we met een menigte wandelen.

Dat samen: we bedachten altijd raad in de Tora en in het huis van G'd zouden we בְרָגֶשּׁ wandelen met een menigte.

in het huis van G'd: In de studiezalen.

Vers 16
Moge Hij de dood aanzetten tot hen; mogen zij levend naar het graf afdalen, want er zijn kwaden in hun woning, in hun midden.

Moge Hij de dood aanzetten tot hen: Moge de Heilige, gezegend zij Hij, de Engel des Doods op hen aanzetten. Hebreeuws יַשִּׁיא, aanzetten en verleiden, een uitdrukking van (Genesis 3:13): “De slang verleidde mij en ik at.” Menachem (p. 101) interpreteerde יַשִּׁיא, als een uitdrukking van יש, er is zoals (Genesis 24:49): "Als je wilt (ישכם) vriendelijkheid te doen"; (Deut. 29:14), "wie is (ישנו) hier."

in hun woning: במגורם, in hun verblijf.

Vers 18
's Avonds, 's morgens en 's middags spreek en kreun ik en Hij heeft naar mijn stem geluisterd.

's Avonds, 's morgens en 's middags: Het avondgebed, het ochtendgebed en het middaggebed, drie gebeden.

Vers 19
Hij verloste mijn ziel met vrede van de strijd die over mij kwam, vanwege de vele [mensen die] met mij waren.

van de strijd die over mij kwam: van de oorlog die over mij kwam.

vanwege de vele [mensen die] met mij waren: Want Hij deed dit vanwege de vele mensen die mij te hulp kwamen om namens mij te bidden, zoals er staat (I Samuël 18:16): "En heel Israël en Juda hielden van David."

Vers 20
Moge G'd hen horen en antwoorden, en Degene die voor altijd leeft sinds onheuglijke tijden, want er is geen dood voor hen en zij vreesden G'd niet.

Moge G'd horen: het gebed van die vele mensen.

en antwoorden: de koning, Die sinds onheuglijke tijden woont.

want er is geen dood voor hen: Voor die slechte mannen die mij achtervolgen. Ze letten niet op de dag van hun overlijden en ze trillen niet vanaf de dag van de dood.

Vers 21
Hij strekte zijn handen uit tegen hem die in vrede met hem was; hij ontheiligde zijn verbond.

Hij strekte zijn handen uit: Dit verwijst naar Achitofel de goddeloze.

Hij strekte uit: Hebreeuws שלח, tandit of tondet in Oud Frans, uitgestrekt, tendait in modern Frans.

tegen hem die in vrede met hem was: Hebreeuws בשלמיו, tegen hem die rustig en in vrede met hem was.

Vers 22
Glad waren de boterachtige woorden van zijn mond, maar zijn hart was in oorlog; zijn woorden waren zachter dan olie, maar het zijn vloeken.

Glad waren: Hebreeuws חלקו, een uitdrukking van (boven 35:6): "en glad (וחלקלקות)."

de boterachtige woorden van zijn mond: Hebreeuws מחמאת, een uitdrukking van חמאה boter. De eerste "mem" is een defect radicaal in het woord, zoals de "mem" van מעשה en de "mem" van מאמר.

maar zijn hart was in oorlog: Hebreeuws וקרב, ten oorlog.

maar het zijn vloeken: Hebreeuws פתחות. Menachem (p. 147) interpreteerde het als een uitdrukking van zwaarden, als (Micha 5:5): "en het land van Nimrod met zijn zwaarden (בפתחיה)", met de randen van het zwaard. Ik zeg echter dat het een uitdrukking van vloek is in het Aramees, zoals de Talmoed (R.H. 31b) zegt: Amemar schreef een pethicha op haar, wat een bevel is dat excommunicatie besluit.

Vers 23
Werp uw last op de Heer en Hij zal u dragen; Hij zal nooit een rechtvaardig man laten wankelen.

uw last: Hebreeuws יהבך, uw last. De Heilige Geest antwoordt hem aldus.

en Hij zal u dragen: Hebreeuws יכלכלך. Hij zal uw last dragen, zoals (I Koningen 8:27): "de hemel en de hemel der hemelen kunnen U niet bevatten (יכלכלוך). De uitdrukking van כלכול wordt weergegeven als מסובר, dragende, in Targum Jonathan ben Uzziel.

wankelen: Hebreeuws מוט, het wankelen van de voet.

Nadere toelichting op bovenstaande Joodse commentaren

Hoe kunnen we onze reddingsboei grijpen? Met andere woorden hoe kunnen we een relatie aangaan met G'd die we niet kunnen definiëren? Op die vraag geeft Rabbijn Tzvi Freeman een antwoord.

Ondanks dat G'd zelf ondefinieerbaar is maakt hij zichzelf aan ons bekend door Zijn wonderen, Zijn profeten, Zijn Tora en het feit dat Hij continu de wereld onderhoudt. Onze relatie met G'd wordt bepaald door wat we doen, hoe we Zijn wetten naleven en hoe we met andere mensen omgaan. Je kan niet G'd dienen zonder je naaste goed te behandelen, zegt Friedman. Hoe we goed met onze naasten moeten omgaan staat in de Tora (voor Joden) en de Noachidische geboden (voor niet-Joden).

Dat David door Achitofel wordt bedrogen is een test van G'd. G'd wil dat David Hem zoekt voor bescherming. En dat geldt voor ieder mens. Het leven is een zoektocht naar G'd die de hoogste eenheid is, zo verklaart Rebbe Schneerson. Op deze wijze leren we te begrijpen hoe ons leven in elkaar zit. G'd heeft ons een vrije wil gegeven om zelf voor Hem te kiezen. G'd houdt zich verborgen maar door Hem te zoeken via de spirituele weg (de Bijbel) komen we dichter bij Hem. Dit is een doorwrocht en verfijnd proces van vragen stellen omdat G'd wil dat wij langzaam wennen aan Zijn werkelijkheid. We realiseren ons dan dat onze wereld beperkt is en dat alleen G'd bestaat als absolute werkelijkheid. De spirituele weg leidt tot het samensmelten van lichaam en ziel waardoor eenheid in de wereld ontstaat. Eenheid wil overigens niet zeggen gelijkheid maar verscheidenheid in eenheid. Er zijn verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Deze diversiteit leidt tot een grotere eenheid. Zodra er eenheid in de wereld is, is de aarde een verblijfplaats voor G'd geworden.

Lees verder

© 2017 - 2020 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Bijbel - Psalm 4 een lied van David in jonge taalBijbel - Psalm 4 een lied van David in jonge taalAls je problemen hebt en geen hulp zoekt kunnen je problemen niet opgelost worden. Psalm 4 is een tekst om je aan te spo…
Tehilliem: Psalm 23 - een Joodse uitlegTehilliem: Psalm 23 - een Joodse uitlegPsalm 23 wordt in vele Joodse gemeenten aan het eind van de dienst gezegd, gevolgd door het half-kaddiesj en bar'choe. T…
Tehilliem: Psalm 13 - een Joodse uitlegTehilliem: Psalm 13 - een Joodse uitlegOnze geest is een tricky plek. Het is als drijfzand. Het trekt ons om het foute te doen. We kunnen de hoop opgeven of we…
Tehilliem: Psalm 3 - een Joodse uitlegTehilliem: Psalm 3 - een Joodse uitlegPsalm 3 is het lied van Koning David die echte berouw toont aan HaShem (G'd) en daarmee een depressie voorkomt. Het voor…
Messiaanse profetie: 'Messiaanse Psalmen' van Norbert LiethMessiaanse profetie: 'Messiaanse Psalmen' van Norbert LiethMessiaanse profetie: 'Messiaanse Psalmen' van Norbert Lieth. Er is geen boek in het Oude Testament (Tenach) waar zoveel…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Hurk, Pixabay
  • Chabad
  • Tenach (voor tekst Psalm 55)
  • Rashi's commentaar op de Bijbel - http://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/116426-joodse-denkers-rasji-bijbelcommentaar-in-joodse-traditie.html
  • Rhythm of the Heart - Rabbi Yitzchok Rubin
  • http://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/1801495/jewish/How-Can-I-Relate-to-an-Unknowable-Gd.htm
  • Zinvol leven - rebbe Menachem Mendel Schneerson

Reageer op het artikel "Tehilliem: Psalm 55 – een Joodse uitleg"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 18-12-2019
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Psalmen
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!