InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Psychologie > Drie theorieën ter verklaring van crimineel gedrag

Drie theorieën ter verklaring van crimineel gedrag

In dit essay worden er drie theorieën behandeld waarom er mensen zijn die crimineel gedrag vertonen of kunnen gaan vertonen. De etiketteringstheorie, bindings- of integratietheorie en de sociobiologische theorie worden hierin behandeld. In de loop van de twintigste eeuw zijn er vele theorieën ontwikkeld die het gedrag van criminele verklaren. Deze theorieën kunnen een hoop verklaringen geven voor het ontwikkelen van ‘afwijkend’ gedrag. Zowel op macro, meso en micro niveau. Macro niveau is vooral toegespitst op de samenleving, een voorbeeld hiervan is de etiketteringstheorie. Meso niveau houdt zich vooral bezig met de omgeving van de crimineel, de bindings- of integratietheorie is hier een goed voorbeeld van. Als er alleen wordt gekeken naar het eigen individu, gebeurt het op micro niveau, de sociobiologische theorie bijvoorbeeld. Sommige theorieën kun je ook op meerdere niveaus analyseren.
Als je goed gaat kijken naar criminelen is er altijd wel een theorie terug te koppelen op de crimineel, dit kan leiden tot een verklaring van crimineel gedrag en misschien zelfs leiden tot een oplossing. Theorieën die het gedrag van criminelen verklaren zijn dus erg belangrijk, ze helpen met het begrijpen van de persoonlijke situatie van de crimineel en hoe de crimineel zichzelf er toe aan kon zetten om een misdaad te plegen.

Etiketteringstheorie

Al heel lang bestaat de term ‘etiket’, er wordt ergens een stickertje op geplakt, en het is gekenmerkt zolang het gebruikt wordt. Het ding zal altijd de naam krijgen die het stickertje hem geeft. Hetzelfde gebeurt in de maatschappij, er wordt een sticker geplakt op bepaalde groepen in de maatschappij. Bijvoorbeeld laag opgeleide mensen worden vaker gezien als crimineel (het stelen van geld of spullen), terwijl mensen met een goede baan vaker worden gezien als fraudeurs van geld. Hetzelfde gebeurt in etnische groepen, mensen met een andere huidskleur (Marokkanen), of afkomst (Polen). Over al deze mensen is al een vooroordeel, als bevolkingsgroepen andere groepen blijven vooroordelen, gaan die mensen zich er uiteindelijk ook naar gedragen. Een Marokkaan zou dan kunnen gaan denken dat iedereen hem toch al als een criminele kansloze jongen ziet, waardoor hij automatisch gaat stelen. Omdat het toch niet uitmaakt want er is al een vooroordeel.
De hele samenleving heeft hier mee te maken, omdat er altijd een stempel op bepaalde groepen wordt gedrukt. Vandaar dat het op macro niveau gebeurt. Het wordt ook zo in het nieuws gebracht, als het een Marokkaan was die een moord heeft gepleegd, wordt het er veel duidelijker bijgezet en wordt er veel meer over geschreven dan dat het gewoon een ‘Nederlander’ was. Het kan echter ook op meso niveau plaatsvinden. In een omgeving zoals een wijk, kunnen bepaalde groepen mensen als ‘anders’ worden gezien en daardoor worden veroordeeld en het stickertje met crimineel opgeplakt krijgen en ook daadwerkelijk misdaadgedrag gaan vertonen. Het vindt hier dus op kleinere schaal plaats.
Een kritiek op deze theorie is dat er wel degelijk bepaalde groepen zijn die meer geweld vertonen dan andere groepen. Op deze manier is het wel logisch dat er vooroordelen zijn, omdat andere mensen zich bedreigd kunnen voelen door die groepen. Alleen alle mensen uit de meer gewelddadige groepen worden dan over één kant geschoren waardoor de etiketteringstheorie eigenlijk ontstaat. Een oplossing zou kunnen zijn om groepen mensen meer met elkaar te verbinden.

Bindings- of integratietheorie

De bindings- of integratietheorie is een ingewikkelde theorie, het verklaart eerder waarom mensen niet crimineel zijn, dan waarom zij wel crimineel zijn. Als mensen een binding hebben met deze wereld, een vriendin, moeder, vader of broertje bijvoorbeeld, zullen zij minder snel een misdaad begaan. De liefde voor die personen houdt hen tegen om een serieus delict te plaatsen, bang om degene waarvan zij houden te verliezen. Er zijn slechts enkele die helemaal geen binding hebben, er wordt dan ook vaak gezien dat eenzame jongeren of alleenstaande mannen op een iets latere leeftijd vaker in aanraking komen met misdaden dan jongeren die een sociaal leven hebben of getrouwde mannen. Het zou misschien wel de belangrijkste reden kunnen zijn om een misdaad NIET te begaan.
Veel eenzame jongeren plegen delicten omdat ze niemand hebben om zich tegen te verantwoorden. Als er geen ouders zijn die geïnteresseerd zijn in het kind, is het moeilijk om te geloven voor dat kind dat hij echt in deze wereld thuis hoort. Het kind gaat zich alleen voelen en gaat rare dingen denken en doen omdat er niemand is waarmee gepraat kan worden. Alles wordt opgekropt, en uiteindelijk beseft het kind dat hij eigenlijk geen binding meer heeft met iemand. Hij besluit om een delict te plegen om zo misschien nog iets van aandacht te krijgen of gewoon als een invulling van de vrije tijd omdat die met niemand anders besteedt kan worden. Als het kind op school zit, daarnaast nog lid is van een sportclub en in het weekend met andere mensen kan afspreken heeft hij het gevoel dat hij het niet kan maken om nu een misdaad te begaan en al zijn ‘binding’ met zijn omgeving te verliezen. Dat zou geen klas, team of vrienden meer betekenen.
Vaak wordt er ook geen misdaad gepleegd omdat mensen bang zijn voor de reacties van andere mensen, zij zullen het afkeuren en er kritiek op leveren. Het is iets waar iedereen over nadenkt voordat er iets gedaan wordt. Zolang er sociale binding is, is het veel moeilijker om iemand pijn te doen of te bestelen, want diegene die besteelt wordt, zal verdriet hebben. Die emoties worden herkend en er kan zich beter in iemand anders worden verplaatst. Het weerhoudt diegene ervan om een misdaad te begaan. Oplossingen voor deze theorie worden al geboden zoals jeugdzorg bijvoorbeeld.

Sociobiologische theorie

Een derde theorie is de sociobiologische theorie, deze vindt plaats op micro niveau. Volgens deze theorie zit het in het DNA van de mens opgesloten dat mensen slecht geboren worden. Mensen worden slecht geboren en kunnen er niets aan doen dat ze crimineel worden, dat is wat deze theorie eigenlijk wil vertellen. Zo geven ze vaak het voorbeeld dat zonen van vaders die in de gevangenis zitten ook crimineel worden. Maar dat hoeft niets met het DNA te maken, als jij het voorbeeld van je vader krijgt, zal je dat later ook eerder gaan doen. Het DNA kan wel een bepaalde afwijking hebben, maar dat betekent niet dat de persoon ook moet overgaan op stelen. Tenzij je een kleptomaan of een pyromaan bent, dan zijn er bepaalde afwijkingen in de hersens die misschien aangeboren zijn. Het is niet gerechtvaardigd om te zeggen dat het aangeboren is, een verslaving is tenslotte ook niet aangeboren, mensen zijn alleen maar vatbaarder voor verslavingen. Dus de enige reden zou kunnen zijn dat mensen vatbaarder zijn tot het overgaan van misdaden en niet zozeer een ‘fout’ in het DNA.
Het is bewezen dat er een bepaald gen in je DNA zit dat ervoor zorgt dat de persoon eerder verslaafd raakt aan bijvoorbeeld roken, drinken of andere dingen. Of dat hij meer beïnvloedbaar is, waardoor ‘foute’ vrienden hem kunnen beïnvloeden. Zo is het ook logisch te bedenken dat als die persoon andere mensen ziet stelen, het zelf een keertje doet, en er dan ‘verslaafd’ aan raakt. Volgens de tegenhangers van deze theorie is de mens een onbeschreven blad bij de geboorte en is van nature goed.

Conclusie

Dit zijn enkel drie theorieën, er bestaan er nog veel meer. Allemaal geven ze een verklaring waarom sommige mensen zich crimineel gedragen. Deze drie theorieën zijn essentieel voor de verklaring van crimineel gedrag. Ze geven inzicht waarom criminelen zich zo gedragen en ze kunnen oplossingen bieden. Het kan ook potentiële criminelen behoeden om daadwerkelijk een misdaad te plegen. Door oplossingen te bieden en te zorgen dat mensen altijd een binding hebben met mensen of ervoor zorgen dat bepaalde bevolkingsgroepen meer acceptatie krijgen.
De meest interessante theorie van deze drie is de bindings- of integratietheorie. Deze theorie is een theorie die niet zo zeer de oorzaken van crimineel gedrag beschrijft, maar de reden waarom mensen geen crimineel gedrag zouden vertonen. Voor heleboel mensen een reden om dus geen crimineel te worden. De etiketteringstheorie zegt dat crimineel gedrag wordt veroorzaakt door het plakken van stickertjes op bepaalde bevolkingsgroepen. De sociobiologische theorie kijkt juist vanuit het individu, een bepaald gen dat het crimineel gedrag kan verklaren.
Al deze drie theorieën kunnen gecombineerd worden, zo kunnen Marokkanen in een lager sociaal milieu, met al een sticker opgeplakt, minder bindingen hebben dan iemand uit een hoger milieu. Al de theorieën kunnen dus gecombineerd worden met elkaar en zijn nauwelijks los van elkaar te zien. Er is dus geen enkele theorie die helemaal het gedrag van criminelen kan verklaren.
© 2012 - 2019 Michelle93, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De sociale bindingstheorie van Hirschi en crimineel gedragDe sociale bindingstheorie van Hirschi en crimineel gedragEr is al veel onderzoek gedaan naar de beweegreden voor crimineel gedrag. Is criminaliteit wel aan de hand van één enkel…
Sociale netwerken en jeugdcriminaliteit: netwerk jongerenSociale netwerken en jeugdcriminaliteit: netwerk jongerenSociale netwerken en jeugdcriminaliteit. Uit de literatuur blijkt dat het sociale netwerk van jongeren een belangrijke r…
Help, mijn kind heeft verkeerde vriendenHelp, mijn kind heeft verkeerde vriendenU probeert uw kinderen zo goed mogelijk op te voeden, maar op een bepaalde leeftijd moet u ze loslaten. Ook als het pube…
Crimineel gedrag, delinquentie en de rol van kerkbezoekCrimineel gedrag, delinquentie en de rol van kerkbezoekStatistische gegevens over stijgende misdaadcijfers zijn vaak gemeld door de media. Dit was vooral het geval tijdens de…
Betekenis van verschillen tussen geloof en crimineel gedragBetekenis van verschillen tussen geloof en crimineel gedragReligieus geloof en negatief gedrag hebben vaak een link met individueel crimineel gedrag. Dat kan opgemaakt worden uit…
Bronnen en referenties
  • Criminaliteit en Rechtsstaat; Bas Schuijt, Rosan Coppes, Theo Rijpkema, Theo Schuurman; Uitgeverij Essener; Eerste druk; isbn 978-90-86740-24-6

Reageer op het artikel "Drie theorieën ter verklaring van crimineel gedrag"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Michelle93
Gepubliceerd: 07-03-2012
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Psychologie
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!