We kunnen wel betere mensen worden
Het situationisme en de deugdethiek ruziën over of mensen wel karakters hebben, of we wel deugden kunnen bezitten en of er dus wel echt behulpzame mensen bestaan. Tegenwoordig wint het situationisme aan stemmen van mensen die geloven dat we maar bar weinig invloed hebben op ons eigen gedrag. Maar John Sabini en Maury Silver willen de deugdethiek niet zomaar de prullenbak in gooien. We kunnen zeker wel betere mensen worden, maar we moeten wel begrijpen op welke manier en dat het moeilijk kan zijn.Tussen wie gaat het debat?
Heeft het zin om aan ethiek, deugdethiek, te doen? Hebben wij een realistisch beeld van de mens? Waardoor wordt ons gedrag bepaald? De volgende zijn de belangrijkste standpunten die worden ingenomen in deze discussie.Deugdethiek
Deugdethiek is de theorie die zegt dat je de deugden nodig hebt om goed te handelen. Deugden zijn bijvoorbeeld behulpzaamheid of eerlijkheid. Een deugdzaam persoon is onder andere behulpzaam en eerlijk. De goede handeling is de handeling die een deugdzaam persoon zou doen. Deze ethiek komt van de Griek Aristoteles. Het doel van de ethiek was volgens hem de training in de deugden om een goed karakter te ontwikkelen. Maar nu zijn er de situationisten die zich tegen de deugdethiek verzetten. Volgens hen bestaat het helemaal niet.
Situationisme
Volgens het situationisme gaan we de fout in door te denken dat er mensen zijn die deugden of andere karaktertrekken bezitten. Dat is helemaal niet het geval. We gedragen ons verschillend, maar dit komt niet door het verschil in karakter, maar door het verschil aan situatie waar we ons in bevinden. Omdat er geen karaktertrekken en deugden bestaan, is het onzinnig te streven naar een goed karakter, of te proberen bepaalde deugden te bezitten. De deugdethiek is onmogelijk en kan dus afgeschreven worden. Voorbeelden van situationisten zijn bijvoorbeeld Gilbert Harman en Peter Vranas.
John Sabini en Maury Silver
In hun artikel 'Lack of Character, Situationism Critiqued' verdedigen Sabini en Silver de deugdethiek. Het is zeker waar dat ons gedrag extreem gevoelig is door variaties in onze omstandigheden, maar betekent dit meteen dat we allemaal geen karakter hebben? Dat lijkt iets te ver te gaan. De deugdethiek zou overbodig zijn als het van ons verwachtte dingen te doen die onmogelijk zijn, bijvoorbeeld het bezitten van deugden en het doen van de goede handeling. Maar het is wel degelijk mogelijk de dingen te doen die de deugdethiek van ons verwacht, al is het soms moeilijk.
Wat verwacht de deugdethiek van ons?
Laten we iets uitgebreider onderzoeken wat het dan precies is dat de deugdethiek van ons vraagt. Als we hieraan kunnen voldoen kan de deugdethiek nog bestaan, anders niet. Een eis van de deugdethiek aan mensen is het 'globalisme'. Dit houdt in dat deugden, en karaktertrekken in het algemeen, aan drie eisen moeten voldoen. Ze moeten consistent zijn: in verschillende omstandigheden opspelen. Als je alleen dapper bent in een achtbaan, maar niet in de oorlog, ben je niet echt dapper, bijvoorbeeld. Daarnaast moeten karaktertrekken stabiel zijn, over een lange periode hetzelfde blijven. Als laatst houdt het globalisme in dat verwante karaktertrekken vaak samengaan. Dit is echter een iets moeilijker te testen eis.Situationisme: wij voldoen niet aan de eis
Volgens de situationisten kunnen wij niet aan de eerste eis voldoen. In de ene situatie zijn we behulpzaam en in de andere niet. Een argument dat gegeven wordt is bijvoorbeeld het muntjesexperiment. Daarin vindt de helft van de proefpersonen een muntje bij de telefoon en de andere helft niet. Het blijkt dat een veel hoger percentage van de mensen die muntjes vinden iemand helpen die zijn papieren heeft laten vallen, dan van de mensen die niets vinden. Dit betekent dat er dus veel mensen zijn die in de ene situatie, als ze een muntje hebben gevonden, wel zouden helpen, maar dat anders niet hadden gedaan. En dat is een goede reden om aan te nemen dat 'karaktertrekken' niet consistent zijn, ze spelen in bepaalde omstandigheden wel op en in andere niet.
Sabini en Silver: wij voldoen wel aan de eis
Sabini en Silver vinden het muntjesargument een slecht argument. Ten eerste is het feit of iemand papieren voor iemand opraapt of niet in een bepaalde situatie, niet meteen representatief voor de behulpzaamheid van die persoon. Het is immers een kleine moeite en het is niet moreel verwerpelijk om in deze situatie niet altijd behulpzaam te zijn. Daarnaast verandert het gedrag wel door zoiets als het vinden van een muntje, maar dat hoeft niet te komen doordat we behulpzamer worden van het vinden van een muntje. Een betere verklaring is dat we door het muntje in een betere stemming zijn, en uit experimenten is ook gebleken dat we dan oplettender zijn en het dus eerder opmerken als iemand zijn papieren laat vallen. Iemand die geen muntje vond en zich niet goed voelt, had het ongelukje misschien niet waargenomen, en had dus helemaal niet de kans te helpen. Als laatste is het natuurlijk ook nog het geval dat niet iedereen deugden hoeft te bezitten om aan de eisen van de deugdethiek te voldoen. Als er maar een paar mensen zijn die in elke situatie behulpzaam zijn is dat al genoeg, dan is dat het ideaal waar wij in de deugdethiek naar streven, en wat blijkbaar een zeldzaam, maar bereikbaar, ideaal is.