Allochtonen in Nederland
Nederland is een multicultureel land. Er zijn verschillende soorten mensen uit verschillende landen die woonachtig zijn in Nederland. Verschillende mensen met verschillende culturen, normen en waarden, denkwijzen moeten met elkaar samen leven. Dit vraagt voor flexibiliteit en begrip bij mensen. Het is goed voor de verschillende doelgroepen in Nederland om zich te interesseren in andere groepen om te kunnen begrijpen hoe deze mensen denken en handelen. Door dit te doen is het mogelijk om in te leven in deze doelgroep, wat het samen leven makkelijker maakt.Allochtoon/autochtoon
Het woord allochtoon komt uit het Oudgrieks en staat voor personen die uit een ander land of gebied komen. Daar tegenover heb je het woord autochtoon, wat staat voor personen uit het zelfde land of gebied. Er zijn dus verschillende soorten allochtonen in Nederland. Zo heb je bijvoorbeeld: Turken, Marokkanen, Surinamers, Antilianen, Irakezen, Chinezen, Iraniërs, etc. Elk van deze soorten allochtonen hebben zo hun eigen normen en waarden en culturen. Vaak hebben deze groepen moeite met aanpassen aan het land, omdat men het moeilijk vinden om hun eigen cultuur los te laten.Cultuur
In Westerse culturen is er sprake van een familiecultuur. In Nederland daar en tegen is er sprake van een cultuur waarbij het individu vaak op het eerste plan komt. Vaak hebben de Westerse buitenlanders in Nederland hier moeite mee en hebben problemen bij het aanpassen hieraan. Ouders en familie gaan bij deze doelgroep voorop en dan pas komen de eigen belangen. Toch is het mogelijk om te zien dat er steeds meer tweede generatie allochtonen zich aan het aanpassen zijn aan deze Nederlandse cultuur. De eerste generatie heeft hier meer moeite mee. Hieronder allereerst meer over deze twee generaties allochtonen.Eerste generatie
Deze generatie allochtonen zijn in het buitenland geboren en hebben ten minste één ouder in het buitenland wonen. Vaak is deze persoon als gastarbeider naar Nederland gekomen, met als doel om hier te werken en geld te verdienen. Uiteindelijk was het doel om terug te gaan naar het land van herkomst. Maar veel van deze doelgroep zijn op den duur dusdanig gaan wennen aan het land, dat ze ook niet meer terug zijn gegaan naar land van herkomst. Zij kregen kinderen en een vrouw, die in Nederland zijn gaan leven en opgroeien. Het feit dat zei zich zijn gaan aanpassen aan het land, heeft het hen onmogelijk gemaakt om terug te gaan naar hun eigen land. Vaak zijn deze eerste generatie allochtonen laag opgeleid. Deze doelgroep is in het verleden naar het buitenland gegaan, om gebruik te maken van de kans om hard te werken in het buitenland en veel geld te verdienen en terug te gaan. Zij hebben in Nederland dus ook vooral gewerkt en geen studie gevolgd. Op den duur, zijn zij blijven hangen in Nederland en beheersen zij de taal nog steeds onvoldoende. Naarmate zij kinderen krijgen en deze worden ouder, wordt deze doelgroep erg afhankelijk van hun kinderen. Hierover in een later stadium meer.Tweede generatie
De tweede generatie allochtoon is in Nederland geboren en heeft ten minste één in het buitenland geboren ouder. Deze allochtonen zijn dus in Nederland geboren en hebben vaak weinig kennis over het land van de ouders. Ze zijn opgegroeid in Nederland en beheersen de taal goed en hebben de normen en waarden van het land goed tot zich genomen. Vaak ervaren deze doelgroep een tweestrijd tussen het land waar ze wonen en het land van haar ouders. De eerste generatie, de ouders, houden zich vast aan hun eigen cultuur en proberen dit over te brengen aan hun kinderen. Dit is vaak lastig voor kinderen om dit te begrijpen en in te zien, omdat zij dit niet gewend zijn en op school heel anders leren.De tweede generatie allochtonen genieten van een opleiding in Nederland en beheersen vaak de taal beter dan hun ouders. De eerste generatie allochtonen hebben steeds meer moeite met de technologie en de taal, waardoor zij voor problemen komen te staan. Veel handelingen gebeuren tegenwoordig digitaal en telefonisch. Wanneer deze generatie de taal niet goed beheersen, worden zij afhankelijk van hun kinderen. Dit geeft een bepaalde macht aan de kinderen, hierdoor zijn zij vrijer in het doen en laten. Door deze gebreken van de eerste generatie, is het niet meer zo dat ouders zeggen wat kinderen moeten doen, wat in deze groepen wel gebruikelijk is. De gezegde: ‘’kennis is macht’’ is hier duidelijk van sprake. De tweede generatie allochtonen kunnen op den duur meer zeggen en doen, waarbij de ouderen van deze kinderen door de verschillende gebreken hier gehoor aan geven.