InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Matteüs 27:25: Zijn bloed kome over ons, Matteüs anti-Joods?

Matteüs 27:25: Zijn bloed kome over ons, Matteüs anti-Joods?

Matteüs 27:25: Zijn bloed kome over ons, Matteüs anti-Joods? In Matteüs 27:25 staan de bekende woorden: 'Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!' Deze woorden hebben in het verleden een negatieve rol gespeeld in de houding van 'christenen' tegenover Joden. Is het Evangelie volgens Matteüs daarmee anti-Joods? De christelijke kerk heeft zich onweerlegbaar schuldig gemaakt aan Jodenvervolging en gedwongen bekeringen. Kunnen deze trieste en afschuwelijke daden van christelijk antisemitisme worden gekoppeld aan Jezus zelf, zoals hij wordt afgeschilderd in de canonieke evangeliën? In dit artikel wordt het evangelie volgens Matteüs besproken, welke volgens sommige critici anti-Joodse teksten zou bevatten — waaronder dus: 'Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!'

Matteüs 27:25: Zijn bloed kome over ons, Matteüs anti-Joods?


Vroege datering van de evangeliën

Dat het Nieuwe Testament een 'heilige tekst is die van kaft tot kaft bolstaat van de stigmatiserende commentaren op Joden', hangt samen met de gedachte dat de evangelisten in toenemende mate polemiseerden tegen het jodendom als een reactie op de afwijzende en vijandige houding van de Joodse religieuze leiders ten opzichte van de jonge christelijke kerk.(1) Het Nieuwe Testament zou bol staan van 'gemeentetheologie', waarbij de evangelisten niet steeds de boodschap van Jezus vertolkten, maar vooral de kritische houding en vijandigheid van de jonge christelijke gemeenschap tegen het jodendom. Hier ligt de vooral in modern-vrijzinnige theologische en wetenschappelijke kringen wijdverbreide veronderstelling aan ten grondslag, dat de evangeliën veel later geschreven zijn dan de tijd waarin Jezus op aarde leefde.

De theoloog B.J.E. van Noort beargumenteert in zijn studie De vastheid van het gesproken Woord, dat de evangeliën van Matteüs, Lucas en Johannes zijn geschreven in het jaar 30 na Christus en Marcus zo rond het jaar 34 na Christus, op het moment dat de apostelen het Evangelie buiten Jeruzalem begonnen te verkondigen.(2) De auteur betoogt overtuigend dat Jezus' uitspraken direct zijn opgetekend in werkverslagen en niet pas na tientallen jaren van orale overlevering op schrift zijn gesteld. Hij baseert zich op nieuwe taalkundige analyse van het Nieuwe Testament, die hij combineert met kennis rond schrijfmethoden en stenografie in de Romeinse tijd.

Van Noort stelt dat de Nieuwtestamentische Wetenschap met zijn late datering van de evangeliën, vooral het Johannesevangelie tot een antisemitisch boek heeft gemaakt. Zo moet het Griekse woord Ioudaios, dat als zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord 70 keer in het Evangelie volgens Johannes voorkomt en in Matteüs 5 keer, 6 keer in Marcus en 5 keer in Lucas, niet vertaald worden met 'Jood' maar met 'Judeeër':

  • "Wanneer we in heel het Johannesevangelie het woord 'Judeeërs' lezen voor 'Joden', ontdekken we voortdurend de verbazing van de apostel Johannes over de Judeeërs die met de tempel veel meer gezegend leken te zijn dan de Galileeërs in het noorden, en dat juist zij toch maar niet de werken van Jezus wilden begrijpen en erkennen. Antisemitisme speelt daarin geen enkele rol."(3)

Schilderij van David Roberts (1796-1864): The Siege and Destruction of Jerusalem by the Romans Under the Command of Titus, A.D. 70 (1850) / Bron: David Roberts, Wikimedia Commons (Publiek domein)Schilderij van David Roberts (1796-1864): The Siege and Destruction of Jerusalem by the Romans Under the Command of Titus, A.D. 70 (1850) / Bron: David Roberts, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Lang na de verwoesting van de tempel, was de smalle betekenis van het woord Ioudaios verdwenen; de tegenstelling tussen Judeeërs en Galileeërs uit de tijd van de tweede tempel existeerde niet meer. Alleen de brede betekenis bestond nog, in de zin van 'Jood', iemand die behoorde tot het volk van de Joden en behorend tot de Joodse religie. Een late datering van het Johannesevangelie zorgt er dus voor dat Ioudaios alleen maar verstaan kan worden als Joden. Bijgevolg werkt een late datering van de evangeliën een anti-Joodse lezing van de nieuwtestamentische geschriften in de hand. Veel woorden van Jezus zouden zijn gekleurd door evangelieschrijvers die tientallen jaren na de dood van Jezus het evangelie aan het papier toevertrouwden en zich daarbij steeds meer gingen afzetten tegen het Jodendom:

  • "Matteüs valt dus op door polarisatie ten opzichte van de farizeeën, soms zelfs ten opzichte van de Joden in het algemeen. Gewoonlijk brengt men dit in verband met de ontstaanstijd van de eindtekst van het evangelie eind eerste eeuw. Anderzijds valt Matteüs op door het gebruik van joodse en aan de rabbijnse literatuur verwante uitdrukkingen. Naast polarisatie ook hier dus continuïteit."(11)

Er wordt gesuggereerd dat de late ontstaanstijd van Matteüs polarisatie ten opzichte van de Farizeeën en de joden in het algemeen in de hand heeft gewerkt. De evangeliën van Matteüs en Johannes getuigen van een voortgeschreden verharding van de tegenstellingen tussen Joden en heidenchristenen, zo wordt gesteld. De woorden van Jezus ten aanzien van farizeeën en sadduceeën worden dan niet begrepen en verklaard vanuit een puur Joodse historische, culturele en sociale context, maar zouden zijn voortgekomen door de voortgeschreden polarisatie tussen de christelijke gemeente en de synagoge, met als gevolg dat hele passages in Matteüs worden geproblematiseerd - alsof het woord 'farizeeën' synoniem staat voor alle Joden toen en nu - waardoor een anti-Joodse lezing meer voor de hand ligt. Een vroege datering van de evangeliën en het analyseren van de tekst vanuit een joodshistorische en -culturele context en niet vanuit een later Joods-christelijk conflictmodel, doet recht aan de evangeliën waarbij de schrijvers zo getrouw mogelijk wilden weergeven hetgeen Jezus heeft gezegd en gedaan. Jezus dient binnen de Joodse context van zijn tijd en binnen de Joodse traditie geplaatst te worden, om van daaruit een Joodse Jezus te schetsen en dan zullen we zien dat de woorden van Jezus in Matteüs allesbehalve anti-Joods zijn. Het optreden van Jezus past binnen de Joodse traditie en cultuur. Bovendien gaat het in Mattheüs niet om de tegenstelling christenen versus Joden, maar om een messiaanse joodse gemeenschap van volgelingen van Jezus versus de farizeese synagoge (denk hierbij aan de uitdrukking "hun synagogen"); dit is een intern-Joodse tegenstelling.(12)

Farizeeën en sadduceeën

De belangrijkste religieuze stromingen in de tijd van Jezus bestonden uit de farizeeën en de sadduceeën. Het woord farizeeër heeft heden ten dage een negatieve connotatie, in de trant van 'huichelaar' of 'schijnheilige'. Nu is het zo dat Jezus farizeeën heeft uitgemaakt voor huichelaars (Matteüs 23:13 en 23:23), maar deze verwijten vonden plaats in de context van een intern-joodse discussie: "... In a family context - as a Jew criticizing some of his fellow Jews."(4) We moeten voor ogen houden dat de kritiek van Jezus niet alle farizeeën betrof, maar uitsluitend en alleen degenen die hypocriet waren. In Marcus 12 lezen we dat Jezus over één van de schriftgeleerden zei: "U bent niet ver van het koninkrijk van God". Ook waren er enkele volgelingen van Jezus die tot de partij van de farizeeën behoorden (Handelingen 15:5). Ook blijft Paulus zich na zijn Damascus-ervaring indentificeren als farizeeër. Hij zegt luid en duidelijk tegen het Sanhedrin: "Broeders, ik ben een farizeeër uit een geslacht van farizeeën" (Handelingen 23:6).

Ook de Joodse geleerde Menahem Mansoor erkent dat het Nieuwe Testament niet alle farizeeën over één kam scheert:

  • "While the Pharisees, as a whole, set a high ethical standard for themselves, not all lived up to it. It is mistakenly held that the New Testament references to them as 'hypocrites' or 'offspring of vipers' (Matt. 3:7; Luke 18:9ff,. etc) are applicable to the entire group. However, the leaders were well aware of the presence of the insincere among theur numbers, described by the Pharisees themselves in the Talmud as 'sore spots' or 'plagues of the Pharisaic party' (Sot. 3:4 and 22b)."(9)

Jezus richtte zijn kritiek in de eerste plaats op het leven van farizeeën en niet zozeer op hun leer, ofschoon hun levenspraktijk ook hun leer logenstraft. Degenen die hij kritiseert, praktiseerden zelf niet wat zij het volk leerden en wat ze wel deden, deden ze vooral ten faveure van zichzelf. "Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden" (Matteüs 23:5).

Matteüs 23

Jezus spreekt harde kritiek uit tegen schriftgeleerden en farizeeën in Matteüs 23. De schrijver presenteert Jezus' belangrijkste geschilpunten met de Joodse leiders op ferme wijze, hetgeen culmineert in een 'achtvoudig wee' - de weeklachten zijn tegenhangers van de zaligsprekingen uit de Bergrede, waarmee Jezus zijn onderwijs begon (Matteüs 23:13-29) - en eindigt in droevig mededogen aangaande hun afwijzing van hem ondanks zijn voortdurende uitnodiging (Matteüs 23:37-38). De woorden van Jezus in dit tekstgedeelte zijn uitgesproken met een mengeling van toorn en droefheid, boosheid en verdriet (vers 37). De scherpe bewoordingen die Jezus gebruikt, vinden veel mensen heden ten dage choquerend:

  • "The repeated slashing litany... angers Jews, mystifies Gentiles and embarrasses Christians, who find Yeshua's remarks intemperate, antisemitic, even 'un-Christlike'."(3)

Maar het aanwenden van heftige bewoordingen ten dienste van religieuze geschillen, was toentertijd heel normaal.(6) In feite kan worden aangevoerd dat in Joodse kringen dergelijke retoriek werd gebruikt sinds de dagen van de Bijbelse profeten, die in hun aanklachten deze manier van spreken gebruikten om met pijn in hun hart de vloek van God als een voldongen of te verwachten feit te verkondigen. Ook in de tijd van de Tweede Tempelperiode werd dit taalgebruik door verschillende Joodse groeperingen aangewend om het religieuze establishment in Jeruzalem te kritiseren:

  • The ferocity of rhetoric in Jewish texts, and especially the volatile language of the Dead Sea Scrolls, shows that Mathew's polemic need not signal a break with Judaism. So far from that being the case, we indeed deny that Matthew is a Christian critique of Judaism. It is rather a Jewish-Christian critique of Jewish opponents– and therefore no more 'anti-Semitic' than the Dead Sea Scrolls.(7)

Jezus sprak de woorden van God, zoals oudtestamentische profeten dat voor hem hadden gedaan. Niet op een liefdeloze manier: het is geen liefdeloze tirade van Jezus tegen zijn opponenten. Maar liefde moet soms hard zijn. Denk aan het spreekwoord: 'zachte heelmeesters maken stinkende wonden'. Het was een 'intrafamiliaire correctie', oftewel een intern-Joodse reprimande. Hij spoorde zijn Joodse broeders aan om terug te gaan naar een levenspraktijk conform de Tora. De weeklachten van Jezus zijn geformuleerd in een spreekwijze die al voorkwam bij de profeten (Jesaja 5:8vv; 10:1,5; Habakuk 2:6vv, alsook allerlei andere Schriftplaatsen). Als Jezus' woorden antisemitisch zijn, dan kan hetzelfde gezegd worden van alle Joodse profeten van Mozes tot Maleachi.(4)

Er is continuïteit in Jezus' optreden ten aanzien van de Schriftgeleerden en farizeeën en de berispingen van de oudtestamentische profeten en de Joodse literatuur uit de Tweede Tempelperiode:

  • "Jesus' pronouncements of woe upon the Jewish leaders who were entrenched in Jerusalem were not innovative. His severe language must have sounded familiar to the Jewish leaders, given their ostensible acquaintance with the Tanakh. To the extent that these leaders were aware of second Temple sectarian literature, Jesus' woes would have sounded rather contemporary."(8)

Jezus bracht de hypocrisie van Farizeeën aan het licht. Het fel van leer trekken tegen hypocrisie is diepgeworteld in de Tenach (zie vooral Jesaja 29:13). Maar het wordt ook gevonden in de Joodse literatuur uit de Tweede Tempelperiode (zie vooral Psalmen van Salomo 4). De beschuldiging dat Israël zelfs haar eigen profeten heeft afgewezen (Matteüs 23:29-31) is misschien wel de meest ernstige beschuldiging in Matteüs 23 en is een duidelijke echo van soortgelijke beschuldigingen in de Tenach (zie o.a. 2 Kronieken 36:15-16; Daniël 9:6, 10; Jeremia 25:4; 26:5; Nehemia 9:26, 30). Ook in de literatuur uit de Tweede Tempelperiode is de afwijzing van profeten door Israel een thema (Jubilees 1:12-14).

David L. Turner trekt de volgende verhelerende conclusie over (het taalgebruik van Jezus in) Matteüs 23:

  • "No one can deny that during the intervening centuries many Christians have used this language as a confirmation of anti-Semitic attitudes and, worse yet, inquisitions, pogroms, and even the shoah. But all this is due to a misunderstanding of Matt 23 by the early Gentile Church, a misunderstanding borne out of the arrogance against which Paul warned in Rom 11:18-21. Such arrogance ignores the Jewishness of Jesus’ woe oracles and his concerns about hypocrisy and the rejection of the prophets. Jesus’ denunciation of the Jewish leaders in Matt 23 is in keeping with both the spirit of the prophets and the rhetoric of the times. This denunciation should not be minimized by denying its essential historicity, but neither should it be extrapolated to apply to the Jewish people as a whole, either then or now."(8)

In het tekstgedeelte 37-39 leert Jezus dat het herstel van Israel als natie (te onderscheiden van de redding van individuele Joden en niet-Joden), zal plaatsvinden wanneer zij hun Messias zullen begroeten met de woorden uit Psalm 118:26: "Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!" Er blijft derhalve hoop voor Israel als volk, in weerwil van de verschrikkelijke en onbijbelse vervangingstheologie die door de kerk is ontwikkeld.(10) Er is een direct verband tussen het geestelijk herstel van het Joodse volk en de wederkomst van Jezus Christus.

'Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!' (Matteüs 27:25)

De Nieuwe Bijbelvertaling
Matteüs 27:25
Herziene Statenvertaling
Matteüs 27:25
NBG-vertaling 1951
Matteüs 27:25
De Naardense bijbel
Matteüs 27:25
En heel het volk antwoordde: ‘Laat zijn bloed óns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen!’ En heel het volk antwoordde en zei: Laat Zijn bloed maar komen over ons en over onze kinderen!En al het volk antwoordde en zeide: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!Ten antwoord zegt heel de gemeenschap: zijn bloed over ons en over onze kinderen!

In Matteüs 27:25 staat geschreven: "En al het volk antwoordde en zeide: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!" Deze tekst is vaak gebruikt ter rechtvaardiging van de vervolging van Joden door christenen, die er van overtuigd waren dat het Joodse volk hiermee een vloek over zichzelf en hun nageslacht hadden uitgesproken en dat zij maar al te graag de verantwoordelijkheid voor de deïcide (godsmoord) op zich namen. Maar de aldaar aanwezige mensen - hooguit enkele honderden - kunnen nooit ofte nimmer voor iedereen spreken, laat staan voor een heel volk. Bovendien hoeft 'een zoon niet te boeten voor de schuld van zijn vader' (Ezechiël 18). Kinderen zullen nooit worden gestraft om de zonden van de vaders. Voorts is er voor wraak geen enkele plaats in het Nieuwe Testament:

  • "Vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen. Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven. Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: 'Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.' Maar 'als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd'. Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede." (Romeinen 12:17-21)

Jezus bad aan het kruis: "Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen" (Lucas 23:34). Of denk aan Stefanus, die onder een regen van stenen nog bad voor zijn tegenstanders: "Heer, reken hun deze zonde niet aan" (Handelingen 7:60).

Daarenboven is Israël (nog steeds) 'Gods oogappel' en al wie het volk Israël attaqueert, raakt daarmee God. God Zelf zegt in Zacharia 2:12: "‘Wie aan mijn volk komt, komt aan mijn oogappel!"

Wie is er schuldig aan Jezus' dood? Jezus stierf aan het kruis voor alle mensen, Joden en niet-Joden, want 'iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God' (Romeinen 3:23). Ofschoon de mens schuldig tegenover God stond, koos Jezus ervoor om naar deze wereld te komen en de straf van God op de zonde, de dood, vrijwillig te ondergaan. Door te zondigen - en iedereen is gelijkelijk zondaar - hebben allen Jezus gekruisigd. Met andere woorden, iedereen - Jood en niet-Jood - heeft, door te zondigen, schuld aan Christus' dood (Johannes 3:16; Romeinen 3:23; 5:7-8; 1 Johannes 2).

Jean Fouquet: 'Inname van Jericho' / Bron: Jean Fouquet, Wikimedia Commons (Publiek domein)Jean Fouquet: 'Inname van Jericho' / Bron: Jean Fouquet, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Het is voorts maar zeer de vraag of het in Matteüs 27:25 wel gaat om een zelfvervloeking van het aldaar aanwezige volk. Wat zij roepen, is niet zozeer een zelfvervloeking maar een formule waarmee men de volle verantwoordelijkheid voor zijn kruisdood accepteert, nadat Pilatus zijn handen in onschuld heeft gewassen. We zien de uitdrukking terug in het verhaal van de verspieders in Jericho die onderdak vonden bij een hoer, Rachab genaamd. Als de verspieders vertrekken beloven ze Rachab dat zij en haar vader en moeder, haar broers en haar hele verdere familie, bij de val van Jericho gespaard zullen blijven. Rachab moet dan al haar familie bij haar in huis halen en een rood koord aan het venster binden. En vervolgens staat er:

  • "Ieder, die dan uit de deur van uw huis naar buiten gaat, diens bloed komt op zijn eigen hoofd, maar wij zijn onschuldig; al wie echter bij u in huis zal zijn, diens bloed komt op ons hoofd, indien men de hand aan hem slaat" (Jozua 2:19).

Met andere woorden, wie van hen dan naar buiten gaat, is zelf schuldig aan zijn dood. In dat geval zijn de verspieders niet aan hun eed gebonden. Maar wordt er ook maar iemand kwaad gedaan die binnen blijft, dan zijn zij wel schuldig.

Jezus heeft zijn volk lief

Jezus is de Joodse Messias die als wetsgetrouwe Jood te midden van zijn volk leefde. Jezus hield van hen met een ongeëvenaarde liefde. Antisemitisme is bijgevolg in lijnrechte tegenspraak met de houding van Jezus ten aanzien van zijn volk:

  • "... Anti-Semitism is totally inconsistent with the stated attitude of Yeshua toward the Jewish people. To believe that our Rabbi Yeshua is the Messiah and then not reflect His attitude toward the Jewish people is the height of hypocrisy, let alone a fallacious inconsistency. Yeshua was born a Jew, He lived as a Jew, and He died a Jew,… He lived in the midst of His Jewish people and He loved them with a love unparalleled in the annals of Jewish history. Those guilty of such an attitude show by their fruits that they don’t follow Yeshua the Messiah at all. You cannot claim to have the King of the Jews in your heart and also hate the Jewish people? Absurd! A true follower of the Jewish Messiah loves the Jewish people."(5)

Over de splinter en de balk

Op grond van Jezus' woorden tegen Schriftgeleerden en farizeeën, moeten gelovigen niet denken dat zij zelf gevrijwaard zijn van dergelijke zonden:

  • "Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden. Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: 'Laat mij de splinter uit je oog verwijderen,' zolang je nog een balk in je eigen oog hebt? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen." (Matteüs 7:1-5).

Maar Jezus houdt de gelovigen nog veel meer voor (zie Matteüs 7:15-23; 19:30-20:16; 20:20-28; 22:1-14).

  • "Niet iedereen die 'Heer, Heer' tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: 'Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?' En dan zal ik hun rechtuit zeggen: 'Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!'" (Matteüs 7:21-23)

Dat veel Joden niets met Jezus te maken willen hebben, is de kerk aan te rekenen. De naam van Christus is door de kerk de Jood tot een vloek gemaakt. Jezus heeft ontegenzeggelijk verdriet over de verscheurde Joods-christelijke verhoudingen (Matteüs 23:37). En Paulus zou omwille van zijn volksgenoten bijna willen bidden zelf vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn (Romeinen 9:3). Laten alle gelovigen dit ter harte nemen.

Noten:
  1. Hier wordt rabbijn Tzvi Marx geciteerd: Nederlands Dagblad, 13 juni 2006.
  2. B.J.E. van Noort: De vastheid van het gesproken Woord; Teologia, Dordrecht 2004.
  3. B.J.E. van Noort: Hoe antisemitisch is het Johannesevangelie? http://www.teologia.nl/artikelen/johannes_antisemitisch.html
  4. David H. Stern: Jewish New Testament Commentary; Jewish New Testament Publications, Clarksville, Maryland, USA, 1992.
  5. Bet HaDerech: Anti-Semitism and our Rabbi Yeshua; http://bethaderech.com/anti-semitism-and-our-rabbi-yeshua/
  6. L. Johnson: The New Testament’s Anti-Jewish Slander and the Conventions of Ancient Polemic; JBL 108(1989): 419-41; A. Saldarini, 'Delegitimation of Leaders in Matthew 23,' CBQ 54(1992): 659-80.
  7. W. Davies and D. Allison: The Gospel according to Saint Matthew. ICC. Vol. 3; Edinburgh, Clark, 1997.
  8. David L. Turner: Matthew 23 as Prophetic Critique; JBS 4/1 (January 2004) 23-42.
  9. Menahem Mansoor: Encyclopedia Judaica, 13:366.
  10. De vervangingstheologie leert dat de christelijke gemeente uit de heidenen in plaats van het verbondsvolk Israël is gekomen.
  11. Peter J. Tomson: De dynamiek van het christelijk-joods conflict 50-150 AD; NTT 62/4, 2008, 23-38.
  12. Gijs van den Brink: Jezus over heil voor de volkeren - De oorsprong en het joodse karakter van de messiaanse gemeente onder de volkeren; Soteria 22,4.

Lees verder

© 2010 - 2018 Tartuffel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De tien geboden, de thora en de traditieOpmerkelijk is dat in het Nederlands spraakgebruik het woord Farizeeër dezelfde betekenis heeft als huichelaar. Waar kom…
De verloren zoon eet Johannesbrood. Lucas 15:v16De verloren zoon eet Johannesbrood. Lucas 15:v16'En hij begeerde zijn buik te vullen met de schillen, die de varkens aten; doch niemand gaf ze hem'. Lucas 15: 16. De jo…
Torastudie 161: Woorden die doden – Leviticus 13:2Torastudie 161: Woorden die doden – Leviticus 13:2In de vorige Torastudie (160) behandelden we het onderwerp roddelen en lasterpraat. De Lubavitcher Rebbe heeft een toeli…
mijn kijk opNoachieden: het belang van kritisch zelfonderzoek (berouw)Wie de Hebreeuwse Bijbel leest kan constateren dat Joden zeer kritisch op zichzelf zijn. De Joodse Bijbel is geen boek w…
Matte lippen: stappenplan van makeup artist Julia BerdugoMatte lippen: stappenplan van makeup artist Julia BerdugoMove over Patricia Paay, Yolanthe en Paris Hilton! Exit 'plastic lips.' De stijlvolle matte mond is terug, en dus ook de…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Unsplash, Pixabay
  • Bet HaDerech: Anti-Semitism and our Rabbi Yeshua; http://bethaderech.com/anti-semitism-and-our-rabbi-yeshua/
  • B.J.E. van Noort: De vastheid van het gesproken Woord; Teologia, Dordrecht 2004.
  • B.J.E. van Noort: Hoe antisemitisch is het Johannesevangelie? http://www.teologia.nl/artikelen/johannes_antisemitisch.html
  • David H. Stern: Complete Jewish Bible : An English Version of the Tanakh (Old Testament) and B'rit Hadashah (New Testament); Jewish New Testament Publications, INC., 1998.
  • David H. Stern: Jewish New Testament Commentary; Jewish New Testament Publications, Clarksville, Maryland, USA, 1992.
  • David L. Turner: Matthew 23 as Prophetic Critique; JBS 4/1 (January 2004) 23-42.
  • Gijs van den Brink: Jezus over heil voor de volkeren - De oorsprong en het joodse karakter van de messiaanse gemeente onder de volkeren; Soteria 22,4.
  • L. Johnson: The New Testament’s Anti-Jewish Slander and the Conventions of Ancient Polemic; JBL 108(1989): 419-41; A. Saldarini, 'Delegitimation of Leaders in Matthew 23,' CBQ 54(1992): 659-80.
  • Menahem Mansoor: Encyclopedia Judaica, 13:366.
  • Nederlands Dagblad, 13 juni 2006.
  • Peter J. Tomson: De dynamiek van het christelijk-joods conflict 50-150 AD; NTT 62/4, 2008, 23-38
  • W. Davies and D. Allison: The Gospel according to Saint Matthew. ICC. Vol. 3; Edinburgh, Clark, 1997.
  • Afbeelding bron 1: David Roberts, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: Jean Fouquet, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Matteüs 27:25: Zijn bloed kome over ons, Matteüs anti-Joods?"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Mm, 07-09-2010 08:30 #1
Als alles waar zou zijn wat er in de westerse bijbel staat, dan is Jezus voor Joden een valse profeet, waarover al in de Joodse Bijbel te lezen valt dat hij ter dood moet worden gebracht. Dat in zijn naam ook nog miljoenen Joden vermoord zijn heeft onze liefde voor dit figuur niet versterkt. Maar de Talmud zegt alleen dat hij een afvallige was, niet een valse profeet. Wij volgen geen afvalligen. Reactie infoteur, 07-09-2010
Hallo,

Ik ben niet bekend met een 'Westerse Bijbel'. Wel met een Westerse (of christelijk-heidense) theologie, Westerse interpretatie en uitleg van de Bijbel en een Westerse vertaling. De Bijbel, bestaande uit de Tenach en de B'rit Chadasha (oftewel Oude- en Nieuwe Testament), is een verzameling Joodse geschriften. Lucas is wellicht de enige niet-Joodse schrijver (maar proseliet) van het Nieuwe Testament.

De meeste vertalingen van het Nieuwe Testament presenteren de boodschap in een niet-Joods en christelijk taalkundig, cultureel en theologisch kader of jasje. Daarom beveel ik de vertaling van David H. Stern aan, zie:

http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/recensies/56550-david-h-stern-complete-joodse-bijbeltenachbrit-hadashah.html

En inderdaad: De naam van Christus is door de kerk de Jood tot een vloek gemaakt. Ik heb er in andere artikelen meerdere keren op gewezen dat door alle wandaden die door de eeuwen heen in de naam van Jezus Joden zijn aangedaan, het niet verwonderlijk is dat veel Joden niets van Jezus moeten weten.

Mensen die in naam van Jezus wandaden plegen, misbruiken de naam van Jezus op grove wijze. Jezus roept nergens op tot geweld tegen Joden of wie dan ook. Jezus (Jesjoea in het Hebreeuws) leefde te midden van Zijn volk en Hij hield van hen. Zie: http://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/58337-antisemitisme-nieuwe-testament-johannes-ea-anti-joods.html

En mocht iemand al vijanden hebben: Jezus roept op je vijanden lief te hebben. Het vervolgen van Joden - Gods volk en oogappel - is diametraal tegengesteld aan de leer van de Bijbel (en ook het NT).

Infoteur: Tartuffel
Laatste update: 08-07-2015
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Antisemitisme Nieuwe Testament
Bronnen en referenties: 15
Reacties: 1
Schrijf mee!