InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Psychologie > Hersenen, muzikaliteit, muzikaal talent en opvoeding

Hersenen, muzikaliteit, muzikaal talent en opvoeding

Hersenen, muzikaliteit, muzikaal talent en opvoeding Muzikaliteit is een veelomvattend, moeilijk te omschrijven begrip. Het kenmerkt zich door talrijke aspecten zoals onder andere metrum, ritme, dynamiek en toonhoogte. Ook zijn er complexe hersenprocessen bij betrokken. Onderzoekers proberen na te gaan in hoeverre genen de basis zijn voor muzikaliteit. Omdat hersenen maakbaar zijn, zou muzikaal talent vanuit enige aanwezige muzikaliteit kunnen worden ontwikkeld. Bepaalde opvoedingsmethoden, die bekend staan als drilmethoden, gaan hier van uit. Deze methoden proberen neuronenbanen van kinderen op jonge leeftijd zo sterk te maken dat het tot talent leidt. Ook persoonlijke eigenschappen als motivatie, zelfdiscipline, zelfvertrouwen zouden door deze aanpak worden vergroot.

Wat houdt het begrip muzikaliteit zoal in?

Bij muzikaliteit kan het gaan om het beoefenen, van muziek, of het luisteren naar muziek. In beide gevallen heeft muzikaliteit iets te maken te maken met het aanvoelen van ritme, melodie, dynamiek, toonhoogte en timbre. Maar ook met emotie, inleven, geheugen, begrijpen en - bij het bespelen van een instrument - met motoriek. Er zullen ongetwijfeld nog talrijke andere aspecten een rol spelen. De vraag is echter of al deze aspecten nodig zijn om te spreken van muzikaliteit. Onderzoekers richtten zich in hun onderzoek naar muzikaliteit op bepaalde aspecten. Als iemand zich met betrekking tot muzikaliteit onderscheidt van anderen dan wordt gesproken van muzikaal talent.

Zit muzikaliteit in de genen?

Mozart (1756-1791) had een opmerkelijk vermogen om volledige symfonieën uit zijn hoofd te kennen, dagen voordat hij ze op papier zette. Een verklaring hiervoor is dat hij een sterk fotografisch geheugen had. Hij zag de symfonieën voor zich, kon er in zijn hoofd mee werken en hield ze in zijn geheugen vast.(1)

Mozart had een eigenschap waarbij hij zich onderscheidde van anderen. Dat heeft ertoe bijgedragen dat hij op muzikaal gebied iets kon wat anderen niet konden. Bekend is dat hij al op 5 jarige leeftijd muziek componeerde.
Als iemand op een bepaald gebied iets kan waarbij hij zich onderscheidt van anderen, dan wordt gesproken van talent. Dikwijls wordt over zo iemand gezegd: “Het zit in de genen”. In hoeverre dat het geval is en welke genen erbij betrokken zijn, is - zoals uit onderzoek blijkt - moeilijk vast te stellen.

In een Brits-Amerikaans onderzoek, vermeld in het vakblad Science (2001), onder 136 eeneiige en 148 twee-eiige tweelingen werd nagegaan in hoeverre genen verantwoordelijk zijn voor muzikaliteit. Eeneiige tweelingen hebben dezelfde genen, in tegenstelling tot twee-eiige, die 50 procent overeenkomstige genen hebben. Men mat aan de hand van een melodieëntest of de eeneiige tweelingen valse en correcte tonen van liedjes konden herkennen. Er bleek geen verschil tussen de eeneiige tweelingen, wel bij twee-eiige.(2) Hieruit concludeerde men dat genen een rol spelen bij het herkennen van tonen.

In het vakblad Psychological Science (2014) wordt een Zweeds onderzoek beschreven dat ritme, melodie en toonhoogte heeft onderzocht. Dit werd gedaan met behulp van de Zweedse Muzikale Discriminatie test (SMDT) bij meer dan 1000 eeneiige tweelingen, geboren zijn tussen 1959 en 1985. Gevraagd werd of ze een instrument bespeelden of actief zongen. De deelnemers gaven aan hoeveel uur ze per week, gedurende bepaalde leeftijdsfasen 0-5, 6-11, 12-17 en 18 jaar tot de meettijd, actief met muziek bezig waren. Uit het onderzoek bleek dat als een van de tweeling minder oefende dan de ander dat dit geen invloed had op hun muzikaliteit (aanleg). Geconcludeerd werd dat genen bepalend zijn voor de mate van muzikaliteit. Wel stellen de onderzoekers dat oefening leidt tot betere beheersing van een instrument.(3)

In het wetenschappelijk tijdschrift Molecular Psychiatry (2014) beschrijven onderzoekers o.l.v. Irma Jarvela van de universiteit van Finland de invloed van genen op klassieke muzikale aanleg. (4) Zij analyseerden 767 mensen, die uit 76 families kwamen. Vijftien van de families hadden verschillende professionele musici in de familie of waren ervaren luisteraars naar klassieke muziek, terwijl de rest was gerekruteerd via advertenties en niet zo geïnteresseerd was in klassieke muziek. De onderzochte groep was ouder dan 7 jaar. Ze richten het onderzoek op toonhoogte, duur en geluidspatronen. Daarvoor gebruikten ze aparte testjes. De onderzoekers gingen na, via scans, in hoeverre door het beluisteren van klassieke muziek de activiteit van genen die betrokken zijn bij dopamineproductie, prikkeloverdracht en motoriek, werden geactiveerd. Twee genen (GATA2 en PCDH7) bleken inderdaad aanwijsbaar anders te zijn bij mensen met muzikale aanleg. Dopamine is het hersenstofje dat een prettig gevoel geeft, prikkeloverdracht heeft te maken met het doorgeven van prikkels van het ene hersengebied naar het andere en motoriek is nodig voor het bespelen van een instrument. De onderzoekers benadrukten dat bij een verhoogde activiteit bij musiceren veel meer genen een rol spelen.

Kun je door oefenen een muzikaal talent worden?

Op jonge leeftijd zijn in onze hersenen 80 tot 100 miljard neuronenbanen aanwezig. Deze neuronenbanen zorgen voor verbindingen tussen hersengebieden. Als bepaalde neuronenbanen veelvuldig worden gebruikt door oefening dan zullen ze sterker worden. Neuronenbanen die niet worden gebruikt sterven af (pruning). Leert een kind op jonge leeftijd pianospelen en dit wordt regelmatig geoefend dan zullen de neuronenbanen die met het pianospelen te maken hebben sterker worden. Het pianospelen zal dan ook steeds beter bepaalde ingeoefende stukken laten horen. Wordt er niet meer geoefend dan zullen de verbindingen steeds zwakker worden en zelfs nagenoeg verdwijnen.

Bron: Geralt, PixabayBron: Geralt, Pixabay
Ericsson, hoogleraar psychologie aan de Florida State University, ontdekte dat de tien beste violisten van het conservatorium in Berlijn er op hun twintigste een slordige 10.000 oefenuren op hadden zitten. (10.000 uur komt overeen met zes jaar en drie maanden, uitgaande van een 40-urige werkweek).

Gemiddelde conservatoriumstudenten oefenden 8000 uur op hun viool, en studenten van de muzieklerarenopleiding 5000 uur. Geoefende amateurs halen gemiddeld ongeveer 2000 uur. Hetzelfde geldt voor pianisten, schaakspelers, wiskundigen, onderzoekers, kunstenaars en atleten.(5) In hoeverre genen een rol spelen werd niet onderzocht.

Het onderzoek van Ericsson toont aan dat men door veel oefenen neuronenbanen en muzikale hersengebieden op hoog niveau kan laten functioneren. Hierbij kan men zich onderscheiden van degenen die weinig oefenen, ook al hebben ze aangeboren talent.

De Nederlandse neurologe Sitskoorn gaat er vanuit dat hersenen voor een belangrijk deel maakbaar zijn en dat dus oefenen loont.(6) Begint men op jonge leeftijd met het dagelijks oefenen van muziek dan zullen direct sterke neuronenbanen worden aangelegd. Groeit men op in een muzikale familie dan is de voeding van de neuronbanen al direct aanwezig. Het enige wat dan nog nodig is, is motivatie.

Sommige opvoeders hebben een opvoedingsvisie die ervan uit gaat dat kinderen vanuit zichzelf geen motivatie hebben, maar dat deze moet worden aangeleerd. De motivatie van de ouders wordt dan leidraad. Het kan leiden tot een opvoedingsmethode die bekend staan als de drilmethode. We treffen deze methode aan bij vooral Chinese maar ook ander oosterse georiënteerde opvoeders (Korea, Japan). De ouders eisen van hun kind inzet, oefening en hoge prestaties.

In hoeverre dragen drilmethoden in de opvoeding bij tot het ontwikkelen van muzikaal talent?

Als van vroegs af aan kinderen wordt geleerd een muziekinstrument te bespelen en iedere dag wordt training geëist dan zullen hun neuronenbanen en muzikale hersengebieden worden gestimuleerd. We zien dat bij ouders, vaak van een hoger sociaal economisch milieu, die hun kinderen opleggen om een instrument te bespelen. Het geldt overigens niet alleen voor muziek, maar voor andere gebieden: schaken, bewegingssporten en leren op school .

Bekend is het voorbeeld van de drilopvoeding van Amy Chua, een Amerikaanse van Chinese komaf die bekend staat als tijgermoeder. Zij eiste van haar dochters Sophia en Lulu dat ze iedere dag oefenden.

De opvoeding van Sophia en Lulu

Sophia en Lulu kregen vanaf jonge leeftijd piano en vioolles. Hun moeder, Amy, pakte hen zo streng aan dat ze als 5 jarigen per dag 3 uur moesten oefenen. Als haar dochters dwars lagen dan dreigde ze hun knuffels te verbranden, hun poppen weg te geven, hun verjaardag niet te vieren etc. Ook noemde ze haar kinderen lui en angsthazen als ze een stuk niet wilden spelen of niet goed genoeg speelden. Ze mochten niet met vriendinnen spelen, t.v. kijken of andere instrumenten bespelen. Als pubers moesten ze zelf per dag 6 uur oefenen, en nog meer in de weekends. Beide meisjes behaalden successen. Toen Sophia 14 was won ze en wedstrijd, waarna ze in belangrijke zalen mocht optreden. Toen ze 18 was mocht ze kiezen tussen de twee beste universiteiten in de wereld (Yale en Harvard). Ondanks de strenge aanpak was ze gemotiveerd door de piano. Dat gold overigens niet voor Lulu, zij verzette zich tegen de aanpak van haar moeder. Toen ze ouder werd, zette ze het vioolspelen op een laag pitje en vond haar passie in tennissen.(7)

Leidt de drilmethode bij muziek tot belangrijke persoonlijke eigenschappen?

Volgens Amy Chua, de moeder van de meisjes, moet motivatie worden aangeleerd, het komt niet vanzelf.(8) Door te eisen dat ze veel op piano en viool oefenden, maakten ze vorderingen en beheersten ze moeilijke stukken steeds beter. Hierdoor werden de meisjes, volgens de moeder, gemotiveerd. Door het maken van vorderingen werden ze zekerder en kregen zelfvertrouwen.(9) Het dagelijks lang en veel oefenen werd een gewoonte wat leidde tot zelfdiscipline (10) en doorzettingsvermogen(11) Pianospelen werd voor Sophia haar passie.(12) Voor Lulu het vioolspelen niet. Maar ze wierp zich met grote interesse op tennis. Hier vond ze nu haar motivatie, discipline, zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen en passie. Volgens haar moeder had ze dit geleerd door de strenge aanpak die ze haar had gegeven bij het vioolspelen. Amy Chua leerde het haar dochters via de drilmethode.

Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die hun muzikaliteit en/of muzikaal talent in een andere opvoedingssituatie ontwikkelen. Belangrijk is hierbij is wel in hoeverre het gezin, de familie stimulerend werkt.

Samenvattend

Muzikaliteit kenmerkt zich door tal van aspecten zoal timbre, toonhoogte, dynamiek, metrum. Bij sommige mensen is de muzikaliteit zodanig dat bij hen kan worden gesproken van muzikaal talent. Onderzoek toont aan dat aanleg (genen) bij muzikaliteit en talent een grote rol spelen. Maar oefening om het te ontwikkelen is nodig. Hoe jonger een kind met muziek begint hoe sterker de muzikale neuronenbanen in de hersenen. Sommige opvoeders proberen de neuronenbanen van hun kinderen door drilmethoden te versterken. In hun opvatting ontwikkelen de kinderen hierdoor sterke persoonlijke eigenschappen.

Lees verder

© 2015 - 2019 J-dewilde, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Alzheimer en erfelijkheidDe ziekte van Alzheimer kan in de familie zitten. Maar dit komt heel zelden voor en verklaart slechts gedeeltelijk waaro…
Depressie en erfelijkheidWetenschappers denken dat de kans om een depressie te krijgen meestal in de genen zit. Genen zitten in onze lichaamscell…
Tweelingenonderzoek en epigeneticaTweelingenonderzoek en epigeneticaZijn eigenschappen van een persoon vooral te wijten aan de genen van het DNA? Of worden mensen vooral wie ze zijn door a…
Hersenen en het vermogen tot veranderingDe meeste onderzoekers waren er een aantal jaren geleden van overtuigd dat de vorm en werking van de hersenen een paar j…
Niet af kunnen vallen door aanleg in je genenNiet af kunnen vallen door aanleg in je genenEr zijn mensen die alles aan hun overgewicht doen, maar het blijft erg moeilijk, haast onmogelijk om er wat vanaf te kri…
Bronnen en referenties
  • 1. Gibb, B (2007) The Brain, Penguin, London
  • 2.Drayna, D., Manichaikul, A., De Lange, M., Snieder, H., Spector, T. (2001) Genetic Correlates of Musical pitch recognition in Humans, Science, vol 291 1970-1972
  • 3. Mosing, A., Madison, G., Pedersen, N., Kuja-Halkola, R., Ullen, F. (2014) Practice does not make perfect: no casual effect of music practice on music ability Psychological Science Vol. 25(9) 1795-1803
  • 4. Oikonen, J., Huang, Y., Onkamo, P., Ukkola-Vuoti, I., Karma, K., Vieland, V., Jarvela, I. (2014) A genomen-wide linkage and association study of musical aptitude identifies loci containing genes related to inner ear development and neurocognitive functions, Molecular Psychiatry
  • 5.Ericsson, K., Prietula, M. and Cokely, E. (2007). The making of an Expert. Harvard Business Review, p. 115-121.
  • 6.Sitskoorn, M. (2008) Het maakbare brein. Gebruik je hersens en word wie je wilt zijn. Uitg. Bert Bakker, Amsterdam.
  • 7.Chua, A. (2011) Strijdlied van een tijgermoeder, uitg. Nieuw Amsterdam, Amsterdam
  • 8. Wilde de J. (2015) Motivatie, een hersenzaak, Info.nu
  • 9. Wilde de J. (2015) Zelfvertrouwen, de invloed van genen en wat er aan te doen Info.nu
  • 10. Wilde de J. (2015) Zelfdiscipline, te trainen door breinkennis,Info.nu
  • 11. Wilde de J. (2015) Doorzettingsvermogen, hoe het werkt en hoe te trainen,Info.nu
  • 12. Wilde de J. (2014) Passie, wat is het, hoe ontstaat het, hoe werkt het, Info.nu
  • Afbeelding bron 1: Geralt, Pixabay

Reageer op het artikel "Hersenen, muzikaliteit, muzikaal talent en opvoeding"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: J-dewilde
Gepubliceerd: 29-04-2015
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Psychologie
Bronnen en referenties: 13
Schrijf mee!