Vrijheid en veiligheid
Oorlogen met Afghanistan en Irak, eindeloos inchecken voor een vlucht, een maatschappij die wankelt van verdeeldheid over het toelaten van buitenlanders, identificatieplicht op straat en grote vrijheid voor geheime veiligheidsdiensten: Allemaal voorbeelden van wat er met onze maatschappij is gebeurd sinds de aanslag op de Twin Towers op 11 September 2001.Even leek het erop dat we ons ook daadwerkelijk veiliger voelden, hoewel het ook kan zijn dat de economische crisis ons even afleidde van het terrorisme, toen de mislukte aanslag op de vlucht van Amsterdam naar Detroit in 2009 ons weer wakker schudde. In de hoop meer veiligheid te krijgen hebben we veel van onze vrijheid ingeleverd. De volledige impact van de aanslag was in 2001 niet te overzien. Blijkbaar zijn we niet erg goed in het voorspellen van toekomstscenario’s.
Opkomst van privacy
Privacy begon pas interessant te worden eind 19e eeuw. In het boek Privacy, information and technology worden hier de volgende twee redenen voor gegeven. Ten eerste werden kranten en tijdschriften opeens populair door nieuwe vormen van journalistiek die inging op makkelijke, kleine problemen zoals burenruzies en openbaar dronkenschap. De kranten schreven hier dan over in een humoristische stijl die de mensen op dat moment niet gewend waren. Tussen 1850 en 1890 vertienvoudigde de krantenverkoop. Ten tweede ontwikkelde de technologie zich snel waardoor mensen op straat foto’s konden maken en geluiden op konden nemen waar en wanneer ze maar wilden. Hierdoor voelde men zich belemmerd in doen en laten, alles kon immers later “tegen je gebruikt worden”. Men wilde niet dat iedereen zomaar toegang had tot andermans dagelijkse handelen. In 1879 plakte Thomas Cooley hier voor het eerst een woord op: Privacy. Dit definieerde hij als the right to be let alone. Inmiddels wordt het woord privacy vaak gebruikt als het recht om een privésfeer te hebben waarin je je eigen leven kunt lijden (mits in overeenstemming met de grondwet) naast de publieke sferen.Hoe het nu is
We zijn natuurlijk allemaal onderdeel van de samenleving dus we kunnen niet helemaal “alleen worden gelaten”. Met bankpassen, identificatieplicht, digi-D en inmiddels de ov-chipkaart kan worden nagegaan waar we ons wanneer bevinden. Ook abonnementen op mobieltjes en de applications op i-phones creëren geen privacy. Google is zelfs bezig om een app te ontwikkelen die door middel van gezichtsherkenning een persoon aan een foto kan koppelen en hier dan informatie over kan geven. Politie en justitie mogen onze gegevens steeds langer bewaren, ook van mensen die niet verdacht zijn. Het kost immers nauwelijks moeite en wie weet wanneer de informatie nog van pas komt. De universiteit van Tilburg heeft een rapport uitgebracht met mogelijke toekomstscenario’s voor 2030 als de ontwikkeling zo door blijft gaan. Een van de voorbeelden die ze geven is dat kinderen pas de school binnen mogen gaan na een irisscan waarbij ze ook gelijk checken of het kind last heeft van agressieve gevoelens en hiervoor medicijnen tot zich moet nemen.Het (on)belang van privacy
Het voorgenoemde voorbeeld lijkt wat extreem en het is voor iedereen duidelijk dat dit voorlopig te ver gaat. Er zijn echter ook veel grensgevallen waarbij het niet helemaal duidelijk is of het onder privacyschending valt of niet. Waarom zouden we onze privacy waarborgen en wat zijn redenen om hier geen rekening mee te houden? Een veelgehoord argument om te laten zien datprivacy onbelangrijk is, is dat als je niks te verbergen hebt, het ook geen probleem kan zijn als je gegevens openbaar worden. Dit roept echter onmiddellijk weerstand op, want als alle gegevens openbaar worden, is het ook veel gemakkelijker voor mensen om hier misbruik van te maken.
Een ander veelgebruikt argument is dat het schenden van privacy mag als het de veiligheid bevordert. De mate van veiligheid die het oplevert moet dan wel in verhouding staan tot de privacy (en gemak) dat je ervoor inlevert. Zo schets Rob Wijnberg in zijn boek ‘en mijn tafelheer is Plato’ de situatie dat het wellicht veilig is om body wave scans te introduceren op alle metro-
en treinstations. Dit maakt het openbaar vervoer echter zoveel ongemakkelijker en duurder dat het niet opweegt tot het kleine beetje veiligheid dat je ervoor terugkrijgt.