InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Politiek > Ontstaan, ontwikkeling en verval van de democratie

Ontstaan, ontwikkeling en verval van de democratie

Ontstaan, ontwikkeling en verval van de democratie Ondanks dat de democratie al meer dan 2500 jaar geleden werd 'uitgevonden' is het in de geschiedenis van de mensheid maar weinig echt toegepast geweest. Pas sinds ongeveer een eeuw geleden werd het aarzelend in een groeiend aantal landen als bestuursvorm aangenomen. Daarbij draagt het volk zijn wettelijk vastgestelde macht over aan mensen, die het vertegenwoordigt. Omdat dat een oplossing is, die in de praktijk niet altijd even goed werkt, blijkt er steeds vaker behoefte te bestaan aan een systeem, waarin kiezers persoonlijk en zonder tussenkomst van representanten over bepaalde kwesties kunnen stemmen. De nieuwe technologieën en Internet zouden dat nu mogelijk moeten kunnen maken. Zoals we allemaal weten is democratie een staatsvorm, waarin het volk de macht heeft. Politieke besluiten worden dus genomen door middel van stemming, waarbij het hele volk betrokken wordt en de meerderheid beslist. Omdat het praktisch gezien niet mogelijk is dat het hele volk stemt over alle kwesties, die het besturen van een gemeente, provincie of land impliceren, werd een representatieve democratie ingesteld: het volk kiest voor een bepaalde periode vertegenwoordigers, aan wie de macht wordt overgedragen en die aan de hand van de toegewezen stemmen een parlement en een regering vormen. Het volk blijft daarbij echter wel 'soeverein', en alle politieke beslissingen zijn gebaseerd op zijn instemming.

Kleisthenes / Bron: ohiochannel.org, Wikimedia Commons (CC BY-1.0)Kleisthenes / Bron: ohiochannel.org, Wikimedia Commons (CC BY-1.0)

Ontstaan: de democratie in het Oude Griekenland

Het woord 'democratie' komt van de Griekse woorden 'demos' (volk) en 'kratein' (heersen, regeren). Letterlijk betekent het dus 'volksheerschappij'. De bakermat van de democratie ligt dan ook in het oude Griekenland.

De Athener Kleisthenes, die leefde in de 6de eeuw v.C., wordt als vader van de democratie beschouwd. In 510 v.C. had hij een groot aandeel in het verdrijven van de tiran Hippias uit Athene, waarna hij een politieke hervorming wist door te voeren, die een einde maakte aan de macht van de Atheense aristocratie. Uiteindelijk, na enkele strubbelingen en een daaruit volgend gedwongen ballingschap, stelde hij voor het eerst in de geschiedenis een directe democratie in. Daartoe werd een algemene volksvergadering (de 'Ekklesia') opgericht, waarin alle vrije mannen uit de Griekse polis mochten plaatsnemen en meestemmen. Vrouwen, kinderen van onder de 18 jaar, vreemdelingen en slaven werden daarvan uitgesloten.

Kleisthenes was het ook die het volk de mogelijkheid gaf om periodiek een leider, waarvan een meerderheid van stemmen vond dat die teveel macht had gekregen of die misbruikte, voor een bepaalde tijd in ballingschap te sturen. Dat wordt het 'schervengerecht' ('ostracisme') genoemd omdat de namen van die bepaalde personen op scherven (in het Grieks: 'ostrakon') werden geschreven. Het doel van dat schervengerecht was om een eventuele opkomst van een nieuwe tiran te voorkomen.

De Magna Carta / Bron: Original authors were the barons and King John of England. Uploaded by Earthsound., Wikimedia Commons (Publiek domein)De Magna Carta / Bron: Original authors were the barons and King John of England. Uploaded by Earthsound., Wikimedia Commons (Publiek domein)

Ontwikkeling: de moderne democratie

De opkomst van de moderne democratie is een langdurig proces geweest in de Europese geschiedenis, met steeds weer een stapje vooruit en dan weer een stapje terug. Dat moet in het licht worden gezien van het feit dat de Romeinse keizers, absolute alleenheersers over een enorm imperium, het model waren voor de latere middeleeuwse bestuursvormen op het oude continent en de absolutistische ambities van de koningen. Als tegenwicht kan de 'Magna Carta', in 1215 door Engelse koning Jan Zonder Land ondertekend, niet over het hoofd worden gezien. Hoewel nog vrij primitief was het de allereerste echte grondwet in Europa. Een grondwet is een document waarin fundamentele rechten (zg. grondrechten) en de organisatiestructuur van een staat opgesteld staan en bindend is.

De 'Magna Carta' bepaalde onder andere dat de koning niet meer eigenmachtig belastingen kon opleggen, maar dit diende te overleggen met een koninklijke raad. Daarin zouden twee ridders uit iedere provincie plaatsnemen. Het verbood tevens om mensen zonder enige vorm van proces gevangen te zetten, iets wat overigens niet zou gelden voor slaven en horigen. Deze raad kan gezien worden als de voorloper van een parlement.

Oliver Cromwell (1599-1648) / Bron: Samuel Cooper (died 1672), Wikimedia Commons (Publiek domein)Oliver Cromwell (1599-1648) / Bron: Samuel Cooper (died 1672), Wikimedia Commons (Publiek domein)
Het zou vervolgens over de eeuwen heen de macht van de Engelse koningen meer en meer inperken, wat op den duur zou leiden tot twee burgeroorlogen (1642-45 en 1648-49). Het gevolg daarvan was dat de katholieke Karel I, die een absolute alleenheerschappij nastreefde, werd afgezet en onthoofd, en de monarchie werd afgeschaft. Daarmee dacht men de basis te hebben gelegd voor een parlementaire republiek, maar daar zou niets van terecht komen. De leider van de overwinnaars, generaal Oliver Cromwell, benoemde zichzelf na een staatsgreep in 1653 tot 'Lord protector' - gewoon een andere naam voor dictator. Vier jaar later bood men hem tevergeefs de koningstitel aan, met als voorwaarde dat hij dan een grondwet en een tweekamerparlement zou aanvaarden. Uiteindelijk zou na zijn dood de monarchie hersteld worden, maar intussen die had wel al aan macht ingeboet.

Toen in 1707 Engeland en Schotland samengingen in één koninkrijk, Groot-Brittanië, werd de zg. 'Act of Union' aangenomen. Die bepaalde dat de koning weliswaar de wetgevende macht bleef, maar dat er tevens een tweekamerparlement zou worden opgericht, bestaande uit het zg. 'House of Lords' (Hogerhuis) en het zg. 'House of Commons' (Lagerhuis). Veel democratische landen hebben tegenwoordig zo'n parlement.

Rechten en vrijheden

In de loop der eeuwen waren er in Engeland dus inmiddels een aantal rechten en vrijheden verworven, waar echter nog maar een minderheid van kon genieten. Ook in de Republiek der Verenigde Nederlanden bestond er in die periode al een vergadering van afgevaardigden van de verschillende gewesten, die als de hoogste politieke instantie beschouwd werd. Deze, de Staten-Generaal, bestond behalve uit deze gedelegeerden -edelen en rijke handelslieden- ook uit o.a. de Raadspensionaris en de Stadhouder. De laatste had geen stemrecht in de besluiten, maar zou er wel degelijk invloed op uitoefenen.

Lodewijk XIV (1638-1715) / Bron: Hyacinthe Rigaud, Wikimedia Commons (Publiek domein)Lodewijk XIV (1638-1715) / Bron: Hyacinthe Rigaud, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Frankrijk zuchtte daarentegen in het begin van de 18de eeuw nog altijd onder het juk van een absolute monarchie, die tot zijn hoogtepunt was gekomen bij Lodewijk XIV. Tijdens zijn lange regeerperiode, waarin hij de illustratieve uitspraak deed: 'L'État, c'est moi' ('De staat ben ik'), kwam de zg. 'Verlichting' op, een levensbeschouwelijke stroming, die een hele andere rol voor God en godsdienst binnen de samenleving in zin had en daarbij de mens meer naar het middelpunt van het universum verplaatste. Contemporane Franse wijsgeren wilde daar echter verder in gaan. Waar bijvoorbeeld de Brit John Locke (1632-1704) zich hield bij de rede en de mens als individu, stelden zij de politieke macht ter discussie.

Zo is in 'Du contrat social' van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) te lezen dat die alleen gelegitimeerd wordt door de algemene wil van de burgers van een samenleving en niet door kracht (i.e. wapens). Als het recht op macht voortkomt uit kracht, dan is dit ‘recht’ volgens hem een betekenisloos begrip. Charles de Montesquieu (1689-1755) beschreef een politiek systeem, waarin onder andere de machten gescheiden waren; de wetgevende, de rechterlijke en de uitvoerende macht. Zulke ideeën waren natuurlijk geheel in strijd met de belangen van een absoluut vorst en een hem ondersteunende adel en werden derhalve gecensureerd -Rousseau bijvoorbeeld zou uit Frankrijk verbannen worden. Desondanks leidden ze een periode in van (strijd om) sociale hervormingen, met als hoogtepunt de Franse Revolutie in 1789.

De bestorming van de Bastille (1789) / Bron: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)De bestorming van de Bastille (1789) / Bron: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Vrijheid, gelijkheid en broederschap
Geheel binnen het gedachtegoed van Rousseau zou tijdens deze revolutie de zg. 'Déclaration des Droits de l’Homme et des Citoyens' (Verklaring van de rechten van de mens en de burger) het levenslicht zien. Daarin werd de macht aan het volk overhandigd en werden alle burgers beschouwd als vrij, elkaars gelijken en broeders ('Liberté, égalité et fraternité'). De adel werd haar privileges en macht afgenomen en kerkelijke eigendommen werden geconfisqueerd. Uiteindelijk zou koning Lodewijk XVI (1754-1793) terechtgesteld en de monarchie afgeschaft worden. Alle idealen ten spijt eindigde de Franse Revolutie echter in een waar paranoia, waarbij onthoofdingen aan de orde van de dag waren.

Na de revolutie, het daaropvolgende schrikbewind en de Napoleontische tijd (1799-1815), volgde de Restauratie, een terugkeer naar de monarchie in de Europese landen. Zelfs Nederland, vanaf 1588 steeds een republiek geweest, koos -min of meer gedwongen- voor een koning. Toch zou blijken dat, ondanks haar mislukking, de Franse revolutie haar democratische idealen over de wereld had weten te verspreiden.

Opkomst van de eerste parlementaire democratieën

Waar de 19de eeuw in Europa begon met een terugkeer naar de monarchie zou ze eindigen met de opkomst van verschillende vormen van een parlementaire democratie. Dat ging gepaard met repressie en opstanden. Maar waar na de val van Napoleon er nog maar weinig Europese staten waren, die al een grondwet en een parlement hadden, bleken tegen het einde van de 19de eeuw alleen nog landen in de periferie van de gebeurtenissen, als Rusland en Turkije, niet hebben kunnen volgen.

Polen
Eén van die uitzonderingen was wonderlijk genoeg het Oost-Europese Polen, dat de gehele 19de eeuw niet eens heeft kunnen bestaan als zodanig. In 1795 werd het namelijk in zijn geheel opgedeeld door zijn drie grote buurlanden, Rusland, Pruisen en Oostenrijk, en pas in 1918 zou dat hersteld worden. Deze grondwet was echter al in 1791 uitgevaardigd, naar model van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring in 1776. Met een scheiding van de drie machten, soevereiniteit van het volk en vrijheid van godsdienst kan het beschouwd worden als zeer vooruitstrevend. Het zou echter maar amper twee jaar van kracht zijn. In 1793 werd het na een verloren oorlog met het veel conservatievere Rusland opgeheven door een parlement, waarvan de leden door de overwinnaar waren aangewezen.

Verenigde Staten
De Verenigde Staten -hoewel geen Europees land maar wel met een duidelijke Europese afkomst- hadden reeds sinds 1787 een grondwet. Daarin werd het land als een federatie van staten omschreven met o.a. een scheiding der machten, burgerbescherming, vrijheid van mening, godsdienst en pers. Deze grondwet, inmiddels uitgebreid met meer dan 20 amendementen, is nog altijd van kracht. In 1837 zou een algemeen kiesrecht voor mannen worden ingevoerd, waarmee het land zijn tijd overigens ver vooruit was.

Frankrijk
Tijdens de Franse Revolutie, in 1793, kreeg Frankrijk zijn eerste grondwet, in veel aspecten zelfs progressiever dan wat het land op dit moment heeft. In 1814 werd die aangepast omdat het land weer een monarchie was geworden. Toch zouden veel hervormingen van de Franse Revolutie en de Napoleontische tijd behouden blijven. De ministers waren verantwoordelijk en gedeputeerden konden gekozen worden door mannen van boven de dertig jaar oud, die ertoe in staat waren om een bepaald belastingbedrag te betalen. Dit wordt 'censuskiesrecht' genoemd. Pas na de revolutie van 1848 zou het land algemeen mannenkiesrecht krijgen en in 1875 zou er definitief de republiek worden uitgeroepen, met behalve een president als staatshoofd een huis van afgevaardigden en een Senaat.

Het Congres van Wenen (1814-15) / Bron: Publiek domein, Wikimedia Commons (PD)Het Congres van Wenen (1814-15) / Bron: Publiek domein, Wikimedia Commons (PD)
Noorwegen
Ook de grondwet van Noorwegen, het land van de fjorden, dateert oorspronkelijk uit 1814. In dat jaar had het land de onafhankelijkheid gevierd van Denemarken, waarmee het sinds 1380 een unie had gevormd. Nog datzelfde jaar moest de grondwet echter al weer worden aangepast omdat het Noorwegen door het Congres van Wenen werd samengevoegd met buurland Zweden. Het Congres van Wenen had zich na de eerste capitulatie van Napoleon ten doel gesteld om een machtsevenwicht in Europa tot stand te brengen en daartoe het continent opnieuw staatkundig in te delen. Omdat de Noren wel hun eigen grondwet mochten behouden, in 1884 een eerste eigen regering konden vormen, die verantwoording zou afleggen bij een parlement, en in 1898 zelfs het algemeen mannenkiesrecht kregen, kon uiteindelijk in 1905 ook de unie met Zweden na een referendum verbroken worden.

Nederland en België
Sinds 1798 had de Bataafse Republiek (1795-1801) een grondwet naar Frans model waarin in een scheiding van de machten en een beperkt kiesrecht was voorzien. In 1814 werd die aangepast aan het feit dat het land na een eeuwenlang republikeins verleden voor een monarchistische staatsvorm was gezwicht. De nieuwe koning, Willem I, wist daarin de macht van de Staten-Generaal flink in te boeten. Die werd nu wel voor het eerst in twee verschillende kamers opgesplitst. De koning kreeg echter de wetgevende macht.

Nadat het Congres van Wenen had bepaald dat de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden als één staat en onder één koning moesten worden verenigd zou vooral blijken dat beide gebieden te ver uit elkaar waren gegroeid. Ontevreden met hun nieuwe situatie riepen in 1830 de Zuidelijke Nederlanden zichzelf uit tot een onafhankelijke staat, België. In datzelfde jaar werd een grondwet opgesteld, die bepaalde dat het land een constitutionele monarchie zou zijn. Pas in 1839 zou Willem I, na jaren van militair geweld, in Londen het zg. Scheidingsverdrag aanvaarden.

Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872) / Bron: Johan Heinrich Neuman, Wikimedia Commons (Publiek domein)Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872) / Bron: Johan Heinrich Neuman, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Onder Willem II kwam er in 1940 een nieuwe Nederlandse grondwet, waarin echter weinig veranderde ten opzichte van die van 1814. Toen acht jaar later in Frankrijk een Duitsland revoluties uitbraken dacht de koning uit angst dat die op zijn eigen volk zouden overslaan dat het toch beter zou zijn om de staatsman Johan Rudolph Thorbecke opdracht te geven om deze grondwet te herzien. Deze herziening zou de basis leggen voor de huidige parlementaire democratie in ons land. In het vervolg zouden de ministers, en niet de koning, verantwoordelijk zijn voor het beleid, en de Tweede Kamer zou rechtstreeks gekozen worden. Er kwam echter nog niet meteen een algemeen kiesrecht. Alleen mannen die een bepaald bedrag aan belasting (census) konden betalen, mochten stemmen. Een algemeen kiesrecht -voor mannen althans- zou pas ingevoerd worden in 1917.

'La Pepa', de eerste grondwet van Spanje / Bron: Cortes de Cádiz, Wikimedia Commons (Publiek domein)'La Pepa', de eerste grondwet van Spanje / Bron: Cortes de Cádiz, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Spanje
In Spanje, het land onder de Pyreneeén, bestond al in 1812 een grondwet, 'La Pepa'. Deze was vlak na de Franse overheersing in Cádiz opgesteld, maar in 1814 bij de terugkeer van de wettige koning, Ferdinand VII, zou deze weigeren het te ondertekenen. Pas na zes jaar politieke druk en verzet zou hij in 1920 uiteindelijk toch zwichten. Genoemd naar de heiligendag (Jozef->José->Pepe) waarop ze het levenslicht zag, was 'La Pepa' een voor die periode zeer liberale grondwet, waarin o.a. de scheiding van de machten en het recht op vrijheid van pers werden vastgesteld. Ze zou in de roerige eeuw, die volgde, maar weinig echt toegepast worden. Pas in 1890 werd in Spanje definitief het - mannelijk - stemrecht ingevoerd.

Oostenrijk en Hongarije
Door de revoluties van 1848 kwamen er in verschillende landen initiatieven tot stand om tot een liberale grondwet te komen. Aanvankelijk werden die door conservatieve regeerders uit angst overgenomen, maar vervolgens over veelal weer teruggedraaid. In het Oostenrijks en Hongaars Keizerrijk bijvoorbeeld was er gedurende enkele jaren sprake van een tweekamerparlement, waarvan één kamer rechtstreeks werd gekozen met algemeen mannenkiesrecht. Al in 1851 werd dat vervangen door naar censuskiesrecht. Pas in 1896 werd het algemeen kiesrecht er opnieuw ingevoerd.

Giuseppe Garibaldi (1807-1882) / Bron: Cartes de visite portraits of U.S. Army officers, children, and others, Wikimedia Commons (Publiek domein)Giuseppe Garibaldi (1807-1882) / Bron: Cartes de visite portraits of U.S. Army officers, children, and others, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Italië
Ook in de Italiaanse staten brak in 1848 een revolutie uit, die zou leiden tot een aantal liberale grondwetten. Sinds het Congres van Wenen bestond er al behoefte aan een verenigd Italië, die op zijn hoogtepunt zou komen met het zg. 'Risorgimento' waarin Giuseppe Garibaldi de centrale figuur zou worden. In 1860 werd dit nationaal verlangen uiteindelijk een feit. Victor Emanuel II werd tot monarch uitgeroepen. Een jaar later zou een parlement worden samengesteld uit gedelegeerden uit alle staten.

Duitsland
Teneinde de Duitse staten te verenigen, werd in 1948-49 een eerste grondwet opgesteld, waarin ministers verantwoordelijkheid zouden moeten afleggen aan een rijksparlement, bestaande uit twee kamers. Eén daarvan, het ' Volkshaus' zou door het volk worden gekozen. Het land, tot op dat moment eeuwenlang verdeeld geweest in verschillende staatjes, zou daarmee een federatie worden met een keizer als staatshoofd. Beoogd werd de Pruisische koning Frederik Willem IV. Deze weigerde echter omdat hij de kroon niet uit handen van een volksvertegenwoordiging wenste te ontvangen.

Otto von Bismarck (1815-1898) / Bron: Albumin-Foto / Günter Josef Radig, Wikimedia Commons (Publiek domein)Otto von Bismarck (1815-1898) / Bron: Albumin-Foto / Günter Josef Radig, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Tenslotte kwam een Duitse eenwording onder Pruisisch keizerschap er in 1871 toch, mede dankzij Otto von Bismarck. De grondwet, die dat regelde, was echter een stuk conservatiever dan de vorige. Er kwam wel algemeen mannenkiesrecht - vooruitstrevend voor die periode - en daaruit voortvloeiend een volksvertegenwoordiging. Maar die had maar weinig invloed op politiek en wetgeving.

Zwitserland
Een eerste grondwet dateert uit 1848 toen het land een federatie van kantons werd. Daarin werd bepaald dat er een tweekamerparlement zou komen en een regering (bondsraad), met een president en een kanselier.

Denemarken
Een jaar later ondertekende Frederik VII de eerste Deense grondwet, die bepaalde dat zijn land vanaf dat moment een parlementaire democratie met een koning als staatshoofd zou zijn.

Groot-Brittaninë
Groot-Brittannië, in het midden van de 18de eeuw nog het land met de meeste rechten, kreeg na diverse tevergeefse petities van de arbeidersbeweging 'London Working Men’s Association' om radicale hervormingen (1839,1842 en 1848) pas in 1918 algemeen mannenkiesrecht. Toen werden alle eisen in hun handvest (het zg. 'People's Charter') ingewilligd, behalve jaarlijkse parlementsverkiezingen.

Vrouwenkiesrecht

In de 19de eeuw vond aldus een belangrijke machtsverschuiving plaats, waarin in veel -vooral Europese- landen parlementen van (volks)afgevaardigden werden gevormd en grondwetten aangenomen, die burgerrechten en vrijheden moesten garanderen. Aan het begin van de 20ste eeuw was algemeen kiesrecht intussen een algemeen gegeven. Alleen waren slechts mannen daarin begunstigd.

Suffragettes / Bron: hastingspress, Wikimedia Commons (Publiek domein)Suffragettes / Bron: hastingspress, Wikimedia Commons (Publiek domein)
In de jaren rond de wisseling tussen beide eeuwen stond daarom een elite van vrouwen op, die gelijke rechten en emancipatie opeiste. Die beweging wordt de 'Eerste Feministische Golf' genoemd. Het ging vooral om kiesrecht voor vrouwen, maar ook o.a. om hun recht op (universitair) onderwijs. In Engeland werd in 1903 de 'Women's Social and Political Union' ('Sociale en Politieke Vrouwenunie) opgericht, beter bekend als de 'Suffragettes', die gedurende de daarop volgende jaren van zich zouden laten spreken. In Nederland is Aletta Jacobs bekend geworden vanwege haar poging om de Hoge Raad in 1883 ervan te overtuigen dat ze aan het inkomen voldeed, dat haar recht gaf om aan de verkiezingen deel te nemen. Omdat er in Nederland toen nog een censuskiesrecht was had ze gelijk. Het enige probleem was dat ze een vrouw was en dat de grondwet daar (nog) niet in voorzag.

Nieuw Zeeland, dat in 1889 algemeen mannenkiesrecht had ingevoerd, zou een voorloper zijn wat vrouwenkiesrecht betreft. Slechts vier jaar later, in 1893, was het het eerste land - hoewel nog altijd niet onafhankelijk - waarin ook vrouwen mochten stemmen. Australië zou in 1902 volgen. Een jaar daarvoor was het land een federatie geworden met een eigen regering en een tweekamerparlement.

Uiteindelijk zou het Finland zijn, die in 1906 het eerste Europese land was met vrouwenkiesrecht, gevolgd door Noorwegen (1913), Denemarken en IJsland (1915). In 1918 kwamen ook Duitsland, Polen, Oostenrijk en de Baltische landen over de streep. Zweden en Nederland zouden dat in 1919 doen, Groot-Brittannië in 1928, Spanje in 1931 en Turkije in 1933. Frankrijk (1944) en Zwitserland (1971) waren al rijkelijk laat. In 1976 was Portugal, dat daarvoor bijna 50 jaar lang een dictatuur was geweest, het laatste land in Europa dat vrouwen gelijkstelde aan mannen in het kiesrecht.

Hoogtepunt van de democratie

Het vrouwenkiesrecht viel in veel gevallen samen met het 'Interbellum', de periode tussen de twee Wereldoorlogen, en de opkomst van het fascisme. Het is bekend dat Hitler aan de macht kwam dankzij een democratische meerderheid, waarna de democratie in het nieuwe nazi-Duitsland zelf ter ziele zou gaan. In die periode, vooral tijdens de crisis van de jaren 30 ontstond er ook al in sommige landen aarzelend een sociaal verzekeringsstelsel.

Kabinet Drees I (1948-51) / Bron: Collectie SPAARNESTAD PHOTO/Wiel van der Randen, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)Kabinet Drees I (1948-51) / Bron: Collectie SPAARNESTAD PHOTO/Wiel van der Randen, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
Bij de wederopbouw van Europa en dankzij de stijgende welvaart, die daarop volgde, kwamen er steeds meer sociale hervormingen. In het geval van werkloosheid of ziekte kregen de burgers recht op uitkeringen. Er kwamen ouderdomsvoorzieningen, openbare gezondheidszorg en onderwijs. Nieuwe rechten en vrijheden ontstonden vooral na de (studenten)protesten aan het einde van de jaren 60, die tevens ageerden tegen inbreng van eigen democratische regeringen in oorlogen en misstanden in andere landen in de wereld, waar (nog) geen democratie was. Veel rechten, die volgens de grondwet al bestonden, zouden d.m.v. demonstraties en protesten een nieuwe dimensie krijgen.

Al met al kan het hoogtepunt misschien wel bepaald worden rond deze jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Na de val van het communisme begin jaren 90 zullen velen gedacht hebben dat niets het verspreiden van de democratie nog in de weg zou staan: eerst de landen van het vroegere Oostblok, daarna de rest van de wereld. Zo zou op den duur de hele wereld kunnen genieten van sociale rechten en een eerlijkere verdeling van de rijkdom. Tegelijkertijd kwam echter in vele landen het sociale model in de knel en een nieuw neoliberaal model ervoor in de plaats. Ondanks een grotere globalisatie zou die een sociale ongelijkheid juist weer in de hand gaan werken. Economische groei en een goede concurrentiepositie t.o.v. andere economieën werden voor de nieuwe wereldleiders de heilige koeien.

Steeds meer democratieën in de wereld...

Anno 2015 zijn rond de 115 van de 195 landen in de wereld een democratie. Niet overal zijn die even vooruitstrevend als het om burgerrechten gaat. Zo hebben landen als Rusland, Turkije en Venezuela weliswaar dan wettig gekozen regeringen, maar hebben die zich ontpopt als autoritair en eigenmachtig. Hun regeringsleiders hebben zich in zo'n positie weten te manoeuvreren dat ze met losse hand veelvuldig inbreuk kunnen maken op vrijheden en mensenrechten. Zo kunnen oppositieleiders er zonder duidelijke aanklacht gearresteerd worden en is het demonstratierecht er aan banden gelegd. Ook is de rijkdom er zeer ongelijkmatig verdeeld, waarbij Rusland de kroon spant: iets meer dan 100 mensen hebben er 35% van het kapitaal. Turkije is intussen hard op weg om een theocratie te worden.

In de 90-er jaren voerden landen als Indonesië, Thailand, Maleisië en Burma vol optimisme democratische hervormingen uit. Intussen begint men er langzamerhand opnieuw te bukken onder het juk van repressie en censuur. De Arabische lente, die eind 2010 in Tunesië begon als protest tegen de corruptie, leek het begin van de democratie in landen als Egypte, Jemen, Jordanië, Libanon, Libië en Syrië. Enkele van die landen, als Egypte en Jemen, waren dat al in naam, maar hadden te maken met éénpartijsystemen, verkiezingsfraude en corruptie. Ondanks al het verzet, in sommige gevallen zelfs uitmondend in burgeroorlogen, is alleen Tunesië in 2014 een parlementaire democratie geworden.

In Amerika zijn democratische landen als Mexico en Argentinië er niet toe in staat om burgerrechten te garanderen.

Verval: steeds minder sociale rechten en een oneerlijke vermogensverdeling

In de Verenigde Staten, een 'lichtend' voorbeeld voor veel van deze nieuwe democratieën, wordt op dit moment iedere dag opnieuw duidelijk dat de verschillende rassen maar nauwelijks gelijke rechten en kansen hebben. Blanke Amerikanen bezitten twintig keer zoveel als zwarte Amerikanen en achttien keer zoveel als 'Latinos'. Wat de kapitaalverdeling in het land betreft bezit 1% van de Amerikanen 40% van de rijkdom van het land. Al jaren hebben progressieve elementen er de grootste moeite om een beetje behoorlijke gezondheidszorg van de grond te laten komen.

Een moordende concurrentie met een opkomende economische potentie als China -een dictatuur waar mensenrechten nauwelijks iets waard zijn- en met democratieën als Brazilië en India, waar sociale rechten amper een rol spelen en de rijkdom extreem ongelijk verdeeld is, zou in de jaren rond de eeuwwisseling de politiek in Europa bepalen. Om exorbitante winsten te maken -ieder kwartaal weer meer- moesten kosten worden teruggebracht. Regeringen begonnen daartoe overheden terug te dringen en de markten volledig vrij spel te geven. Een dure verzorgingsstaat hoorde daar niet meer in thuis en diende geprivatiseerd te worden. Zo konden ook de lonen drastisch omlaag en de arbeidscontracten meer flexibel en korter gemaakt worden, een vereiste voor het aantrekken van meer kapitaalinvesteringen.

Waar in de jaren 70-80 er nog sprake was van een min of meer eerlijke vermogensverdeling zijn we inmiddels ook in Europa uitgekomen op een situatie waarin midden- en lagere klassen er zodanig op achteruit zijn gegaan dat in 2013 1% van de bevolking van de E.U. 25% van de rijkdom in handen heeft. In het Verenigd Koninkrijk was dat 30%, in Frankrijk 25% en in Zweden 20%. In Nederland bezat in 2014 10% van de bevolking 61% van de rijkdom, in België bezat in datzelfde jaar 1% 40 keer zoveel als een modale Belg. In Spanje hadden ook in 2014 de twintig rijkste mensen evenveel kapitaal als 5 miljoen van de allerarmsten. Misschien is dat nog niets vergeleken bij de vermogensongelijkheid over de hele wereld: de verwachting is dat in 2016 1% van de wereldbevolking meer zal bezitten dan de andere 99% bij elkaar. En de wereldpolitiek doet niets anders dan deze onrechtvaardigheid stimuleren -ook onze 'democratische' leiders.

Voor veel kiezers lijkt er een tendens te zijn gekomen waarin hun representanten handelen naar heel andere prioriteiten dan die zij zelf hebben. Het heeft er dan ook wel veel van weg dat economische of politieke druk van andere landen, partijbelang of dat van private machtsgroepen, die grip hebben op een groot deel van de rijkdom, voor hen een belangrijkere rol spelen dan de wil van het volk, dat ze vertegenwoordigen. Daarbij lijkt het er in sommige gevallen ook nog sterk op dat ze zich meer bezighouden met een toekomstige lucratieve toekomstige carrière bij de Europese Unie of de Verenigde Naties, of in het bedrijfsleven. 'Lobbyisme' en 'particratie' zijn begrippen geworden in de hedendaagse 'democratische' politiek, een wereldje dat zich steeds meer verwijdert van de realiteit van de 'modale' mens.

In 1957 werd in Rome het verdrag tot oprichting van de E.E.G. ondertekend / Bron: Hadi, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)In 1957 werd in Rome het verdrag tot oprichting van de E.E.G. ondertekend / Bron: Hadi, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
Van oorsprong was de Europese Unie -aanvankelijk onder de naam E.E.G.- een nobel streven om door middel van een gemeenschappelijke economische markt vrede en stabiliteit in het naoorlogse Europa te verkrijgen. In de afgelopen decennia is het uitgegroeid tot een economisch machtsblok van meer dan twintig landen, dat voor veel Europese burgers lijkt te zijn verworden tot een (geld)verslindend monster, dat de economische groei als een enig doel stelt. Als intentieverklaring kan de Europese grondwet van 2003 gezien worden, die op de lange baan werd geschoven. Daarin staan op het sociale vlak meer hiaten, vage omschrijvingen en discussiepunten dan in welke grondwet ook van de lidstaten zelf. Gerechtvaardigd is daarom de vraag: bekommert het zich wel om het verval van sociale rechten en een groeiende kloof tussen arm en rijk?

Conclusie: digitaal stemmen, de redding van de democratie

De representatieve democratie is een praktische oplossing. Het volk, dat volgens de grondwet de feitelijke macht heeft, kan zich niet dagelijks bezighouden met het maken van politieke beslissingen. Daarom laat het zich voor een bepaalde periode vertegenwoordigen door afgevaardigden, die beloven zijn wil uit te uitvoeren. Er is dus sprake van een vertrouwensrelatie.

Omdat een afgevaardigde niet slechts één persoon kan vertegenwoordigen - anders zou je net zoveel afgevaardigden hebben als kiezers - richt die zich op een groep van kiezers. Hoe meer kiezers een afgevaardigde achter zich heeft staan, hoe meer zetels hij toegewezen krijgt in een parlement. Dat is de reden dat er partijen werden opgericht, waar zich meerdere personen bij konden aansluiten om gezamenlijk die kiezers te vertegenwoordigen. Logischerwijs vloeit daar een partijenstelsel uit voort. Die partijen hebben een partijprogramma en doen verkiezingsbeloften, en de kiezer mag eens in de zoveel jaar op één van die partijen stemmen.

Een bezwaar is dat dit leidt tot een soort dictatuur van een minderheid, die gekozen werd door een meerderheid. Waar het op neerkomt is dat die minderheid (van afgevaardigden) daarna haar partijprogramma uitvoert, wat niet in alle gevallen de wil hoeft te zijn van elke afzonderlijke kiezer. Het is onmogelijk dat die volledig achter het hele programma van een partij staat. In wezen stemt hij op een bepaalde partij vanwege de voor hem op dat moment belangrijkste punten die erin staan of die tijdens debatten of toespraken naar voren zijn gekomen.

Het lijkt er veel op dat volksvertegenwoordigers steeds vaker in het gareel lopen van een autoritaire en hiërarchische partijpolitiek, die danst naar de pijpen van rijke minderheden die geen brood hebben aan gelijkheid en democratie. De mening van bankiers en multinationals en hun idee over wat vrijheid is (meestal alleen hun eigen) lijken daarin zwaarder te wegen dan de wil van (een meerderheid van) het volk. We zijn op een punt aangeland waarop iedere vier jaar een nieuwe oligarchie onbelemmerd beslissingen kan nemen, die het leven van de burger nauwelijks nog aangaan. Is het daarom vreemd dat veel kiezers zich steeds vaker bedrogen voelen en van de democratie afkeren -koren op de molen van populisten en radicalen. Wat kunnen we dus anders dan concluderen dat ook de democratie in Europa het gevaar loopt slechts tot een façade te worden teruggebracht, waarachter vrijheden en rechten uitsluitend nog woorden op papier zijn?

Misschien niet perfect, maar desondanks misschien wel binnen de reële mogelijkheden de eerlijkste en rechtvaardigste, lijkt de democratie alleen nog te redden met de invoering van een systeem met meer directe kiesmethodes. Dankzij de nieuwe technieken en Internet is dat allang mogelijk. Met digitale handtekeningen, of Digi-ID, zoals al bij bv. elektronisch bankieren en andere administratieve handelingen worden gebruikt, kan op eenvoudige wijze regelmatig elektronisch bij referendum gestemd worden. Om vast te stellen waarover kunnen officiële sociale netwerken op Internet worden opgericht, waar volksinitiatieven worden ontplooid en petities getekend.

Wil de democratie niet verder uitgehold worden en op den duur wellicht geheel ter ziele gaan, dan zal zoiets in een zeer nabij toekomst moeten gebeuren. Maar om dat zover te laten komen is daar wel eerst de politieke wil voor nodig.
© 2015 - 2018 Tjiw09, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Nederland: een parlementaire democratieNederland is een democratie. In een democratie heeft de bevolking zeggenschap over de overheid. Ook heeft Nederland een…
Democratie in NederlandDemocratie in NederlandWat is een democratie, in een land zoals Nederland. Wat voor rechten hebben wij, als inwoners op deze democratie. Je heb…
Democratie en dictatuurDemocratie en dictatuurNederland wordt een democratie genoemd. Democratie is afgeleid van de Griekse woorden 'demos' (volk) en 'kratein' (reger…
De verkiezingenDe verkiezingenAlle Nederlanders van 18 jaar en ouder mogen stemmen en kunnen zich verkiesbaar stellen. Ze hebben hier het recht op. In…
Maatschappijleer: Democratie, kenmerken en vormenMaatschappijleer: Democratie, kenmerken en vormenDemocratie is een woord wat we vaak voorbij zien komen in de krant, op tv en in de politiek. Maar wat is democratie nu e…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Blickpixel, Pixabay
  • Oorsprong van de democratie (http://www.isgeschiedenis.nl/citaat-uit-het-nieuws/oorsprong_van_de_democratie/)
  • Magna Carta (http://en.wikipedia.org/wiki/Magna_Carta)
  • Oliver Cromwell (http://nl.wikipedia.org/wiki/Oliver_Cromwell)
  • Het parlement van Groot-Brittanië (http://nl.wikipedia.org/wiki/Parlement_van_het_Verenigd_Koninkrijk)
  • De Staten-Generaal (http://nl.wikipedia.org/wiki/Staten-Generaal_van_het_Koninkrijk_der_Nederlanden)
  • De Verlichting (http://nl.wikipedia.org/wiki/Verlichting_%28stroming%29)
  • De Franse revolutie (http://nl.wikipedia.org/wiki/Franse_Revolutie)
  • De derde Franse republiek (http://nl.wikipedia.org/wiki/Derde_Franse_Republiek)
  • De Nederlanden 1830-1870 (http://www.blikopdewereld.nl/geschiedenis/nederland/geschiedenis-nederland/896-een-geschiedenis-van-nederland-deel-8-de-nederlanden-1830-1870)
  • De grondwet van Spanje van 1812 (http://es.wikipedia.org/wiki/Constituci%C3%B3n_espa%C3%B1ola_de_1812)
  • De Belgische grondwet (http://nl.wikipedia.org/wiki/Belgische_Grondwet)
  • De Nederlandse grondwet (http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandse_Grondwet)
  • Grondwet in Duitsland (http://nl.wikipedia.org/wiki/Frankfurter_Parlement)
  • Scheidingsverdrag (http://nl.wikipedia.org/wiki/Verdrag_van_Londen_(1839))
  • Algemeen kiesrecht (http://nl.wikipedia.org/wiki/Algemeen_kiesrecht)
  • Duitse eenwordin (http://nl.wikipedia.org/wiki/Duitse_eenwording)
  • Zwitserse grondwet (http://nl.wikipedia.org/wiki/Zwitserse_grondwet)
  • Poolse grondwet (http://nl.wikipedia.org/wiki/Poolse_Grondwet_van_3_mei_1791)
  • Amerikaanse grondwet (http://nl.wikipedia.org/wiki/Grondwet_van_de_Verenigde_Staten)
  • Noorse grondwet (http://nl.wikipedia.org/wiki/Noorse_Grondwet)
  • Risorgimento (http://nl.wikipedia.org/wiki/Risorgimento)
  • Vrouwenkiesrecht (http://www.isgeschiedenis.nl/nieuws/invoering-van-het-vrouwenkiesrecht/)
  • Astralische regeringsstelsel (http://www.belgium.embassy.gov.au/bslsflemish/AusReg.html)
  • Democratie-index (http://nl.wikipedia.org/wiki/Democratie-index_van_The_Economist)
  • Freedom House (http://nl.wikipedia.org/wiki/Freedom_House)
  • Verzorgingsstaat (http://nl.wikipedia.org/wiki/Verzorgingsstaat)
  • Studentenbeweging (http://nl.wikipedia.org/wiki/Studentenbeweging)
  • Methode d'Hondt (http://nl.wikipedia.org/wiki/Methode-D%27Hondt)
  • Europese grondwet (http://nl.wikipedia.org/wiki/Verdrag_tot_vaststelling_van_een_Grondwet_voor_Europa)
  • Europese Unie (http://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_Europese_Unie)
  • E.E.G. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Europese_Economische_Gemeenschap)
  • Het referendum (http://nl.wikipedia.org/wiki/Volksraadpleging)
  • Argumenten voor en tegen het referendum (http://www.europa-nu.nl/id/vgvkjhoxv9yq/referendum_als_instrument_argumenten)
  • De Arabische lente (http://nl.wikipedia.org/wiki/Arabische_Lente)
  • De kloof tussen rijk en arm blijft groeien (http://nos.nl/artikel/2014098-kloof-tussen-arm-en-rijk-in-de-wereld-blijft-groeien.html)
  • Partcratie (http://nl.wikipedia.org/wiki/Particratie)
  • Afbeelding bron 1: ohiochannel.org, Wikimedia Commons (CC BY-1.0)
  • Afbeelding bron 2: Original authors were the barons and King John of England. Uploaded by Earthsound., Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 3: Samuel Cooper (died 1672), Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 4: Hyacinthe Rigaud, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 5: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 6: Publiek domein, Wikimedia Commons (PD)
  • Afbeelding bron 7: Johan Heinrich Neuman, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 8: Cortes de Cádiz, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 9: Cartes de visite portraits of U.S. Army officers, children, and others, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 10: Albumin-Foto / Günter Josef Radig, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 11: hastingspress, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 12: Collectie SPAARNESTAD PHOTO/Wiel van der Randen, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
  • Afbeelding bron 13: Hadi, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)

Reageer op het artikel "Ontstaan, ontwikkeling en verval van de democratie"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Tjiw09
Laatste update: 07-11-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Politiek
Bronnen en referenties: 50
Schrijf mee!