InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Pedagogiek > Opvoeding: Onderwijsinstellingen en democratie

Opvoeding: Onderwijsinstellingen en democratie

Aangezien het schoolgaan een belangrijke weg naar sociale mobiliteit en het bereiken van machtsposities is, wordt de mate van democratie van de maatschappij ook sterk bëinvloed door de vraag in hoeverre er gelijke mogelijkheden bestaan voor het schoolgaan voor personen uit verschillende maatschappelijke groeperingen.

Verschillen

Het is moeilijk om in dit opzicht volledige gelijkheid te bereiken, want vanwege verschillende factoren komen degenen die langer studeren dan de doorsnee, vaker uit de hogere laag van de maatschappij dan de lagere.

Deze scheve verhouding is een probleem en niet alleen gezien vanuit democratisch oogpunt, maar ook vanuit het oogpunt van de economische effectiviteit. In de onderste lagen van de maatschappij bevinden zich namelijk intelligentiereserves oftewel personen die wat hun begaafdheid betreft capaciteiten hebben voor een hogere opleiding dan die ze in feite krijgen. De maatschappij maakt dus niet volledig gebruik van het talent dat ter beschikking staat.

Maar ook al lijkt het egaliseren van de mogelijkheden voor het schoolgaan een maatregel, die zowel de democratie als de effectiviteit ten goede zal komen, dit op een bepaalde manier benutten van alle reserves kan ook storende gevolgen krijgen. Het resultaat kan een klasse- maatschappij zijn, met een ,overklasse’ enerzijds, bestaande uit alle begaafde mensen die lang gestudeerd hebben, en anderzijds een lagere klasse, bestaande uit de onbegaafden. De macht is in handen van de eerstgenoemde groep en de lagere klasse heeft niet eens de mogelijkheid om te concurreren om de macht, aangezien het schoolsysteem alle begaafde uit de lagere klassen uitkiest en opwerkt naar de ,overklasse’. Ook al kan men deze analyse bekritiseren, het probleem zelf is belangrijk en gecompliceerd.

Schoolsysteem

Het kan nuttig zijn om ook het interne leven van de school te onderzoeken, de wisselwerking tussen leraren en leerlingen. Het schoolsysteem geeft de leraar de mogelijkheid om een hele reeks vormen van sancties te gebruiken: fysieke (de klas uitsturen, nablijven), materiële (slechte cijfers) en geestelijke (berisping, ironie). De leerling kan aan deze vormen van straf worden blootgesteld om andere dan zuiver didactische redenen. Het straffen kan bijv. te wijten zijn aan het feit dat de normen van de leraar die de 'middenklasse’ vertegenwoordigt, afwijken van de normen van de leerling, die misschien uit een arbeidersgezin komt.

Bij de eerste sociaalpsychologische onderzoeken van de schoolwereld, maakte men vaak gebruik van sociometrische methodes met behulp waarvan men de vriendschapsrelaties tussen leerlingen en kliekjes, de leiders van de klas en hun volgelingen, populaire en geisoleerde leerlingen kon aantonen. Zo’n onderzoek helpt de leraar enorm bij het omgaan met de leerlingen. Hij kan hun problemen beter begrijpen en letten op de leerlingen die speciale sociale problemen hebben. In dezelfde mate als waarin men de sociometrische keuze van de leerlingen in aanmerking neemt bij de indeling van de klas, het samenstellen van werkgroepen enz. kan men het hebben over het begin van een schooldemocratie.

Een ander tamelijk populair sociaalpsychologisch onderzoeksobject is de vraag geweest over de uiteenlopende effecten van bij de leraar geconcentreerde dus autoritaire of anderzijds op de leerlingen geconcentreerde of democratische werkmethodes. Soms was men van mening dat de ene en soms dat de andere methode het meest effectief was. Men heeft een beoordeling van en kritiek op deze onderzoeken opgesteld, omdat men van mening is, dat men niet onomstotelijk heeft kunnen bewijzen welke methode de meest effectieve is om een groep te leiden, de autoritaire of de democratische. Verder hebben de verschillende onderzoekers in de regel geen sociaalpsychologische theorie over de vraag waarom de ene of de andere methode de meest effectieve zou zijn.

Democratisering

Het probleem ziet er echter anders uit als we in aanmerking nemen dat opvoeden tot democratie en democratische gedragspatronen vaak als een soort doel worden gesteld aan de school. Het is heel natuurlijk dat men er van uit gaat dat een dergelijk opvoeden niet effectief is als de school zelf niet fungeert als een democratisch ingerichte instelling. Maar hoe moet een democratische school er dan uit zien?

Een betere communicatie tussen de leraren en leerlingen lijkt al enige gevolgen te hebben die men nuttig mag noemen, ook al is dit niet voldoende om de rnachtsverhouding tussen leraren en leerlingen te democratiseren. Men heeft experimenteel waargenomen dat de leraren in feite hun gedrag aanpassen aan de verwachtingen van de leerlingen in de mate waarin ze informatie over deze verwachtingen krijgen. Op gelijksoortige wijze heeft het invloed op de prestaties van de leerlingen dat de leraar bijv. commentaren in de werkstukken schrijft als hij ze teruggeeft aan de leerlingen. En als de leerling bovendien toestemming krijgt om zijn eigen commentaar op het opstel in de kantlijn te zetten, lijkt dit de angst te reduceren waartoe de machtspositie van de leraar gauw aanleiding geeft.

Om een democratie zo te realiseren dat de leerlingen reëel recht tot besluitname met betrekking tot de interne aangelegenheden van de school krijgen, kan in de ogen van velen een vreemde gedachte lijken, aangezien men er volledig aan gewend is geraakt dat de macht bij de leraren moet liggen. Sommige onderzoekers stellen voor dat men de leerlingen externe maatregelen laat treffen, zoals wedstrijden tussen scholen, excursies, onderzoeken, werkprojecten enz. i.p.v. ze zich te laten mengen in de interne aangelegenheden van de school.

De meest geschikte vorm van democratie zou misschien zijn, de leerlingen toestemming te geven hun eigen vereniging en clubactiviteit, hun eigen kranten enz. zo zelfstandig mogelijk te laten besturen en zonder toezien van de leraren, ook al zou dit werk tot op zekere hoogte op school plaats vinden. Maar de deelname van de leerlingen in de administratie van de school is evenmin een onmogelijkheid.

Lees verder

© 2008 - 2019 Sophocles, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Taken van de pedagoogDe pedagogiek houdt zich bezig met de opvoeding. Een andere naam voor pedagogiek is opvoedingsleer, opvoedkunde of opvoe…
Stromingen binnen de pedagogiekStromingen binnen de pedagogiekBinnen de pedagogiek kennen we meerdere stromingen. De stromingen bestaan uit een aantal theoriën. Het is aan de pedagoo…
Stromingen binnen pedagogiek volgens het drie-stromen-modelStromingen binnen pedagogiek volgens het drie-stromen-modelBinnen de pedagogiek zijn er drie wetenschappelijke stromingen: de geestelijk wetenschappelijke pedagogiek, de empirisch…

Reageer op het artikel "Opvoeding: Onderwijsinstellingen en democratie"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sophocles
Gepubliceerd: 25-02-2008
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Pedagogiek
Special: Opvoeding
Schrijf mee!