Pedagogiek en Gedragsstoornissen

Communicatie met kinderen met gedragsstoornissen

Communicatie met kinderen met gedragsstoornissen

Kinderen met gedragsstoornissen hebben behoefte aan duidelijkheid in de taal. Ze vinden het moeilijker om instructies te begrijpen, daarom moeten die juist duidelijk en kort zijn.


Voor ouders, begeleiders en leerkrachten

Voor ouders, begeleiders en leerkrachten is het belangrijk om aan een aantal punten te denken.

1. Praat in duidelijke taal met het kind.
Gebruik geen woorden zoals; lief, druk, rustig of beleefd. Dat is te abstract voor de kinderen.

2. Omschrijf duidelijk het gedrag wat u wilt zien.
Bijv.; 'Als de visite komt, wil ik dat je een puzzel gaat maken.' (i.p.v.; 'Als de visite komt, wil ik dat je rustig gaat spelen'. )

3. Gebruik ook geen straks, later of misschien, maar wees duidelijk.
Bijv.; 'Na het eten gaan we een eindje fietsen.' (i.p.v.; 'Straks gaan we nog even een eindje fietsen'.)

4. Wees bij de instructies duidelijk wat u van het kind verwacht.
Herhaal de informatie, controleer of het is overgekomen, laat het kind de informatie herhalen.

5. Geef de instructies in een stellende vorm, en niet in een vragende vorm.
Bijv.; 'Ik wil dat je nu je ontbijtbordje opruimt.' (i.p.v.; 'Wil je je ontbijtbordje even opruimen?)

6. Begin de instructies met; 'Ik wil dat je nu...'
Het NU woordje is daarbij heel belangrijk. Dan weet het kind dat het nu meteen moet gebeuren en niet over een uur.
Bijv.; 'Ik wil dat je nu je jas gaat ophangen.'

7. Geef eerst de uitleg voor de instructie.
Want het kind onthoudt vaak alleen het laatste wat u zegt. En ze willen vaak in discussie gaan over de uitleg.
Bijv.; 'Het waait hard buiten, ik wil dat je je jas aantrekt.' (i.p.v.; 'Trek je jas aan, want het waait hard.')

8. Laat een stopinstructie volgen met een doe-instructie.
Bijv.; 'Stop met schreeuwen (stopinstructie) en ga eten (doe-instructie).'

9. Bespreek situaties voor met het kind.
Denk vooruit wat er in bepaalde situaties kan gebeuren. Bereid het kind daarop voor door het te gaan bespreken.
Bijv.; de regels, hoe lang het gaat duren, welke mensen er zullen zijn, wat er van het kind wordt verwacht, etc.
Maak eventueel gebruik van een pictogrammenbord (met plaatjes het visueel maken).

10. Laat het kind de instructie herhalen.
Zo kunt u zien of het kind de instructie heeft begrepen en kan onthouden.

Wat ook belangrijk is bij het communiceren.

  • zorg voor een rustige omgeving, met weinig prikkels
  • zorg dat het kind vlakbij u is
  • maak oogcontact
  • noem de naam van het kind
  • Let op uw gezichtsuitdrukking, lichaamshouding en manier van praten. Blijf zo neutraal mogelijk, want anders raakt het kind in de war en wordt het gedrag juist erger.

Special

Gedrags- en ontwikkelingsstoornissen
ODD
Opvoeden

Verwante artikelen

pictogrammenbord - zelf een pictogrammenbord maken
structuur bieden - structuur bieden aan kinderen met gedragsproblemen
straffen, belonen en negeren - op drie manieren op het gedrag van een kind reageren

Dit artikel is een samenvatting van het hoofdstuk Communicatie, uit het boek; sociaal onhandig (zie bronnen).
© 2007 - 2009 Coby79, gepubliceerd in Pedagogiek (Mens en Samenleving) op 20-07-2007, laatst gewijzigd op 01-11-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Coby79 is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Boek; Sociaal onhandig, de opvoeding van kinderen met PDD-NOS en ADHD - Redactie; L. van der Veen- Mulders, M. Serra, B.J. van den Hoofdakker, R.B. Minderaa

Reageer op het artikel "Communicatie met kinderen met gedragsstoornissen"


Door K. van der Vliet op 28-08-2008

Bij punt 8. staat: Laat een stopinstructie volgen op een doe-instructie. In het voorbeeld volgt de doe-instructie op de stop-instructie, dus eerst STOP en dan DOE!? Reactie infoteur op 28-08-2008:Bedankt voor de opmerking, goed gezien!