Een dag uit het leven van de Australopithecus

Zelfs vandaag de dag (ongeveer 2 miljoen jaar na het tijdperk van de Australopithecus africanus, voorvader van de mens) is het mogelijk te reconstrueren hoe deze werktuigmaker zijn dagen doorbracht. Hij zocht naar voedsel (waarbij hij zich langzaam door het Afrikaanse grasland bewoog) en lette daarbij niet alleen op zaden en knollen maar ook op insekten, larven, hazen, schildpadden, nestvogels en struisvogeleieren.

Aan water en prooidieren gebonden bestaan

De Australopithecus africanus bleef in leven door plantaardig voedsel te verzamelen en zo nu en dan op dieren te jagen. Fossiele overblijfselen tonen aan dat hij langs meer- of rivieroevers leefde of op de grens van woud en open savanne. Nog steeds bestaan er milieu's in het Oost-Afrika van vandaag die hier heel sterk op lijken.

Het meeroever-milieu in Oeganda

Langs de oever van het Edwardmeer in Oeganda staan Euphorbia's. Het zijn bomen die de Australopithecus twee miljoen jaar geleden al kende en die nu nog in Oost-Afrika voorkomen. Veel van het meeroevergebied wordt gevormd door open savanne en is rijk aan dieren (varierend van kleine knaagdieren tot grote kudden antilopen en olifanten). Deze combinatie van savanne en meeroever is ideaal voor een jagende en verzamelende hominide en is waarschijnlijk vrijwel identiek aan de omstandigheden die eens bestonden in zulke (nu uitgedroogde) plaatsen als de Olduvai kloof, Omo en het gebied rond het Rudolf meer, waarvan bekend is dat de Australopithecus er geleefd heeft.

Leven dicht bij dieren

De vroege hominiden leefden dicht bij de dieren waarop zij jaagden, zoals zebra's en gazellen. Diezelfde dieren leven tegenwoordig met leeuwen en andere roofdieren. Zij zijn niet bang voor hen, zo lang zij ze in het oog kunnen houden en niet voelen dat ze beslopen worden. Dat gevoel van veiligheid kunnen ze zich veroorloven omdat hun snelheid en uithoudingsvermogen hen in staat stellen aan de meeste aanvallen te kunnen ontkomen. Waarschijnlijk negeerden de prooidieren op dezelfde wijze de hominiden. De Australopithecus moest deze prooidieren in een hoek drijven of verrassen. Ook zonderde hij een jong of zwak dier af om een prooi te bemachtigen.

Verzamelplaatsen

Kleine stroompjes waren goede plaatsen voor de Australopithecinae om bij elkaar te komen. Hier konden zij een hinderlaag leggen voor de prooidieren die kwamen drinken. Ook konden ze er afgeslepen stenen vinden waar ze flinters van af konden slaan om ruwe, maar scherpe stenen werktuigen te maken. Gebieden die rijk waren aan vulkanische steen, kwarts en hoornsteen kwamen dan ook extra goed van pas.

Knotsen als wapen

Er is een overvloed aan bewijsmateriaal voorhanden dat aantoont dat de Australopithecinae een verscheidenheid aan stenen werktuigen vervaardigden en gebruikten. Door de vergankelijkheid ervan bestaat echter geen enkel spoor van het enorme aantal houten werktuigen dat zij gebruikt moeten hebben. Tegenwoordige chimpansees schermen met stokken en takken. Er is zelfs waargenomen dat zij die stokken en takken naar bavianen gooien, wanneer die bavianen hun voedsel proberen af te pakken of te dicht bij een pasgeboren chimpansee in de buurt komen. Het lijkt daarom logisch om aan te nemen dat de veel intelligentere Australopithecinae (die in staat waren om stenen vuistbijlen te maken) ook houten knotsen, speren, spiesen en andere scherpgepunte werktuigen gebruikt zullen hebben.

Takken voor een regendans

Zonder twijfel waren wapens van vitaal belang voor hen. De Australopithecinae leefden op de grond en moesten daar met veel andere gevaarlijke carnivoren concurreren. Wellicht hebben zij ook houten werktuigen gebruikt voor een volkomen ander doel: namelijk om mee te zwaaien in een feest bij de komst van regen. Iets dat chimpansees heden nog doen.

De ontspannen dag

Vaak realiseer je je niet dat buitengewoon primitieve mensen een heleboel vrije tijd hebben. Zo moet het ook geweest zijn bij de Australopithecinae. Ze hadden immers beperkte keuzemogelijkheden en hun behoeften waren gering en gemakkelijk te bevredigen in een warme, weldadige omgeving. Als er het hele jaar door voldoende te eten is, kun je weinig meer doen dan rustig gaan zitten en wat dommelen in de hitte van het middaguur.

Socialisatie

Zo'n overvloed aan vrije tijd leidde natuurlijk tot socialisatie en tot de ontwikkeling van ingewikkelde verhoudingen tussen de leden van een groep. Naarmate de intelligentie toenam, werden de verhoudingen ingewikkelder. Intussen werd de ontwikkelingstijd van een zuigeling, kind en jongeling langer en langer. Dit door de noodzaak voor een individu om meer en meer te leren, wilde hij in de steeds ingewikkelder gemeenschap passen. Deze tendensen (overgeerfd van onze mensaapachtige voorouders) speelden een grote rol in de evolutie van de Australopithecus tot mens.

Veilige rustplaats

Een van de raadsels van het bestaan van de Australopithecinae is hoe en waar deze schepsels sliepen. In het begin van hun verkenning van het leven op de begane grond, zouden zij dicht bij de woudzoom gebleven kunnen zijn (dus bij de stroken bosland langs meer en rivier) en zich voor de nacht in de bomen teruggetrokken hebben.

Bomen toevluchtsoord

De bomen vormden een toevluchtsoord, want grote katachtigen en hyena's moeten 's nachts op de Australopithecus gejaagd hebben (evenals zij nu nog op de huidige bewoners van de savanne jagen). Zodra het zonlicht verdween verliet de groep Australopithecinae de gevaarlijke schaduwen die over de vlakte kropen en klauterden ze in bomen om veilig te zijn. Noch een luipaard, noch een leeuw zou zich 's nachts in de bomen wagen. De Australopithecinae klommen waarschijnlijk in elke boom met takken, die sterk genoeg waren om hen te dragen. Een boom met een goede brede tak en enkele dunnere zijtakken kon al een comfortabel plaatsje verschaft hebben. Maar de Australopithecus zou ook wat gras en bladeren verzameld kunnen hebben om een tijdelijk nest voor zichzelf te maken. Zijn meest nabije verwanten (de chimpansee en de gorilla) doen dat allebei. Er is geen bewijsmateriaal dat de Australopithecus eeltplekken op zijn achterste had, zoals vele apen die in de vork van een boom geklemd slapen.

Ruwe schuilplaatsen

Later (na enkele miljoenen jaren ervaring als grondbewoners) toen zij aanzienlijk grotere hersenen gekregen hadden en de vage beginselen van een cultuur gingen tonen, begonnen de Australopithecinae ongetwijfeld met het aanleggen van ruwe schuilplaatsen uit doornhaag. Dergelijke hagen boden bescherming tegen nachtelijke rovers en gaven meer comfort dan bomen.
© 2010 - 2020 Emfkruyssen, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Australopithecus intelligenter dan de baviaanDe Australopithecus schijnt thuis te horen in het schaduwland tussen mens en aap. Nu dit wezen is gelocaliseerd op plaat…
De eerste mensen op aardeDe eerste mensen op aardeEr leven al vele eeuwen lang mensen op deze aarde, al is dit niets in vergelijking met de leeftijd van de aarde zelf. Na…
Oegandees Boedongowoud, Omo en OlduvaikloofHet prachtige oerwoud van Boedongo met zijn enorme hardhoutbomen is vochtig, groen en tropisch. Er heerst een vredige st…
Verwarring door Australopithecinae-vondstenDe onzekerheid die ontstond na de vondst van de eerste Australopithecus-schedel door Raymond Dart werd nog sterker toen…

De semi-nomadische MassaiAan het einde van de 19de eeuw stond 'de Massai' (een stam van semi-nomadische krijgers in Kenya en Tanzania) zowel bij…
Oorzaken eenzaamheidOorzaken eenzaamheidWat zijn de oorzaken van eenzaamheid? En wat is het verschil tussen eenzaamheid en alleen zijn? Worden we meer eenzaam d…

Reageer op het artikel "Een dag uit het leven van de Australopithecus"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Emfkruyssen
Laatste update: 03-02-2011
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Sociaal
Schrijf mee!