InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Sociaal cultureel > Nationalisme en Religie binnen de staat

Nationalisme en Religie binnen de staat

In de geschiedschrijving worden religie en nationalisme altijd gescheiden behandeld, terwijl studie duidelijk aantoont dat beiden tot in de definitie verbonden zijn. Op welke manieren zijn religie en nationalisme verbonden? een vergelijking van twee verschillende denkers.

Nationalisme en Religie: verbonden binnen de natie

In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen werd er op het nieuws een merkwaardige uitspraak gedaan. Er werd gesproken over de waarschijnlijke winst van Barack Obama, de democratische presidentskandidaat. De vraag aan de deskundige was, hoe Obama ervoor stond. Zijn antwoord was verbazingwekkend. Hij vertelde dat, behalve als Obama iets ‘stoms’ zou doen, zoals zich positief uitspreken over het homohuwelijk, of zich nog directer, een atheïst zou noemen, hij een goede kans maakte om president te worden.

Hoe kan een land als Amerika, dat zo ontzettend nationalistisch is, tegelijkertijd zowel veel waarde hechten aan het heilige? Deze ‘one nation under God’ is natuurlijk niet het enige land waar nationalisme en religie hand in hand gaan. Het gaat in dit essay dan ook om een bredere benadering. Er wordt in dit artikel geprobeerd antwoord te geven op de vraag, op welke manieren religie verbonden is met nationalisme, en hoe deze verbondenheid zich vertaald naar hedendaagse voorbeelden.

Antwoord op deze vraag wordt gegeven aan de hand van het boek van Anderson (2006), Imagened Communities, waarin hij op betoverende wijze het fenomeen nationalisme aan de wereld introduceerde en het artikel van Rieffer (2003), waarin de invloed van religie op het nationalisme wordt benadrukt. Er zullen in het essay allereerst overeenkomsten en verschillen gezocht worden tussen nationale gemeenschappen en religieuze gemeenschappen. Daarna is het belangrijk te weten wat de visies van de beide schrijvers zijn. Deze zullen dan ook in het kort uiteengezet worden om een kader te scheppen voor de volgende paragraaf. Hierin worden hedendaagse voorbeelden aangehaald om de verwevenheid van religie en nationalisme te illustreren.

Nationale en religieuze gemeenschappen

In deze paragraaf zullen de verschillen en overeenkomsten tussen nationale en religieuze gemeenschappen behandeld worden. Uit deze paragraaf zal blijken dat deze gemeenschappen, op het eerste gezicht fundamenteel verschillend, op een groot aantal aspecten overeenkomen. Allereerst worden de overeenkomsten uiteengezet, waarna zal blijken dat ondanks deze overeenkomsten, de twee toch fundamenteel van elkaar verschillen.

Een sleutelwoord in de theorie over nationalisme is de Imagined Communitie. Dit begrip, door Anderson (2006) geïntroduceerd, geeft weer dat ondanks dat men niet elk lid van de samenleving kent, men toch een sterk gevoel van verbondenheid met hen voelt. Dit begrip is door Anderson vrijwel uitsluitend op de natiestaat toegepast. Men kan zich afvragen of men dit vroeger, en nu nog steeds, kan stellen over een religieuze gemeenschap. Voelen de katholieken zich onderling niet net zo verbonden als bijvoorbeeld de Fransen? Zowel de Fransen als de katholieken hebben eigen en definiërende symbolen, liederen en gebruiken.

Zelfs het printkapitalisme kan in meer of mindere maten toegepast worden op de religieuze gemeenschap. Het printkapitalisme was voor Anderson (2006) een belangrijke ontwikkeling in de opkomst van het nationalisme, maar is ditzelfde niet eerder gebeurt binnen de religie. De bijbel, om bij het Christendom te blijven, is wijdverspreid en zorgde voor een groot gevoel van verbondenheid onder de leden van de religie. Het gezamenlijk lezen of voorgelezen worden uit de bijbel is een belangrijk onderdeel van religie. Het bezitten van dit boek en de kennis die in zijn bladzijden gevangen zit, wakkerde het bewustzijn aan dat dit niet een individuele beleving was, maar dat dit gedeeld werd door vele anderen. Deze verbondenheid vind Anderson (2006) ook terug in het nationalisme.

Symboliek als vlaggen, liederen en gebruiken zijn ook in beide gemeenschappen sterk terug te vinden. Wat een land een ander land maakt dan het land ernaast, ligt voor een groot deel in de eigen cultuur. Het volkslied, de vlag en de normen en waarden die een land eigen zijn, onderscheiden dit land en zijn burgers van de landen er omheen (Anderson, 2006). Wat voor in dit geval voor een natiestaat geldt, geldt ook voor een religie. Een religie heeft, misschien nog wel duidelijker dan een land, zijn eigen discours. Een kerk van een religie is hier misschien wel de duidelijkste vorm van dit discours. Een kerk van een religie ziet er in de gehele diaspora van de religie hetzelfde uit. Het katholicisme kent een heel eigen architectuur, een eigen structuur van de gebeurtenissen die plaatsvinden in deze kerk en daarom, een heel eigen beleving van de religie onder de leden (Rieffer, 2003).

Maar wat maakt een natiestaat nou totaal onvergelijkbaar met een religieuze gemeenschap? Waarom is nationalisme nou zo anders dan een religie? Het antwoord hierop vindt men in de begrenzing van beide en in de onderkenning van anderen.

Een religie is per definitie grenzeloos. Men is, in theorie, vrij in de keuze van religie en lidmaatschap is niet moeilijk te bemachtigen (Anderson, 2006). De taal van een religie is geen definiërende eigenschap van een religie. Het Christendom, in zijn vele vormen, werd altijd in het Latijn geschreven, maar niet alles dat in het Latijn is geschreven komt vanuit het Christendom. Dit is bij natiestaten anders, een Nederlands boek is een boek geschreven door en voor Nederlanders. Een Duitser kan op steenworpafstand van Nederland, of zelfs in Nederland, wonen, maar zal het boek nooit begrijpen. De grens is niet alleen een landsgrens, het is een natiegrens. Aan de ene kant van de grens ligt Nederland, en haar cultuur, en aan de andere kant Duitsland, met zijn ‘kultur’. Hiermee is meteen het volgende verschil geïntroduceerd.

Met het stellen van grenzen wordt, naast dat het eigen territorium gemarkeerd wordt, verondersteld dat aan de andere kant een ander land is. Een grens splitst een gebied namelijk op zijn minst in tweeën. De onderkenning van het eigen gebied leidt onvermijdelijk tot de onderkenning van het gebied van een ander. Met religie ligt dit anders, een religie kan in beginsel niet naast andere religies bestaan. Immers, de onderkenning dat er een andere religie bestaat verondersteld meteen dat de visie van de eigen religie slechts één van de verklaringen is. Als dit verondersteld wordt is dit een afbraak aan het fundament waarop elke religie gebouwd is, namelijk dat zij de juiste is.

In deze paragraaf is aangetoond dat nationalisme en religie op een aantal punten sterke overeenkomsten vertonen. De Imagined Communitie bestaat binnen beide gemeenschappen. Cultuur en symboliek zijn binnen beide sterk vertegenwoordigd. Maar de onderkenning van anderen is een punt waar men niet omheen kan. Door dit verschil in de fundamenten van beide gemeenschappen kunnen zij nooit als één bestudeerd worden, en daarmee is religie iets fundamenteel anders dan nationalisme.

De visies op het ontstaan van nationalisme

B. Anderson

Allereerst wordt in deze paragraaf de visie op de opkomst van nationalisme van Anderson (2006) uitgelegd, waarna ook de visie uiteengezet in het artikel van Rieffer (2003) aan bod komt. Deze paragraaf gaat voornamelijk, zo niet uitsluitend, over de opkomst van het nationalisme in het Westen, omdat Anderson de voorwaarden voor het opkomen voor het nationalisme in Europa, en in de rest van de wereld, ziet in het Europa ten tijde van de verlichting. “The slow, uneven decline of these interlinked certainties, first in Western Europe, later elsewhere, under the impact of economic change, 'discoveries' (social and scientific), and the development of increasingly rapid communications, drove a harsh wedge between cosmology and history. No surprise then that the search was on, so to speak, for a new way of linking fraternity, power and time together.” (Anderson, 2006, p. 36)

Anderson ziet nationalisme in West-Europa tegelijk met industrialisatie opkomen. Hij ziet industrialisatie dan ook als voorwaarde voor het opkomen van nationalisme. Economische belangen en technologische vooruitgang, zoals de boekdrukkunst, lagen aan de basis van het nationalisme. Het proces dat de grondslag van het nationalisme was wordt hieronder in het kort uitgelegd.

Allereerst waren economische belangen van de groep ondernemers een voorwaarde. De vroegste ondernemers verplaatsten enkel de huisnijverheid naar meestal kleine hallen waar mensen tegen een loon een product produceerden voor de eigenaar. Het streven naar meer en meer winst en de concurrentie onder de nieuwe groep ondernemers zorgden voor een zoektocht naar effectievere methodes van productie. Technologische vooruitgang was het resultaat. Machines worden ingevoerd en fabrieken en productie worden grootschaliger. Deze trend zet zich door het hele proces van industrialisatie door. Machines worden ingewikkelder en de kennis die nodig is om de machines te hanteren vereist op dit moment zelfs educatie. Op het zelfde moment betekent technologische vooruitgang de uitvinding van de boekdrukkunst. Boeken worden op massale schaal uitgebracht en, belangrijker nog, in de taal die in meer of mindere mate in het hele territorium van de staat begrepen wordt (Anderson, 2006). Massale educatie was dus nodig om het innovatieproces van de economie te ondersteunen. Deze educatie zorgt voor geletterdheid en de geleerde taal wordt door de meeste inwoners van het land gesproken en gelezen. Educatie en de massale druk van boeken in de inmiddels ‘vaderlandse’ taal is het begin van een unieke cultuur. Educatie zorgt voor een gedeelde set van symbolen, normen en waarden en taaluitingen. Het begin van het onderscheiden van het land als een uniek land, dat apart van andere landen gezien hoort te worden. Het begin van nationalisme (Anderson, 2006).

B.J. Rieffer

Rieffer (2003) biedt een ander perspectief in het ontstaan van nationalisme. Ze bespreekt dit aan de hand van twee, op het oog, tegengestelde voorbeelden namelijk, Engeland en Frankrijk.

Het nationalisme in Engeland wordt, zegt Rieffer (2003), tastbaar in 1707, wanneer de Act of the Union wordt getekend. Vanaf dat moment zijn Engeland, Wales en Schotland verenigt onder het Verenigd Koninkrijk. In deze Act of Union werd gesteld dat alle monarchen van het rijk lid moesten zijn van de protestantse kerk. Ze stelt dat Engelsen, en nu natuurlijk ook Schotten en Welshmen, zich vooral met elkaar identificeerden door zich af te zetten tegen de gezamenlijke vijand, namelijk de katholieke Fransen. De opstanden van de katholieke Ieren in de 18de eeuw versterkte dit nationalisme natuurlijk ook. Het protestantisme is in het Verenigd Koninkrijk een dominante factor van het normale leven. Het is de norm waaraan alles gemeten wordt. Katholieke Britten worden uitgesloten van publieke functies en ook op economisch vlak worden de poten onder deze groep weggezaagd. Ze waren slachtoffer van discriminatie en hogere belasting. Verbod op wapens en gelimiteerde eigendomsrechten waren slechts enkele maatregelen die tegen deze groep genomen werden. Ook, in het licht van Anderson, werd deze groep op grote schaal uitgesloten van onderwijs, waardoor ze niet dezelfde toegang tot de Engelse cultuur hadden als hun protestantse buren(Rieffer, 2003).

In Frankrijk vindt de opkomst van nationalisme in tegengestelde richting plaats. Waar Engeland het nationalisme op een religiebasis rust, dankt Frankrijk zijn nationalisme aan een afkeer van zijn religie. In de 17de en 18de eeuw zien we op het vasteland van Europa een afname van status en macht van in het bijzonder de katholieke kerk. De verlichting en de grote denkers, wiens stempel we nog steeds in onze samenleving kunnen herkennen, die ze meebracht verspreidden een seculier wereldbeeld. De verlichting en de Franse revolutie, het begin van nationalisme in Europa, was boven alles een afzetting tegen de gevestigde macht. Deze macht, de monarchistische en de kerkelijke macht, was in alle gevallen gebaseerd op religieuze overtuigingen (Rieffer, 2003).

In deze paragraaf zijn twee, op het oog conflicterende, verklaringen gegeven voor de oorsprong van nationalisme in West-Europa. In de ene theorie ziet men een grote nadruk op technologische ontwikkeling en het klimaat dat de industrialisatie schepte en in de ander een nadruk op, aan de ene kant de sterke affiniteit met religie als oorsprong van nationalisme, en aan de andere kant een sterke afkeer van religie in de verlichting, dat het klimaat schepte waarin nationalisme zich kon ontwikkelen. In de volgende paragraaf worden deze theorieën naast enkele hedendaagse voorbeelden van de verwevenheid van nationalisme en religie gelegd.

Hedendaagse voorbeelden

Nu er een kader is geschept waarin nationalisme en religie geplaatst kunnen worden, kunnen er een aantal hedendaagse voorbeelden besproken worden die blijk geven van de onderlinge verwevenheid van nationalisme en religie. Als eerst wordt een typisch westers geval besproken, namelijk Amerika. Dit land is altijd al een natie van extremen geweest en werkt dus als een duidelijk voorbeeld.

In de inleiding werd al een verband geïnsinueerd, toen gezegd werd dat alleen door te zeggen dat hij een atheïst is, Barack Obama de verkiezingen nog kan verliezen. Amerika is het schoolvoorbeeld van een land dat zowel een sterk nationalistisch gevoel, als een sterke religieuze beleving kent. Het zingen van het volkslied is een bekend fenomeen op de basisscholen in Amerika. De vijanden die Amerika ‘overwonnen’ heeft in verscheidene oorlogen en de koude oorlog hebben gezorgd voor een sterk gevoel van verbondenheid binnen deze natiestaat. Niet vreemd was de discussie over de ‘echte’ Amerikaan in de verkiezingsstrijd van dit jaar. Het beeld van de echte Amerikaan is een duidelijk omgrensd ideaaltype met een aantal specifieke eigenschappen. De voor dit essay belangrijkste eigenschap is dat de ‘echte’ Amerikaan een vroom christen moet zijn.

Amerika is een land met een sterk religieus verleden. Immers de eerst pioniers kwamen naar de Nieuwe Wereld om te vluchten voor religieuze vervolging in het eigen land (Rieffer, 2003). De ‘One Nation Under God’ laat zich aan de ene kant sterk leiden door een superioriteitsgevoel dat de natiestaat kent, en aan de andere kant door een bijna fundamentalistische beleving van de religie en de normen en waarden die zij met zich meebrengt.

Het tweede voorbeeld van de verbondenheid van religie en nationalisme is Iran. In Iran werd in de jaren veertig geprobeerd de samenleving naar westers model te modelleren. De islamitische wet werd vervangen door het publieke recht en de verscheidene instituties die men en het westen vindt, zoals een nationale bank, werden ook in Iran opgezet.

In de jaren zeventig bleek het plan mislukt, de regering had zich vervreemd van grote delen van de bevolking, en een opstand leek onvermijdbaar. In deze tijd kwam een sterk religieuze beweging onder leiding van de Ayatollah’s op die de nadruk legde op een religieuze nationale identiteit en politieke participatie van het volk. In het jaar 1979 werd het regime omver geworpen en kreeg het land de nieuwe streng religieuze regering die het nu nog kent. Deze coup ging niet alleen over religie Het doel van de beweging was niet heel Iran te bekeren tot de Islam, maar om de Iranese moslim te beschermen tegen de corrumperende invloed Amerika en het westen. Ook hier is dus duidelijk een nationalistisch en een religieuze invloed te herkennen (Rieffer, 2003).

De twee voorbeelden die in deze paragraaf behandeld zijn, zijn om weer te geven dat religie en nationalisme nauw met elkaar verbonden zijn. De twee landen Amerika en Iran zijn allebei sterk gekleurd door religie, terwijl het wij-zij gevoel van het nationalisme ook in beide landen het beleid en zelfs de regering bepaald heeft.

Conclusie

In dit essay is zijn de verschillen en overeenkomsten tussen nationalisme en religie uiteengezet. Ook is met hedendaagse voorbeelden geïllustreerd dat de natiestaat en een religie nauw met elkaar verbonden kunnen zijn.

Er is aangetoond dat nationalisme en religie op een aantal punten sterke overeenkomsten vertonen. De Imagined Communitie bestaat binnen beide gemeenschappen. Cultuur en symboliek zijn binnen beide sterk vertegenwoordigd. Maar de onderkenning van anderen is een punt waar men niet omheen kan. Door dit verschil in de fundamenten van beide gemeenschappen kunnen zij nooit als één bestudeerd worden, en daarmee is religie iets fundamenteel anders dan nationalisme. Daarna zijn er twee verklaringen gegeven voor de oorsprong van nationalisme in West-Europa. In de ene theorie ziet men een grote nadruk op technologische ontwikkeling en het klimaat dat de industrialisatie schepte en in de ander een nadruk op, aan de ene kant de sterke affiniteit met religie als oorsprong van nationalisme, en aan de andere kant een sterke afkeer van religie in de verlichting, dat het klimaat schepte waarin nationalisme zich kon ontwikkelen. Ook is er met het voorbeeld over Amerika en Iran getoond dat nationalisme en religie nauw met elkaar verbonden met elkaar kunnen zijn.

Het antwoord op de vraag: ‘Op welke manieren religie verbonden is met nationalisme?’, kan men vinden in de overeenkomsten in cultuur tussen landen. Religie en de bijbel hebbe gezorgd voor een grote set normen en waarden binnen de religieuze gemeenschap. In de afbraak van de fundamenten van de religie tijdens de verlichting, is de invloed van religie in de natiestaat niet volledig uitgebannen (Rieffer, 2003). Het hedendaagse wetboek is voor een groot deel gebaseerd op normen en waarden die ouder zijn dan de natiestaat. Deze normen en waarden stammen uit de tijd dat religie nog de voornaamste identificatie van mensen behield. Volledige secularisatie van de natiestaat is daarom een leeg en onmogelijk einddoel. Nationalisme en religie zijn verbonden binnen de staat en binnen de cultuur van de natie.
© 2009 - 2019 Koenpe, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Naties, Staten en NatiestatenNaties, Staten en NatiestatenHet is gemakkelijk om te zeggen dat geschiedenis niet meer is dan een hoeveelheid acties die plaatsvinden tussen naties…
Karl Marx en Max Weber, religie en het kapitalismeKarl Marx en Max Weber, religie en het kapitalismeMax Weber (Erfurt, 21 april 1864 – München, 14 juni 1920) was een Duitse socioloog. Hij geldt als een van de grondlegger…
Nationalisme tijdens het democratiseringsprocesNationalisme tijdens het democratiseringsprocesSinds de tweede helft van de 18e eeuw, met de opkomst van het kapitalisme, bestaat er voor machthebbers de noodzaak hun…
Wilders: "NL was een eeuw geleden beter dan nu"Hoe zit het met de invloed van culturen op de vorming van natie- staten? Ziijn er implicaties voor het thuisgevoel voor…
De islamisering in NederlandWat heeft gezorgd voor de angst voor juist Islamisering in Nederland en wat kan hieruit worden geconcludeerd?
Bronnen en referenties
  • Auteur: Koen Janssen Anderson B. (2006). Imagined Comminities. London; Verso. Rieffer B. J. (2003). Religion and Nationalism: Understanding the consequences of a complex relationship. Ethnicities, 3, 215.

Reageer op het artikel "Nationalisme en Religie binnen de staat"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Koenpe
Gepubliceerd: 14-03-2009
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Sociaal cultureel
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!