InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Ziekenzalving - wel of niet?

Ziekenzalving - wel of niet?

Leert de Bijbel dat zalving met olie een voorwaarde is voor genezing van ziekte? Volgens Jakobus 5:14 moeten mensen die ziek zijn de leiders van de gemeente roepen, die hen moeten zalven en voor hen bidden. Waarom werd dit voorschrift gegeven en in welke context? En wat betekent dit voorschrift voor de christelijk gemeente vandaag?

Historische Context

Auteurschap

Uit Jak.1:1 blijkt dat de auteur, Jakobus, ervan uit ging dat de lezers wisten wie hij was. Hij was dus waarschijnlijk een prominente leider van de kerk. Voor de hand ligt om te denken aan Jakobus de broer van Jezus (Matth. 13:55). In Hand. 15 wordt beschreven hoe hij een beslissende toespraak hield tijdens een belangrijke kerkelijke vergadering te Jeruzalem. Deze toespraak leidde tot een brief aan niet-joodse gelovigen. Opvallend zijn de overeenkomsten in taalgebruik in de toespraak te Jeruzalem, in de brief aan de niet-joodse gelovigen en in de brief van Jakobus Argumenten tegen het auteurschap van de broer van Jezus kunnen gemakkelijk worden weerlegd (zie bijvoorbeeld Crandall University 2011, webpagina).

Datering en geadresseerden

Volgens Flavius Josefus werd Jakobus, de broer van Jezus, in 62 gedood (Crandall University 2011, webpagina). Als de brief inderdaad door hem geschreven is, moet de datering daarvoor zijn. Een nog vroegere datering is zelfs waarschijnlijk. Er wordt in de brief namelijk niet ingegaan op de toestroom van niet-joodse christenen tot de kerk en op verhouding van de Wet en de niet-joodse christenen. De brief is daarom het beste te plaatsen in de tijd voor de zendingsreizen van Paulus, namelijk aan het begin van de jaren 40.

De geadresseerden van de brief zijn de ‘twaalf stammen in de verstrooiing’ (1:1). Het zijn broeders in het geloof van de Heer Jezus Christus (2:1), die uitzien naar Christus’ wederkomst (5:7). Jakobus verwacht dat deze broeders in de Heer instemmen met zijn verwijzingen naar de Wet als de volmaakte Wet van de vrijheid en als toetssteen (1:25; 2:12). Het gaat dus om joodse christenen die verstrooid waren in en buiten Palestina. De aanduiding “twaalf stammen” duidt waarschijnlijk op het idee van volheid (zoals in Hand. 26:7 en Matth. 19:28).

Aanleiding, context en doel

De joodse christenen in de verstrooiing waren nog niet lang geleden tot geloof gekomen en waren blootgesteld aan vervolgingen. Ze leefden echter tegelijk in een tijd van materiële en geestelijke verleidingen. Ze hadden de gelegenheid gehad zich te organiseren en samenkomsten te houden (2:2). Sommigen kwamen mogelijk oorspronkelijk uit de gemeente van Jeruzalem. Jakobus voelde zich sterk verbonden met hen. En zoals hij de gemeente in Jeruzalem regelmatig onderwees, zo wilde hij ook de joodse geloofsgenoten elders onderwijzen.

Politiek-sociaal-culturele omstandigheden

Uit hoofdstuk 2 blijkt dat de geadresseerden voornamelijk arme mensen waren. Zij worden opgeroepen zich niet te laten verleiden tot materialisme. De relatief rijkere lezers worden ernstig vermaand. Uit hoofdstuk 5:1-6 blijkt een scherpe tegenstelling tussen de rijken en de armen. De rijken bezaten het land en de macht, terwijl de armen moesten leven van dagloon, waarbij ze zich niet konden verzetten tegen onrecht en zelfs moord (5:4-6).

Literaire context

Opbouw van het boek

De brief van Jakobus is een onderwijsbrief voor joodse christenen buiten Jeruzalem. De brief heeft geen duidelijke structuur. Na de aanhef in 1:1 worden verschillende thema’s behandeld, waarbij meestal vrij abrupt van het ene naar het andere wordt overgegaan. De brief bevat geen slotconclusie. In bijlage 1 staat een overzicht van de verschillende onderwerpen die in de brief behandeld worden.

Directe context van het tekstgedeelte

Hoofdstuk 5:7-20 is het laatste gedeelte van de brief van Jakobus. De verzen 7-11 gaan over de noodzaak geduld te hebben, in verwachting van een spoedige komst van de Heer. Vers 12 is een vermaan om de waarheid te spreken zonder te zweren. De verzen 13-20 gaan over het gebed. Vers 13 en 14: wanneer iemand lijdt moet hij bidden, als iemand ziek is moet hij de oudsten van de gemeente laten komen om hem te zalven en voor hem te bidden. Vers 15: het gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem oprichten en zijn zonde vergeven. Vers 16 is een oproep om zonde aan elkaar te belijden en voor elkaar te bidden. Verzen 17-18: het gebed van de rechtvaardige wordt vergeleken met dat van Elia. Vers 19: een oproep om op elkaar toe te zien zodat niemand van het geloof afdwaalt.

De eigenlijke tekst

Tekstkritische kwesties

In de westerse kerk was de brief van Jakobus al rondom de eerste eeuwwisseling erkend als behorend tot de canon. De Oosterse kerk erkende de brief pas later, waarschijnlijk vanaf het begin van de derde eeuw (Catholic Encycopedia – webpagina). De Griekse versies van de brief verschillen onderling heel weinig. De Textus Receptus van 1550 bijvoorbeeld, stemt vrijwel volledig overeen met die van 1894 en met de Byzantijnse tekst. Betreffende Jak.5:14 is volledige overeenstemming (Bible Suite, webpagina).

De correcte tekst

De Griekse tekst luidt: ἀσθενέω τὶς ἐν ὑμεῖς προσκαλέομαι ὁ πρεσβύτερος ὁ ἐκκλησία καί προσεύχομαι ἐπ' αὐτὸν ἀλείψαντες αὐτὸν ἐλαίῳ ἐν τῷ ὀνόματι τοῦ κυρίου. Letterlijk is dit: is iemand onder u zwak/ziek? Hij moet de oudsten van de gemeente roepen, zij moeten bidden over/voor hem, hem met olie zalvend in de naam van de Heer.

Structuur van de tekst

Vers 14 maakt deel uit van herhalende retorische vragen en imperatieven (Floor, 1992:177). Het gedeelte begint in vers 13: “Heeft iemand van u te lijden? Laat hij bidden. Is iemand opgewekt? Laat hij een loflied zingen”. Vers 14 vervolgt: “ Is iemand van u ziek? Laat hij de oudsten van de gemeente roepen; zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Heer. Vanaf vers 15 volgt het resultaat wanneer mensen de instructies opvolgen: het gebed zal worden verhoord.

Woordstudie: ἀσθενέω (ziek, zwak zijn)

ἀσθενέω

Voor een goed begrip van de tekst is de betekenis van het woord ἀσθενέω cruciaal. Het woord is een samenvoeging van ἀ-σθενέω: “zonder kracht zijn”. Het woord, of afgeleiden daarvan, komt 33 maal voor in het Nieuwe Testament (Wigram 1996: webpagina). In de meeste gevallen gaat het om lichamelijke ziekte (bijv. Joh.4:46; 11:2; Fil.2:27), soms gepaard gaande met de aanwezigheid van boze geesten (zie bijv. Hand.19:12). Soms zijn ziekten aangeduid met ἀσθενέω chronisch van aard (Joh.5:3). Verder wordt ἀσθενέω gebruikt voor mentale of geestelijke zwakte (zwakheid in geloof bijvoorbeeld, Rom.4:19; of zwakheid van geweten, 1 Kor.8:12). In Marc.6:13 wordt het woord ἀσθενέω, evenals in onze tekst, gebruikt in combinatie met het zalven met olie en met genezing.

Betekenissen in de context

In de verzen 13 en 14 gaat het eerst om moeilijkheden in het algemeen: κακοπαθέω. De gelovige moet in dat geval bidden. Ziekte is hiervan niet uitgesloten. Persoonlijk gebed staat bij alle soorten van moeilijkheden op de eerste plaats. Maar in geval van ziekte, ἀσθενέω, zijn er aanvullende instructies.

Het woord ἀσθενέω komt voor in vers 14, het woord κάμνω in vers 15. Deze woorden overlappen in betekenis. Het tweede woord, κάμνω, duidt meestal op mentale of geestelijke zwakte of uitputting (verg. Hebr.12:3), maar dit is niet noodzakelijk (Wigram 1996: webpagina). In de meeste vertalingen worden beide woorden in Jakobus 5 vertaald met “ziek”. En inderdaad is er geen reden om de woorden verschillend te vertalen. In Jacobus 5:15 wordt van ἀσθενέω overgegaan naar κάμνω, refererend aan dezelfde casus. Genezing wordt aangeduid met σῴζω en ἐγείρω, en – in vers 16 met ἰάομαι (daar meer in algemene zingebruikt).

De verschillende woorden voor ziekte of ziek-zijn verwijzen dus niet naar verschillende categorieën ziekten. Omdat het woord ἀσθενέω in een context staat van zonde en vergeving kan de gedachte opkomen dat Jakobus schrijft over ziekten als gevolg van persoonlijke zonde. Hij legt echter geen direct verband tussen de ziekte van vers 14 en de vergeving van persoonlijke zonde.
Het feit dat de zieke de oudsten bij zich moet roepen (προσκαλέω) kan erop duiden dat het woord ἀσθενέω in vers 14 duidt op een ernstige ziekte. Maar dit is lang niet zeker. Het kan evengoed gaan om een zieke die na een samenkomst vraagt of de oudsten bij hem willen komen staan om voor hem te bidden.

Conclusie: het woord ἀσθενέω heeft in Jak. 5:14 de betekenis van ziek zijn. Het gaat om ziekte in een brede betekenis; plotselinge en chronische, mentale en lichamelijke, al dan niet in verband staande met persoonlijke zonde, al dan niet ernstig.

Exegese van Jak 5:14

“Is iemand van u ziek?” In vers 13 wordt de gelovige die moeilijkheden ondervindt opgeroepen te bidden. In vers 14 gaat het over ziekte, in alle mogelijke vormen. Daarvoor worden aanvullende instructies gegeven.

“Laat hij de oudsten van de gemeente roepen”. De zieke moet de oudsten bij zich roepen. Dit kan bij hem thuis zijn, tijdens/na een samenkomst of bij andere gelegenheden. De oudsten, πρεσβυτεροι, zijn de oudsten van de locale gemeente. In 2:2 verwijst Jakobus naar de plaats van samenkomst als συναγωγή (2:2), volgens het woordgebruik van de vroeg joods-christelijke gemeenten. (Lenski 2008:564; Vincent, 1984, I:137). Het woord ἐκκλησία wordt gebruikt in 5:14. Dit is het woord voor de gemeente die samenkomt in een συναγωγή. De oudsten zijn dus de leiders van de plaatselijke gemeente. Dit in tegenstelling tot van Bruggen die ze identificeert met de oudsten in Jeruzalem, begiftigd met de gave van genezing (Bruggen, van 1984:87v). Zodra een nieuwe gemeente ontstond werden er oudsten over aangesteld. Deze oudsten werden na vasten en bidden aangewezen, en “de Heer aanbevolen” (Hand. 14:23). Het is mogelijk dat de oudsten van de eerste joods-christelijke gemeenten contact onderhielden met de moedergemeente in Jeruzalem en dat Jakobus veel van hen persoonlijk kende. Jakobus wist dat deze oudsten waren aangesteld op grond van hun toewijding aan de Heer. Binnen de gemeente namen zij de eerste plaats in onder de rechtvaardigen, hun gebed was krachtig en miste zijn uitwerking niet (Jak.5:16 – overigens worden andere gemeenteleden hier niet uitgesloten van het bidden om genezing). De oudsten waren eveneens als eerste bevoegd om naar eventuele zonde te informeren en de zieke ertoe aan te sporen deze te belijden zodat vergeving kon worden ontvangen (vers 16 – ook van deze bevoegdheid worden gewone gemeenteleden niet uitgesloten).

“Zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Heer”. De oudsten moeten προσεύχομαι: bidden. Het gebed door de leiders van de kerk heeft in het NT een ernstig en intensief karakter. Ze gingen er niet vluchtig mee om, maar combineerden het gebed met geloof, met vasten of met handoplegging (zie bijv. Hand. 6:5-6; 13:2-3; 14: 22-23). De oudsten van de nieuwe joods-christelijke gemeenten traden in het spoor van hun leermeesters: de oudsten in Jeruzalem en de apostelen. Jakobus zegt hun te bidden terwijl ze de zieke zalven met olie (αλείφαντεϛ ελαίω). Het woord αλείφω duidt op de zalving van het lichaam. In de Septuagint wordt het woord gebruikt voor o.a. de zalving van Aaron (Ex. 40:13) en zijn zoons (Num. 3:3). Het zalven was hierbij een symbool van afzondering aan en toewijding aan God (Anderson 2012:3).

Het zalven van zieken is in het NT geen strikte voorwaarde voor genezing. Integendeel, bij het overgrote deel van de genezingen in de Bijbel wordt geen melding gemaakt van zalving. En toen Jezus zijn discipelen opdroeg de zieken te genezen zei hij niet hen te zalven (Matt.10:8; Luk.10:9). Maar toen de twaalven erop uittrekken zalfden ze de zieken wel (Marc.6:13). Blijkbaar hechtten de discipelen aan de zalving en vonden ze het voor de hand liggend om, in lijn met het OT, deze toe te passen. Het is daarom goed mogelijk dat deze praktijk in de Joods-christelijke gemeente van Jeruzalem ook bestond. De oudsten van de jonge joods-christelijke gemeenten in de diaspora zullen dan ook niet vreemd hebben opgekeken van Jakobus’ opdracht tot ziekenzalving.
Bij het woord ελαιον moet gedacht worden aan gewone olijfolie (Floor 1992:184, Paul, 1997:106). De olie had geen speciale geneeskrachtige werking (hij was hoogstens goed voor de behandeling van wonden, Luk.10:34).

De oudsten moesten voor de zieke bidden en hem zalven in de naam van de Heer. Het hele gebeuren stond in het kader van volledige toewijding aan Christus en er werd ernst gemaakt met het zoeken van zijn aanwezigheid. De zieke had eerst zelf gebeden. Daarna baden de oudsten voor hem en zalfden hem. Eventuele zonden werden beleden en er werd vergeving ontvangen. Zowel de zieke als de oudsten stonden zo rechtvaardig voor God. De oudsten mochten dan de naam van de Heer gebruiken.

Samenvatting en conclusie

De brief van Jakobus is geschreven aan jonge joods-christelijke gemeenten die verspreid lagen in en buiten Palestina. Als leider van de moedergemeente te Jeruzalem roept hij op tot een heilig en aan de Heer toegewijd leven. Hij draagt mensen die ziek zijn op te bidden en de oudsten te vragen voor voorbede en zalving met olie. In de context van de jonge joods-christelijke gemeenten was dit Gods manier om te verzekeren dat het gebed plaatsvond in reinheid en in geloof, zodat Christus’ reddende en genezende kracht kon worden ervaren.

Jakobus 5:14 is dus geen algemene oproep tot ziekenzalving en evenmin een opdracht om alleen oudsten voor zieken te laten bidden. Integendeel, de tekst maakt duidelijk dat voor de hele gemeente geldt dat grote dingen mogen worden verwacht op het gelovige gebed van mensen die oprecht zijn tegenover elkaar en tegenover God. Voor de christelijke gemeente van vandaag, joods en niet-joods, houden Jakobus 5:14 en de verzen eromheen een vermaning in met een rijke belofte. We worden vermaand ernst te maken met ons leven met God en met elkaar. We dienen ons vooral niet mooier voor te doen dan we zijn en eerlijk te zijn over onze zonden. Als we zo leven mogen we in gelovig gebed, persoonlijk en voor elkaar, uitzien naar Christus’ genade voor vergeving van onze zonde, voor redding uit onze noden en voor genezing van onze ziekten.
© 2014 - 2019 Roelofvantil, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Vijfde sacrament: de ZiekenzalvingDe Ziekenzalving wordt ook wel gezien als het ‘laatste’ sacrament binnen de katholieke kerk. Een zieke gelovige die op s…
Gebruiken rond sterven en dood: rooms-katholicismeGebruiken rond sterven en dood: rooms-katholicismeGebruiken verschillen per cultuur en per religie. Gebruiken rond sterven en dood verschillen dus ook. Hier wil ik de geb…
De zeven sacramenten van de Katholieke KerkDe zeven sacramenten van de Katholieke KerkDe Katholieke Kerk kent zeven sacramenten. Sacramenten zijn tekens van Gods nabijheid. Volgens de katholieke leer zijn d…
Psalm 23 - De Heer is mijn herder (Jezus is de goede herder)Psalm 23 - De Heer is mijn herder (Jezus is de goede herder)Psalm 23 uitleg en betekenis. Psalm 23 - de Heer is mijn herder - is voor veel gelovigen de meest geliefde psalm. Psalm…
Voorkomen is beter dan genezenVoorkomen is beter dan genezenPreventie is het voorkomen van iets. Als je spreekt over de preventie van aandoeningen kun je deze verschillende soorten…
Bronnen en referenties
  • Anderson, R.D. 2012. Jakobus 5:14-16 en ziekenzalving. anderson.modelcrafts.eu/files/download/75. Bezocht: november 2012
  • Biblelexicon. James 4:14. http://biblelexicon.org/james/5-14.htm. Bezocht: november 2012
  • Bruggen, J. van. Ambten in de apostolische kerk. Kok - Kampen 1984
  • Bible Suite. James. http://whdc.biblos.com/james/. Bezocht: november 2012
  • Catholic Encycopedia. Epistle of St. James. http://www.newadvent.org/cathen/08275b.htm. Bezocht: november 2012
  • Copeland, M.A. 2002: The Epistel of James. A Study Guide With Introductory Comments, Summaries, Outlines and Review Questions. http://executableoutlines.com/pdf/ja2_se.pdf. . Bezocht: november 2012
  • Crandall University 2011. The letter of James. In: The General Letters – courses New Testament. http://www.abu.nb.ca/courses/ntintro/Jas.htm . Bezocht: november 2012
  • Floor, L. 1992 Jacobus: Brief van een broeder. Commentaar Nieuwe Testament, derde serie. Kampen: Kok.
  • Lenski, R.C.H. 2008. The Interpretation of the Epistle to the Hebrews and the Epistle of James. Fortress publishers – Augsburg
  • Paul, M.J. 1997. Vergeving en Genezing: De ziekenzalving in de christelijke gemeente. Zoetermeer: Boekencentrum.
  • Vincent, M.R. 1984. Word Studies in the New Testament. Hendrickson PubI:137 Peabody, Massachusetts
  • Wigram, G.V. 1996. The Englisman’s Greek Concordance of New Testament. http://biblesuite.com/greek. Bezocht: november 2012

Reageer op het artikel "Ziekenzalving - wel of niet?"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Heutink Eg, 17-09-2018 20:49 #1
Mag familie bij de ziekenzalving zijn en meebidden? En kinderen?

Infoteur: Roelofvantil
Gepubliceerd: 11-11-2014
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Bronnen en referenties: 12
Reacties: 1
Schrijf mee!