Watson en Freud en hun visies op emoties
John Watson en Sigmond Freud waren beide belangrijke personen in de geschiedenis van de psychologie. Beide hebben zij zich bezig gehouden met emoties en daar een verschillende theorie over gevormd.John Broadus Watson
John Broadus Watson was een van de oprichters van het Behaviorisme, de psychologie van het gedrag. Hij suggereerde dat menselijke emoties geconditioneerd kunnen worden. Watson werd met zijn onderzoek naar emoties geïnspireerd door eerder onderzoek door Pavlov. Pavlov bedacht het principe van conditionering door middel van onderzoeken die hij deed met honden. Hij maakte verschil tussen geconditioneerde (aangeleerde) en ongeconditioneerde (aangeboren) reflexen. Een ongeconditioneerde stimulus en een ongeconditioneerde respons vormen samen een ongeconditioneerde reflex, geconditioneerde reflexen worden gevormd door een in eerste instantie neutrale stimulus (een stimulus die normaal gesproken geen sterke respons uitlokt) in combinatie met een ongeconditioneerde stimulus. Naar verloop van tijd wordt op de neutrale stimulus een steeds sterkere respons gegeven: een geconditioneerd reflex.Aan de hand van deze theorie van Pavlov vormde Watson zijn ideeën over emoties in relatie tot gedrag, hij begon zich af te vragen welke emotionele reacties aangeboren zijn en welke aangeleerd. Watson onderzocht dit door hele kleine kinderen te onderzoeken, zij kunnen immers nog niet praten en dus niet het onderzoek beïnvloeden met subjectieve verslagen. Hij concludeerde uit zijn onderzoek dat er slechts drie aangeboren emotionele responsen zijn, elk geproduceerd door een heel klein aantal stimuli. Deze drie responsen zijn angst, woede en liefde. Watson geloofde dat deze drie responsen, en het beperkte aantal stimuli waardoor zij geproduceerd werden het gehele menselijke emotionele reactiepatroon vormden. Volgens Watson is elke andere reactie, zoals angst voor het donker, een aangeleerde emotie. Alle complicaties en complexiteiten van emoties van volwassenen komen voort uit drie relatief simpele ongeconditioneerde responsen. Zo verklaren emoties volgens Watson gedrag.
Watson voerde zijn experiment onder andere uit met 'Little Albert', een elf maanden oude baby die geconditioneerd werd om bang te zijn van een witte rat. De ongeconditioneerde stimulus die hij hiervoor gebruikte was een harde slag met een hamer op een ijzeren balk recht achter Albert zijn hoofd. Aan het begin van het experiment toonde Albert geen angst voor de rat, aan het eind toonde hij angst voor veel witte voorwerpen. Ook had Watson de theorie dat de mens geen talent, karakteristieken enzovoorts heeft, elke vorm van gedrag en eigenschappen zijn geconditioneerd. Opvoeding van kinderen moet dus streng gecontroleerd gebeuren door de ouders zodat een kind de meest geschikte eigenschappen ontwikkeld.
Sigmond Freud
Sigmond Freud hield zich bezig met de rol van emoties in relatie tot psychopathologische symptomen, als bijvoorbeeld hysterie. Hij had gestudeerd met de Franse neuroloog Jean Charcot, die 'bewees' dat hysterie en echt verschijnsel is (in plaats van aandachttrekkerij). Charcot observeerde overeenkomsten tussen hypnose en hysterie, die beide delen zijn van onderliggende abnormale neurologische condities. Freud schreef een boek samen met Breuer dat later bekend werd als de eerste klassieker over psychoanalyses. Hierin schreven zij onder andere dat herinneringen van emotioneel beladen ervaringen die 'vergeten' worden en geplaatst worden buiten het bereik van het normale bewustzijn kan leiden tot psychische ziektes.Hysterici zouden lijden aan emotioneel geladen herinneringen, wat leidt tot pathogenische ideeën. Emotionele energie die bij pathogenische ideeën hoort, kan niet normaal geuit worden en stapelt op. Stimuli die normaal gesproken het geheugen zouden prikkelen, stimuleren nu de beklemde emotionele energie en produceren symptomen van hysterie. Freud en Breuer refereerden aan veel van de hysterische symptomen als zijne conversies (van emotionele naar fysieke energie). Door hypnose konden mensen bewust toegang krijgen tot hun pathogenische ideeen en hun emotionele energie op een normale manier uiten. Daarmee zou de oorzaak van de symptomen dus verwijderd worden. Dit werkte echter alleen bij mensen die onder een diepe hypnose gebracht konden worden.
Freud ontwikkelde pressure techniek, waarmee hij de verdere herinneringen naar boven haalde. Hij ontdekte echter wel dat het moeilijk is de echte en de onechte herinneringen te onderscheiden, uit zijn ervaringen leerde Freud dat alles dat de patient rapporteerde potentieel significant was. Hij ging zich meer bezig houden met associaties van patiënten. Hij ontdekte dat de pathogene ideeen geen een-op-een relatie hadden met bepaalde symptomen. In plaats daarvan was vaak een hele reeks pathogenische ideeën de oorzaak achter één symptoom. Sommige pathogene herinneringen werden 'overdetermined' door drie pathogene herinneringen, Freud vond dat de meeste hysterische symptomen overbepaald/overdetermined werden. Later stelde hij de hypothese dat alle hysterici sexueel misbruikt zijn in hun jeugd.