InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Politiek > Staatsinrichting - Het begin van de Westerse staatsleer

Staatsinrichting - Het begin van de Westerse staatsleer

Volgens Van Dale is ‘de staat’ de door een geordend gezag geregeerde volksgemeenschap. Bijvoorbeeld de Staat der Nederlanden. Over de inrichting van de staat is nagedacht, er is een leer ontwikkeld: de staatsleer. De staat als fenomeen heeft langdurige een ontwikkeling doorgemaakt; 'staat' als begrip is pas later in de geschiedenis ontstaan. In het "Handboek van het Nederlandse Staatsrecht" van Van der Pot is, in de bewerking van A.M. Donner uit 1977, het eerste hoofdstuk gewijd aan het begin van de Westerse staatsleer. Samenvatting van C.W. Van der Pot, Handboek van het Nederlands staatsrecht – bewerkt door A.M. Donner (1977).
Hoofdstuk 1

Inhoud


De staat

Ook in de Oudheid en Middeleeuwen waren er verbanden en instellingen die we kunnen aanduiden als ‘staat’, maar het begrip ‘staat’ in de huidige betekenis wordt pas gebruikt omstreeks de overgang van de 15e naar de 16e eeuw (de overgang van de Middeleeuwen naar de Nieuwe Tijd). Dat duidt erop dat de tijdgenoten zich toen bewust werden van een nieuw verschijnsel dat de verhoudingen veranderde en de oudere tradities en instellingen doorbrak. Het nieuwe werd (op den duur) aangeduide met het woord ‘staat’.

Overgang oudheid naar Middeleeuwen

Maar we gaan eerst terug naar de overgang daarvóór, die van Oudheid naar Middeleeuwen:
Door de volksverhuizingen was het Romeinse Rijk verbrokkeld en functioneerden haar instellingen niet meer. Alleen de Kerk (in de zin van: het instituut dat uit het christendom is ontstaan) was blijven bestaan en kon daardoor optreden als beschermer van de betreffende volksgemeenschap. Alleen de Kerk had de nodige middelen voor communicatie en informatie en doordat de nieuwe heersers zich bij haar aansloten werd zij de schakel tussen het oude en het nieuwe.

Invloed van Augustinus

De zienswijze van de Kerk op staat en politiek was sterk beïnvloed door de kerkvader Augustinus (354-430). Diens boek De Civitate Deï, een verdediging van het christendom, waarin de stad van God tegenover de stad van de wereld (van het heidendom) wordt gesteld. Ten aanzien van wereldlijke regeringen zegt hij dat, als de gerechtigheid verdwijnt de staten niet meer dan roversbenden zijn. Het (goede) gezag en recht is uit God. In de eeuwen na Augustinus werd die visie aangegrepen om de ‘barbaren’ te kerstenen. Hun wetmatigheid, gebaseerd op volksrecht, moest door sacrale handelingen, door zalving en kroning, worden aangevuld. Zo moesten ze ervan doordrongen worden dat ze niet ten eigen bate maar ten dienste van de publieke zaak en het recht moesten optreden, dat ze weerlozen - weduwen en wezen, maar ook de geestelijkheid - moesten beschermen.

Karel de Grote

De verzoening tussen tussen barbaren-koning (‘macht’) en bisschop (‘recht’) bereikte een hoogtepunt met de kroning van Karel de Grote tot keizer (in het jaar 800) door paus Leo III. Een duidelijke poging om het oude (West-Romeinse rijk) te doen herleven in een nieuwe gestalte, een soort priesterlijk keizerschap waarbij de keizer als dienaar van de christenheid de christelijke beschaving over het nieuwe rijk (inclusief West-Europa) moest verbreiden. Uiteindelijk is dat niet gerealiseerd. Na de dood van Karel viel zijn rijk uiteen. Zijn instellingen bleken niet in staat de samenhang van het rijk te bewaren en het tegen binnenvallen van vijanden te beschermen. Na hem was Otto de Grote de eerste vorst die, in 962, weer tot keizer werd gekroond, van wat later het Heilige Roomse Rijk zou worden genoemd. Dat was maar een deel van het oude Karolingische Rijk - Otto en de Duitse vorsten na hem slaagden er niet in hun rijk ten zuiden van de Alpen en ten westen van Rhone en Rijn uit te breiden.

Leenstelsel

Het streven naar eenheid in het ‘Roomse Rijk’ zoals dat onder Karel in zekere zin wel had bestaan, mislukte door het soort bestuur van de samenleving dat we ‘leenstelsel’ noemen: een lappendeken van wereldlijke en geestelijke heerschappijtjes, waarbij de onderlinge band door keizers, koningen en andere vorsten zo goed mogelijk bijeengehouden werd door persoonlijke of familiebanden. De keizers spraken wel van hun imperium, maar daarbij moeten we niet aan een regelmatig bestuurs- en rechtsstelsel denken. Ze fungeerden alleen in tijd van nood en als de vorst voldoende overwicht had op de regerende bovenlaag.
Meer permanente verbanden werden alleen aan de voet van die samenleving gevonden: de marken, dorpen, parochies en de, buiten Italië nog zeldzame, steden. In het grote verband was rechtsvorming en wetgeving – zoals we dat in het staatsverband kennen - een gebrekkige zaak; men speelde bij voorkeur eigen-rechter.

Verandering in de 12e en 13e eeuw

De verandering - we zijn nog steeds in het voormalige rijk van Karel de Grote - begon in de 12e en 13e eeuw. De welvaart en de bevolking namen toe, de steden groeiden in aantal en omvang. Onder meer de herontdekking van de klassieken en het Romeinse recht bevorderde een opbloei van wetenschap en beschaving. Het reveil begon bij het voornaamste van de christenheid, de Kerk, maar er ontstaat daarbij een strijd tussen de paus en het wereldlijke bestuur over de benoeming van de bisschoppen, die sinds lang ook steunpilaren van de vorst(en) zijn (de investituurstrijd). Wij onderscheiden daarbij tussen kerk en staat, doch de tijdgenoten zagen hun samenleving als het geheel van ‘de christenheid’. Strijd tussen de wereldlijke en de kerkelijke macht schiep verwarring in de samenleving.

Wereldlijk gezag neemt toe

De strijd om de voorrang is in het voordeel van de wereldlijke macht beslist. Voor die wereldlijke macht ontstaat in de strijd het begrip ‘staat’ en begint de staatsorganisatie vaste vormen aan te nemen. Daarbij hebben de juristen, die aan de eerste universiteiten waren gevormd in het Romeinse recht, de begrippen en regels aangedragen; begrippen als ‘representatie’ en ‘samenroepen van raden’ , waarmee de vorsten hun besluiten bindende kracht konden geven. De universiteiten ook leverden het personeel om de rechtsbeginselen uit te voeren (bijvoorbeeld een jurist die kon aangeven dat bepaalde voor de vorst negatieve ontwikkelingen in diens gebied, in strijd met het recht waren. In diezelfde tijd veranderde onder invloed van de herontdekking van de geschriften van Aristoteles de kijk op de samenleving. Het belang van de stoffelijke wereld (het natuurlijke) ten opzichte van de geestelijke wereld (het boven-natuurlijke), en daarmee van het wereldlijk gezag (dat als het natuurlijke gezag werd gezien) ten opzichte van het geestelijk gezag, nam toe. De juristen beriepen zich op de rechtmatigheid van natuurlijk gezag en natuurlijke verbanden.

Thomas van Aquino en Marsilius van Padua

Vooral in de geschriften van Thomas van Aquino (1225-1274) krijgt het natuurlijke een grotere erkenning, maar het natuurlijke mag van het bovennatuurlijke (de geestelijke wereld) niet worden losgemaakt. Marsilius van Padua (plm 1280 – 1340) gaat veel verder; hij veroordeelt het streven van de paus naar macht. Voor hem staat de behoefte van vrede, orde en rust in het middelpunt - zozeer, dat daar de verhouding van paus en keizer, van goddelijk en natuurlijk recht aan ondergeschikt gemaakt wordt. Hij komt, uitgaande van Aristoteles’ leer van de polis, tot de conclusie dat het gezag van het volk uitgaat en de instemming behoeft van de burgers. Daarom moet, wat hem betreft, de civitas, die uit gelovigen bestaat (iets anders kon hij zich nog niet voorstellen), de geestelijken aanstellen en ketterijen bestraffen. Bij hem is de kerk bij de staat ingelijfd.

Conclusie

Daarmee is, in de 14e eeuw, (het begin van) de Westerse staatsleer beland bij de stedeling die een geordend samenleven verlangt. Wat Marsilius van Padua betreft vinden recht en gezag hun bron niet in de boven-natuur, maar in de wil van de samenleving.

Lees verder

© 2012 - 2019 Palberts, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Filosofie voor beginners: de MiddeleeuwenIn de middeleeuwen staat de wereld van de filosofie op een laag pitje. De middeleeuwen wordt vaak gezien als een lange d…
Westerse filosofie: de middeleeuwenDe periode die loopt van 500 tot 1500 noemen we de middeleeuwen. Door veel mensen wordt deze tijd gezien als een zwart g…
Het leenstelselHet leenstelselHet leenstelsel heeft een grote rol gespeeld in de geschiedenis. Dit is dan ook de reden dat iedereen hier op school les…
Middeleeuwen: belangrijke personen en gebeurtenissenMiddeleeuwen: belangrijke personen en gebeurtenissenDe Middeleeuwen is een tijdperk dat duurde van ongeveer 500-1500 na Christus. Veel personages die in de middeleeuwen lee…
Een korte geschiedenis van het VegetarismeVegetarisch eten is in de Westerse wereld relatief nieuw. Vlees heeft meestal een belangrijk deel uitgemaakt van onze ee…

Reageer op het artikel "Staatsinrichting - Het begin van de Westerse staatsleer"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Palberts
Laatste update: 12-11-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Politiek
Schrijf mee!