InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Pedagogiek > Hyperactiviteit (ADHD) bij kinderen: wat te doen, 8 tips!

Hyperactiviteit (ADHD) bij kinderen: wat te doen, 8 tips!

Hyperactiviteit (ADHD) bij kinderen: wat te doen, 8 tips! Hyperactiviteit (ADHD) bij kinderen. Elk kind is bij tijd en wijle druk en onrustig. Maar wat moet je als ouder als je kind voortdurend druk en impulsief is. Als je kind slecht luistert, zich moeilijk kan concentreren op het spelen of de uitvoering van een taak, snel wordt afgeleid, andere kinderen hindert als die wat aan het doen zijn en luidruchtig is. Aan de hand van het boek 'Kinderen en hyperactiviteit' van J.K. Buitelaar, zal ik dit onderwerp behandelen. Vooral bij wat ouders zelf kunnen doen.

Hyperactiviteit (ADHD) bij kinderen: wat te doen, 8 tips!


Hyperactiviteit werkt verstorend

Ieder kind is wel eens druk, soms voor een langerer periode. Dit kan samenhangen met de eisen die aan opgroeiende kinderen worden gesteld: netjes eten, zelfstandig eten, naar school gaan, maar ook nieuwe activiteiten vergen inspanning en kan tot druk gedrag leiden. Soms zijn er spannende, nare situaties die het kind uit evenwicht brengen, zoals een echtscheiding, het overlijden van een dierbare, verhuizing van een vriendje of vriendinnetje of het kind krijgt een andere leraar. Dan is het heel normaal dat het kind tijdelijk wat drukker is en z'n kont tegen de krib gooit. Duurt dit gedrag erg lang en is wil hij na maanden nog steeds slechts luisteren, dan zou er wel eens sprake kunnen zijn van hyperactiviteit.

Hyperactiviteit kan de ontwikkeling van het kind negatief beinvloeden. Het kind kan leerachterstanden oplopen omdat het zich niet goed kan concentreren op de taken waar hij zich voor gesteld ziet. Ook komt het sneller in conflict met zijn omgeving, zowel leerkrachten, leeftijdsgenootjes als zijn ouders en eventuele broers en zussen. Een vroege signalering van hyperactiviteit kan voorkomen dat het kind in een negatieve spiraal terecht komt. Niet alleen zijn omgeving maar ook het hyperactieve kind is er bij gebaat als hij geholpen wordt met zijn drukke, impulsieve gedrag.

Is er sprake van hyperactiviteit?

Het stellen van een diagnose is voorbehouden aan deskundigen. Ouders kunnen aan de hand van een vragenlijst die Buitelaar in zijn boek bespreekt wel beoordelen of er bij hun kind wellicht sprake is van hyperactiviteit, zodat ze met deze aanwijzing bij de hulpverlening kunnen aankloppen of kunnen uitzoeken wat een gepaste benadering is voor hun kind.

Beantwoord de vragen met:
  • helemaal niet = 1 punt
  • soms = 2 punten
  • vaak = 3 punten
  • heel vaak = 4 punten

Mijn kind:
  1. zit vaak te friemelen en te draaien;
  2. wil dat onmiddellijk aan zijn verlangens tegemoet wordt gekomen en raakt snel gefrustreerd;
  3. is rusteloos en overbeweeglijk;
  4. is snel opgewonden en/of impulsief;
  5. let niet op, is gemakkelijk afgeleid;
  6. maakt dingen niet af, heeft een korte aandachtsboog;
  7. huilt snel en vaak;
  8. vertoont storend gedrag ten opzichte van andere kinderen;
  9. heeft snelle en radicale stemmingswisselingen;
  10. heeft driftbuien en vertoont heftig en onvoorspelbaar gedrag.(*)

Bovenstaande situaties kunnen zowel thuis als op school spelen. Als het kind bij twee of meer van deze vragen 3 of 4 punten scoort, kan er sprake zijn van hyperactiviteit. Maar er kan ook sprake zijn van een andere gedragsstoornis, van verwend gedrag, emotionele verwaarlozing of een andere oorzaak.

Hyperactiviteit gaat vaak gepaard met agressiviteit, angst, motorische onrust en klunzigheid en in sommige gevallen zelfs met motorische - of geluidstics. Het schijnt dat circa drie op de honderd kinderen hyperactief zijn en het komt veel vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

De omgeving is van invloed op het gedrag van het kind. Kinderen die opgroeien met veel structuur en ouders die hun kinderen leren hoe ze geconcentreerd en rustig aan een taakje kunnen werken of met een activiteit bezig kunnen zijn, zullen minder snel hyperactiviteit ontwikkelen.

Wat is hyperactiviteit?

Hyperactiviteit is een gevolg van een gebrek aan aandacht en van impulsiviteit. Hyperactieve kinderen laten zich voortdurend afleiden, zijn overbeweeglijk en handelen dikwijls zonder na te denken, alsof ze geen rem hebben en direct gehoor geven aan een impuls. Hyperactiviteit hangt samen met een lichte afwijking in de functie van de hersenen. Deze stoornis bij hyperactieve kinderen heeft voornamelijk effect op het aandachtsvermogen, het vermogen om ergens voor langere tijd de aandacht op te richten. Daarom wordt hypreactiviteit ook wel aangeduid met de term 'aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit', oftewel ADHD wat staat voor 'attention deficit hyperactivity disorder'.

Er is bij ADHD sprake van een combinatie van biologische - en psychosociale factoren. Een kind wordt geboren met aanleg voor ADHD (biologisch bepaald) en de omgevingsfactoren zijn van invloed op de mate waarin deze aanleg tot ontwikkeling komt. De omgeving veroorzaakt dus niet ADHD, maar kan het wel triggeren. Omgevingsfactoren zijn de opvoedingsstijl maar ook gebeurtenissen die het kind meemaakt. Een kind met aanleg voor hyperactiviteit die in chaos en structuurloosheid opgroeit, met slechte voeding en weinig liefde, heeft grotere kans ADHD te ontwikkelen.

Hoe om te gaan met een hyperactief kind?

Hyperactief gedrag is niet te genezen, maar gelukkig wel in goede banen te leiden. Buitelaar geeft vier algemene richtlijnen om hyperactief gedrag te beteugelen en ik vul deze aan met drie andere:
  1. structuur;
  2. eenstemmigheid;
  3. haalbare eisen;
  4. leuke kanten stimuleren;
  5. consequent zijn;
  6. het beperken van prikkels; en
  7. instructies geven.

1. Structuur

Creëer rust en regelmaat in het gezinsleven, want dit is van kardinaal belang voor het hyperactieve kind. Breng structuur aan in het leven van je kind, hij kan het zelf niet doen. Zorg voor een duidelijke dagindeling met vaste tijdstippen voor terugkerende activiteiten zoals ontbijt, middageten, avondeten en het maken van huiswerk met vaste rustpunten. Ook is het van belang om tijd in te ruimen waarop het kind zijn energie kwijt kan en zich vrijelijk kan bewegen. Spreek met je kind de komende dag door, zodat hij weet waar het aan toe is en wat hem te wachten staat. Dit voorkomt onrust, hetgeen een goede voedingsbodem is voor hyperactief gedrag.

Hyperactieve kinderen kunnen vrijheid nauwelijks aan en daarom doen de ouders er verstandig aan om duidelijke regels te stellen en het kind niet te veel vrijheid en verantwoordelijkheid te geven. De ouders moeten duidelijk en ondubbelzinnig zijn in wat wel en niet mag en welke beloning of straf er tegenover staat. Maak zo min mogelijk uitzonderingen, want dat geeft onduidelijkheid en ruis, hetgeen hyperactiviteit in de hand werkt. Doch geef het kind ook niet te weinig vrijheid, zodat het zich gevangen voelt en geen ruimte heeft zich te ontwikkelen. Het is zoeken naar een juist evenwicht.

2. Eenstemmingheid van ouders

De ouders dienen in hun benadering van het hyperactieve kind op één lijn te zitten. Dit geeft duidelijkheid aan het kind, die anders de ouders tegen elkaar uit zal proberen te spelen. Vader en moeder moeten laten merken dat ze achter de benadering van de ander staat als deze het kind toespreekt of straft.

Val je partner nooit af waar je kind bij is. Bespreek meningsverschillen of verschillen in opvoedingsstijl in alle rust onder vier ogen. Kies daarvoor een geschikt moment wanneer je beide de tijd hebt en niet gestoord kunt worden. Geef je kind niet ongewild de gelegenheid een wig tussen jou en je partner te drijven.

3. Haalbare eisen stellen

Aan kinderen kunnen niet vroeg genoeg eisen worden gesteld, ook aan hyperactieve kinderen. Op deze manier leren ze verantwoordelijkheid te dragen. Een kind kan zelf zijn speelgoed opruimen, zijn bed opmaken of zijn jas ophangen aan de kapstok als hij thuiskomt. Als kinderen niet leren dat ze hun eigen spullen en rommel moeten opruimen, zullen ze zich ontwikkelen tot vervelende, onuitstaanbare volwassenen die verwachten dat anderen het vervelende werk voor hen opknappen.
Stel altijd concrete en haalbare eisen aan het kind. Concreet betekent 'in termen van gedrag'. Voorbeelden:
  • ik wil dat je nu je jas ophangt.
  • ik wil dat je nu je kamer opruimt.
  • ik wil dat je nu alvast kleding uitzoekt om morgenochtend aan te trekken.

4. Leuke kanten benadrukken

Hyperactieve kinderen zuigen vaak de energie uit je lijf en als ouder roep je soms de hele dag: "doe dat niet, ophouden, stoppen daarmee" en zo voort. Op een gegeven ogenblik ben je dan alleen nog maar bezig met mopperen en corrigeren en let je alleen nog maar op het drukke, onuitstaanbare, negatieve gedrag. Probeer ondanks alles toch de positieve kanten van je kind te zien. Moedig hem aan deze kanten te ontwikkelen en stimuleer hem in het ontplooien van zijn hobby's. Probeer tegenover iedere correctie een positieve opmerking te plaatsen, liefst meerdere. Positieve bekrachtiging is van kardinaal belang. Een hyperactief kind kiest er niet voor om druk en impulsief te zijn. Hij ís het. Probeer hem daarom zo veel als mogelijk te helpen en te ondersteunen. Laat blijken dat je onvoorwaardelijk van hem houdt.

5. Consequent zijn

Het is inmiddels een gemeenplaats geworden, maar consequent zijn is bij hyperactieve kinderen een must, maar o zo moeilijk! Houd te allen tijde in je achterhoofd dat negen keer 'nee' zeggen op een bepaalde vraag of eis van je kind dat doordramt en de tiende keer toegeven met een 'ja', de beste bekrachtiger is van het gedrag van je kind. Het leert daarmee namelijk dat de aanhouder wint. De ouder die niet consequent is, leert daarmee het kind dat het met doordrammen uiteindelijk zijn zin kan krijgen.

6. Het beperken van prikkels

Hyperactieve kinderen reageren dikwijls op alle prikkels die op hen afkomen. Ze kunnen moeilijk prikkels selecteren en uitsluiten. Geuren, geluiden, bewegingen, licht: ze reageren werkelijk op alles. Dit vermindert het concentratievermogen aanzienlijk. Het is daarom van belang dat je het aantal prikkels in huis zo veel als mogelijk reduceert. Zorg voor een opgeruimd huis, zeker in de ruimtes waar je kind vaak verblijft zoals de eetkamer, huiskamer en zijn slaapkamer. Ook een opgeruimde tafel waaraan je kind zijn huiswerk maakt en activiteiten verricht is belangrijk. Doe tijdens het eten de radio, televisie en computer uit. Beperk het aantal prikkels in huis drastisch.

7. Straf zo min mogelijk en bekrachtig gewenst gedrag zo veel mogelijk

Er worden twee soorten straf onderscheiden:
  1. positieve straf; en
  2. negatieve straf.

Het gaat er bij straf om dat ongewenst gedrag afneemt. De woorden positief en negatief zijn in dit verband geen waardeoordelen, maar hebben te maken met iets toevoegen (positief) of iets wegnemen (negatief). Positieve straf is het toedienen van een onaangename stimulus (prikkel), zoals een draai om je oren, een afkeurende blik of harde woorden. Een negatieve straf is het wegnemen van een aangename stimulus, zoals het inhouden van zakgeld, geen snoep krijgen, een tijdje niet achter de spelcomputer mogen of het kind onttrekken aan het groepsgebeuren doordat het thuis moet blijven of in de hoek moet staan. Straf heeft de bedoeling om gedrag te doen verdwijnen.

Straffen is niet effectief. Gedrag dat bestraft wordt keert terug en je moet steeds harder straffen om het wangedrag te bestrijden. De straf heeft een beperkte werkzaamheid en de invloed van de straf - de afschrikwekkende werking - wordt minder naarmate de tijd verstrijkt. Het bekrachtigen van gewenst gedrag is effectiever en heilzamer. Je bereikt veel meer met het bekrachtigen van gewenst gedrag dan met het straffen van ongewenst gedrag. We staan hier vaak niet bij stil, omdat we gewenst gedrag als vanzelfsprekend beschouwen. Dat moeten we niet doen, vooral niet bij hyperactieve kinderen. Vraag jezelf eens het volgende af: 'Wanneer heb ik mijn kind voor de laatste keer een compliment gegeven of gezegd dat hij iets goeds deed?' Zorg ervoor dat je zeker een paar keer per dag het positieve gedrag van je kind bekrachtigd en dit blijft doen!

Nog een aantal tips over bekrachtigen en straffen:
  • De bekrachtiging moet direct na het gewenste gedrag gegeven worden, zodat het verband tussen het gedrag en de bekrachtiger duidelijk is.
  • Straf moet direct na het ongewenste gedrag gegeven worden. Uitgestelde straf is niet effectief, omdat de associatie tussen de straf en het ongewenste gedrag dan geheel ontbreekt.
  • Een straf mag nooit met een bekrachtiger geassocieerd worden. Nadat je je kind hebt bestraft, moet je het niet weer direct troosten. Hierdoor volgt na de straf een beloning en gaat het effect van de straf verloren.
  • Negatieve straf is effectiever dan positieve straf.
  • Het kind onttrekken aan het groepsgebeuren (een time-out) werkt alleen als je een goede relatie hebt met het kind. Na de time-out is het belangrijk om terug te komen op het incident en de situatie met je kind te bespreken zodat het lering eruit kan trekken.
  • Straf moet altijd hand in hand gaan met bekrachtiging van gewenste gedragingen, zodat het kind weet welk gedrag hij wél moet vertonen (zie de gedragsinstructie bij punt 8).

In dit artikel (klik hier) kun je nog veel meer lezen over de do's en dont's met betrekking tot straffen en bekrachtigen van gedrag.

8. Instructies geven

Soms draait een kind met hyperactiviteit door van de tomeloze energie die hij heeft en is het noodzakelijk dat de ouder hem met een gedragsinstructie laat stoppen en hem op een ander spoor zet. Uit zichzelf doet hij dat niet. Ontdek wat werkt voor jouw kind. Ga met het kind een wandeling maken, hardlopen of sporten. Laat hem in bad of onder de douche gaan om te ontspannen. Ga samen koken of een cake bakken.

Het is van belang dat de ouder het kind niet vraagt om met zijn drukke gedrag te stoppen of gebiedt hiermee te stoppen, want dat is een onduidelijke en negatieve opdracht. Ook weet het kind niet wat hij als alternatief moet doen. Geef hem daarom een duidelijke gedragsinstructie.

We nemen als voorbeeld dat je kind in de woonkamer op de bank springt en jij wilt dat niet hebben. Maak allereerst oogcontact, ga niet vanuit een aangrenzende kamer roepen naar je kind. Het kind beseft dan niet dat het je ernst is en bovendien weet jij niet of hij je begrepen heeft. Zeg dan de naam van je kind. Kijkt hij je niet aan, zeg dan zijn naam en zeg vervolgens luid en duidelijk: "Ik wil dat je mij aankijkt. Kijk me eens aan." Of woorden van gelijke strekking. Niet vragen of hij je wil aankijken, want op een vraag kan hij 'nee' zeggen en dat is niet wat je wilt bereiken. Ook klinkt een vraag weifelend en weinig doortastend, het maakt geen indruk op een kind dat in een orkaan van energie zit.

Kijkt hij je aan, begin dan positief door te zeggen wat je goed vindt: "Ik vind het prima dat je springt". Er is immers op zich niets mis met springen. Door dit te zeggen laat je aan je kind merken dat hij niet per se verkeert gedrag vertoont. Hij kan het alleen beter ergens anders doen of op een andere manier. Zeg daarom daarna wat je niet wilt, waarom niet en vervolgens wat je wel van hem wilt. Alleen zeggen 'ophouden ermee' is volstrekt onvoldoende, want waarmee moet hij ophouden? Misschien is hij ook wel aan het gillen, moet hij dan stoppen met springen of met gillen? Geef ook aan waarom je het niet wilt, dat maakt het voor je kind gemakkelijker en begrijpelijker om met dat gedrag te stoppen. Zeg ook wat je wel wilt dat hij gaat doen. Hyperactieve kinderen moet je niet alleen begrenzen, maar ook structureren. Anders bestaat de kans dat hij een andere 'verboden' bezigheid zoekt om zijn energie kwijt te raken. Sluit af met de woorden: "Heb je het begrepen" of "Oké"?

Uitgewerkt in een zin kan het als volgt klinken: "Willem, ik vind het prima dat je wilt springen. Ik wil niet dat je dat op de bank doet, dan gaat hij stuk. Ik wil dat je naar buiten gaat en op de trampoline in de tuin gaat springen. Heb je dat begrepen?"

Een gedragsinstructie die op deze wijze wordt uitgevoerd heeft de volgende voordelen:
  • het kind wordt gezien doordat hij met zijn naam wordt aangesproken;
  • het kind beseft dat hij niet per se verkeert gedrag vertoont, maar hij kan het beter ergens anders doen of op een andere manier;
  • hij weet waarom hij niet niet mag doen;
  • het kind weet wat hij wel kan gaan doen;
  • de ouder weet of hij het begrepen heeft; en
  • het kind wordt positief bejegend en aangesproken, hij mag er zijn!

In het begin zal het gekunsteld overkomen als je zo'n gedragsinstructie opzegt en kan het moeilijk zijn te bedenken waarom iets niet mag. Maar het went vanzelf. Op den duur komt het vloeiend en als vanzelf over je lippen.

Onthoud goed: Duidelijkheid geeft veiligheid en veiligheid creërt rust.

Ik hoop dat je iets aan deze tips hebt. Mocht je nog vragen of aanvullingen hebben, dan hoor ik ze graag!

Noot
(*) Dr. J.K. Buitelaar: Kinderen en hyperactiviteit; Kosmos-Z&K Uitgevers BV, Amsterdam, tweede herziene druk 1996, p. 11.

Lees verder

© 2009 - 2014 Tartuffel, gepubliceerd in Pedagogiek (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde links
Geestelijke gezondheid.
Gerelateerde artikelen
Wat is ADHD? (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)ADHD is de afkorting voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder in het nerderlands houdt dit in een aandachtstekort s…
Wat zijn de kenmerken van ADHD en ADD?Wat zijn de kenmerken van ADHD en ADD?ADHD is de afkorting voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder in het nederlands houdt dit in een aandachtstekort st…
ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)ADHD is al lang geen ongekend begrip meer. Velen doen het echter onterecht af als een welvaartsziekte. ADHD (Attention D…
ADHD behandelen met medicatieADHD behandelen met medicatieADHD is een psychiatrische aandoening waarbij men problemen met de aandacht en hyperactiviteit heeft. ADHD behandelen me…
ADHD te verminderen door aangepaste voedingADHD te verminderen door aangepaste voedingEr lijkt een doorbraak te zijn in het behandelen van kinderen met ADHD. Drs. Lidy Pelsser heeft ondekt dat in 60% van de…
Bronnen en referenties
  • Dr. J.K. Buitelaar: Kinderen en hyperactiviteit; Kosmos-Z&K Uitgevers BV, Amsterdam, tweede herziene druk 1996.
  • http://wijhebbenietsmetadhd.web-log.nl/wijhebbenietsmetadhd/2005/04/omgaan_met_druk.html
  • http://www.kinderneurologie.eu/download/adhdgedrag.pdf
  • Marc Brysbaert: Psychologie; Academia, 2006.

Reageer op het artikel "Hyperactiviteit (ADHD) bij kinderen: wat te doen, 8 tips!"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reacties

Koen, 19-03-2013 21:26 #4
Verander alsjeblieft de titel. Hyperactiviteit en ADHD zijn twee verschillende dingen, ik vind het gewoon beledigend dat deze vergelijking wordt gemaakt. Ik heb zelf ADHD en elke keer als iemand zegt ''zoo die is druk, die heeft vast ADHD'' word ik verdrietig want ik ben helemaal niet druk (in m'n hoofd wel). Het is niet fijn als je van iedereen hoort ''oh jij hebt ADHD, dus dan ben jij heel druk''. Dus ik vraag jullie één ding: kunnen jullie misschien nog de titel veranderen? als het niet kan heb ik daar begrip voor als jullie hyperactiviteit en ADHD als twee totaal verschillende dingen gaan zien. Reactie infoteur, 20-03-2013
De verschijnselen van ADHD bij kinderen en jeugdigen hebben te maken met aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Zie: http://alturl.com/seei7

Er worden ook subtypes onderscheiden, zoals bijvoorbeeld 'Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, overwegend onoplettendheid type'. Hierbij staat 'aandachtstekort' op de voorgrond en niét 'hyperactiviteit'. Wellicht dat u hieronder valt.

C. H., 08-03-2013 13:44 #3
Hallo Dr Buitelaar,
Mijn man en ik hebben zeker veel hulp gehad met deze tips en voeren ze dan ook al langere tijd consequent uit. Wij merken dat het wel enig verschil uit maakt. Nu is onze dochter nog maar 2, 5 en begrijpelijk dat nog niet alles even duidelijk en te begrijpen is.
Wij hebben alleen nog de vraag hoe we onze frustratie(boosheid) door het vele corrigeren onder controle kunnen houden? juist in het bijzijn van onze dochter.
Ook ziet ze totaal geen gevaren in en leert ook niet van een harde val of pijn, zo legt ze bijvoorbeeld met 5x waarschuwen haar handen telkens lachend terug op de hete oven deur. of valt ze vier treden naar beneden van de trap met bloed lip tot gevolg en klimt vervolgens net zo hard en ongecontroleerd de trap weer op. Valt dit ook onder het kopje ADHD (of anders) of zit dit gewoon in het karakter van ons kind?

Ik hoop dat u ons advies kunt geven, mvg C.H Reactie infoteur, 20-03-2013
Ik heb gebruik gemaakt van een boek van de heer Buitelaar, maar ik ben niet de heer Buitelaar. Met uw vragen kunt u terecht bij Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Zoek hier een CJG bij u in de buurt: http://alturl.com/mewxx

Annet, 10-11-2010 20:08 #2
Aan dit artikel heb ik echt wel wat. Dacht vaak dat mijn kind adhd heeft, maar sommige symptomen vertoont hij nooit, dus ik kan mij veel beter vinden in het hyperactieve verhaal. Mijn kind heeft sinds hij een baby is al een heel strak en regelmatig schema nodig om zijn rust te bewaren en nu hij 6 is nog steeds. Deze tips in het artikel laat zien dat we op de goede weg met ons kind zitten en is een houvast! Bedankt! Reactie infoteur, 11-11-2010
Graag gedaan en succes met de opvoeding!

Gradie, 19-10-2009 03:00 #1
Wat een goed en duidelijk omschreven verhaal! Reactie infoteur, 19-10-2009
Hallo Gradie,

Bedankt voor het compliment. Ik hoop dat u en veel andere lezers er veel aan mogen hebben.

mvg, Tartuffel

Infoteur: Tartuffel
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Pedagogiek
Special: ADHD
Bronnen en referenties: 4
Reacties: 4
Schrijf mee!