InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Filosofie > Utilitarisme, deontologie en deugdenleer: ethische systemen

Utilitarisme, deontologie en deugdenleer: ethische systemen

Utilitarisme, deontologie en deugdenleer: ethische systemen Ethiek is een van de belangrijkste en interessantste takken van de filosofie. In de ethiek wordt bestudeerd hoe mensen moeten handelen: wat zijn goede en wat zijn kwade handelingen? De grootste filosofen en denkers hebben zich met dit onderwerp beziggehouden, beginnend met Socrates tot Peter Singer. Al zijn er uiteraard talloze ethische theorieën of systemen, de drie belangrijkste zijn historisch gezien het utilitarisme, de deontologie en de deugdenleer. Ethische dilemma's worden vanuit deze systemen geïnterpreteerd en beoordeeld. Uiteraard zijn er ook moreel nihilisten en aanhangers van het moreel relativisme, welke moraal en ethiek bijna negeren. Drie van de belangrijkste ethische denkers zijn Jeremy Bentham, Immanuel Kant en Aristoteles.

Inhoudsopgave


Bron: Gustav Adolf Schultze (d. 1897) / Wikimedia CommonsBron: Gustav Adolf Schultze (d. 1897) / Wikimedia Commons

Moreel nihilisme

De drie belangrijkste ethische systemen zijn het utilitarisme, de deontologie en de deugdenethiek. Er zijn echter ook mensen die geen enkel ethisch systeem aanhangen, omdat zij niet geloven in het bestaan van ethiek. Volgens hen is er geen goed en geen kwaad - alle handelingen zijn 'moreel neutraal'. Wat men ook doet, het maakt niet uit. De grootste aanhanger van deze redenering is uiteraard de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900). Slechts een zeer kleine minderheid zal dit denken ook in de praktijk toepassen. Wanneer iemand hen op het gezicht timmert, draait men meestal snel bij over 'goed' en 'kwaad': zo'n slag in het gezicht, al is hij volgens hen dan moreel neutraal, komt toch hard aan ... en is ethisch fout.

Moreel relativisme

In tegenstelling tot het moreel nihilisme gelooft een aanhanger van het moreel relativisme wel in het bestaan van ethiek en moraal: er is dus wel degelijk een verschil tussen goed en fout. Wat echter goed is, is volgens de relativist afhankelijk van de omstandigheden, zoals de historische tijdsperiode of de culturele achtergrond. Het is dan mogelijk dat een bepaalde daad goed is in het ene land, maar niet in het andere. Deze redenering gaat al heel ver terug in de tijd. De Griekse 'vader van de geschiedschrijving' Herodotus vertelt al in zijn Historiën hoe hij op zijn reizen een stam ontmoette waar oude, zieke mensen werden gedood en opgegeten. In hun ethisch systeem gold dat als goed, en deze mensen konden dan ook niet begrijpen dat Herodotus hier met afgrijzen op reageerde.

Moreel relativisme is in de eenentwintigste eeuw een van de dominante ethische stromingen geworden. Vaak worden daden of gedragingen in andere landen aan de hand van deze theorie geridiculiseerd of met de mantel der liefde bedekt. De problemen zijn nochtans inherent. Wat wanneer mensen met totaal andere ethische opvattingen in een Westers land komen wonen? Kunnen zij hun eigen ethisch systeem behouden? In Groot-Brittannië mogen moslims bepaalde gedeelten van de Sharia, de islamitische wet, toepassen - een vorm van ethisch relativisme. Maar wat met andere gewoonten die Westerlingen traditioneel niet aanvaarden, zoals de weduwenverbranding in India of lijfstraffen in islamitische gebieden? De andere ethische theorieën zullen beweren dat er wel degelijk een hoger ethisch referentiekader bestaat dat door alle mensen, ongeacht hun cultuur, moet nageleefd worden.

Het utilitarisme - Jeremy Bentham

De geestelijke vader van het utilitarisme is de Britse filosoof Jeremy Bentham (1748 1832). Hij bedacht zijn theorie in confrontatie met de afschuwelijke omstandigheden in gevangenissen en sloppenwijken in Engeland. In de kern is zijn theorie erg simpel: de morele waarde van een handeling hangt volledig af van de gevolgen of de consequenties. Wat is dus goed? Een handeling waarvan de gevolgen positief zijn. De eigenlijke handeling of daad komt niet in aanmerking voor een morele beoordeling, het zijn enkel de gevolgen die tellen.

Wat de positieve gevolgen betreft, heeft hij het over "maximalisatie van geluk": de grootst mogelijke hoeveelheid geluk voor de grootst mogelijke groep mensen. Als er daarvoor een kleine minderheid mensen negatieve gevolgen moet ondervinden (moet lijden), dan is dat maar zo. In zekere zin is het een ethiek waarbij het doel de middelen heiligt. Deze stroming wordt dan ook wel eens gevolgenethiek of consequentialisme genoemd.

Bron: Photo taken by myself / Wikimedia CommonsBron: Photo taken by myself / Wikimedia Commons

De deontologie - Immanuel Kant

Als een van de belangrijkste Duitse filosofen aller tijden heeft ook Immanuel Kant (1724-1804) zich over het domein van de ethiek gebogen. Zijn bijdrage werkt door tot op de dag van vandaag. Daar waar de utilitaristen enkel naar de gevolgen kijken, nemen de aanhangers van de deontologie ook de daad zelf in beschouwing. Er zijn handelingen die nu eenmaal intrinsiek slecht zijn, ook al zijn de gevolgen ervan goed. Men mag dus nooit zo maar iets doen omdat het goede gevolgen heeft. Het doel heiligt de middelen niet.

Kant drukte zijn theorie uit in de wereldberoemde 'categorische imperatief': "Handel alleen volgens die maxime waarvan je ook kunt wensen dat ze een algemene wet wordt." Je moet je dus, bij het ethisch oordelen, afvragen of jouw handeling 'wet' kan worden, of iedereen ze dus mag uitvoeren. Een simpel voorbeeldje maakt dat duidelijk: veel mensen gooien hun vuilnis gewoon uit de auto op straat. Wat als deze handeling 'wet' zou worden, iedereen gewoon zijn vuilnis op straat zou gooien? Dan is de wereld onleefbaar. Vuilnis op straat gooien is dan ook slecht.

Een andere formulering luidt als volgt: "Handel zodanig dat je de mens, zowel jezelf als ieder ander, nooit slechts als middel maar tegelijkertijd ook altijd als doel behandelt." De menselijke waardigheid moet steeds beschermd worden. Draagmoederschap is dan ook ethisch fout volgens de theorie van Kant: een mens wordt enkel als middel gebruikt, namelijk om een kind voor jou te dragen. Op de koop toe wordt ook dat kind als middel gebruikt, namelijk om jou gelukkig te maken. Een andere benaming voor deze ethiek is dan 'plichtenleer' - doe wat je plicht is.

De deugdenleer - Aristoteles

De door de Griekse filosoof Aristoteles (384 v.Chr. 322 v.Chr.) ontwikkelde deugdenleer was van beslissende invloed op het ethisch denken van het christendom - Thomas van Aquino is hiervoor in grote mate verantwoordelijk. Het utilitarisme kijkt naar de gevolgen van de handeling, de deontologie kijkt naar de daad zelf. De deugdenethiek richt de aandacht op het subject van de handeling, de mens zelf dus. Aristoteles neemt de mens mee in zijn overweging. Goede daden zijn deze waarvan de handelende mens een beter mens wordt. De mens moet dan ook aan zichzelf werken - deugden kunnen ontwikkeld en verbeterd worden. Voor Aristoteles is een deugd een soort gulden middenweg tussen een 'te veel' en een 'te weinig'. Zo is dapperheid een deugd, en ligt deze mooi tussen onbezonnenheid/overmoed en angst.

Het christendom werkte de deugdenleer uit tot zeven belangrijke deugden die nagestreefd moeten worden: de drie theologale deugden en de vier kardinale deugden. De theologale deugden komen van God en zijn geloof, hoop en liefde. De kardinale deugden zijn rechtvaardigheid, wijsheid, matigheid en moed.

Toepassing: een moreel dilemma - de baby in kokende olie

Er zijn tal van morele dilemma's te bedenken waarbij deze theorieën anders zouden oordelen. Telkens gaat het dan over het een gevaarlijke situatie waarbij mensenlevens op het spel staan. Er moet ingegrepen worden. Een klassiek voorbeeld. Een ontdekkingsreiziger komt terecht bij een gevaarlijke, mensenetende stam. De stamleden hebben honderd pasgeboren baby's kunnen bemachtigen om op te eten. Ze zijn echter bereid dat niet te doen, wanneer de ontdekkingsreiziger persoonlijk één baby in kokende olie gooit. Zo zullen 99 baby's niet sterven.

Een aanhanger van het utilitarisme zal - in theorie althans - de baby in de kokende olie gooien. Ook al vindt hij dit (hopelijk) erg pijnlijk en zwaar, de gevolgen ervan zijn wel positief. Er worden 99 mensenlevens gered en maar één opgeofferd. De aanhangers van Kant, de deontologen, zijn het hier hartsgrondig mee oneens. De baby doden door hem in kokende olie te gooien is moreel fout. Ook al zijn de gevolgen ervan goed, de daad op zich is zo fundamenteel slecht dat deze nooit uitgevoerd mag worden. Volgens de aanhangers van de deugdenleer maakt de daad je niet tot een beter mens.
© 2016 - 2017 Jan80, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Het utilitarismeHet utilitarismeHet utilitarisme heeft betrekking op onze moraal. Het is een ethische stroming die de waarde van een handeling afmeet aa…
Wat is Ethiek en hoe ga je daar als verpleegkundige mee om?Dit artikel gaat over het ethiek in de zorg en hoe je daar als verpleegkundige of verzorgende mee omgaat. Het gaat over…
Noachieden: Waar komen onze ethische maatstaven vandaan?We worden in ons leven met heel veel ethische vraagstukken geconfronteerd, zoals: Mogen we klonen? Mogen we eerder ons l…
Wat is Ehtiek en Moraal?Om het begrip Ethiek te definiëren is geen makkelijke opgave. Ethiek is heeft namelijk door de eeuwen heen veel verschil…
Het maken van keuzes: ethische stromingenHet maken van keuzes: ethische stromingenDit is tevens een samenvatting van hoofstuk 4 uit Over Normaal Gesproken van Van Horen Zeggen. Elk mens maakt in zijn le…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Utilitarisme, deontologie en deugdenleer: ethische systemen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Jan80
Laatste update: 11-08-2016
Gepubliceerd: 11-08-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Filosofie
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!