InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Sociaal > Mensen worden steeds slimmer: het Flynn-effect en IQ-scores

Mensen worden steeds slimmer: het Flynn-effect en IQ-scores

Mensen worden steeds slimmer: het Flynn-effect en IQ-scores Het Flynn-effect is de naam voor de wereldwijde stijging van het IQ die al zo'n 100 jaar aan de gang is. Elke 10 jaar stijgt het IQ gemiddeld met zo'n 2 à 3 punten. James Flynn heeft als eerste aannemelijk gemaakt dat dit effect niet beperkt is tot speciale groepen maar universeel genoemd mag worden. Dat de intelligentie, voor zover IQ-scores daarmee overeenkomen, toeneemt is een wereldwijd fenomeen. Flynn liet niet alleen zien dat het effect bestaat maar ook dat het tot absurde consequenties kan leiden als er niet goed over na wordt gedacht.

Steeds slimmer?

De mensheid lijkt steeds slimmer te worden. De gemiddelde prestaties op intelligentietests zijn tegenwoordig flink wat hoger dan enkele decennia geleden. Een persoon van gemiddelde intelligent die in 2015 een IQ-score haalt van precies 100 punten zou, wanneer hij terug kon reizen naar 1915, een IQ kunnen halen van ergens tussen de 120 en 130. Anders gezegd, dezelfde persoon die moet erkennen dat 50% van zijn tijdgenoten slimmer is dan hij zelf is, mag ook concluderen dat, grofweg, zo’n 95% van alle mensen die 100 jaar geleden leefden dommer is dan hij zelf.

Bron: Bryce Edwards, Wikimedia Commons (CC BY-2.0)Bron: Bryce Edwards, Wikimedia Commons (CC BY-2.0)
Deze enorme stijging van het IQ is inmiddels in talloze onderzoekingen bevestigd en behoort tot een van de grotere raadselen in de psychologie. Hoewel er wel degelijk sprake is van allerhande schommelingen in de IQ-scores over de tijd, is het gemiddeld toegenomen met een tempo van 2 á 3 punten per 10 jaar. Er zijn tekenen dat deze stijging weer aan het afvlakken is, of zelfs daalt, maar dat doet niets af aan het feit dat het zich over een periode van meer dan 100 jaar wel degelijk heeft gemanifesteerd.

Deze langdurige IQ-stijging wordt het Flynn-effect genoemd. James Flynn, een moraalfilosoof van huis uit, ontdekte in de jaren tachtig van de vorige eeuw dat de IQ-stijging een mondiaal fenomeen is. Al eerder hadden verschillende onderzoekers stijgingen waargenomen bij speciale groepen en in specifieke landen, maar Flynn toonde aan dat het om een universeel verschijnsel ging. Het komt zowel voor in de ontwikkelde landen van Europa, Azië en Amerika als in minder ontwikkelde gebieden, zoals platteland van Kenia. Vrijwel niemand twijfelt meer aan het bestaan van het Flynn-effect. Ook alle schattingen van de omvang ervan komen redelijk overeen.

IQ en intelligentie

Nu is het afnemen van testen één ding, de werkelijkheid is een andere. Zijn er ook andere tekenen dat de mensheid echt slimmer wordt? Volgens sommigen zijn die er. In de wereld van het schaken bijvoorbeeld daalt de leeftijd waarop goede schakers hun grootmeestertitel veroveren. Vrijwel alle analytici zijn het er ook nog eens over eens dat het niveau van het schaakspel is toegenomen. Maar de slimmere mens is niet alleen zichtbaar in de exclusieve wereld van excellente schakers. Velen is het bijvoorbeeld opgevallen dat de films van tegenwoordig flink wat hogere eisen stellen aan de cognitieve vermogens van kijkers dan dat ze vroeger deden. Moderne films bevatten meer verhaallijnen en de verhaallijnen zelf zijn complexer. Oude films worden daarom vaak als traag en soms zelfs ronduit saai ervaren. Dat we daarbij ook nog goed overweg blijken te kunnen met onderbrekingen door reclame en sociale media, geeft aan dat we nu meer informatie (kunnen) verwerken dan voorheen. Ook in de wereld van computers - internet en games - is beslist sprake van een toenemend beroep op de cognitieve vaardigheden van mensen. Elk van deze effecten zou ook op een andere manier verklaard kunnen worden, bijvoorbeeld door gewenning en training, maar alles bij elkaar genomen wijzen ze toch in een en dezelfde richting; mensen lijken inderdaad slimmer te zijn geworden. Op een bepaalde manier dan.

Ongerijmdheden rond het Flynn-effect

Zulke feiten mogen ons niet verblinden voor een aantal merkwaardige, om niet te zeggen, absurde consequenties van het Flynn-effect. Als er sprake is van een stijging van 2 à 3 IQ punten per 10 jaar, dan zouden onze grootouders een gemiddeld IQ hebben van ergens tussen de 85 en 90. En hun grootouders zouden ergens tussen de 70 en 80 uitkomen en dicht de grenzen van debiliteit benaderen. Het moge duidelijk zijn: hier klopt iets niet. Er is nog iets dat niet kan kloppen. Het is genoegzaam bekend dat het IQ voor het grootste deel door onze genen bepaald wordt. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de genen van onze voorouders van mindere kwaliteit waren dan die van ons; zo snel werkt de evolutie nu eenmaal niet. Maar als de genen gelijk zijn gebleven, dan zouden er geen grote schommelingen in het IQ mogen optreden. Dit leidt tot een merkwaardig dilemma. Enerzijds moet de stijging van het IQ haast wel veroorzaakt zijn door omgevingsfactoren, maar anderzijds zijn die omgevingsfactoren niet sterk genoeg om het Flynn-effect te kunnen verklaren.

Onderwijs en opvoeding verklaren het Flynn-effect niet

Er is meer dat Flynn-effect zo mogelijk nog raadselachtiger maakt. Niet alle vormen van intelligentie groeien even hard en juist die vaardigheden die het minst door omgevingsfactoren beïnvloedbaar lijken, stijgen het meest. Inderdaad, het Flynn-effect is het grootst voor die facetten van intelligentie die het minst beïnvloed worden door onderwijs en opvoeding. De subtests (onderdelen van de intelligentietests) waarin de grootte van het vocabulaire gemeten wordt of waarin kennis over de wereld van belang is, vertonen nauwelijks een Flynn-effect. De tests waarin het logisch denken en het probleemoplossen centraal staat en waarbij geen voorkennis nodig is, stijgen juist het meest. De 2 á 3 punten van het Flynn-effect zijn een soort gemiddelde van de scores op die subtests waardoor de conclusie onvermijdelijk lijkt te worden dat onze voorouders ronduit achterlijk waren wanneer het gaat om logica en probleemoplossen.

Kortom: het Flynn-effect kan eigenlijk niet verklaard op basis van genetische verschillen tussen de generaties. Tegelijk kan het niet verklaard worden door een beroep te doen op gewenning, opvoeding of onderwijs. Natuurlijk heeft men geprobeerd terug te grijpen op "hardere" omgevingsfactoren zoals voeding en verbeterde gezondheid, maar detail analyses laten zien dat de verbeteringen in zulke factoren niet sterk genoeg zijn om de grootte van het Flynn-effect te verklaren. Uiteraard spelen ze wel een rol, maar er is beslist meer aan de hand dan dat.

Anders denken: de opgang van het probleem oplossen

Een van de meest gedurfde pogingen om het Flynn-effect toch te verklaren is afkomstig van James Flynn zelf, uiteraard in nauwe samenwerking met een aantal collega’s. Zijn verklaring bestaat uit twee delen. Als eerste stelt hij dat de mensen van tegenwoordig anders denken dan vroeger. Als tweede geeft hij een mechanisme dat kan verklaren hoe dat andere denken zich zo'n dominante plaats in de moderne wereld heeft kunnen veroveren. Richten we ons eerst op het andere denken.

Vooral na de Industriële revolutie, aldus Flynn en de zijnen, is het denken abstracter geworden. Het is precies dat soort denken dat in IQ-tests gemeten wordt. Neem ter illustratie de volgende vraag die in een IQ-test zou kunnen voorkomen:
  • In elke Duitse stad leeft een kameel
  • Keulen is een Duitse stad
  • Is er een kameel in Keulen?

Weinigen zullen tegenwoordig problemen hebben met dit probleem. Toch stelt Flynn dat dit vroeger anders was. Iemand die zich niet los kan maken van de concrete situatie waarin dit probleem is geformuleerd zou op een van de volgende manier kunnen reageren.
  • “Ik ben nooit in Duitsland geweest, dus ik weet het niet.”
  • “Kamelen komen niet voor in onze streken dus Keulen zal ook wel geen kameel hebben”

Zulke antwoorden gaan uiteraard voorbij aan de logische structuur van de vraag waarin de concrete woorden (kameel, Duitsland, Keulen) vervangen kunnen worden door symbolen. Bijvoorbeeld als volgt:
  • Als A dan B
  • A is gegeven
  • Volgt nu B?

Zo bezien is het probleem extreem eenvoudig maar, zo stelt Flynn, wij vergeten snel dat er een stap gezet moet worden van het concrete domein naar het abstracte domein en dat deze stap helemaal niet zo voor de hand ligt. Dat we dat tegenwoordig wel gemakkelijk doen, is voor een groot deel te danken aan veranderingen in de maatschappij en, uiteraard, in het onderwijs. Wanneer de stap van concreet naar abstract niet gezet wordt, dan worden talloze vragen op de intelligentietests fout beantwoord, met een navenante daling van de score als gevolg.

Multipliers als oorzaak van de IQ-stijging

Het tweede deel van Flynn's verklaringen richt zich op de vraag hoe het abstracte, hypothetische denken zo dominant is kunnen worden. De verklaring van Flynn en de zijnen gaat verder dan de wat simpele constatering dat onze cognitieve omgeving nu eenmaal veranderd is. Hij wijst op twee deelmechanismen die de individual multiplier en de social multiplier worden genoemd. De individual multiplier verwijst naar het effect dat iemand die ergens goed in is juist die omgevingen selecteert waarin zijn talent het beste naar voren komt. Iemand die goed kan voetballen bijvoorbeeld zal, zeker in dit knotsgekke voetballand, er al snel uitgepikt wordt en de kans krijgen zijn talent verder te ontwikkelen. Het niveau verschil in vaardigheden dat er in het begin is wordt daardoor versterkt waardoor het gemiddelde vaardigheidsniveau toeneemt. Het Flynn- effect gaat uiteraard niet over voetballen maar over bepaalde cognitieve vaardigheden. Het onderwijs is volgens hem bij uitstek het mechanisme die aan de slimmeren de omgevingen biedt waarin ze hun vaardigheden verder kunnen ontwikkelen. Daarbij is het onloochenbaar dat tegenwoordig het abstracte, hypothetische denken sterk benadrukt wordt; het is uiteraard het denken dat in wetenschap, techniek, industrie, politiek, enzovoort, enzovoort nodig is. Zij die daarin goed zijn zullen er dankzij de individual multiplier ook steeds beter in worden.

De social multiplier, het tweede submechanisme, is in wezen een uitbreiding van het individual multiplier effect. Naarmate meer mensen beter gaan worden in, zeg, probleemoplossen en logisch denken, zullen er meer omgevingen komen waarin deze mensen uitblinken. Dat op zijn beurt stelt eisen aan de individuen die erin leven. Die zullen zich daarom nog meer verbeteren om ook in die toch al gunstige omgeving nog beter te overleven of, als het even kan, zelfs te excelleren. Beide effecten tezamen versterken zo bepaalde vaardigheden enorm en zullen, en dat is het belangrijke punt, het gemiddelde vaardigheidsniveau verder omhoog duwen. Het is dus niet zozeer een verbetering van de genenpoel die ons slimmer maakt, maar de selectie van omgevingen waarin de genen het beste gedijen. De multiplier effecten versterken verschillen in vaardigheden die er al zijn en jagen hun gemiddelde niveau omhoog.

Epiloog

Langs bijna slinks te noemen wegen hebben Flynn en de zijnen toch omgevingsfactoren weten aan te wijzen als de oorzaak van de groei van het IQ. Via het individual en social multiplier mechanisme zoeken genen als het ware de omgevingen waarin ze gedijen en worden bovendien die omgevingen zelf nog uitgebreid. Uiteraard is nog veel onderzoek nodig om uit te maken of de ideeën van Flynn en de zijnen juist zijn. Wel duidelijk is dat ze een logisch mogelijke uitweg hebben geboden uit de ongerijmdheden die het Flynn effect zo raadselachtig maken. Het is dan ook niet zo dat onze voorouders dommer waren. Het is wel zo dat ze anders dachten. Dat is op zijn minst een bijzonder interessante suggestie.

Het is een suggestie die zelf weer verreikende consequenties heeft. Het betekent onder andere dat de ontwikkelingen in de wereld om ons heen, een verregaande invloed hebben op ons denken, niet alleen op de inhoud, maar ook op de manier waarop we de gebeurtenissen om ons heen interpreteren. We zijn ons er zelden van bewust dat het ook anders had gekund. Opvallend omdat zo'n 100 jaar geleden nog de meeste mensen de wereld anders begrepen dan wij dat nu doen, als tenminste Flynn gelijk heeft. Zo rijst automatisch de vraag wat de gevolgen zijn van de enorme vooruitgang in het abstracte, hypothetische denken. Wat hebben we, om het eens een negatieve draai te geven, verloren door de extra laag van abstractie die tussen ons denken en de werkelijkheid is gegroeid?

Het Flynn-effect is tot dusverre vooral door psychologen bestudeerd, maar het lijkt bij uitstek iets dat de belangstelling van sociologen, historici en wellicht zelfs economen zou moeten wekken.
© 2015 - 2019 Henkellermann, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Filmlegende Errol FlynnFilmlegende Errol FlynnHet roemruchte hollywoodleven van de Australische filmlegende Errol Flynn. Amper 50 jaar geworden, laat hij een rijke hi…
Wij zijn slimmer dan onze vooroudersWij zijn slimmer dan onze vooroudersIQ is IQ zou je zeggen. Toch is dat niet helemaal waar. Iedere generatie is slimmer dan de voorgaande, al lijkt het erop…
Intelligentie en IQIntelligentie en IQWat betekent je IQ-score? Een IQ (intelligentiequotiënt) geeft aan hoe je scoort op een intelligentietest in vergelijkin…
Wat is het IQ? Informatie over intelligentiequotiëntWat is het IQ? Informatie over intelligentiequotiëntIQ is een afkorting voor intelligentiequotiënt en het is een meting om te kijken hoe intelligent iemand is. Er wordt vaa…
Intelligentiemeting door middel van IQ testIntelligentiemeting door middel van IQ testDe intelligentie van een mens is een moeilijk begrip. Want hoe bepaal je of iemand ontzettend slim is, of misschien juis…
Bronnen en referenties
  • Flynn, J.R. (2007). What is Intelligence. Beyond the Flynn effect. Cambridge University Press. ISBN: 978-0-521-74147-7
  • Pietschnig, Jakob & Voracek, Martin (2015). One Century of Global IQ Gains: A Formal Meta-Analysis of the Flynn Effect (1909–2013). Perspectives on Psychological Science, Vol. 10(3) 282–306
  • Afbeelding bron 1: Bryce Edwards, Wikimedia Commons (CC BY-2.0)

Reageer op het artikel "Mensen worden steeds slimmer: het Flynn-effect en IQ-scores"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Jelle Schottelndreier, 25-11-2019 09:29 #1
Geod stuk! Ik ben benieuwd wat de auteur (inmiddels) denkt over de laatste vraag: "Wat hebben we (…) verloren door de extra laag van abstractie die tussen ons denken en de werkelijkheid is gegroeid?"
Ik zou zeggen: verbinding met de omgeving. Gevoel voor de kwaliteiten van planten, dieren en medemensen. Meer intuïtie. Nu kijken we naar Buienradar, vroeger was het leven met het weer zo intens dat we ook zelf meer konden voorspellen dan nu.

Infoteur: Henkellermann
Laatste update: 21-11-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Sociaal
Bronnen en referenties: 3
Reacties: 1
Schrijf mee!