Homoseksualiteit: genetisch bepaald of aangeleerd gedrag?
Wanneer iemand zich tot hetzelfde geslacht voelt aangetrokken noemt men dat homoseksualiteit. Wereldwijd is ongeveer 1 op de 12 een homoseksuele man en 1 op de 14 een homoseksuele vrouw. Van de ongeveer 7 miljard mensen op aarde zijn er dus bijna 700.000.000 (zevenhonderd miljoen) homoseksueel. Wanneer je biseksuelen mee zou rekenen wordt dit getal veel hoger. Worden homoseksuelen geboren als homo of is het aangeleerd gedrag en hoe zit het dan met heteroseksuelen? Worden heteroseksuelen geboren als hetero? Zijn het genen of is het omgeving?Ligt homoseksualiteit op de genen van de mens?
Om gelijk maar met de deur in huis te vallen. Worden homo’s nou zo geboren of niet? Een moeilijke vraag die ook niet heel makkelijk te beantwoorden is. Veel wetenschappers zijn bezig met de vraag waar en hoe seksualiteit zich überhaupt in het brein heeft gemanifesteerd. Wetenschappers komen vanuit alle hoeken. Je hebt bijvoorbeeld evolutionaire biologen (Alexander 1974, Weinrich 1987, Kirkpatrick 2000) die vooral kijken naar het evolutionaire nut van homoseksualiteit. Homoseksuelen kunnen via het vrijen geen nakomelingen creëren. Je zou dus kunnen concluderen dat genen die homoseksualiteit veroorzaakt inmiddels zijn uitgeselecteerd in het proces van evolutie. Echter, zoals we allen weten is dat niet het geval.Evolutionaire wetenschappers zeggen dan ook dat er waarschijnlijk een voordeel zit aan homoseksualiteit. Er lijkt bijvoorbeeld een mechanisme te bestaan achter een genetische variant tussen beide geslachten. Als een genetisch variant een nadelig effect heeft op de voortplanting bij mannen (homoseksuele man) maar juist erg positief werkt op de voortplanting bij vrouwen (heteroseksuele vrouw) en dat het positief effect groter is dan het negatief effect, dan kan een genetisch variant dat homoseksualiteit tot stand laat komen dus ook blijven bestaan. Wist je bijvoorbeeld dat vrouwen met één of meerdere homomannen in de familie gemiddeld meer kinderen krijgen dan vrouwen met alleen directe verwanten die heteroseksueel zijn. Een genetisch variant bij die vrouwen zou dus voordelig kunnen zijn. Hoe het precies zit is echter nog onduidelijk. Wetenschappers proberen vooral de mechanismen te ontdekken.
Bewijzen voor de erfelijkheid van homoseksualiteit
Is homoseksualiteit een genetisch bepaalde eigenschap? Welke bewijzen heeft men tot dusver eigenlijk gevonden? Wetenschappers kijken vooral naar de verschillen tussen homoseksuele mannen en heteroseksuele mannen. Wanneer de verschillen op een statistisch niveau van elkaar afwijken kan men zinnige conclusies trekken. Echter is het altijd nog speculeren of homoseksualiteit de verschillen veroorzaakt. Men heeft tot dusver bijvoorbeeld gevonden dat homoseksuele mannen vaker (gemiddeld vaker) linkshandig zijn dan heteroseksuele mannen. Als men kijkt naar het gezin valt er ook iets op. Homoseksuele mannen hebben gemiddeld vaker oudere broers dan heteroseksuele mannen (Blanchard en Bogaert 1996). Als derde punt heeft men gevonden dat homoseksuele mannen gemiddeld vaker een wervelwind op de kruin van het hoofd hebben die tegen de klok in draait.Testosteron en de foetus
Ook testosteron mag hier natuurlijk niet ontbreken. De bekende testosterontheorie houdt bijvoorbeeld in dat de mannelijke foetus in een cruciaal punt van de zwangerschap net te weinig is blootgesteld aan het hormoon testosteron. Het gaat hier vooral om één belangrijk hersenstructuur, de hypothalamus. Qua structuur en vorm zou de hypothalamus van de homoseksuele man meer lijken op die van de heteroseksuele vrouw. De hypothalamus van de homoseksuele vrouw, die teveel aan testosteron is blootgesteld, zou juist meer lijken op de hypothalamus van de heteroseksuele man. Onder andere de bekende neurowetenschapper Dick Swaab, auteur van het boek Wij zijn ons brein, is groot voorstander van de testosterontheorie. Kritische tegengeluiden zijn er echter ook want de testosterontheorie lijkt vaak niet helemaal op te gaan. Er zijn wetenschappers die zeggen dat we juist meer naar de genen moeten kijken en ons wat minder moeten focussen op de hormonen en de processen die tijdens de zwangerschap plaatsvinden.Homoseksuele tweelingen
Eeneiige tweelingen zijn een genetische kopie van elkaar. Als één van de tweeling homoseksuele gevoelens heeft is de kans ongeveer vijftig procent dat de andere helft ook homoseksueel is. Je zou dus sowieso kunnen concluderen dat homoseksualiteit niet voor de volledige 100% wordt veroorzaakt door genen. Immers, als dat wel zo zou zijn is de logische verwachting dat beide helften van een tweeling in bijna alle gevallen homoseksueel of heteroseksueel zijn. Genen spelen dus wel een rol, maar ook andere invloeden lijken homoseksualiteit tot stand te brengen. Ook andersom geldt natuurlijk dat heteroseksualiteit niet volledig wordt veroorzaakt door genen (anders zou de andere helft van een eeneiige tweeling namelijk bijna altijd heteroseksueel zijn en dat is niet het geval).Is homoseksualiteit dan ontstaan door opvoeding?
Het ontstaan van homoseksualiteit tijdens de opvoeding is een erg onlogische verklaring. Een goed voorbeeld is het vergelijken van het aantal homoseksuelen per land. In Nederland, een samenleving waar homoseksuelen dezelfde rechten hebben als heteroseksuelen en waar een algehele consensus heerst dat homoseksuelen gerespecteerd en als een gelijke moeten worden behandeld, komt homoseksualiteit niet vaker voor dan in een land waar dat niet het geval is. Het percentage homoseksuelen is dus in elke samenleving ongeveer even groot. Uiteraard zijn de gevonden percentages wel onderhevig aan bias. De gevonden percentages zijn verkregen uit vragenlijsten (zelfrapportage) en hebben daardoor een lage betrouwbaarheid.Waarom is het ene kind binnen een gezin wel homoseksueel en het ander kind niet?
De verwachting is dat ouders met meerdere kinderen eenzelfde opvoedingsstijl hebben gebruikt bij alle kinderen die het paar heeft. Is het dan logisch om te concluderen dat homoseksualiteit is ontstaan via opvoeding als bijvoorbeeld het eerstgeboren kind heteroseksueel is en het tweede geboren kind homoseksueel. Heeft het tweede kind een andere opvoeding gehad (omgeving) waardoor het homoseksueel is geworden en maakt het eerst geboren kind kans om homoseksueel te worden als het eenzelfde opvoeding zou hebben gehad als het tweede kind dat homoseksueel is?Hoe zit het eigenlijk bij kinderen met homoseksuele ouders? Zijn deze kinderen vaker homoseksueel dan kinderen met heteroseksuele ouders? Onderzoek laat zien dat kinderen van een homoseksueel stel statistisch niet vaker zelf ook homoseksueel zijn. Wist je bijvoorbeeld dat kinderen met homoseksuele ouders het net zo goed en vaak zelfs beter doen dan kinderen met heteroseksuele ouders. De resultaten van een groep Australische wetenschappers laat zien dat kinderen met twee papa’s of twee mama’s beter scoren op algemene gezondheid en familiebanden.