InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Sociaal > Gewetensbezwaarde ambtenaren, discriminatie en wet is wet
mijn kijk op

Gewetensbezwaarde ambtenaren, discriminatie en wet is wet

Gewetensbezwaarde ambtenaren, discriminatie en wet is wet Gewetensbezwaarde ambtenaren - De zogenaamde sociaal-liberale partij D66 heeft op 3 augustus 2012 een initiatiefwetsvoorstel ingediend dat een einde moet maken aan het fenomeen van de gewetensbezwaarde ambtenaar, vaak laatdunkend 'weigerambtenaar' genoemd. Tijdens de behandeling van de Wet Openstelling huwelijk, in september 2000, zei toenmalig staatssecretaris Job Cohen van Justitie dat hij ruimte wilde houden voor zittende en nieuwe trouwambtenaren die het voor hun geweten niet kunnen verantwoorden om huwelijken tussen paren van gelijk geslacht te sluiten. Doch een kleine maar machtige lobby van de homobelangen­organisatie COC heeft zijn tanden in dit dossier gezet en zal hoe dan ook niet te rusten voordat de laatste gewetensbezwaarde trouwambtenaar is weggewerkt. Uit monde van politici, opiniemakers, maar ook door de 'gewone' man en vrouw op blogs en op fora, worden gewetensbezwaarde ambtenaren neergezet als intolerant en discriminerend. Maar wie is hier nu écht onverdraagzaam?

Gewetensbezwaarde ambtenaren


Onverteerbare onverdraagzaamheid

Op 1 juni 2011 vond er in de Amsterdamse gemeenteraad een debat plaats over de twee (met een loep in de hand hebben ze hen moeten opsporen) trouwambtenaren met gewetensbezwaren tegen het voltrekken van homohuwelijken, die de hoofdstad rijk is. Men sprak er schande van. In Amsterdam krijgen dergelijke ambtenaren geen millimeter ruimte meer. De voltallige gemeenteraad sprak uit dat ambtenaren niet mogen weigeren een huwelijk van personen van hetzelfde geslacht te sluiten. Wethouder Eric van der Burg (VVD, ook een zogenaamde liberale partij) bracht het collegestandpunt naar voren dat gewetensbezwaren prima zijn, maar dat ze niet mogen leiden tot discriminatie: "Het is schandalig dat er nog steeds mensen zijn die niet aan het voltrekken van homohuwelijken willen meewerken." Een sterk staaltje onverteerbare onverdraagzaamheid van deze 'liberale' wethouder. Ik zou niet iedereen de kost willen geven die zich liberaal noemt maar er niet naar handelt.

Diversiteit moet worden gevierd, maar voor degenen die de ideologische vooronderstellingen niet delen, is geen plaats in het palet van D66. / Bron: Pamflet D66Diversiteit moet worden gevierd, maar voor degenen die de ideologische vooronderstellingen niet delen, is geen plaats in het palet van D66. / Bron: Pamflet D66
D66-Kamerleden Pia Dijkstra en Gerard Schouw hebben op 3 augustus 2012 een initiatiefwetsvoorstel ingediend dat —in hun woorden— "een einde moet maken aan de gewetensbezwaarde ambtenaar die geen homoseksuele stellen wil trouwen". In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel wordt gesuggereerd alsof gewetensbezwaarde ambtenaren zich schuldig maken aan een specifieke vorm van discriminatie op grond van homoseksuele gerichtheid, namelijk bij het huwelijk. En wie is er nu niet tegen discriminatie? (Deze bewering is in feite nonsens, aangezien het gewetensbezwaarde ambtenaren niet te doen is om iemands seksuele gerichtheid, maar om het huwelijk. Ik kom daar later op terug.)

Volgens het Bureau Gelijke Behandeling is discriminatie het maken van onderscheid op onterechte gronden, met andere woorden: discriminatie is het ongelijk behandelen van mensen op basis van kenmerken die er niet toe doen. Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet verwoordt het gelijkheidsbeginsel en het verbod op discriminatie. Dit beginsel geeft aan wetgever, bestuur en rechters de opdracht om bij het stellen van regels of het nemen van beslissingen mensen in gelijke gevallen op een gelijke manier te behandelen.

Er is geen sprake van discriminatie

Tegenstanders brengen in dat het hier gaat om een ambtenaar die tot taak heeft de wet uit te voeren, en de wet maakt geen onderscheid tussen paren van gelijk en verschillend geslacht. Daaruit volgt volgens hen dat de betreffende ambtenaar discrimineert. Laat ik meteen met de deur in huis vallen: dit is baarlijke nonsens, niemand wordt gediscrimineerd. Geen enkel paar in Nederland dat wil trouwen, wordt ongelijk behandeld op basis van kenmerken die er volgens de wet niet toe doen. De Raad van State stelt in haar advies over gewetensbezwaarde (trouw)ambtenaren d.d. 8 juni 2012 dat het discriminatieverbod niet in geding is, wanneer:
  • paren van gelijk geslacht kunnen trouwen in de gemeente van hun keuze (want er is altijd een trouwambtenaar beschikbaar); en
  • zij dankzij interne maatregelen en afspraken niet worden geconfronteerd met een gewetensbezwaarde trouwambtenaar.

In de meer dan tien jaar dat de wet van kracht is, is in Nederland geen enkel stel van gelijk geslacht bij de gemeentebalie geweigerd of geconfronteerd met een gewetensbezwaarde trouwambtenaar. Voorst leidt het bewilligen in gewetensbezwaren niet tot problemen bij de uitvoering van de dienst, de huwelijkssluiting is voor eenieder gewaarborgd. Er zijn genoeg trouwambtenaren beschikbaar die wel paren van gelijk geslacht willen trouwen. Ieder aanstaand echtpaar in Nederland kan zich beroepen op de wet en heeft de garantie dat hun huwelijk voltrokken kan worden. Dat kan op dit moment, in elke gemeente in Nederland, voor alle Nederlanders. Er is niemand die wordt gediscrimineerd.

'Geen enkele verplichting voor trouwambtenaren om elk soort huwelijk te voltrekken'

De wet verlangt van gemeenten dat iedereen in elke gemeente moet kunnen trouwen, maar noch de Grondwet, noch de gewone wet verplicht tot het laten kunnen sluiten van een huwelijk ten overstaan van elke willekeurige ambtenaar. Tijdens het plenair debat op 29 mei 2013 over het wetsvoorstel met betrekking tot gewetensbezwaarde trouwambtenaren, stelde Roelof Bisschop van de SGP:

De wet en de wetsgeschiedenis verplichten gemeenten ertoe dat daar de wettelijk toegestane huwelijken gesloten moeten kunnen worden én dat er ten minste twee trouwambtenaren beschikbaar moeten zijn. Er is geen enkele verplichting voor trouwambtenaren om elk soort huwelijk te voltrekken. Zij kunnen dus onmogelijk ‘weigerambtenaar’ zijn, want zij weigeren geen taak die hen is opgedragen. Dat uitgangspunt is door de verschillende regeringen sinds 2001 keer op keer bevestigd, ongeacht hun politieke kleur.

Uitgangspunt is het bewilligen in gewetensbezwaren
De houding van gemeenten ten opzichte van reeds aangestelde ambtenaren met gewetensbezwaren wordt bepaald door het sinds lang door de overheid gevoerde beleid jegens gewetensbezwaarde ambtenaren. Uitgangspunt is het bewilligen in gewetensbezwaren, tenzij dit leidt tot problemen bij de uitvoering van de dienst. Alleen wanneer de betrokken gewetensbezwaren onvoldoende zwaarwegend of strijdig met fundamentele beginselen van de democratische rechtsstaat zijn, kan hiervan worden afgeweken. Van strijd met dergelijke beginselen is hier echter geen sprake.
(Samenvatting van de voorlichting over gewetensbezwaarde (trouw)ambtenaren van de Raad van State d.d. 8 juni 2012)

Het gelijkheidsbeginsel en het gewetensbezwaar

Men moet artikel 1 van de Grondwet niet als wapen gebruiken tégen de gewetensbezwaarde ambtenaar, die daarmee gedwongen wordt zijn gewetensbezwaren aan de kant te zetten of het veld te ruimen: 'Gij zult als trouwambtenaar bereid moeten zijn ieder paar in de echt te verbinden, anders maakt u zich schuldig aan discriminatie. Discriminatie is een hoofdzonde, dus zult u moeten slikken of stikken'. Ja, het is een vereiste dat iedere gemeente gewoon de wet uitvoert en daar sta ik volledig achter. Dat neemt echter niet weg dat het sluiten van een huwelijk van paren van gelijk geslacht sommige ambtenaren voor onoverkomelijke gewetensbezwaren stelt op basis van zijn of haar geloofsovertuiging. Een ambtenaar is geen willoze uitvoerder van het overheidsbeleid, maar een mens van vlees en bloed met een moreel besef/geweten. Je kunt van een ambtenaar niet verwachten dat hij zijn geweten thuis aan de kapstok hangt, zodra hij naar zijn werk gaat. De Grondwet is juist een op de overheid bevochten document tot bescherming van de burger tegen de overweldigende macht van de staat, ofwel ter bescherming van diversiteit en niet om deze uit te bannen. In onze democratische samenleving dient plaats te zijn voor gewetensbezwaarde trouwambtenaren op basis van de vrijheid van godsdienst en gelijke benoembaarheid, respectievelijk art. 6 en 3 Gw. Maar ook het gelijkheidsbeginsel heeft de gewetensbezwaarde ambtenaar aan zijn zijde.

Roelof Bisschop zei te dienaangaande:

Die opvatting [dat gewetensbezwaarde trouwambtenaren in strijd handelen met het gelijkheidsbeginsel] suggereert dat er een soort grondwettelijk recht is op het gehuwd worden door een bepaalde trouwambtenaar. Ik herhaal nog maar eens: dat recht is er niet. De gemeente moet elk huwelijk voltrekken, de individuele ambtenaar is dat niet verplicht.

Strijd met het gelijkheidsbeginsel zou alleen aan de orde kunnen zijn als er een gemeente is die bijvoorbeeld in de huidige context zou besluiten om geen huwelijk van twee mannen of twee vrouwen te sluiten. Wanneer een gemeente die mogelijkheid wel biedt, dan is er voor de volle 100 procent voldaan aan het gelijkheidsbeginsel, ook als er interne werkafspraken zijn wie zulke huwelijk wel wil voltrekken en wie niet.

Het is juist andersom. Artikel 1 van de Grondwet noodzaakt juist tot erkenning van gewetensbezwaren. Juist een gemeente die trouwambtenaren met gewetensbezwaren uitsluit van deze functie maakt onderscheid waar dat volgens de Grondwet niet is toegestaan. De SGP vindt dat er dan op zijn minst sprake is van indirecte discriminatie op grond van de overtuiging van de betrokken ambtenaar. Immers: wie een bepaalde overtuiging heeft, komt in die gemeenten niet in aanmerking voor een benoeming.


Maken van onderscheid legitiem

Het maken van onderscheid is in het geval van de gewetensbezwaarde ambtenaar, die op basis van zijn godsdienstige opvattingen het huwelijk beschouwt als een verbintenis tussen één man en één vrouw, geheel legitiem. Hij mag zich op basis van de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en levensovertuiging beroepen op gewetensbezwaren. Dat hij daarbij een onderscheid maakt die de wet (lees: de dominante meerderheid in het land die de wet heeft opgesteld) niet maakt, is nu juist kenmerkend voor het gewetensbezwaar. Het is immers de wet (waarin de meerderheidsopvatting tot uitdrukking komt) die hem (behorend tot een minderheidsgroep) in gewetensnood brengt. In een rechtsstaat houdt de meerderheid (die de wetten maakt) rekening met minderheden die er andere (afwijkende) opvattingen op na houden. Door hier als dominante meerderheid geen boodschap aan te hebben, maakt men zich schuldig aan (indirecte) discriminatie op grond van de overtuiging van de betrokken ambtenaar. Zij, die de gewetensbezwaarde ambtenaar betichten van discriminatie, maken zich hieraan dus zelf schuldig. Zij misbruiken artikel 1 van de Grondwet om mensen met een hen onwelgevallige opvatting uit te sluiten als trouwambtenaar, terwijl deze juist —zoals hierboven reeds aangegeven—noodzaakt tot erkenning van gewetensbezwaren.

De seculiere dominante meerderheid verwijt de gewetensbezwaarde ambtenaar dat hij hun 'ruimdenkende' moraal en visie ten aanzien van het huwelijk en relatievormen niet deelt, maar afwijst. Dat is hun een doorn in het oog. Zij willen hem dwingen om zich aan te passen aan de meerderheidsopvatting en hún wet uit te voeren, of anders plaats te maken voor een ambtenaar die niet tegen hun opvattingen ingaat. Er is totaal geen begrip (meer) voor mensen die op godsdienstige gronden ethische grenzen trekken. Er waart een onverdraagzame geest door Nederland.

Kortom, de gewetensbezwaarde ambtenaar maakt zich niet schuldig aan discriminatie. Geen enkel paar in Nederland dat wil trouwen, wordt ongelijk behandeld op basis van kenmerken die er volgens de wet niet toe doen. Ze gaan naar de gemeente en krijgen een ambtenaar toegewezen die hen trouwt. Stellen van gelijk geslacht worden nooit geconfronteerd met een gewetensbezwaarde ambtenaar, want een gewetensbezwaarde ambtenaar 'behandeld' hun zaak niet. De ambtenaar kan niet beticht worden van ongelijke behandeling, aangezien hij geen zaken krijgt toebedeeld waartegen hij gewetensbezwaren heeft. Men honoreert zijn religieuze gewetensbezwaren. Dit omdat men in een rechtsstaat rekening houdt met de gevoelens en opvattingen van minderheden, ook als het (trouw)ambtenaren betreft. Aldus wordt ook de gewetensbezwaarde ambtenaar niet gediscrimineerd op grond van zijn overtuiging. De mensen die geen ruimte willen bieden aan ambtenaren die op grond van godsdienst en levensovertuiging gewetensbezwaard zijn, moeten bedenken dat ze zelf bezig zijn met discrimineren.

Religieuze gewetensbezwaarde trouwambtenaren worden benadeeld
"Het niet honoreren van religieuze gewetensbezwaren van trouwambtenaren leidt in ieder geval tot indirect onderscheid op grond van godsdienst. Door trouwambtenaren niet toe te staan om te weigeren een huwelijk tussen paren van gelijk geslacht te sluiten, worden immers degenen die het huwelijk op religieuze gronden zien als uitsluitend een verbintenis tussen man en vrouw, benadeeld ten opzichte van ambtenaren met een andere, niet-religieuze achtergrond."
(Samenvatting van de voorlichting over gewetensbezwaarde (trouw)ambtenaren van de Raad van State d.d. 8 juni 2012)

'Wet is wet'

Nu hoor je vaak mensen beweren dat ambtenaren gewoon de wet moeten uitvoeren. Wet is wet, en als je als ambtenaar ergens niet achter kunt staan, zoek je maar een andere baan. Ten eerste zij gezegd dat het voltrekken van een huwelijk geen simpele administratieve handeling aan de balie van een gemeente is, maar een sterk ceremonieel karakter draagt. Dat vraagt nogal wat van een trouwambtenaar. Zolang het ceremoniële karakter niet is losgekoppeld van het wettelijke gedeelte, moet er ruimte zijn voor trouwambtenaren met gewetensbezwaren.

Juist omdat we in een rechtsstaat leven, dient er ruimte te zijn voor de gewetensbezwaarde ambtenaar. In een rechtsstaat moet men (lees: de meerderheid) rekening houden met de opvattingen van minderheden, zeker als het wezenlijke dimensies van hun leven betreft. Het gaat om het betrachten van soepelheid en dat is ook gebeurd door opeenvolgende kabinetten die zich steeds op het standpunt hebben gesteld dat aan gewetensbezwaarde ambtenaren ruimte moet worden geboden. Dat is ruim tien jaar geleden ook nadrukkelijk toegezegd bij de behandeling van de Wet openstelling huwelijk. Toch wil nu een flink deel in de Tweede Kamer een einde maken aan het fenomeen gewetensbezwaarde ambtenaren. Een rigide, drammerige opstelling, welke niet zonder consequenties zal blijven. Als de rek er in de democratische rechtsstaat uit is en het maken van onderscheid tot taboe wordt verklaard, dan wordt het steeds moeilijker samen-leven.

Respect voor het persoonlijke van ieder individu

Juist door iemands gewetensbezwaren te erkennen, wordt een mogelijke situatie van achterstelling waarin hij zou kunnen belanden, opgeheven of voorkomen. Rekening houden met mensen en met de verschillen tussen hen, ook in morele opvattingen en praktijken, is geen discriminatie van anderen, maar het kan wel een ongunstige situatie voor de gewetensbezwaarde voorkomen. Het gaat eerder om het voorkomen van discriminatie, in dit geval van de gewetensbezwaarde. Mits gemeenten ervoor zorgdragen dat alle stellen getrouwd kunnen worden (en dus de wet uitgevoerd kan worden), past ruimte voor gewetensbezwaarde ambtenaren bij de geschiedenis van Nederlandse tolerantie voor andersdenkenden. Zie ook het advies van de Raad van State inzake gewetensbezwaarde trouwambtenaren, dat verwijst naar:

de Nederlandse traditie van tolerantie en zorgvuldigheid ten aanzien van afwijkende opvattingen. De democratische rechtsstaat heeft als een van haar fundamenten het respect voor het persoonlijke van ieder individu. Daaronder valt het respect voor diens – afwijkende – overtuigingen. Tolerantie en zorgvuldigheid met betrekking tot afwijkende overtuigingen komen niet alleen tot uitdrukking in het vrijlaten van die overtuigingen. Zij vinden ook hun uitdrukking in de eventuele mogelijkheid van betrokkene mee te (blijven) werken in de openbare dienst. In dit verband valt ook te wijzen op het grondrecht van iedere Nederlander op benoembaarheid op gelijke voet in de openbare dienst (artikel 3 van de Grondwet).[1]

Wat de rechtsstaat niét is: "Wet is wet en de meerderheid maakt nu eenmaal wetten, dus voor minderheden geldt: 'Slikken of stikken'!" In dat geval is de democratische rechtsstaat met pensioen. / Bron: Ashish Choudhary, PixabayWat de rechtsstaat niét is: "Wet is wet en de meerderheid maakt nu eenmaal wetten, dus voor minderheden geldt: 'Slikken of stikken'!" In dat geval is de democratische rechtsstaat met pensioen. / Bron: Ashish Choudhary, Pixabay
Iemand die dat begrijpt is burgemeester Piet IJssels (PvdA) van Gorinchem:

In iedere gemeente moet de wettelijke handeling van de huwelijksvoltrekking voor iedereen gegarandeerd zijn. Maar van ambtenaren mag niet verwacht worden dat ze voor iedereen een toepasselijk praatje kunnen houden. Het gaat dan vaak om vrijwillige ambtenaren en hun weigering komt voort uit het feit dat ze de gewenste sfeer niet kunnen waarborgen.

Maar hoe verhoudt dit zich dan met de eed die een ambtenaar moet afleggen? Terecht stelde voormalig minister Remkes van binnenlandse zaken in april 2006 —in reactie op een motie— dat het hebben van een gewetensbezwaar op zichzelf niet indruist tegen de eed die een ambtenaar moet afleggen. Ruimte bieden voor gewetensbezwaren, zeker op godsdienstige grondvlak, maakt immers ook onderdeel uit van het Nederlandse rechtsstelsel waaraan ambtenaren gebonden zijn.

In een rechtsstaat als Nederland moet er ruimte zijn voor gewetensbezwaarden. Bovendien zijn alle (!) Nederlanders op gelijke voet in openbare dienst benoembaar. Artikel 3 van de Grondwet stelt dat zonder enige beperkingsclausule.

Weigerdemocraten
"De weigerambtenaar kan met pensioen’, twitterde Alexander Pechtold triomfantelijk na aanvaarding van de motie van GroenLinks. Dat klinkt mij in de oren als: ‘Weg met minderheden!’ Zo'n democratie is de mijne niet, denk ik dan. Er zijn heel wat democraten door de mand gevallen als 'weigerdemocraten"…
André Rouvoet (voormalig vicepremier en ChristenUnie-voorman)

Vergelijkingen die mank gaan

Op de christelijke website Habakuk kwam ik bij een artikel over gewetensbezwaarde ambtenaren de volgende reactie tegen van een seculiere bezoeker:

Een ambtenaar mag niet selectief de wet negeren. Wat vind jij van een ambtenaar die weigert huwelijken tussen mensen van verschillende huidskleur te sluiten? Of van een verkeersagent die weigert snelheidsboetes uit te schrijven?

Beide vergelijkingen gaan mank. Ik zal dit nader toelichten. Laten we met de verkeersagent beginnen, ofschoon dit voorbeeld geen enkel raakvlak heeft met de realiteit en volledig uit de duim is gezogen van iemand die coûte que coûte de gewetensbezwaarde trouwambtenaar wil delegitimeren. De verkeersagent is in feite van mening dat eenieder zo hard mag rijden als hem of haar goeddunkt en vanuit zijn individuele normbesef (omtrent goed en kwaad) vloeien bij hem onoverkomelijke bezwaren voort tegen het op enigerlei wijze begrenzen van verkeersdeelnemers wat betreft hun snelheid. Kun je het gekker bedenken? Het is evident dat hierbij geen sprake is van gewetensbezwaar, maar van een opvallend gebrek aan geweten. Omdat te hard rijden gevaarlijk is, vooral in de bebouwde kom, controleert de politie op snelheidsovertredingen. Als een verkeersagent geen boetes wil uitschrijven ten behoeve van de handhaving van deze regels, verzuimt hij om norm-conform gedrag in het verkeer te bevorderen, terwijl snelheidsovertredingen tot 10 à 15 km boven de limieten van 30 en 50 km per uur binnen de bebouwde jaarlijks aan ongeveer tien voetgangers en fietsers het leven kost en zo’n 200 mensen worden dientengevolge zwaargewond in het ziekenhuis opgenomen. De verkeersveiligheid is in het geding door snelheidsovertredingen door de vingers te zien. Dit is niet te vergelijken met de situatie van de gewetensbezwaarde huwelijksambtenaar wiens levensovertuiging op geen enkele wijze schade berokkent aan een andere mens, direct noch indirect. Ook is er niemand de dupe van de gewetensbezwaarde ambtenaar; de wet wordt gewoon uitgevoerd. Een aanstaand echtpaar in Nederland kan zich beroepen op de wet en heeft de garantie dat hun huwelijk voltrokken kan worden. Dat kan op dit moment, in elke gemeente in Nederland, voor alle Nederlanders. Het voorbeeld van de verkeersagent die weigert snelheidsovertredingen te beboeten is kortom een stupide voorbeeld, waarvan iedereen op zijn klompen kan aanvoelen dat dit in alle redelijkheid niet als gewetensbezwaar (op grond van welke levensovertuiging dan ook) kan doorgaan.

De racistische ambtenaar

En wat te zeggen van de ambtenaar die weigert huwelijken tussen mensen van verschillende huidskleur te sluiten, is dat niet hetzelfde als een ambtenaar die geen huwelijken tussen paren van gelijk geslacht wil sluiten? Zijn beide opvattingen niet even verfoeilijk? Het antwoord daarop is ondubbelzinnig 'nee': de situatie van een paar van gelijk geslacht verschilt wezenlijk met die van een paar van ongelijk geslacht. Het onderscheid op basis waarvan de ene huwelijksvorm wordt afgewezen (of in feite niet als huwelijk wordt gezien) en de andere niet, kan objectief en redelijkerwijs worden verantwoord.

Sinds de dageraad van de geschiedenis wordt het huwelijk gezien als een verbintenis tussen man en vrouw voor het leven. De enige uitzondering daarop vormden polygame samenlevingen. Er zijn goede redenen voor deze eeuwenoude definitie. Het huwelijk vertegenwoordigt eenheid; twee mensen zijn niet langer twee maar zijn tot één vlees geworden. Het gaat om de versmelting van man en vrouw tot een eenheid. Man en vrouw zijn op elkaar aangelegd, zowel geestelijk —man en vrouw zijn beiden anders van aanleg en juist daarom kunnen ze elkaar harmonisch aanvullen— als lichamelijk/anatomisch (waardoor ze seksueel complementair zijn). Man en vrouw zijn op veel gebieden complementair aan elkaar, waardoor zij elkaar op een perfecte manier kunnen aanvullen en aldus een eenheid kunnen vormen, die niet te evenaren is. Man en vrouw worden tot één vlees: er is een totale eenheid, zowel lichamelijk als geestelijk. De lichamelijke eenheid tussen man en vrouw in het huwelijk is een bezegeling van hun ervaring van geestelijke verbondenheid en het stelt een man en een vrouw in staat hun verbondenheid ook op een lichamelijke manier te beleven en tot uitdrukking te brengen. Tegelijk versterkt de lichamelijke eenheid de geestelijke band tussen beiden. Het werkt twee kanten op. Robert P. George, professor in de rechtsgeleerdheid aan de universiteit van Princeton, schrijft in zijn essay 'Law and Moral Purpose':

Everyone agrees that marriage, whatever else it is or does, is a relationship in which persons are united. But what are persons? And how is it possible for two or more of them to unite?…[A] human person is a dynamic unity of body, mind, and spirit. The body, far from being a mere instrument of the person, is intrinsically part of the personal reality of the human being. Bodily union is thus personal union, and comprehensive personal union—marital union—is founded on bodily union. What is unique about marriage is that it truly is a comprehensive sharing of life, a sharing founded on the bodily union made uniquely possible by the sexual complementarity of man and woman.[2]

Voorts kunnen man en vrouw zich samen voortplanten. Dit in tegenstelling tot een relatie tussen twee mensen van gelijk geslacht, die per constitutie steriel is. Het huwelijk staat aan de basis van het gezin. Binnen een duurzame verbintenis van man en vrouw, gekenmerkt door liefde en trouw, komen kinderen volledig tot hun recht. Door hun onderlinge verschillen geven man en vrouw hun kinderen een ander voorbeeld en vullen ze elkaar goed aan.

Maar wat nu als bepaalde huwelijken tussen man en vrouw kinderloos blijven? Dan is de vereniging van man en vrouw in het algemeen nog steeds een model voor een relatie met een voortplantende functie en dat kan niet gezegd worden van een huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen. Geen enkele homoseksuele handeling kan kinderen voortbrengen. Hierop bestaan geen uitzonderingen; dit is een gevolg van de natuurwetten.

De verbintenis die de echtgenoten uit vrije wil met elkaar zijn aangegaan, legt hun de verplichting op deze gaaf en onverbreekbaar te bewaren (huwelijkse trouw, vandaar het woord 'trouwen'). Doordat twee mensen van hetzelfde geslacht niet op elkaar zijn aangelegd in die zin dat zij een eenheid kunnen vormen, blijkt huwelijkse trouw in deze samenlevingsvorm dan ook een schier onmogelijke opgave. Homoseksuele relaties kenmerken zich door promiscuïteit en instabiliteit.[3]

Racistische motieven

Aan de persoon die voornoemde stelling inbracht op de website Habakuk, werd gevraagd in welk fundamenteel opzicht een gemengd huwelijk verschilt van een niet-gemengd huwelijk. De persoon in kwestie kwam niet verder dan wat gewauwel over dat de huidskleur anders is, dat een Aziaat en en een blanke van verschillende rassen zijn en dat ze verschillen in genetische samenstelling, "die het huwelijk tussen mensen van verschillende rassen overduidelijk onnatuurlijk maken". Wat daar dan onnatuurlijk aan zou zijn, werd er gevraagd. Het bleef vervolgens oorverdovend stil. Kortom, de seculiere bezoeker kwam niet verder dan een onzinnige, oppervlakkige, racistische —een racist definieert andere mensen op grond van hun genetische oorsprong— 'onderbouwing' van de verschillen tussen een gemengd en een niet-gemengd huwelijk. Duidelijk is echter dat het in deze beide gevallen om precies hetzelfde arrangement gaat (een gemengd en een niet-gemengd huwelijk verschillen niet wezenlijk van elkaar), waar koppels op basis van hun huidskleur en genetische oorsprong —dus racistische motieven— van worden buitengesloten.
Ras is volstrekt irrelevant voor het huwelijk, geslacht daarentegen is essentieel / Bron: Sfetfedyhghj, PixabayRas is volstrekt irrelevant voor het huwelijk, geslacht daarentegen is essentieel / Bron: Sfetfedyhghj, Pixabay
De christelijk-orthodoxe opponent bracht in dat er maar één ras is, en dat is het mensenras. Alle mensen stammen af van één mens en allen zijn Gods gelijkwaardige beelddragers. Op grond daarvan is elke vorm en uiting van racisme verwerpelijk. Bij de gewetensbezwaarde ambtenaar gaat het om een fundamenteel andere kijk op het huwelijk, welke —in scherpe tegenstelling tot het racistische motief— objectief en redelijkerwijs kan worden verantwoord (zie boven).

Traditionele huwelijk sluit niemand uit

Bovendien sluit het (Bijbelse of traditionele) huwelijk niémand uit. Het huwelijk —als zijnde een levenslange monogame verbintenis tussen een man en een vrouw— staat open voor iedereen, maar niet iedereen staat open voor het huwelijk. Op een christelijke website zei een zekere 'Daan' (die zich afficheert als 'seculier') in een discussie: "Maar als het aan de christelijke partijen had gelegen, zou het in dit land nog steeds verboden zijn voor homoseksuelen om te trouwen."[4] Dat is volstrekte lariekoek. Homo's konden ook vóór de openstelling van het huwelijk in 2001 in het huwelijksbootje stappen. "Iedereen moet gelijke rechten hebben," zo luidt de slogan. Maar waar men straal aan voorbijgaat is dat homo's al gelijke rechten hadden. De regels om te kunnen huwen was voor iedereen gelijk: elke man en elke vrouw had hetzelfde recht om te trouwen. Elke man kon voor 2001 elke vrouw die daarmee instemde trouwen en andersom; je seksuele oriëntatie speelde daarbij geen enkele rol. Homo's konden uit dezelfde groep mensen hun huwelijkspartner kiezen als hetero's. Niemand werd uitgesloten of ongelijk behandeld (op basis van kenmerken die er niet toe doen, zoals seksuele oriëntatie òf huidskleur). Het traditionele huwelijk is daarom ook op geen enkele manier in strijd met de fundamentele beginselen van de democratische rechtsstaat, zoals racistische opvattingen dat duidelijk wèl zijn.

Conclusie
Het gaat de gewetensbezwaarde om het instituut huwelijk, niet om personen. Hij zegt niet: 'Ik wil geen homo's helpen, of vrouwen, of mannen, of mensen met een bepaalde huidskleur'. De homohater, seksist of racist gaat het daarentegen om personen en niet om het huwelijk. Een homohater wil geen homo's helpen. Een seksist wil iemand niet helpen op grond van zijn of haar geslacht. En een racist acht zich als lid van een bepaald ras inherent superieur aan leden van een ander ras en hij zal anderen beoordelen op basis van hun etnische afkomst.

Maar is het maken van onderscheid tussen stellen van gelijk en niet gelijk geslacht dan niet discriminatoir? Het is een wijdverbreid misverstand dat het maken van onderscheid per definitie discriminatie zou zijn en dus laakbaar. Voor de rechtvaardiging van ieder gemaakt onderscheid kan worden geëist dat het op 'redelijke en objectieve gronden' berust, en ongelijke gevallen mag je ongelijk behandelen. De racist behandelt —zoals we hierboven hebben gezien— gelijke gevallen ongelijk. Dit is bij de gewetensbezwaarde ambtenaar die de diepverankerde overtuiging heeft dat het huwelijk uitsluitend een zaak is tussen één man en één vrouw naar bijvoorbeeld de klassiek-christelijke opvatting, echter niet het geval. Bij het maken van onderscheid tussen een huwelijk van twee personen van gelijk geslacht enerzijds en twee personen van ongelijk geslacht anderzijds gaat het namelijk om evident ongelijke gevallen, waarbij het maken van onderscheid objectief en redelijkerwijs kan worden verantwoord. Ras is volstrekt irrelevant voor het huwelijk, geslacht daarentegen is essentieel. Het huwelijk is een zich voortplantende eenheid tussen een man en een vrouw, ongeacht hun raciale c.q. etnische achtergrond. Het maken van onderscheid tussen stellen van gelijk en niet gelijk geslacht is dus niet discriminatoir.

Voorbijgaan aan de kern van de zaak

Maar wat dan te zeggen van bijvoorbeeld een ambtenaar die geen huwelijk wil sluiten tussen iemand van 30 en iemand van 60, of een ambtenaar die op basis van zijn (christelijke) geloof geen huwelijk wil sluiten waarbij één van de aanstaande echtgenoten is gescheiden? De vraag die hieraan ten grondslag ligt is of het hek niet van de dam is als je gewetensbezwaren toelaat. Welnu, als deze ambtenaren er al zijn, dan is er een verschil tussen de ene opvatting en de andere. Hierboven heb ik het onderscheid gemaakt tussen een racistische - en christelijke opvatting die iedereen —dus ook alle rassen— insluit. Zo is er ook een verschil tussen individuele - en levensbeschouwelijke opvattingen.[5] Niet iedere individuele opvatting of voorkeur is bijvoorbeeld een geloof of overtuiging ('religion or belief') in de zin van artikel 9 van het EVRM (Freedom of thought, conscience and religion).[6] Aldus kunnen we heel goed tot een afbakening komen van wat in alle redelijkheid wel of niet als een levensbeschouwelijke overtuiging kan gelden, op basis waarvan iemand zich kan beroepen met gewetensbezwaar.

Dergelijke voorbeelden missen echter de kern waar het om gaat in de onderhavige zaak. Gewetensbezwaarde christelijke ambtenaren achten de openstelling van het huwelijk in strijd met hun religieuze opvattingen. Zij zien het huwelijk niet als een instelling van menselijk recht, maar als een gave en een ordening van God en vanuit dit besef is het geslachtelijk onderscheid tussen de partners een wezenskenmerk van het huwelijk. Het huwelijk wordt naar Bijbelse lijn gedefinieerd als een verbond tussen man en vrouw, waaruit kinderen kunnen voortkomen. Openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht gaat hier lijnrecht tegen in. Een samenleven van twee personen van gelijk geslacht voldoet niet aan deze basisdefinitie en kan dus nooit als dusdanig omschreven worden. Morele opvattingen over de vraag of en wanneer je mag hertrouwen, gaan evenwel niét in tegen deze basisdefinitie en zijn derhalve van een compleet andere orde. Hier wordt de term huwelijk niet toegekend aan iets wat helemaal geen huwelijk is, zoals bij een 'huwelijk' tussen twee mannen of twee vrouwen wel het geval is.

Weinig realistische argumenten
"Het argument dat er mogelijk ook mensen zijn die geen huwelijk willen sluiten tussen een blanke en een zwarte of tussen een moslim en een niet-moslim of tussen een arme en een rijke getuigt van veel creativiteit, maar van weinig realisme. De Nederlandse rechter is zeer wel in staat gebleken om tot een afbakening te komen van wat in alle redelijkheid wel of niet als een godsdienstige overtuiging kan gelden."
Bas Hengstmengel in Trouw, 26-02-2007.

Het kan nog veel gekker: Volkert van der G. en kindermisbruikers

Het kan overigens nog veel gekker. Ik kwam in juli 2013 een discussie tegen waarin iemand beweerde dat 'als een gewetensbezwaarde ambtenaar het gerechtvaardigd vindt om de wet te breken als dat moet van zijn geweten, je werkelijk alles mag'. De persoon in kwestie schreef letterlijk de volgende woorden: "Dan stond Volkert van der G. in zijn recht. Dan mag iemand zich gedwongen voelen een kind te misbruiken."[7] Ik kan soms mij niet aan de indruk onttrekken dat in de discussie over de gewetensbezwaarde ambtenaar werkelijk alles uit de kast wordt getrokken —van relatief onschuldige manke vergelijkingen tot de meest absurde en in mijn ogen zeer kwalijke vergelijkingen— om hem in een kwaad daglicht te stellen.

Allereerst zij opgemerkt dat hier een soort stropopredenering wordt gebruikt, aangezien dit niet de werkelijke situatie van de gewetensbezwaarde ambtenaar weergeeft. Het gaat helemaal niet om 'het breken van de wet'. Een ambtenaar die zich beroept op gewetensbezwaar stelt zich niet boven de wet, noch overtreedt hij de wet. Het gaat de gewetensbezwaarde om onoverkomelijke gewetensbezwaren tegen bepaalde (opgedragen) werkzaamheden. Overal worden gewetensbezwaren erkend, maar juist bij deze ene taak niet. Heel veel mensen lijken bijvoorbeeld niet te weten dat in CAO's ruimte wordt geboden voor gewetensbezwaren. In de CAO van de GGz staat bijvoorbeeld in hoofdstuk 4, artikel 1: "De werknemer heeft het recht op grond van ernstige gewetensbezwaren het uitvoeren van bepaalde opdrachten te weigeren." Ook mensen die in de gezondheidszorg werken kunnen vanuit hun levensovertuiging of persoonlijke waarden en normen gewetensbezwaren hebben tegen het uitvoeren van bepaalde handelingen. Dit 'recht op gewetensbezwaren' wordt algemeen erkend binnen de gezondheidszorg. In bijvoorbeeld beroepscodes voor verpleegkundigen en verzorgenden staat er een bepaling over in, maar je vindt het ook terug in bijvoorbeeld de CAO-ziekenhuizen. De CAO zegt daarbij dat de werkgever de verantwoordelijkheid heeft om ervoor te zorgen dat de verpleegkundige of verzorgende haar 'recht op gewetensbezwaren' ook kan uitoefenen.[8] Ook in het arbeidsrecht wordt ruimte gegeven voor de gewetensbezwaarde werknemer. Wanneer de gewetensbezwaarde werknemer vanwege gewetensbezwaren in een arbeidsconflict raakt of hem mogelijk ontslag dreigt vanwege die gewetensbezwaren, kan hij een beroep doen op artikel 7: 681 lid 1 en lid 2.e. Burgerlijk Wetboek (BW).[9]

Extreem gebrek aan onderscheidingsvermogen

Een kindermisbruiker misbruikt en beschadigt een kind voor eigen seksueel gerief en Volkert van der G. vermoordde Pim Fortuyn vanuit politieke motieven. Het ontnemen van iemands leven behoort tot de zwaarste misdrijven en bij seksueel misbruik hebben we het over het op grove wijze schenden van de lichamelijke en seksuele integriteit van kinderen, wat uiteraard ook strafbaar is gesteld. Is dit op enigerlei wijze te vergelijken met iemand die gewetensbezwaar heeft? Nee, natuurlijk niet! Bij een gewetensbezwaar in dienstbetrekking gaat het om uit het individuele normbesef —omtrent goed en kwaad— voortvloeiende onoverkomelijke bezwaren tegen bepaalde opgedragen werkzaamheden. De gewetensbezwaarde kan de uitvoering van een in het kader van zijn functie (of ambt) opgedragen taak niet (langer) met het geweten in overeenstemming brengen. Hij is niet uit op behoeftebevrediging van zijn seksuele perversies ten koste van kinderen en ook gaat het bij het gewetensbezwaar niet om het realiseren van politieke doelen waarbij je politieke tegenstander letterlijk het veld moet ruimen. Nee, het gaat om het in gewetensnood komen indien hij een bepaalde opdracht of taak uitvoert. Het gaat hier om gewetensvolle ambtenaren en het is pervers hen neer te zetten als vuige criminelen, omdat zij in gewetensnood komen als zij een bepaalde taak moeten uitvoeren.

Het is schokkend om te vernemen dat er mensen zijn die dit onderscheid kennelijk niet (meer) kunnen maken en een trouwambtenaar met gewetensbezwaar (die dus tegen een gewetensgrens oploopt) op één lijn stellen met daders van moord en kindermisbruik (waarbij op flagrante wijze morele grenzen worden overschreden en slachtoffers worden gemaakt). Hiermee wordt het hebben van gewetensbezwaar gecriminaliseerd en zijn we weer een stapje dichter bij '1984'. Dit terwijl rekening houden met gewetensbezwaren van ambtenaren heel goed past in de Nederlandse traditie van tolerantie. Het is grondrechtelijk prima in orde en het is praktisch goed mogelijk.

Monomaniakken

Er wordt door de gewetensbezwaarde ambtenaar op grond van zijn religieuze overtuiging onderscheid gemaakt tussen de twee huwelijksarrangementen die —zoals hierboven uiteengezet— fundamenteel van elkaar verschillen. Geen enkel paar dat wil trouwen ondervindt er nadeel van. Toch worden deze ambtenaren weggewerkt, omdat ze op grond van hun geweten onderscheid maken daar waar de wet geen onderscheid maakt en dat wordt hun niet gegund. Hoe tolerant... De jurist, filosoof en ondernemer Bas Hengstmengel schreef in het Reformatorisch Dagblad van 4 juli 2009:

Wie de vrijheid om onderscheid te maken ondergraaft, brengt daarmee de andere vrijheden [in dit geval de 'godsdienstvrijheid' en 'gelijke benoembaarheid', respectievelijk art. 6 en 3 Gw] in gevaar. (...) Zoals Bart Jan Spruyt eens terecht vaststelde ..., zijn er voor orthodoxe christenen momenteel twee fronten: de strijd tegen het seculiere, progressieve liberalisme en die tegen de oprukkende, militante islam. Feitelijk draait het om twee zijden van hetzelfde front: bescherming van de rechtsstaat tegen "monomaniakken" vanbinnen en vanbuiten. Beide kampen willen op gewelddadige wijze vanuit een blauwdruk een samenlevingsmodel opleggen, goedschiks of kwaadschiks, door morele of fysieke terreur.

Herdefiniëring van het huwelijk

In het afgelopen decennium heeft er een omslag in denken plaatsgevonden van 'ruimte voor gewetensbezwaarde ambtenaren' (Job Cohen) tot 'het is schandalig dat ze er nog zijn' (Eric van der Burg). Tegenwoordig haal je de woede van een (militant) deel van de seculiere meerderheid op je hals, als je je niet onderwerpt aan hun vernieuwde definitie van het huwelijk, wat tot uitdrukking komt in de Wet Openstelling huwelijk. Hún wet is maat en alles wat daarvan afwijkt is fout en heet 'discriminatie' want er wordt onderscheid gemaakt op de door hun vastgestelde definitie. Gewetensbezwaren zijn prima, doch niet als het tegen de 'verlichte' opvattingen van de seculiere meerderheid ingaat. Hun wet moet door alle trouwambtenaren worden uitgevoerd en anders zouten ze maar op. Bas Hengstmengel merkt fijntjes op:

Voor wie een doorgeschoten gelijkheidscultus afwijst, bestaat weinig ruimdenkendheid. Diversiteit moet worden gevierd, maar voor degenen die de ideo­logische vooronderstellingen niet delen, is geen plaats in het palet.

De progressief-seculiere meerderheid heeft op basis van hun opvattingen het huwelijk (radicaal) hergedefinieerd. Waarom moet hun kijk op het huwelijk dwingend worden opgelegd aan anderen, die nota bene veel oudere en bredere papieren hebben? De consequentie is nu dat sommige ambtenaren moeten opkrassen en niet langer hun werk mogen uitoefenen. Hierbij is sprake van intolerantie én (beroeps)uitsluiting van een groep mensen die het standpunt huldigen dat God het huwelijk bedoeld heeft als een unieke verbintenis tussen één man en één vrouw. Een groep mensen wordt op grond van hun levensovertuiging rigoureus buitengesloten, terwijl zij op geen enkele wijze schade berokkent aan een andere mens. Daarmee worden de beginselen van de democratische rechtsstaat aangetast, welke immers uitgaat van ruimte voor iedereen.

Afkeer en onbegrip
"Het werkelijke probleem zit in de afkeer van niet begrepen godsdienstige overtuigingen. Onder de dekmantel van het streven naar gelijke behandeling en ruimdenkendheid —althans: voor zover het homohuwelijk in het geding is— broeit onbegrip voor mensen die op godsdienstige gronden ethische grenzen trekken."
Bas Hengstmengel in Trouw, 26-02-2007.

Bloeddonor

Begin april 2012 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin aangedrongen wordt om de bloedbanken te verplichten ook bloed van mannen die seks hebben met mannen te accepteren voor donatie. Bloedbank Sanquin voelt daar niets voor en is niet van plan hun beleid te wijzigen. Een woordvoerder van de bloedbank blijft erbij dat "mannen die seks hebben met mannen" (MSM) een significant hoger risico met zich meebrengen om besmet bloed te leveren. Volgens de organisatie gaat het daarbij om het gedrag van mensen en niet om hun 'geaardheid'. Honderd procent veilig wordt het bloed nooit, maar maar door op basis van statistieken de groep mannen die seks hebben niet te laten doneren, verlaagt de bloedbank de kans op overdracht van hiv met een factor tien.

Pia Dijkstra, die namens D66 de motie indiende, zei dat homoseksuelen niet per definitie extra risico met zich meebrengen. "Er zijn homoseksuele mannen die veertig jaar een monogame relatie hebben en geen bloed mogen doneren. Wat ons betreft kijk je naar het risicogedrag."

COC-voorzitter Vera Bergkamp stelde: "Sanquin kiest daarmee voor onnodige discriminatie". En weer wordt ten onrechte de discriminatiekaart uitgespeeld. Want wordt hier door de bloedbank onderscheid gemaakt tussen gelijke gevallen?

Op een Belgische homosite stelt men onomwonden dat slippertjes van alle tijden zijn, maar onder homomannen kan een slippertje meer gevolgen hebben, vermits hiv-infecties vele malen meer voorkomen onder homo’s dan onder hetero’s.[10] Voorts merken ze op:

Monogamie kan erg mooi zijn, maar werkt enkel als het een bewuste keuze is van beide partners. Daarom is het ook een erg moeilijke relatievorm. Het is mogelijk ook een riskante relatievorm, want het is nog steeds zo dat de helft van de nieuwe hiv-infecties plaatsvindt tussen vaste partners.[11]

Nu kan een man die seks heeft gehad met mannen naar de bloedbank gaan en zeggen dat hij monogaam is, maar dat wil —beste Pia Dijkstra— dus niet zeggen dat zijn partner dat ook is! Die kan stiekem toch vreemdgaan. En in homocontacten is de kans op besmetting nou eenmaal vele malen groter.[12]

Voor partijen als D66 (die de motie indiende) is gelijkheid kennelijk belangrijker dan de gezondheid en het belang van een patiënt. Ook in dit voorbeeld zien we hoe ver het gelijkheidsdenken is doorgeschoten. Het maken van onderscheid is tot taboe verklaard (althans wat betreft homo's en het 'homohuwelijk') en zij die dat wel doen —gewetensbezwaarde ambtenaren en Bloedbank Sanquin— moeten respectievelijk worden weggewerkt (desnoods met een speciale wet) of onder druk worden gezet om hun beleid te wijzigen. De gelijkheidsideologie ontneemt haar aanhangers het zicht op de werkelijkheid en is een gevaar voor patiënten die een bloedtransfusie nodig hebben. Ook beknot het de vrijheid van minderheden en andersdenkenden.

Ik vrees met grote vreze dat voorlopig geen kruid gewassen is tegen het voortwoekerende totalitaire gelijkheidsdenken en dat dit steeds meer ten koste zal gaan van de vrijheid van minderheden. Vandaag zijn het de gewetensbezwaarde ambtenaren, morgen de scholen (op religieuze grondslag) en overmorgen de kerken. Je hoeft geen profeet te zijn om dit uit te kunnen tekenen. Er is sprake van een uiterst onverdraagzame geest die zich voordoet als ruimdenkend en liberaal en daarin schuilt het venijn.

Onweerstaanbare en allesvernietigende kracht van de gelijkheid
In het Reformatorisch Dagblad van 9 augustus 2012 komt Kees de Groot met een analyse van de door de ChristenUnie bepleite vrijheid, die volgens hem ten onder zal gaan. Hij haalt daarbij de Franse filosoof De Tocqueville (1805 – 1859) aan, die de ontwikkeling van de gelijkheid in zijn boek Over de democratie in Amerika reeds in 1835 een "voorbeschikt feit" en een "onweerstaanbare revolutie" noemde. De Groot merkt op:

De verzuilde maatschappij, waarvan diversiteit een van de onderscheidende kenmerken was, is door de secularisatie vrijwel geheel verdwenen. En juist in zo'n tijd, stelt De Tocqueville, als de barrières die mensen scheiden en de oude sociale structuur ten onder gaat, dan stijgt de voorliefde voor gelijkheid tot een toppunt. De vroeger nog zo gewaardeerde vrijheid sneuvelt, maar niemand die daar nog om maalt. De mensen die de "onweerstaanbare kracht" van de gelijkheid toch willen bestrijden, "zullen door haar worden omvergeworpen en vernietigd".

Noten:

  1. Voorlichting Raad van State inzake gewetensbezwaarde trouwambtenaren. 8 juni 2012. Dit document is een bijlage bij: Kamerbrief gewetensbezwaarde ambtenaren | Kamerstuk | 08-06-2012 | BZK.
  2. Robert P. George. Law and Moral Purpose. www.firstthings.com/article/2007/12/001-law-and-moral-purpose-16
  3. Ryan Lee, "Gay Couples Likely to Try Non-monogamy, Study Shows," Washington Blade (August 22, 2003): 18. / David H. Demo, et al., editors, Handbook of Family Diversity (New York:Oxford University Press, 2000): 73. / David P. McWhirter and Andrew M. Mattison, The Male Couple: How Relationships Develop (Englewood Cliffs: Prentice-Hall, 1984): 252, 253. / Timothy J. Dailey. The Negative Health Effects of Homosexuality. http://www.frc.org/get.cfm?i=Is01B1 / Neilands, Torsten B.; Chakravarty, Deepalika; Darbes, Lynae A.; Beougher, Sean C.; and Hoff, Colleen C. (2010), “Development and Validation of the Sexual Agreement Investment Scale,” Journal of Sex Research, 47: 1, 24 — 37, April 2009. / New York Times. Many Successful Gay Marriages Share an Open Secret. 28 januari 2010. http://www.nytimes.com/2010/01/29/us/29sfmetro.html / Joseph Nicolosi. An Open Secret: The Truth About Gay Male Couples. http://josephnicolosi.com/an-open-secret-the-truth-about
  4. http://www.habakuk.nu/columns/item/3819-hosanna-voor-het-coc (Het gaat om de discussie onderaan het artikel)
  5. Juridisch gezien wordt er (niet alleen op Europees niveau, maar ook in Nederland sinds de grondwetswijziging van 1997 in de toepassing van art. 6) geen onderscheid meer gemaakt tussen godsdienstige en niet-godsdienstige levensovertuigingen. Dus ook een atheïst, opgevat als levensovertuiging, kan zich -in de Nederlandse situatie- beroepen op art. 6 van de Nederlandse Grondwet. Het verschil tussen levensbeschouwelijke opvatting (gewaarborgd door art. 6 Gw) en mening (die in principe beschermd wordt op grond van art. 7 Gw) is dat de eerste categorie gaat over een samenhangende levensovertuiging, die de gehele levensopvatting doortrekken en die samenhangen met het geweten. Dat is geen arbitrair onderscheid, ook al is er een beperkte mate van overlap met de vrijheid van meningsuiting en vereniging.
  6. LJN ZB8799, Centrale Raad van Beroep.
  7. http://www.habakuk.nu/columns/item/3790-hoezo-neutraal (Het gaat om de discussie onderaan het artikel. De persoon die zich 'Daan noemt, neemt deze positie in.)
  8. Indien bijvoorbeeld een verpleegkundige of verzorgende gewetensbezwaren heeft tegen de uitvoering van een bepaalde handeling, wordt deze taak overgenomen door collega’s. De meest bekende gevallen van gewetensbezwaren waren tot voor kort gewetensbezwaren vanuit een christelijke geloofsovertuiging tegen meewerken aan euthanasie of abortus. Niet ieder gewetensbezwaar zal 'automatisch' worden gehonoreerd. Zo is de Commissie Ethiek V&VN (Verpleegkundigen & Verzorgenden) van mening dat op het moment dat gewetensbezwaren zich richten tegen een handeling die tot de kerntaken van het beroep van verpleegkundige of verzorgende behoort, het niet vanzelfsprekend is dat de gevolgen van deze gewetensbezwaren door de opleiding (of werkgever) en op een ander niveau door collega’s en patiënten gedragen moeten worden. Een voorbeeld is het gewetensbezwaar tegen het wassen van mannen, wat inhoudt dat de gewetensbezwaarde in kwestie de kerntaken van het beroep van verpleegkundige of verzorgende niet kan uitvoeren. De Commissie Ethiek V&VN oordeelt hierover als volgt: "Ten aanzien van een gewetensbezwaar tegen het wassen van mannen concludeert de Commissie Ethiek ... dat in dit geval van gewetensbezwaren tegen kerntaken van de beroepsuitoefening de gevolgen niet door de opleidingen, en in het verlengde daarvan evenmin door de beroepsgroep en de werkgever, maar door de studente in spe zelf gedragen moeten worden. Dat doet niets af aan het respectabel karakter van deze gewetensbezwaren. Echter, gewetensbezwaren hebben tegen het wassen van mannen houdt in dat je kerntaken van het beroep van verpleegkundige of verzorgende niet kunt uitvoeren. Je kunt niet antwoorden op het appèl van een aanzienlijk deel van de zorgvragers en daarom nauwelijks de relatie met de zorgvrager gestalte geven. Je kunt niet die zorg geven die je volgens de professionele standaard, zou behoren te geven. Vasthouden aan de aanwijzingen vanuit je levensovertuiging betekent een zodanige aantasting van het beroep, dat je daar niet aan deel kunt nemen. Van opleidingen en beroepsgroep kan niet gevraagd worden om met betrekking tot kerntaken van de zorg en de daarvoor geldende professionele normen, tegemoet te komen aan de gewetensbezwaren van individuele studenten en leerlingen. De kwaliteit van de opleiding van verpleegkundigen en verzorgenden komt in het geding, als het niet mogelijk is om te garanderen dat de afgestudeerden gewoon inzetbaar zijn in de dagelijkse zorgverlening. Ook is er een risico voor de betrouwbaarheid van de beroepsgroep als de opbouw van professionele normen voor zorgverlening op het niveau van de beroepsgroep principieel ondergeschikt worden gemaakt aan individuele weging vanuit levensbeschouwelijke overtuigingen." (Bron: Ethiek Commissie V&VN. Omgaan met gewetensbezwaren, wie moet de gevolgen dragen? www.venvn.nl)
  9. Mr M. Daverschot schrijft hierover: "Uit deze artikelleden blijkt dat ontslag op grond van het enkele feit dat men bedongen arbeid weigert vanwege een beroep op ernstige gewetensbezwaren ‘kennelijk onredelijk’ kan zijn en dat de rechter in dat geval de werkgever kan verplichten tot een schadevergoeding. Het enkele beroep op gewetensbezwaren is niet voldoende. Het gaat volgens Buijsen niet om de ‘(subjectieve) gewetensintensiteit van het bezwaar’, maar het beslissende criterium is ‘de objectieve redelijkheid van de aangevoerde gronden, te toetsen aan de hand van inhoudelijke maatstaven.’ [M.A.J.M. Buijsen, ‘De rechtspositie van gewetensbezwaarden in de gezondheidszorg’, Pro Vita Humana, nr.3-4, 2003, pag. 100.] Op grond van jurisprudentie en literatuur kan gesteld worden dat in arbeidsverhoudingen het beroep op gewetensbezwaren gehonoreerd kan worden als: de bezwaren niet strijdig zijn met fundamentele rechtsbeginselen (een patiënt weigeren uit racistische motieven kan dus niet), de gewetensbezwaarde het gewetensconflict niet kon voorzien en wanneer er geen ver verwijderd verband is tussen de gewetensbezwaren en de opgedragen werkzaamheden (zoals het weigeren van het ophalen van een geaborteerde vrouw van de operatiekamer). Daarmee is nog niet gezegd dat de rechter het beroep op gewetensbezwaren zal honoreren. Hij zal de belangen afwegen: wat gaat voor, het belang van het recht op vrijheid van geweten of het belang van de werkgever en de maatschappij? Het beroep op gewetensbezwaren zou niet kunnen slagen door de volgende belemmeringen: de omvang en de verwijtbaarheid van de door de gewetensbezwaarde werknemer veroorzaakte schade is groot, er kan een bijzondere loyaliteit van de gewetensbezwaarde werknemer worden verwacht (bijvoorbeeld bij een levensbeschouwelijke instelling), de omvang van de te weigeren werkzaamheden waartegen men gewetensbezwaren heeft is groot en de werkgever heeft weinig mogelijkheden voor vervangende werkzaamheden." (Bron: M. Daverschot. De rechten van de gewetensbezwaarde sollicitant in de gezondheidszorg. PVH 17e jaargang - 2010 nr. 3, p. 086-094)
  10. Ongeveer 5% van de MSM is hiv-positief, onder de totale bevolking gaat het om 0,2%. Voor personen die niet bij de risicogroepen horen (naast MSM, zijn dat injecterende druggebruikers, prostituees, Afrikanen uit landen onder de Sahara en personen met een Caribische etniciteit) werd het voorkomen van hiv geschat op 0,02%. (Soa aids magazine jaargang 2, nummer 3, september 2011). Ook in België is naar schatting 5 procent van de homopopulatie met hiv besmet. Professor Marie Laga, dokter en hoofd van het Aidsonderzoek van het Instituut voor Tropische Geneeskunde, merkt hierover op: "Het gaat bij Belgische homo's om een epidemie met endemische proporties. We noemen het ook de second wave-epidemie, na die van de jaren tachtig" (België: 'Hiv is een echte epidemie'. http://www.hivnet.org. 2 december 2011).
  11. http://www.mannenseks.be/index.php/xplorepartners/monogame-relaties.html
  12. Over de kans op overdracht van hiv, schrijft het Soa aids magazine: "Een belangrijke factor is de wijze van seksueel contact. In het algemeen loopt de ontvangende, receptieve partner meer infectierisico dan de insertieve partner. Voor de ontvangende partner is peno-anaal contact een groter risico dan peno-vaginaal contact." (Soa aids magazine. jaargang 5, nummer 4, december 2008.) Prof. Dr. Raymond van den Bergh merkt hierover het volgende op: "Dat een seksuele relatie tussen mannen tegennatuurlijk is en problemen moet geven, is evident op basis van de anatomische structuur en de fysiologische werking van het lichaam. (...) De wand van het rectum is totaal verschillend [van die van de vagina]. Anatomisch wordt het rectum immers gekenmerkt door een uiterst dunne wand en een fragiele mucosa met éénlagig en zeer doorlaatbaar epitheel. Op fysiologisch gebied vormt het rectum het sluitstuk van de spijsvertering. (...) Wegens zijn essentieel opslorpende functie is het rectum ook zeer geschikt voor het toedienen van medicatie (bv. zetpillen tegen koorts, anti-epileptische medicatie, medicatie tegen pijn enz …). Maar door dezelfde resorptieve eigenschap van het rectum kunnen ook besmette vochten die in het rectum terechtkomen, zoals sperma van een aidslijder of een hiv-positief individu, via de dunne rectumwand snel in de bloedbaan of in het lymfestelsel terechtkomen. Dit wordt vaak in de hand gewerkt door mechanische scheurtjes in de fragiele rectummucosa ten gevolge van tegennatuurlijke penetratie." (Prof. Dr. Raymond van den Bergh. Homo’s en volksgezondheid. 14 maart 2004.) Een andere factor die bijdraagt aan de vergrote kans op besmetting, is de mate van promiscuïteit onder MSM. Timothy J. Dailey schrijft hierover: "In The Male Couple, authors David P. McWhirter and Andrew M. Mattison reported that, in a study of 156 males in homosexual relationships lasting from one to thirty-seven years: 'Only seven couples have a totally exclusive sexual relationship, and these men all have been together for less than five years. Stated another way, all couples with a relationship lasting more than five years have incorporated some provision for outside sexual activity in their relationships'." (Timothy J. Dailey, Ph.D. Comparing the Lifestyles of Homosexual Couples to Married Couples. http://www.frc.org/get.cfm?i=IS04C02. Hij refereert aan het volgende onderzoek: David P. McWhirter and Andrew M. Mattison, The Male Couple: How Relationships Develop (Englewood Cliffs: Prentice-Hall, 1984): 252, 253.) Ook hebben MSM gedurende hun leven zeer veel seksuele partners. Ik laat nogmaals Timothy J. Dailey aan het woord: "In their study of the sexual profiles of 2,583 older homosexuals published in the Journal of Sex Research, Paul Van de Ven et al. found that "the modal range for number of sexual partners ever [of homosexuals] was 101-500." In addition, 10.2 percent to 15.7 percent had between 501 and 1,000 partners. A further 10.2 percent to 15.7 percent reported having had more than one thousand lifetime sexual partners." Hij refereert daarbij aan het volgende onderzoek: Paul Van de Ven et al., "A Comparative Demographic and Sexual Profile of Older Homosexually Active Men," Journal of Sex Research 34 (1997): 354.

Lees verder

© 2012 - 2019 Tartuffel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Ambtenarenlening: voordelig geld lenen voor ambtenarenAmbtenarenlening: voordelig geld lenen voor ambtenarenGeld lenen is niet altijd makkelijk in tijden van crisis, zeker niet als je in de private sector werkt. Daar is je werkz…
Lenen – de ambtenarenlening is goedkoperLenen – de ambtenarenlening is goedkoperWaarom een ambtenarenlening afsluiten in 2019? Nou, bijvoorbeeld omdat ambtenaren goedkoper lenen dan niet ambtenaren. D…
Ondergang - Presser: Ariërverklaring / ambtsontheffingDe Duitsers gingen aan de slag met de ambtsontheffing van Joodse ambtenaren. De Joden hoorden hier geruchten over maar z…
Beleggen: investeren in appartementen voor expats in BrusselBeleggen: investeren in appartementen voor expats in BrusselWil je investeren in een appartement voor expats in Brussel met een hoog potentieel rendement? Dan is het vastgoedprojec…
Trouwen als lesbisch stel in NederlandTrouwen als lesbisch stel in NederlandSinds 1 april 2001 kunnen twee vrouwen of twee mannen legaal voor de wet trouwen in Nederland. Hiermee is Nederland het…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: D66, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Bas Hengstmengel. Gewetensbezwaar / Ambtenaar mag best homohuwelijk weigeren. Trouw, 26 februari 2007.
  • Bas Hengstmengel. Tegen het totalitaire gelijkheidsdenken. Reformatorisch Dagblad. 3 juli 2009.
  • CAO GGz (2013).
  • http://www.refdag.nl/opinie/tegen_het_totalitaire_gelijkheidsdenken_1_342561
  • David H. Demo, et al., editors, Handbook of Family Diversity (New York:Oxford University Press, 2000): 73.
  • David P. McWhirter and Andrew M. Mattison, The Male Couple: How Relationships Develop (Englewood Cliffs: Prentice-Hall, 1984): 252, 253.
  • Ethiek Commissie V&VN. Omgaan met gewetensbezwaren, wie moet de gevolgen dragen? www.venvn.nl
  • Franet. De sleutel tot een goed huwelijk. http://mens-en-samenleving.infonu.nl/man-en-vrouw/75368-de-sleutel-tot-een-goed-huwelijk.html
  • http://www.habakuk.nu
  • http://www.mannenseks.be/index.php/xplorepartners/monogame-relaties.html
  • http://www.nederlandveilig.nl/houjeaandesnelheidslimiet/
  • Inbreng van R. Bisschop, SGP. Plenair debat – 29 mei 2013 terzake Wetvoorstel m.b.t. gewetensbezwaarde trouwambtenaren.
  • Joseph Nicolosi. An Open Secret: The Truth About Gay Male Couples. http://josephnicolosi.com/an-open-secret-the-truth-about
  • Kees de Groot. Analyse: Door CU bepleite vrijheid gaat ten onder. Reformatorisch Dagblad. 9 augustus 2012.
  • LJN ZB8799, Centrale Raad van Beroep.
  • M. Daverschot. De rechten van de gewetensbezwaarde sollicitant in de gezondheidszorg. PVH 17e jaargang - 2010 nr. 3, p. 086-094
  • Neilands, Torsten B.; Chakravarty, Deepalika; Darbes, Lynae A.; Beougher, Sean C.; and Hoff, Colleen C. (2010), “Development and Validation of the Sexual Agreement Investment Scale,” Journal of Sex Research, 47: 1, 24 — 37, April 2009.
  • New York Times. Many Successful Gay Marriages Share an Open Secret. 28 januari 2010. http://www.nytimes.com/2010/01/29/us/29sfmetro.html
  • Robert P. George. Law and Moral Purpose. www.firstthings.com/article/2007/12/001-law-and-moral-purpose-16
  • Ryan Lee, "Gay Couples Likely to Try Non-monogamy, Study Shows," Washington Blade (August 22, 2003): 18.
  • Pieter Jan Dijkman e.a. (red.). De last van gelijkheid. Boom, Amsterdam, 2011.
  • Prof. Dr. Raymond van den Bergh. Homo’s en volksgezondheid. 14 maart 2004.
  • Soa aids magazine. jaargang 2, nummer 3, september 2011.
  • Soa aids magazine. jaargang 5, nummer 4, december 2008.
  • Timothy J. Dailey, Ph.D. Comparing the Lifestyles of Homosexual Couples to Married Couples. http://www.frc.org/get.cfm?i=IS04C02
  • Timothy J. Dailey. The Negative Health Effects of Homosexuality. http://www.frc.org/get.cfm?i=Is01B1
  • Voorlichting Raad van State inzake gewetensbezwaarde trouwambtenaren. 8 juni 2012. Dit document is een bijlage bij: Kamerbrief gewetensbezwaarde ambtenaren | Kamerstuk | 08-06-2012 | BZK.
  • Voorstel van wet van de leden Dijkstra en Schouw tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Algemene wet gelijke behandeling met betrekking tot ambtenaren van de burgerlijke stand die onderscheid maken als bedoeld in de Algemene wet gelijke behandeling (memorie van toelichting)
  • Afbeelding bron 1: Pamflet D66
  • Afbeelding bron 2: Ashish Choudhary, Pixabay
  • Afbeelding bron 3: Sfetfedyhghj, Pixabay

Reageer op het artikel "Gewetensbezwaarde ambtenaren, discriminatie en wet is wet"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Eric van der Burg, 22-08-2012 10:22 #1
Beste schrijver van dit stuk,

Met verbijstering heb ik uw blog gelezen. U schrijft dat geen enkel paar in Nederland dat wil trouwen ongelijk behandeld wordt volgens de wet en dat de zogeheten weigerambtenaar zicht niet schuldig maakt aan discriminatie. Het is 2012, sinds 11 jaar kunnen mensen met hetzelfde geslacht voor de wet officieel met elkaar trouwen. En dat is geen apart huwelijk. Nee, we hebben er in Nederland voor gekozen om het bestaande burgerlijk huwelijk open te stellen voor personen van gelijk geslacht. Een verworvenheid waar ik ongelooflijk trots op ben en die ik te allen tijde zal verdedigen.

Uw oplossing is lekker praktisch: als de ene ambtenaar niet wil, dan is er altijd wel een andere te vinden. Want, zo schrijft u, ‘elke homo kan in elke gemeente trouwen' ‘ Er zijn genoeg trouwambtenaren beschikbaar die wel van het gelijk geslacht willen trouwen’. Maar het gaat niet om een praktisch probleem, het gaat om een wezenlijk recht. Anders zijn we weer jaren teruggeworpen in de homo-emancipatie. Het homohuwelijk is helemaal prima, maar we moeten er vooral geen last van hebben. Als je niet kijkt, is het er niet. Als je er niet aan meewerkt, is het er niet. Op deze manieren gedogen we dat ambtenaren discrimineren. Zo wordt gedoogd dat ambtenaren homohuwelijken mogen weigeren en net mogen doen alsof het niet bestaat. Zouden we het ook gedogen als een ambtenaar geen huwelijk wil sluiten tussen een moslim en een jood? Of tussen een blank of een donker iemand? Ik kan en wil het me niet voorstellen.

Nogmaals, er is geen apart huwelijk. En er zijn dus ook geen aparte ambtenaren van de burgerlijke stand. Wie ambtenaar van de burgerlijke stand wil worden, weet dat hij huwelijken moet sluiten. Alle huwelijken, zonder enige uitzondering. Wie dat niet wil of kan, wordt geen ambtenaar van burgerlijke stand. En kan dat ook niet worden. En hoewel het volgens de wet helaas officieel nog mag, is het volstrekt niet meer van deze tijd om je te beroepen op gewetensbezwaren. In 2008 stelde de Commissie van Gelijke Behandeling dat gemeenten trouwambtenaren die geen homohuwelijk willen sluiten een aanstelling mogen weigeren. En dat ambtenaren die al een aanstelling hebben en weigeren een andere functie moeten krijgen. En staat in artikel 1 van de grondwet niet dat gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden en dat discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook niet is toegestaan? De essentie zit in de zinsnede ‘op welke grond dan ook'. Dit wordt door de maatschappelijke werkelijkheid bepaald. En of het u nu bevalt of niet, de maatschappelijke werkelijkheid zit niet te wachten op weigerambtenaren. De werkelijkheid vraagt om een duidelijke overheid die pal staat voor in de wet vastgelegde gelijke rechten. En die daar niet mee marchandeert. Niet gedogen, maar vol overtuiging accepteren en verdedigen. Zoals we dat in Amsterdam al heel lang doen.

Eric van der Burg
Wethouder Personeel & Organisatie Reactie infoteur, 24-08-2012
Geachte heer Van der Burg,

Bedankt voor uw reactie. U schrijft dat ‘we in Nederland er voor hebben gekozen om het bestaande burgerlijk huwelijk open te stellen voor personen van gelijk geslacht.’ Ik weet niet of u zich ervan bewust bent, maar de ‘we’ waar u aan refereert betreft de seculiere meerderheid. Een orthodox-christelijke minderheid vindt dit namelijk geen ‘verworvenheid’ en heeft andere opvattingen ten aanzien van het huwelijk. Ik vind het prima dat u dit beschouwd als een ‘verworvenheid’ en dit te allen tijde zal verdedigen, maar waarom moet dit ten koste gaan van (huidige en toekomstige) trouwambtenaren met (religieuze) gewetensbezwaren? Dit leidt, zoals de Raad van State duidelijk stelde, tot indirect onderscheid op grond van godsdienst. Door trouwambtenaren niet toe te staan om te weigeren een huwelijk tussen paren van gelijk geslacht te sluiten, worden degenen die het huwelijk op religieuze gronden zien als uitsluitend een verbintenis tussen man en vrouw, benadeeld ten opzichte van ambtenaren met een andere, niet-religieuze achtergrond, aldus de Raad van State.

De rechten van paren van gelijk geslacht zijn door het bestaan van gewetensbezwaarde ambtenaren geenszins in het geding. Het is een gotspe om te suggereren dat dit wel zo zou zijn. In de meer dan tien jaar dat de wet van kracht is, is in Nederland geen enkel stel van gelijk geslacht bij de gemeentebalie geweigerd of geconfronteerd met een gewetensbezwaarde trouwambtenaar. De werkelijkheid vraagt om een duidelijke overheid die pal staat voor in de wet vastgelegde gelijke rechten, zo schrijft u, en dat is precies wat óók mogelijk is wanneer de gewetensbezwaren van de betreffende ambtenaren gehonoreerd worden. Bovendien houd je op deze manier ook rekening met de rechten van deze groep ambtenaren.

Amsterdam staat trouwens bekend om haar tolerantie, waar u nu afscheid van hebt genomen. Tolerantie is wat anders dan ruimdenkendheid. Tolerantie betekent dat je ruimte schept voor minderheden die er andere opvattingen op na houden dan de seculier-liberale meerderheidscultuur, ook als dit pijn doet. In een ander artikel schreef ik reeds:

“Nederlanders gaan er vaak prat op dat zij tolerant zijn. Vanuit zo'n houding zou begrip moeten zijn voor de diepgaande en principiële bezwaren van trouwambtenaren die gewetensbezwaren hebben tegen een huwelijk voor paren van gelijk geslacht, ook al is men zelf een andere overtuiging toegedaan. Een huwelijk voltrekken is immers geen administratieve handeling aan de gemeentebalie, maar heeft een sterk ceremonieel karakter. Maar een dergelijke verdraagzame houding is tanende in onze steeds agressiever wordende seculiere monocultuur.

Het wezen van de democratische rechtsstaat is dat ze ruimte biedt aan minderheden en mogelijkheden creëert tot co-existentie en participatie van minderheden. Dit betekent insluiting in plaats van uitsluiting van minderheden die er een opvatting op nahouden die tegen het zere been is van de meerderheid. Dát is ware tolerantie! Maar dat begrijpt men allang niet meer. Het zijn deze tolerantieweigeraars die alle weigerambtenaren willen wegwerken, die de democratie tot op het bot verzieken.”

Gijsbert Vonk, beleidsmedewerker bij de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS), belangenbehartiger van het reformatorisch onderwijs, schreef op 18 november 2011 Trouw dat orthodoxe groepen die andere principes huldigen, verbazing en soms ook wrevel oproepen. Zo zie ik uw reactie ook. Dit komt mijns inziens vooral tot uitdrukking in de zinsnede: “En of het u nu bevalt of niet, de maatschappelijke werkelijkheid zit niet te wachten op weigerambtenaren.” Aldus sprak de meerderheid. Het was Thomas Jefferson die de volgende woorden uitsprak: “Niets is minder democratisch dan de massa die wil regeren over het geweten van minderheden.”

Ik zal u vertellen wat ik schokkend en verbijsterend vind: dat u een representant bent van de seculiere meerderheid die nu op onverdraagzame wijze haar wil oplegt aan een orthodoxe minderheid, maar dat niet in wil zien. In hetzelfde artikel stelt Gijsbert Vonk dat dit komt doordat de seculiere meerderheid de neiging heeft haar standpunten te zien als funderend voor de samenleving, anders gezegd: waar niemand redelijkerwijze van af kan wijken. Ze worden, zo schrijft hij, daarom vaak gedefinieerd als ‘kernwaarden van de rechtsstaat’. En als iets eenmaal is vastgelegd in een wet, dan “geldt dat als nieuwe ‘kernwaarde van de rechtsstaat’, waar ook orthodoxen zich vanzelfsprekend aan moeten houden”. Dit noemt men ook wel ‘de dictatuur van de meerderheid’.

U schrijft dat het volstrekt niet meer van deze tijd is om je te beroepen op gewetensbezwaren. U haalt daarbij de Commissie Gelijke Behandeling aan, die in 2008 heeft gesteld dat gemeenten trouwambtenaren die geen 'homohuwelijk' willen sluiten een aanstelling mogen weigeren en dat ambtenaren die al een aanstelling hebben en weigeren, een andere functie moeten krijgen. De commissie oordeelde in 2002 nog dat een gemeente de gewetensbezwaren van de ambtenaar moest respecteren. Zo ziet u maar weer: niets is veranderlijker dan een mens. Daarom was ik altijd blij dat ik in een rechtsstaat leef en dat ik niet ben overgeleverd aan de grillen van de meerderheid die gaat bepalen wat niet meer van deze tijd is. De Commissie Gelijke Behandeling zou er juist voor moeten pleiten om ruimte te bieden aan minderheden en om mogelijkheden te creëren tot participatie van minderheden, in plaats van ze uit te sluiten op grond van hun religieuze gewetensbezwaren. De commissie is wat dat betreft geen knip voor de neus waard. Het advies komt neer op een beroepsverbod, geheel in strijd met de vrijheid van godsdienst en gelijke benoembaarheid, respectievelijk art. 6 en 3 Gw.

In uw reactie suggereert u dat de gewetensbezwaarde ambtenaar zou discrimineren. U draait de zaken om. Niet de ambtenaar discrimineert, maar de gemeente die gewetensbezwaarden uitsluit als trouwambtenaar discrimineert. In het artikel beargumenteer ik uitvoerig waarom dit zo is. De ambtenaar met art. 1 Gw om de oren slaan gaat niet op.

En het honoreren van gewetensbezwaren van ambtenaren die geen huwelijk willen sluiten tussen paren van gelijk geslacht (u gebruikt de onjuiste term ‘homohuwelijken’) heeft niets, maar dan ook helemaal niets van doen met het ‘net mogen doen alsof het niet bestaat’. Dit slaat nergens op. Het gaat niet om ‘struisvogelpolitiek’, maar om gewetensbezwaren. U stelt voorts: “Zouden we het ook gedogen als een ambtenaar geen huwelijk wil sluiten tussen een moslim en een jood? Of tussen een blank of een donker iemand? Ik kan en wil het me niet voorstellen.” Nee, ik ook niet. En ook daar ga ik in het artikel uitgebreid op in. De vergelijking tussen de bezwaren van een gewetensbezwaarde ambtenaar die geen huwelijk tussen personen van gelijk geslacht wil sluiten en die van iemand die geen huwelijk wil sluiten tussen een blank en een donker iemand, gaat volledig mank. Zie paragraaf ‘Vergelijkingen die mank gaan’.

Het gewetensbezwaar is niet gebaseerd op persoonlijke ideeën of sentimenten, maar op de Bijbelse lijn dat het huwelijk door God bedoeld is als de unieke verbintenis tussen één man en één vrouw. Vanuit die vaste geloofsovertuiging hebben ambtenaren gewetensbezwaar tegen het sluiten van een huwelijk tussen twee personen van gelijk geslacht. De vakorganisatie RMU schrijft over deze gewetensbezwaren ergens:

“Wij hebben in Nederland het recht om gewetensbezwaard te zijn. Dat recht is gestoeld op de Grondwet en uitgewerkt in het Burgerlijk Wetboek. Alleen als godsdienst aanzet tot haat of tot een misdaad, of als er een kennelijke onredelijkheid uit voortvloeit, dan begrenst de wetgever dat recht op gewetensvrijheid. Wie kan dit allemaal beter verwoorden dan het hoogste adviesorgaan dat alle wetten toetst, namelijk de Raad van State. Deze Raad heeft in een glashelder betoog uiteengezet waarom gewetensbezwaarde ambtenaren gewoon in dienst kunnen zijn, blijven of komen. Geen enkel bezwaar!
Maar ja, dat past niet in het vrije denken van de zogenaamde toleranten. Zij vinden het ondenkbaar dat er ambtenaren zijn met een gewetensbezwaar. Wat daarbij opvalt is dat er zelfs geen poging wordt gedaan om op de argumentatie van de Raad van State in te gaan. Geen discussie, geen argumenten. Gewoon weg ermee.”

De door u bepleite tolerantie is niet neutraal maar staat in dienst van de overheid, teneinde van bovenaf een nieuwe monocultuur op te leggen waar geen ruimte meer is voor gewetensbezwaren. Welnu, behoud van de vrijheid vraagt om een duidelijke overheid die pal staat voor in de wet vastgelegde gelijke rechten. En die daar niet mee marchandeert. Dus niet gewetensbezwaarde ambtenaren wegwerken, maar vol overtuiging accepteren en verdedigen dat deze er mogen zijn, ook al verwerp je hun opvattingen aangaande het huwelijk. Gewetensbezwaren zijn geen praktisch probleem (alsof ik dat ergens gesuggereerd heb!), maar is wel op eenvoudige wijze praktisch op te lossen. Gewoon zoals we dat in Nederland al heel lang gewend zijn te doen.

Het Goede Leven schreef op 14 juni jl.:

“Nederland heeft een lange traditie als het gaat om het recht en de praktijk van gewetensvrijheid. De Unie van Utrecht (1579), het stichtingsverdrag van de Republiek der Nederlanden, was het eerste staatsdocument ter wereld waarin gewetensvrijheid als recht werd opgenomen. Gewetensvrijheid bleek een van de bestaansgronden van de nieuwe staat die bepaalde dat iedereen vrij was om op zijn eigen manier te geloven zonder daarover gedwongen rekenschap te moeten afleggen. (…) Als ambtenaren gewetensvrijheid wordt onthouden, kunnen ze niet meer zijn dan kille uitvoerders van het overheidsbeleid die als robotten hun eigen geweten en gevoelens moeten uitschakelen. (…) Ieder mens heeft het recht zich te laten leiden door zijn geweten. Het geweten is de ultieme toetssteen voor menselijk handelen. Het ontnemen van het recht van ambtenaren om zich hierop te beroepen is een wezenlijke aantasting van de mensenrechten.”

Het gaat om een wezenlijk recht die nu aan mij en anderen onthouden wordt. U maakt inbreuk op het recht op het vrije geweten. Het Goede Leven slaat de spijker op z'n kop als ze schrijft dat de liberale denkpolitie het voor het zeggen krijgt in Nederland, met als uitvloeisel ideologisch gedreven symboolwetgeving. Ten koste van de vrijheid van minderheden in dit land.

Infoteur: Tartuffel
Laatste update: 05-08-2018
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Sociaal
Special: Godsdienstvrijheid
Bronnen en referenties: 32
Reacties: 1
Mijn kijk op…
Deze rubriek bevat artikelen welke naast objectieve informatie ook een mening en/of ervaring beschrijven.
Schrijf mee!