InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Piëtisme in de provincie Groningen

Piëtisme in de provincie Groningen

Professor J. Lindeboom stelt in zijn artikel over het piëtisme in de Groningse Volksalmanak 1945 ( p. 53-79), dat er gesproken kan worden van een piëtistisch reveil binnen het protestantisme in ons land in de 18e eeuw. Dat geldt dan in ieder geval voor de provincie Groningen. Daarbij komen namen als Sicco Tjaden, Johannes Verschuir, Wilhelmus Schortinghuis aan de orde. Kenmerkend voor het piëtisme zijn onder meer: samenkomst in conventikels, bevindelijkheid, de eis van bekering en wedergeboorte. De Afscheiding van 1834 onder leiding van ds. H. de Cock in het Groningse Ulrum wordt mede in verband gebracht met het piëtistisch reveil dat ook in die provincie vanaf ongeveer eind 17e eeuw veel navolging kreeg.

Godsdienstig leven in Groningen in de zeventiende eeuw

G.A. Wumkes heeft veel aandacht aan besteed aan het piëtistisch reveil in Groningen in zijn dissertatie uit 1904, De Gereformeerde kerk in de Ommelanden tussen Eems en Lauwers (1595-1796).

In die noordelijke provincie heerste in de zeventiende eeuw, aldus Wumkes, veel onverschilligheid ten aanzien godsdienstig en kerkelijk leven. “Deze onverschilligheid, gepaard met onkunde en losheid van zeden,” zo gaat hij verder, “ wees op de noodzakelijkheid van nadere reformatie. Door de weeën van het bange jaar 1672 en het ontdekkend woord van mannen als Lodenstein en Koelman gingen veler oogen daarvoor open.”

Sicco Tjaden

Koelman had op zijn zwerftochten in 1682 het noorden van het land bezocht en daar onder andere gesproken in een kring te Lettelbert (Westerkwartier). Toen proponent Sicco Tjaden (1693-1726) in 1716 in dezelfde plaats een kerkdienst waarnam, bespeurde hij daar de aanwezigheid van nieuw godsdienstig leven. Hij werd door zijn ervaringen daar, naar hij later vertelde, 'opgebeurd'. En toen hij predikant was geworden ontwikkelde hij zich tot een der invloedrijkste vertegenwoordigers van het piëtisme in Groningen. Zijn leven beschreef hij in Eenige aanteekeningen en alleenspraken betreffende meest het verborgen leven voor den Heere (Groningen, 1727). Het geschrift werd veel besproken in de conventikels; en nog in 1858 en 1862 werden een vijfde en een zesde druk verzorgd door Helenius de Cock, de zoon van Hendrik de Cock.

Bevindingen

In de conventikels was niet Schriftoverdenking maar ontleding der persoonlijke, meestal mystieke geloofservaringen hoofdzaak. Ter illustratie daarvan volgt nu een (verkorte) weergave van wat Tjaden eens in een 'zoet gezelschap' beleefde:

Na een lang gebed werd ik als van een hoogte neergesmeten en door vele verkeerde redeneringen heen en weer geslingerd. Terstond maakte ik mijn ervaring aan het gezelschap bekend, en nu kwamen wij op een ruim veld om te handelen over Satans krijgslisten, de verborgen schuilhoeken des harten, de dwaasheden onder het bidden en Gods onveranderlijkheid. Dit duurde tot het morgengloren.

Aan de geloofservaringen (bevindingen) werd zoveel aandacht besteed omdat er de staat der genade uit werd afgeleid. Alleen de christen die kon getuigen van een duidelijk ervaren wedergeboorte, het liefst via een krachtdadige bekering, mocht er zeker van zijn te delen in Gods vrijmachtige genade en dus te behoren tot de weinige uitverkorenen die zalig zouden worden. En alleen die ‘echte’ christenen konden met een gerust hart belijdenis doen van hun geloof en deelnemen aan het Heilig Avondmaal. Wie het niet gegeven was al zo ver te zijn, kon niet veel meer doen dan te hopen ooit nog eens tot de ware ‘kennisse’ te worden geleid.

Johannes Verschuir

Een bekend piëtist was ook de predikant van Zeerijp, JohannesVerschuir (1680-1737). Hij had, evenals Sicco Tjaden, veel invloed in de Ommelanden. Ook na zijn dood, want zijn in 1736 verschenen hoofdwerk Waarheit in het binnenste of bevindelijke Godtgeleertheit (waarin vier personen, die in een verschillende staat van genade verkeren, samenspreken) werd nog vele malen herdrukt.

Wilhelmus Schortinghuis - Het innige Christendom

In dezelfde geest als Tjaden en Verschuir leerde en werkte dominee Wilhelmus Schortinghuis (1700-1750), die de laatste zestien jaar van zijn leven predikant was te Midwolda in het Oldambt. Hij werd de bekendste van de drie. Dat vanwege zijn boek Het innige Christendom tot overtuiginge van onbegenadigde, bestieringe en opwekkinge van begenadigde zielen, in deszelfs allerinnigste en wezenlijkste delen gestaltelik en bevindelijk vorgestelt in t’zamenspraken (Groningen,1740). In het boek komen vier 'gestalten' aan het woord, als vertegenwoordigers van even zovele fasen van het christen-zijn: Geoefende, Begenadigde, Kleingeloof en Onbegenadigde (vgl. Verschuirs Waarheit in het binnenste). Het innige Christendom werd spoedig populair en nog in 1923 verscheen een zesde uitgave

Bekering van Schortinghuis

Schortinghuis was al predikant, in het Ostfriese Weener, toen hij tot een levend, persoonlijk geloof kwam. Wij geven hieronder zijn typisch-piëtistische verhaal over zijn bekering verkort weer (ontleend aan Bakhuizen van den Brink, Documenta Reformatoria II).

Ik hebbe mijne vroegere jaaren in het nietige genot der sondige en wereldtsche vermakelijkheden doorgebragt. Gelove, bekeringe, wedergeboorte en heyligmakinge overdacht ik wel, maar waren nooyt ernstige overweginge voor my selve. Ondertusschen had ik vyandschap tegen alle innige godvrugt; ik vervolgde de 'Feynen'. Onder het middel van een Godsalig leeraar [ds. Klugkist] wierde my op het herte gebragt die heerlike en vreeslijke text uit Ezech. 13:23, dien ik nooyt sal vergeten. So sag ik mijn onbekeerde en troulose toestant. Nu was menigmaal de stoffe van mijn prediken en toepassen niet anders als: o gemeynte ik ben verloren en helweerdig; en och gy sijt deselve! Ondertusschen behaagde het Godt my in te leyden in veele waarheden, met so veel ligt dat ik niet anders konde als uitroepen: O, vrije genade, an my, allerellendigste, betoont. Nu ging ik het geselschap der vrome hertelik verkiesen. Nu hadde mijne gandsche bedieninge door des Heeren vrye genade eene geheel andere gedaante.

Aanhang en weerstand. Afscheiding van 1834

De theologische faculteit van de Groningse universiteit en veel predikanten moesten niets hebben van het christendom van Schortinhuis en de andere voormannen van het piëtisme. Het ‘gewone’ kerkvolk echter des te meer. En de particuliere oefenaars, die in de geest van dat christendom het volk recht tot het hart spraken, kregen in de loop der achttiende eeuw steeds meer toeloop. Vaak werd daarbij geoefend zonder toestemming van de kerkelijke besturen. Dit nam zo’n omvang aan dat de Gedeputeerde Staten van Groningen er in 1790 een placaat tegen uitvaardigden. Maar het baatte niet veel. En dat in 1834 de Afscheiding begon in Groningerland en daar zoveel aanhang kreeg, had ongetwijfeld te maken met het feit dat die regio een langdurige traditie van oefenende gezelschappen kende. Zo was de juiste voedingsbodem gevormd waaruit de Afscheiding omhoog kon schieten. Professor Lindeboom zegt het in zijn hiervoor genoemde artikel in de Groningse Volksalmanak van 1945 als volgt:

“(…); de mensen, die hun bevindelijke, strikt aan de letter van de Bijbel georiënteerde stichting, hun geestelijk voedsel naar ouderwetse trant bereid tientallen jaren gevonden hadden in de oefenende gezelschappen, begroetten het optreden van De Cock en zijn eerste volgelingen als het doorbreken van de lang verwachte dag en sloten zich aan.”

Dat neemt niet weg dat er ook verschillen waren tussen de Afscheiding en het achttiende-eeuwse piëtisme – we citeren nog een keer Lindeboom:

“Zij [de Afscheiding] was van den beginne veel meer kerkelijk georiënteerd, was ook dogmatischer en nam veel meer haar uitgangspunt in het gezag der oude belijdenisgeschriften; zij stelde ook meer prijs op orde en regel, op studie en organisatie.”

Lees verder

© 2012 - 2019 Petervandenburg, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Het Nederlandse Volkslied: het WilhelmusHet Nederlandse Volkslied: het WilhelmusHet Nederlandse volkslied ‘Het Wilhelmus’ is vijftien coupletten lang en sinds 1932 officieel het Nederlandse volkslied.…
Klassiek conditionerenKlassiek conditionerenIn de behavioristische stroming van de psychologie zijn twee methoden van leren centraal. Leren wordt hierin ook wel con…
De Johannes PassionDe Johannes PassionDe Matthäus Passion is dan het meest bekende, maar zeker niet het enige oratorium van Johan Sebastian Bach over de lijde…
Bronnen en referenties
  • P. van den Burg, Van Groninger Oude Vlamingen en de Afscheiding in Ulrum en Houwerzijl (doctoraalscriptie RUGroningen,1983)
  • Er zijn ook bronnen in de tekst vermeld

Reageer op het artikel "Piëtisme in de provincie Groningen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Petervandenburg
Laatste update: 28-10-2019
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Protestants Piëtisme
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!