InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Jezus-belijdende Joden ingelijfd in christendom en Kerk?

Jezus-belijdende Joden ingelijfd in christendom en Kerk?

Jezus-belijdende Joden ingelijfd in christendom en Kerk? Onder zowel christenen als Joden (die Jezus niet als Messias aanvaarden) leeft het hardnekkige misverstand dat Jezus-belijdende Joden (ook wel Messiaanse - of Messiasbelijdende Joden genoemd) niet langer Joods zouden zijn en opgaan in het christendom. Welnu, deze gedachte is niet in lijn met de Bijbel én de praktijk. Jezus-belijdende Joden zijn en blijven Joden. Het is net als bij Paulus die zich ná zijn Damascus-ervaring een Israëliet bleef noemen (Romeinen 11:1 en Galaten 2:15)

Jezus-belijdende Joden ingelijfd in christendom en Kerk?


Worden Jezus-belijdende Joden ingelijfd bij het christendom?

Joden die Jezus (Hebreeuws: Jesjoea) als hun Messias aanvaarden, worden niet ingelijfd bij het christendom. Het zijn juist (gelovigen uit de) heidenen (in de betekenis van niet-Joden) die worden toegevoegd aan het heilsplan van God (Romeinen 11). Paulus (Sha'ul) gebruikt in de Romeinenbrief het beeld van de olijfboom om de verhouding van gelovigen uit de heidenen met Israël te verduidelijken. Paulus maakt een onderscheid tussen Messiaanse Joden en gelovigen die uit heidense volken komen. Paulus laat geen spaan heel van het idee dat Joden die tot geloof in Jezus zijn gekomen ophouden Joods te zijn. "Laat ieder blijven wat hij was toen hij geroepen werd," zegt Paulus (1 Korinthiërs 7:20). Een Jood legt zijn Jood-zijn niet af op het moment dat hij Jezus als Messias aanvaardt. Evenzo wordt een gelovige uit de heidenen geen Jood als hij Jezus erkent als de opgestane Heer.

Deelhebben aan het burgerschap van Israël

Doordat gelovigen uit de heidenen verbonden zijn met Christus, hebben ze deel aan het burgerschap van Israël (Efeziërs 2:12). Door het geloof in de Joodse Messias zijn de gelovigen uit de heidenen toegevoegd in de toen reeds bestaande Gemeente, Israël. Zij zijn daarmee mede-erfgenamen geworden. Gelovigen uit de heidenen worden dus géén Israëlische staatsburgers, maar krijgen wel de burgerrechten van Israël. Zij integreren met behoud van de eigen identiteit. Kortom, de Joden behouden hun identiteit en de gelovigen uit de heidenen behouden hun identiteit. De oudste broeder (Israël) en de jongste broeder (gelovigen uit de heidenen) zijn twee groepen met allebei hun eigen roeping, en tegelijk zijn Jood en niet-Jood één in Jesjoea. Er is maar één Gemeente waarvan Jesjoea het hoofd is.

Jezus en Israël zijn niet los verkrijgbaar

Jezus en Israël horen bij elkaar zoals de adem bij een lichaam. Ze zijn niet los verkrijgbaar! Israël is geen gepasseerd station. Jesjoea haMasjiach én Israël zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, toen en nu. Jesjoea is de koning der Joden en de Joodse natie is zijn volk. Paulus zegt: “Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken” (Romeinen 1:16). En let op de volgorde: ‘voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken’. De gelovigen uit de heidenen mogen er deel van uitmaken, maar de Gemeente is niét van hun! Ik kan niet anders constateren dan dat de Kerk zich niet goed heeft verhouden met deze Bijbelse noties. En dan druk ik mij nog zacht uit. Maar er is een beweging gaande van christenen die erkennen dat de Gemeente van God geen enkel bestaansrecht heeft buiten Israël om. De Kerk moet zich verootmoedigen en de wettige erfgenaam zijn erfdeel teruggeven. De Kerk die niet is geworteld in Israël en haar Joodse wortels verloochend, is ten dode opgeschreven. Dat laat zich aftekenen in de ontkerstening en secularisering op het Europese continent.

De gelovigen uit de heidenen zijn toegevoegd aan Israël en niet andersom

Het zijn dus de gelovigen uit de heidenen die zijn toegevoegd aan Israël, althans het gelovige deel van Israël. Het is een toevoeging en geen vervanging wat eeuwenlang werd gedacht; denk aan de anti-Bijbelse vervangingstheologie waarbij de Kerk in de plaats van Israël zou zijn gekomen. Wat een diabolische hoogmoed! Joden die geloofden in hún Messias moesten opgaan in de inmiddels verheidenste kerk en leven zoals alle andere leden van de kerk - ze moesten assimileren, hun Jood-zijn afleggen. Deze vreselijke vervangingstheologie heeft eeuwenlang het denken over Israël en Joden bepaald. Er was geen aparte plaats voor het geslacht van Abraham. Gelukkig worden de ogen van steeds meer christenen geopend voor het feit dat zij (de Joden) het volk van God zijn en blijven. Jawel, zij zijn en blijven de eerstgeborenen. Punt uit. Het verbond is niet opgezegd en god heeft zijn volk niet verstoten. Paulus schreeuwt het bij wijze van spreken van de daken: "Heeft God zijn volk soms verstoten? Beslist niet” (Romeinen 11:1). BESLIST NIET. Het kan niet duidelijker. De kerk was lange tijd stekeblind voor deze geestelijke zaken, ze heeft vreselijk gedwaald en op allerlei manieren het Joodse volk veel pijn en leed aangedaan. De kerk moet schuld belijden voor het aandeel in het lijden van het Joodse volk en vergeving vragen voor alle wandaden die gepleegd zijn in naam van nota bene de Joodse Messias van Israël. Ook moet de kerk alles in het werk stellen om de anti-christelijke vervangingstheologie met wortel en tak uit te bannen en moet zij met alle beschikbare middelen alle vormen van antisemitisme bestrijden.

De saprijke wortel van de olijf
"De samenzwering van satan om de Kerk af te houden van een relatie met het joodse volk, heeft de Kerk eeuwenlang ervan weerhouden deel te hebben aan 'de saprijke wortel van de olijf' (Rom. 11:17). De Kerk begon er totaal anders uit te zien en zich anders te gedragen dan de eerste gelovigen, die allen joods waren, en dat had tot gevolg dat de relatie met het joodse volk verslechterde. De Kerk maakte het voor Joden onmogelijk om tegelijkertijd in de Messias Yeshua [Jezus] te geloven en hun joodse identiteit te behouden. Daarom is het ook zo moeilijk om joodse mensen te bereiken, immers zij kunnen het ‘joodse’ evangelie van hun eigen Messias niet meer zien of horen."[1]

Ze bleven 'ijveraars voor de wet'

De essentie van Paulus' prediking is dat er alleen redding is door het geloof in de Joodse Messias Jezus. Er kwamen in de begintijd vele duizenden Joden tot geloof en allen leefden vol overtuiging volgens de wet (Handelingen 21:20). In een andere vertaling staat het heel treffend: ze waren 'ijveraars voor de wet'. Joden die Jezus als Messias aanvaardden, lieten absoluut niet de Tora los. Zij bleven ijveraars voor de Tora toen ze eenmaal tot geloof in Jezus gekomen waren. Dit werd - zo maken we uit de tekst op - als een positieve kwalificatie beschouwd. Aldus blijven hedendaagse Messiaanse Joden vasthouden aan hun Joodse identiteit en gaan ze niet op in het christendom. Messiaanse Joden blijven hun eigen Joodse levenswijze volgen. Het geloof dat de Jood Jesjoea uit het geslacht van David, de koning van Israël, de beloofde Messias van Israël is, zoals voorzegd door de profeten van Israël, zet geen streep door het Jood-zijn, maar is de ultieme bevestiging daarvan. Vanaf de 19e eeuw zien we (weer) dat Joden die geloven in Jesjoea haMasjiach hun eigen identiteit behouden. De Hongaarse rabbijn Isaac (Ignatz) Lichtenstein (1824 - 1909) is daar een goed voorbeeld van.

De roeping van Israël

Evert van der Poll beschrijft in zijn boek ‘De Messiaanse beweging en haar betekenis voor christenen’ een reeks motieven waarom Messiaanse Joden blijven vasthouden aan hun Joodse identiteit. Hij bespreekt onder meer het theologische motief. Na de (eerste) komst van Jezus is de rol van Israël als volk niet uitgespeeld. God heeft niet de kerk in de plaats van Israël gesteld als Volk des Heren. Nee, want 'de genade die God schenkt neemt hij nooit terug, wanneer hij iemand roept maakt hij dat niet ongedaan' (Romeinen 11:29). De Messiaanse Joden willen het volksbestaan in stand houden en hun Joodse identiteit behouden, aangezien Israël is geroepen 'een licht voor alle volken' te zijn’ (Jesaja 49:6). Jezus is de ultieme en volkomen belichaming van deze roeping (Johannes 8:12). Het volk Israël heeft een getuigende functie: door te leven naar de geboden van God (Tora), getuigt het van de Ene ware God. Door zijn fysieke voortbestaan en terugkeer naar het Land Israël, getuigen de Joden van Gods absolute trouw aan zijn beloften. En door Jesjoea haMasjiach op een Joodse manier te volgen geeft de Messiaanse beweging concreet inhoud aan de roeping van Israël. Messiaanse Joden zeggen dat hun volk is geroepen om op deze manier de volken de weg te wijzen naar de God die ook hun Redder is. En dat kan alleen maar als het Joodse volk blijft bestaan en niet opgaat in de andere volken.[2]

'Laat ieder blijven wat hij was toen hij geroepen werd'

Paulus verduidelijkt in zijn brieven dat gelovigen uit de heidenen zich niet tot het Joodse naleven van de Tora hoeven te bekeren door zich te laten besnijden. De Israëlieten worden besneden, aangezien zij behoren tot het natuurlijke nageslacht van Abraham, Isaak en Israël. Dat geldt vanzelfsprekend niet voor gelovigen uit de heidenen. Evenmin hoeven Joodse gelovigen, net als Paulus zelf, afstand te doen van hun verplichtingen ten opzichte van de Tora (zie o.a. 1 Korintiërs 7:17-24). Paulus zegt: "Laat ieder blijven wat hij was toen hij geroepen werd" (1 Korinthiërs 7:20). Een gelovige uit de heidenen wordt geen Jood als hij Jezus erkent als de opgestane Heer en een Jood legt, kortom, zijn Jood-zijn niet af als hij Jezus als Messias aanvaardt en in zijn eigen Joodse Bijbel begint te geloven (dus naast de Tenach in de B’rit Chadasja, het Nieuwe Testament).

Op een website van de Messianic Jewish Alliance of America (MJAA) staat het kernachtig uitgedrukt:

Should Jews really attempt to assimilate into churches and forego their Jewish identity when they choose to put their faith in the Jewish Messiah? Messianic Judaism answers, ‘No!’

As Yeshua Himself embraced His Jewishness, Messianic Jews seek to embrace theirs, by meeting in congregational communities with other Jewish believers and by maintaining a Biblically Jewish expression of their faith. Every congregation is different, but this expression often means worshiping in Hebrew, following Mosaic Law, dancing as King David did before the Lord, and keeping Biblical holidays such as Pesach, Sukkot, or Shavuot.[3]


Moeten Joden assimileren in de kerken en hun Joodse identiteit afleggen, wanneer zij ervoor kiezen te geloven in de Joodse Messias? Het antwoord van het Messiaanse Jodendom is een duidelijk en ondubbelzinnig: "NEE!" Zij behouden hun eigen Joodse identiteit.

Geen nieuwe religie
"Onze Messias, Jezus, is niet gekomen om een nieuwe religie te stichten. Hij kwam om een juist begrip te brengen van het Woord van God en ons te leren hoe we dienovereenkomstig moeten handelen. Hij kwam niet om de Tora (instructies) af te schaffen. (...) Romeinen 3:31 zegt nadrukkelijk: 'Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet'.”[4]

Noten:
  1. http://www.davidstabernakel.nl/index.php?type=nieuws&mid=39
  2. Evert van der Poll: De Messiaanse beweging en haar betekenis voor christenen; Shalom Books, Putten, 2001, p. 149-150.
  3. http://www.mjaa.org/site/PageServer?pagename=Spg_About_History_MesJud_Identity
  4. http://www.davidstabernakel.nl/index.php?type=nieuws&mid=39

Fotoverantwoording:
Het betreft een bordje van de Beth Messiah Messianic Synagogue (synagoge van Messiaanse Joden) in de Verenigde Staten. Zij zeggen van zichzelf: "At Beth Messiah, we as Messianic Jews believe Yeshua (Jesus in Hebrew) is the Messiah, live a Jewish lifestyle, raise our children to be Jewish, and worship the G-d of Israel in Jewish manner." (http://www.bethmessiahfla.com)

Lees verder

© 2011 - 2019 Tartuffel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joden in Nederland: Middeleeuwen – christelijke JodenhaatJoden in Nederland: Middeleeuwen – christelijke JodenhaatHet is moeilijk te zeggen waarom in de eerste decennia van de vijftiende eeuw veel Joden in Nijmegen woonden. Mogelijk h…
Joodse volgelingen van Jezus - Kees Jan RodenburgrecensieJoodse volgelingen van Jezus - Kees Jan Rodenburg'Joodse volgelingen van Jezus - Een overzicht in 40 vragen en antwoorden', rolde in 2010 van de persen. Het is geschreve…
Joden in Nederland: 1516-1621 – Reformatie en de JodenJoden in Nederland: 1516-1621 – Reformatie en de JodenTegelijkertijd met de Reformatie raakten verschillende renaissancegeleerden in Italië geïnteresseerd in oude Joodse teks…
Joden in Nederland: 1516-1621 – Sefardische JodenJoden in Nederland: 1516-1621 – Sefardische JodenIn 1492 stelde de Spaanse koning, Ferdinand II van Aragon, de Joden voor de keus of Spanje te verlaten of zich te bekere…
Joden in Nederland: Middeleeuwen – eerste JodenJoden in Nederland: Middeleeuwen – eerste JodenAan de hand van het boek 'Geschiedenis van de Joden in Nederland' willen we een globaal overzicht geven van de Middeleeu…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: istock.com/Massonstock
  • Evert van der Poll: De Messiaanse beweging en haar betekenis voor christenen; Shalom Books, Putten, 2001.
  • http://www.bethmessiahfla.com
  • http://www.davidstabernakel.nl/index.php?type=nieuws&mid=39
  • http://www.mjaa.org/site/PageServer?pagename=Spg_About_History_MesJud_Identity

Reageer op het artikel "Jezus-belijdende Joden ingelijfd in christendom en Kerk?"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reacties

J. Bijma, 14-10-2014 15:00 #2
Over de verhouding tussen bekeerde Joden en heidenen


De tenneur van dit artikel is : dat bekeerde Joden Joden blijven en dat de bekeerde heidenen bij Israël worden ingelijfd, in plaats van omgekeerd.




Allen schuldig

In dit verband is het goed op te merken, dat zowel de Joden als de Grieken schuldig staan voor God.

Romeinen 3 : 9 luidt: "Wij hebben tevoren zowel Joden als Grieken beschuldigd, dat zij allen onder (de) zonde zijn".

En vers 23 van dat hoofdstuk herhaalt dat nog eens zo: "Want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en bereiken de heerlijkheid van God niet".

Jood en Griek staan dus zonder onderscheid schuldig.



Eenzelfde weg tot zaligheid

Maar er is ook geen onderscheid als het gaat om het verkrijgen van de zaligheid. Ik citeer weer een paar bijbelteksten:

"Is (God) alleen de God van de Joden? Niet ook van de volken? Ja, ook van de volken; er is immers een enig God, die besnedenen rechtvaardigen zal op grond van geloof, en onbesnedenen door het geloof" (Rom. 3 : 29, 30).

"Want de Schrift zegt: "Een ieder die in hem gelooft, zal niet beschaamd worden". Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek, want dezelfde Heer van allen is rijk voor allen die hem aanroepen: "want een ieder die de naam van (de) Heer zal aanroepen, zal behouden worden" (Rom. 10 : 11 - 13).



Eerst de Jood, dan de Griek

De Schrift geeft de Jood wel altijd de voorrang als het om de prediking van het evangelie gaat. Dat is echter geen kwestie van rangorde, maar van tijdorde. De volgende tekst heeft daarop betrekking:

.





.

Anderzijds moet de bekeerde Jood beseffen dat, welke bijzondere plaats zijn volk in het verleden ook innam en in de toekomst weer zal innemen, hij op grond van zijn Jood-zijn, in deze tijd geen bijzondere plaats inneemt in de gemeente. Dat hij op dezelfde wijze als de heiden behouden moet worden, zegt dat al voldoende.



Eén lichaam

Daarmee is echter nog niet alles gezegd. Bekeerde Joden en heidenen vormen samen de gemeente van Jezus Christus. En hoe wordt die gemeente voorgesteld?

Wel, als het lichaam van Christus. De Schrift legt er bijzondere nadruk op dat er één lichaam is dat een hechte eenheid vertoont (Rom. 12:4, 5; 1 Kor. 12:13a; Kol. 3:15). Tot dat ene lichaam zijn we gedoopt "hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen".

Zo min als er in dat geestelijke lichaam een verhevener plaats zou zijn voor heren dan voor slaven, zo min is die er voor de Joden boven de heidenen. Deze onderscheidingen zijn wat de gemeente betreft weggevallen (vgl. Gal. 3:28; Kol. 3:11).

Er is wel onderscheid in het lichaam, want dit lichaam bestaat uit leden elk met hun eigen gaven, maar dat is dan ook alles. En het bezit van een gave heeft niets te maken met onze afkomst als Jood of heiden.



Hoe is dit lichaam ontstaan?

Het is van veel belang na te gaan wat de Schrift in Efeze 2 over het ontstaan van dit lichaam zegt. Dan blijkt namelijk dat bekeerde heidenen geen Joden worden, of bij de Joden worden ingelijfd. Eveneens dat bekeerde Joden geen "heidenen" worden. Wie dat mocht menen, heeft niet begrepen wat de gemeente is. Zowel de theologen, die beweren dat de Kerk geestelijk Israël is, als de Messias-belijdende Joden, die menen dat bekeerde heidenen bij de Joden zijn gekomen, zien over het hoofd dat de gemeente een totaal nieuwe verschijning is.

In dit hoofdstuk spreekt Paulus over de Joden die nabij God waren en de heidenen die ver van God waren. Maar al was de Jood dichtbij, hij was toch niet genoeg dichtbij. Want Jood en heiden moesten "nabij" gebracht worden "door het bloed van Christus".

Hoe gebeurde dat? Wel, door Christus werd de scheidsmuur van de omheining, die Jood en heiden scheidde, weggebroken.

Werden de heidenen, die in Hem geloofden, daardoor Joden of de Joden heidenen? In geen geval, vers 15b luidt immers:

"opdat Hij die twee (n.l. Jood en heiden) in zichzelf TOT EEN NIEUWE MENS zou scheppen, vrede makende en beiden in EEN LICHAAM met God verzoenen zou door het kruis".

Zowel aan hen die veraf waren, als aan hen die nabij waren, wordt de vrede verkondigd en zo zegt vers 18:

"door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader".

Weg tussenmuur, weg onderscheid! Er is iets totaal nieuws ontstaan waaraan èn Jood èn heiden, op grond van bekering en geloof, deel hebben. Bekeerde heidenen zijn dus geen Joden geworden en bekeerde Joden geen soort heidenen. Wij zijn niet bij de ander gekomen, maar bij elkaar gekomen, omdat we elk aan Christus toegevoegd zijn. Hij is het hoofd van de gemeente. En aan Hem als Hoofd moeten we vasthouden, een andere band tussen bekeerde Joden en heidenen bestaat er niet. En in dat lichaam, waarvan Hij het Hoofd is, zijn we allemaal leden en is ieder onderscheid opgeheven!

Ten overvloede citeer ik nog 2 Kor. 5:16a en 17:

"Zo kennen wij van nu aan niemand naar het vlees… Daarom als iemand in Christus is - een nieuwe schepping - het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden".


En Romeinen 11 dan?

Maar hoe zit het dan met Romeinen 11, waarop door de eerder genoemde Rebecca als volgt een beroep werd gedaan:

"Ik volgde de Jood Jezus en ik werd zogezegd weer ingeënt in de olijfboom (Romeinen 11:23, 24). Ik bleef en blijf Jodin".

In dat hoofdstuk is sprake van Joodse "takken", die uitgehouwen zijn en van heidense "takken" afkomstig van een wilde olijfboom, die in plaats daarvan zijn geënt (vers 17). Vervolgens wordt daar aangekondigd, dat de heidense takken zullen worden afgehouwen als ze niet in het geloof blijven en dat de Joodse takken weer op hun eigen olijfboom zullen worden geënt als ze in het ongeloof niet blijven (vers 23, 24). Zelfs kondigt de apostel aan, dat de verharding, die er nu gedeeltelijk over Israël ligt, zal worden opgeheven als de volheid van de heidenen zal zijn ingegaan en dat dan "heel Israël" zal behouden worden.



Ander onderwerp

Er is een in het oog lopend verschil tussen Romeinen 11 en Efeze 2. Daar is sprake van een nieuwe mens en van de vorming van één lichaam waarin Jood en heiden met God verzoend zijn. Hier echter is sprake van enten van heidenen op iets dat al bestond en weer enten van Joden op hun eigen olijfboom.

Ogenschijnlijk is er dus tegenspraak. De zaak is echter, dat Paulus in de Efezebrief een ander onderwerp behandelt dan in de brief aan de Romeinen. Helaas is Rebecca niet de enige, die aan dit onderscheid voorbijgaat. De meeste protestantse theologen zijn haar hierin voorgegaan. In de Romeinenbrief behandelt Paulus de leer van het heil, de rechtvaardiging door het geloof, in de Efezebrief ontvouwt hij de verborgenheid van de gemeente. In Romeinen 11 gaat het niet over de kerk of de gemeente. Paulus stelt het niet zo voor, dat de kerk eerst bestond uit Abraham en zijn nageslacht, dat daarna de heidenen daarbij werden ingelijfd en die kerk zijn nieuwtestamentische gedaante zou krijgen en dat vervolgens in de eindtijd weer grote scharen Joden aan die kerk zouden worden toegevoegd. Nogmaals: het gaat in Romeinen 11 niet over de kerk, maar over het heil, over de behoudenis. Nu is voor velen het begrip behoudenis niet los te denken van het begrip kerk en dus sleept men in Romeinen 11 de kerk erbij en dat is de oorzaak van de verwarring. De apostel stelt hier niet de kerk en het volk Israël tegenover elkaar, maar Joden en heidenen of volken. En hij laat zien, dat God beurtelings aan Joden en heidenen zijn barmhartigheid bewijst. Na de zondvloed, toen de mensheid in afgoderij ten onder ging, heeft God Zich gewend tot Abraham en hem rijke beloften geschonken.



Met "eerstelingen" en "wortel", waarvan sprake is in vers 16, wordt niet Israël aangeduid, maar Abraham, de aartsvader met eventueel Izaäk en Jakob. Het volk wordt in datzelfde vers wel aangegeven, maar dan met de termen "deeg" en "takken". Omdat de eerstelingen heilig zijn, is het deeg dat ook. Met die woorden geeft Paulus voor de heidenen aan, dat Israël als nageslacht van Abraham een geheiligde plaats voor God inneemt. Door het ongeloof van het volk, door hun val, is het heil echter tot de volken gegaan. Tot hen is de prediking van rechtvaardiging op grond van geloof gekomen. Zo hebben de heidenen deel gekregen aan "de zegen van Abraham" (Gal. 3 : 14).

Dat die bekeerde heidenen en de bekeerde Jood de nieuwe mens van Efeze 2 vormen en dat beiden in één lichaam, de gemeente, met God verzoend zijn, komt hier niet ter sprake. Dat aspekt ligt hier helemaal buiten het gezichtsveld, die verborgenheid wordt hier niet ontvouwd.

De bekeerde heiden is dus wat het heil betreft geënt op Abraham, niet op Israël. Abraham is de wortel, de boom zelf, Israël vormt de takken van de boom. De heiden is kind van Abraham door het geloof. Nu kon de heiden menen, dat Israël vanwege ongeloof voorgoed aan de kant was gezet. De apostel korrigeert die gedachte echter grondig. Hij laat zien, dat God de bijzondere band tussen Abraham en zijn nageslacht nooit vergeet. Paulus beschouwt de heidenen hier als tegennatuurlijke takken, terwijl hij over de Joden spreekt als natuurlijke takken, die weer op hun eigen olijfboom zullen worden geënt. En eenmaal zal dat gebeuren, dan zal Israël tot inkeer komen en zal heel Israël, Israël als volk en niet een enkeling (vers 14), behouden worden. (N.B. Nadat de goddelozen door het gericht zijn verdelgd, zie Ezech. 20:38 en Zach. 13:8, 9). Dan zal de barmhartigheid van God zich weer tot zijn volk uitstrekken, dan is echter de volheid van de volken ingegaan. Anders gezegd: dan is de gemeente van het toneel verdwenen (Joh. 14 : 1 -3; 1 Thess. 4 : 15 - 18; Openb. 3 : 10).

Wat het heil betreft, zijn wij heidenen dus op Abraham "geënt". Wat de gemeente aangaat vormen bekeerde Joden en bekeerde heidenen een nieuw lichaam, waarin is noch Jood noch Griek. Het is belangrijk dit heel zuiver te stellen

Kees Noorlander, 10-05-2012 12:50 #1
Dit is een interessant artikel, maar wel met wat begripsverwarring. De opmerking dat de kerk schuld moet belijden voor het aandeel in het lijden van het Joodse volk, is onduidelijk, als je niet precies weet wat met “de kerk” wordt bedoeld. Als daar bepaalde kerken mee worden bedoeld, dan ben ik daar van harte mee eens. En het heeft zelfs een enkele keer plaats gevonden. Denk maar aan de schuldbelijdenis van de Paus in 2000 voor de wandaden door de kruistochten. Of aan de schuldbelijdenis van de Lutherse kerk in 2010 voor het vervolgen van de doopsgezinden. Gelukkig zijn er ook kerken (gemeenten is een beter woord) met een warm hart voor Joden en voor de staat Israël.
Maar als de schrijver met “de kerk” alle echte discipelen van Jezus bedoelt, dan gaat hij te ver. Het kan natuurlijk niet zo zijn, dat als iemand (Jood of heiden) zich bekeert en een discipel van Jezus wordt, hij daardoor automatisch schuld zou moeten belijden voor wandaden van sommige kerken, die niet alleen Joden vervolgden, maar ook Bijbelgetrouwe christenen.

Het artikel merkt terecht op dat de gelovigen uit de heidenen zijn toegevoegd aan het gelovige deel van Israël. Daarmee geeft Tartuffel dus aan dat de ware Gemeente nu het gelovig Israël is. Het gelovig Israël, d.i. de ware Gemeente bestaande uit gelovige Joden en heidenen, wordt in de Bijbel inderdaad Gods volk genoemd (Rom 9:24-26, 2 Kor 6:16, Ef 1:14, Tit 2:14, 1 Pet 2:9-10). Aan de andere kant wordt een gelovige in Jezus, zowel Jood als heiden, in de Schrift “christen” genoemd (1 Petrus 4:16), hetgeen niets anders betekent dan discipel van Christus (Hand 11:26).
Dat laat onverlet dat God nog een plan heeft met het “Israël naar het vlees” (1 Kor 10:18). De staat Israël is opgericht, terwijl de meeste Joden niet gelovig zijn (Jesaja 43:5-8). Maar ook zij zullen zich in de eindtijd massaal bekeren tot Jezus. 144.000 Joden zullen uitgaan om te evangeliseren (Openbaring 7). En straks zal de Messias op de olijfberg terugkeren en Israël bevrijden van zijn belagers (Zacharia 14:1-4).

Overigens hielden de apostelen zich niet strikt aan de Tora, maar aan de wet van Christus (1 Kor 9:21). Petrus leefde naar heidens en niet naar Joods gebruik (Gal 4:14). Alleen in Jeruzalem onder Joden hield Paulus zich aan de Tora. En ook nu zijn er Messiaanse Joden die menen dat zij zich niet aan de Tora, maar wel aan de wet van Christus te moeten houden. Laat elkaar hierin vrij.

Infoteur: Tartuffel
Laatste update: 15-02-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Special: Messiasbelijdende Joden
Bronnen en referenties: 5
Reacties: 2
Schrijf mee!