InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Psychologie > Felle discussie over buitenzintuiglijke waarneming

Felle discussie over buitenzintuiglijke waarneming

Critici willen het niet hebben over buitenzintuiglijke waarneming totdat alles bekend is van wat er over te weten valt. Verondersteld wordt dat na onderzoek ontdekt zal worden dat alle zogenaamde paranormale krachten van de menselijke geest eigenlijk normale krachten zijn, die zich tot een buitengewoon hoge graad hebben ontwikkeld.

Wars van voorbarige gevolgtrekkingen

De opvattingen over natuurkunde, tijd en ruimte schijnen tegengesproken te worden door telepathie, helderziendheid en precognitie (in te toekomst zien). Om die reden wensen critici beslist geen voorbarige conclusies te trekken met betrekking tot het bestaan van dergelijke paranormale verschijnselen, totdat iedere andere mogelijke verklaring van de verschijnselen uitputtend is onderzocht.

Universitaire laboratoriumonderzoeken

De felle discussies leidden in de dertiger jaren van de vorige eeuw tot laboratoriumonderzoek op de universiteiten en daarmee ging een groots onderzoek naar Extra Sensory Perception van start. Daarbij hield men rekening met de argumenten van de tegenstanders. Het onderzoek werd geleid door mannen die gewend waren wetenschappelijke methoden toe te passen. Zij begrepen heel goed dat een spontaan bewijs (hoe groot dan ook) de wetenschap niet zou kunnen overtuigen van het bestaan van verschijnselen, die in strijd waren met de geldende opvattingen. Een telepathische verschijning van een neef op hetzelfde moment dat zijn vliegtuig wordt neergeschoten of een voorspellende droom van de aardbeving in San Francisco kunnen wel dramatisch bewijs voor de werking van bovenzintuigelijke verschijnselen zijn, maar het is niet het soort bewijs dat nodig is om een wetenschapper te overtuigen. Daarom moesten paranormale verschijnselen in het laboratorium worden gebracht, waar het geobserveerd en gemeten kon worden en waar experimenten konden worden ontworpen (zoals in de natuurwetenschappen) om de veronderstellingen over buitenzintuiglijke waarneming te testen.

Grote pionier

Grote pionier op dit gebied was dr. J.B. Rhine. Samen met zijn vrouw Louisa ging hij in 1927 naar de Duke Universiteit in North Carolina in Amerika om parapsychologisch onderzoek te gaan verrichten. (Zowel J.B. als zijn vrouw Louisa hadden beiden als plantkundigen ook een doctorsgraad in de wijsbegeerte gehaald). Het echtpaar Rhine koos voor de Duke universiteit, omdat de hoogleraar die daar psychologie doceerde professor William McDougall was. Deze professor was de gewezen voorzitter van zowel het Britse als het Amerikaanse Genootschap voor Parapsychologisch Onderzoek. Ook had William McDougall in het openbaar een campagne gevoerd om van parapsychologisch onderzoek een universitaire studie te maken. Daarom kon deze professor het echtpaar Rhine van persoonlijk advies dienen en hen toestaan gebruik te maken van zijn afdeling.

Uitgave van het boek ESP

Zeven jaar later publiceerde J.B. Rhine zijn boek 'Extra Sensory Perception' waarin hij verslag deed van de eerste jaren van parapsychologisch onderzoek aan de Duke Universiteit. In wetenschappelijke kringen sloeg het boek in als een bom, net zoals indertijd gebeurd was bij Darwins boek 'Origin of Species'. Rhine's boek stimuleerde een wetenschappelijk meningsverschil dat nog steeds niet is opgelost.

Onderzoek-programma van dr. Rhine

In Guney's boek 'Phantasms of the Living' wordt verondersteld dat Extra Sensory Perception een spontaan vermogen is, dat vaak verbonden is met crisis-situaties (zoals rampen en sterfgevallen). Als dat zo is, dan zou het vrijwel onmogelijk zijn om ESP waar te nemen onder laboratorium-omstandigheden. Echter het is een basisprincipe van wetenschappelijk onderzoek, dat kleine gebeurtenissen die in het laboratorium zijn geproduceerd, tot theoretische regels kunnen leiden, die ook gelden voor veel grotere gebeurtenissen. Zo begrepen mensen helemaal niets van onweer, donder en bliksem totdat ze in het laboratorium ontdekten dat er vonken geproduceerd worden tussen elektrisch geladen voorwerpen. Op zo'n zelfde manier zou een schijnbaar onbeduidend geval als ESP (zoals het vaker dan volgens het toeval mogelijk is, kunnen raden wat er op een kaart staat) kunnen leiden naar het principe dat aan meer dramatische spontane gevallen van ESP ten grondslag ligt. Dr. Rhine begon dan ook zijn onderzoek-programma aan de Duke Universiteit in de hoop dit basisprincipe te vinden.

De Zener-kaarten

Dr. Rhine en zijn collegae vonden het onbevredigend om gebruik te maken van speelkaarten, getallen of verborgen voorwerpen als testmateriaal, omdat mensen nu eenmaal voorkeur hebben voor bepaalde kaarten, getallen en voorwerpen. Daarom werd nieuw testmateriaal ontworpen, waarbij vijf tamelijk neutrale symbolen werden gebruikt: een cirkel, een kruis, drie golflijntjes, een vierkant en een ster. Een pak ESP-kaarten (ook wel Zener kaarten genoemd, omdat dr. Zener de symbolen had voorgesteld) bestaat uit 25 kaarten, 5 van elk symbool.

De wet op de grote getallen

Als men het pak ESP kaarten doorloopt, waarbij wordt geprobeerd om de kaarten een voor een te raden of te herkennen door middel van buitenzintuiglijke waarneming, dan kan ervanuit worden gegaan dat door puur toeval 5 kaarten goed geraden worden. Dit betekent dat de gemiddelde score (bij 5 maal herhalen) volgens de wet op de grote getallen 5 zal zijn. Wanneer een proefpersoon nu bij langdurig herhaalde testen meer dan 5 treffers scoort, is het wetenschappelijk verantwoord aan te nemen dat er behalve de factor toeval, nog iets anders aan het werk is, namelijk de extra-kans-factor.

Extra-kans-factor

Natuurlijk kan de extra-kans-factor een vorm van bedriegerij zijn of een geheime verstandhouding met de proefnemer. Het zou ook de een of andere fout kunnen zijn in de opzet van het experiment. Eveneens zou het te wijten kunnen zijn aan het feit dat de proefpersoon aanwijzingen ontvangt en interpreteert op een manier waarvan noch hij noch de proefnemer zich bewust is. Maar als op voldoende wijze tegen deze mogelijkheden wordt gewapend en de proefpersoon aanzienlijk boven de toevalsverwachting uitkomt, is het wetenschappelijk gewettigd te beweren dat men getuige is geweest van een demonstratie van Extra Sensory Perception.
© 2010 - 2019 Emfkruyssen, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Parapsychologische onderzoeksmethodenHet onderzoek van paranormale verschijnselen heeft de laatste honderddertig jaar behoorlijk wat evolutie ondergaan. Van…
Tweespalt over PSIDe discussie over PSI verdeelt de mensheid in twee kampen: diegenen die PSI als waardeloze rommel van de hand wijzen en…
Kan je helderziendheid aanleren?Er is steeds meer interesse voor het paranormale en er zijn steeds meer opleidingen en workshops rond allerlei paranorma…
Verschil HBO en WOVerschil HBO en WOMet een HBO-propedeuse of HBO bachelor is het mogelijk om naar de universiteit te gaan. Wat is het verschil tussen HBO e…
Wat doet een psycholoog?Wat doet een psycholoog?Psychologen bestuderen het menselijk gedrag. Ze proberen het gedrag te begrijpen, te verklaren en te voorspellen en daar…

Reageer op het artikel "Felle discussie over buitenzintuiglijke waarneming"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Emfkruyssen
Laatste update: 28-09-2010
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Psychologie
Schrijf mee!