InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Psychologie > Werken met de zelfredzaamheidsradar

Werken met de zelfredzaamheidsradar

Werken met de zelfredzaamheidsradar Zorg voor een naaste of een kwetsbaar persoon kan te ver gaan. Door handelingen uit handen te nemen die iemand zelf kan doen, wordt een toch al kwetsbaar persoon steeds afhankelijker. Dit leidt tot verarming van het leven van degene die geholpen wordt. De zelfredzaamheidsradar is een leidraad. Deze is bruikbaar om een goed gesprek op gang te brengen en de zelfredzaamheid van de cliënt te verbeteren. Dit is niet alleen voor de cliënt zelf belangrijk, maar ontlast ook de aanwezige mantelzorgers.

De prefrontale cortex

De prefrontale cortex wordt actief bij het nemen van initiatieven, het genereren van nieuwe ideeën en bij het reguleren van emoties. Wanneer deze activiteiten uit handen worden genomen, gaat de prefrontale cortex minder goed functioneren en wordt het ook steeds moeilijker om wel initiatieven te ondernemen, ideeën te ontwikkelen en emoties te reguleren. Een prikkelende omgeving, beweging en voldoende uitdaging is nodig om het functioneren van de prefrontale cortex te optimaliseren.

Zelfredzaamheidsradar

De zelfredzaamheidsradar bestaat uit bestaat kenmerken. Deze vijftien kenmerken zijn niet nieuw. Ze zijn ontleend aan de definitie van verplegen van verpleegkundige Virginia Henderson (1897-1996). Een hulpverlener of mantelzorger speelt een belangrijke rol bij de zelfredzaamheid van de cliënt.

De verschillende kenmerken krijgen allen een bepaalde score:
  1. geheel afhankelijk – hier zijn ernstige problemen
  2. grotendeels afhankelijk – de mate van zelfredzaamheid is gering
  3. deels afhankelijk/deels zelfredzaam – iemand redt zich in beperkte mate
  4. grotendeels zelfredzaam – iemand kan zich met hulpmiddelen voldoende redden op dit terrein
  5. geheel zelfredzaam – dit onderdeel verloopt goed

Scores leveren een stipje op en het verbinden van deze stipjes wordt een plaatje. Het ideaalplaatje is een volledige cirkel. Op de plaats waar iemand niet goed functioneert ontstaat een deukje. Het is de bedoeling dat er manieren worden verzonnen om de cliënt beter te laten scoren op de gebieden waar een deukje is ontstaan. Zo maak je afspraken en vergroot je de zelfredzaamheid.

De vijftien kenmerken

Eten en drinken

Dit is een breed begrip. Iemand met score 1 is niet in staat om zelfstandig te eten of te drinken. Bij score 2 is de cliënt hiertoe wel in staat (eventueel met hulpmiddelen), maar niet in staat om zelfstandig de voedingsmiddelen te bemachtigen. Score 3 geeft aan dat de cliënt niet in staat is zelfstandig een maaltijd te koken. Dit kan zijn vanwege fysieke beperkingen, maar ook vanwege psychische beperkingen. Bij score 4 is deze mogelijkheid er wel, maar zijn de maaltijden vaak niet gezond, schiet het koken er vaak bij in of is er geen regelmaat in het eetpatroon met een normale verdeling (ontbijt/lunch/diner). Bij score 5 verloopt dit onderdeel goed.

Continentie

Bij score 1 is de cliënt incontinent en wordt hij of zij op dit onderdeel verzorgd. Bij score 3 verloopt dit onderdeel meestal wel goed, maar is er sprake van ongelukjes. Misschien dat hulpmiddelen hier uitkomst kunnen bieden. Bij score 4 komen ongelukjes sporadisch voor en is het oplossend vermogen van cliënt zodanig dat deze hierop kan anticiperen. Bij score 5 kan de patiënt zelfstandig naar het toilet en zijn er geen hulpmiddelen nodig.

Lichaamshouding

Dit geldt alleen voor cliënten die fysiek ernstig beperkt zijn. In hoeverre zijn variaties in lichaamshouding mogelijk? In hoeverre is de cliënt in staat zelfstandig handelingen te verrichten zoals uit bed komen, zich van bed naar stoel te verplaatsen enz? Zijn hiervoor hulpmiddelen beschikbaar? Grijp hier niet te snel naar, misschien dat de cliënt met een handigheidje weer dingen zelf kan.

Mobiliteit

Het gaat hierbij om de mogelijkheden van de cliënt om zich te verplaatsen, m.n. buitenshuis. Wanneer hierbij problemen zijn, kan je gaan kijken welke hulpmiddelen eventueel beschikbaar zijn om de zelfredzaamheid op dit gebied te verbeteren en de mobiliteit te bevorderen.

Dag-nachtritme

Is de cliënt in staat om een normaal dag- en nachtritme te onderhouden? Zit hier regelmaat in? Hoe laat staat de cliënt op, hoe laat gaat hij of zij naar bed, wordt er tussendoor nog geslapen? Dag-nachtritme heeft ook vaak effect op eten en drinken omdat bij een slecht dag-nachtritme vaak ook een onregelmatig eetpatroon ontstaat.

Aan- en uitkleden

Kan de cliënt dit zelfstandig, of eventueel met hulpmiddelen. Kleedt de cliënt zich ook iedere dag aan of zijn er dagen dat hij of zij er niet toe komt zichzelf aan te kleden? Kan de cliënt ook uitleggen waarom dit is?

Lichaamstemperatuur

Is de cliënt fysiek en/of psychisch in staat om zijn of haar eigen lichaamstemperatuur te reguleren? Bezit hij of zij het vermogen om kleding aan te passen aan de weersomstandigheden? Voelt hij of zij warmte en koude en hoe zit het met het oplossend vermogen? Kan de cliënt actie ondernemen wanneer hij of zij het warm of koud heeft, zoals de verwarming hoger of lager zetten, een raam open of dicht doen?

Hygiëne

Bij hygiëne gaat het niet alleen om voldoende wassen, tanden poetsen en deodorantgebruik. Ook zaken als nagels knippen, handen wassen wanneer nodig en toilethygiëne horen hierbij.

Veiligheid

Hierbij moet je denken aan gas uitdraaien, deur op slot doen, maar ook aan financiën. Kan de cliënt hierin het overzicht bewaren en de resultaten van zijn of haar financiële acties overzien?

Communicatie

Is de cliënt in staat om problemen in zijn of haar functioneren te signaleren en te beoordelen? Zo ja, in hoeverre is de cliënt in staat om zelfstandig de juiste hulp in te schakelen?

Contact anderen

Hoe groot is het vermogen om een sociaal netwerk te organiseren en sociale contacten aan te gaan? Heeft de cliënt sociale contacten? Zijn deze contacten voldoende en is de cliënt in staat deze contacten zelfstandig te onderhouden? Sociale netwerkmethodiek kan worden ingezet om sociaal netwerk te vergroten. Zo wordt sociaal isolement en eenzaamheid voorkomen en onderlinge steun bevorderd. Dit is niet alleen voor de cliënt belangrijk, maar is ook een ontlasting van de eventueel aanwezige mantelzorger.

Normbesef

In hoeverre conformeert de cliënt zichzelf aan de norm en ervaart de cliënt zijn of haar eigen gedrag als storend wanneer de normale fatsoensnormen worden overschreden? Hoe staat het hierin met het empathisch vermogen van de cliënt? Begrijpt de cliënt emoties van anderen en kan hij of zij hierin meevoelen? Is de cliënt in staat om te beseffen dat anderen aanstoot nemen aan zijn of haar gedrag?

Dagelijkse activiteiten

Verricht de cliënt de dagelijkse activiteiten zelfstandig of heeft de cliënt hier moeite mee? Wordt het huishouden door de cliënt zelfstandig geregeld? Lukt dit met hulpmiddelen of is de cliënt hierin afhankelijk? Hoe staat het met het oplossend vermogen hierin? Kan de cliënt bij problemen (uitvallen stroom, vlam in de pan, weigerende apparatuur, kapotte lamp) deze zelf oplossen of is hierbij hulp nodig? Belangrijk is ook door te vragen. Waarom lukt dit zelf niet? Is de cliënt hier fysiek niet toe is staat of is er sprake van paniek en gebrek aan oplossend vermogen? Is de cliënt in staat om het overzicht in het huishouden te bewaren of ontstaan er achterstanden?

Spel en recreatie

Dit gaat over de dagbesteding. Wanneer er ernstige problemen zijn heeft de cliënt op een dag weinig tot niks te doen en ervaart hij of zij de dag als negatief. Minder negatief wordt het wanneer de cliënt wel een aantal activiteiten heeft op een dag, maar deze zelf als onvoldoende ervaart. Volgens het ideaalplaatje kan de cliënt de activiteiten ontplooien die hij of zij leuk of belangrijk vindt.

Leervermogen

Kan een cliënt nog dingen leren en kan hij of zij anticiperen op veranderende omstandigheden? Hoe staat het met het geheugen? Gaat dit achteruit en in hoeverre levert dit problemen op?

Breng zelfredzaamheid in kaart

De zelfredzaamheidsradar is digitaal gratis beschikbaar. Naast de zelfredzaamheidsradar zijn er ook een zelfredzaamheidsmeter, een zelfredzaamheidsmatrix en de monitor voor zelfredzaamheid en participatie. Zelfredzaamheid in kaart brengen bij mensen met psychische problemen, betekent wel veel doorvragen. Vaak hebben deze patiënten weinig tot geen inzicht in hun eigen ziekte en kunnen ze zelf niet goed bepalen wanneer ze hulp nodig hebben en waarbij ze hulp nodig hebben.
© 2017 Katinka900, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Het PGB: besteding van de zorgfunctie BegeleidingHet PGB: besteding van de zorgfunctie BegeleidingOp 1 januari 2009 zijn de zorgfuncties Ondersteunende Begeleiding en Activerende Begeleiding opnieuw geformuleerd en ver…
Wat is 'Ergotherapie'?De term ergotherapie komt van het Griekse ‘ergos’ wat handeling, werk of daad betekent. Een inmiddels verouderde term vo…
Ontwikkeling Zelfredzaamheid- Signalen OntwikkelingsprobleemOntwikkeling Zelfredzaamheid- Signalen OntwikkelingsprobleemZelfredzaamheid en de ontwikkeling ervan, verschilt per kind. Elk kind ontwikkelt zich in een eigen tempo. Wat is de uit…
Interactieve beleidsvorming, de motieven en voorwaardenIn diverse literatuur wordt aandacht besteed aan motieven of doelstellingen voor een interactieve aanpak in gemeenteland…
Van verzorgingsmaatschappij naar participatiemaatschappijVan verzorgingsmaatschappij naar participatiemaatschappijDe verzorgingsstaat zoals wij die kennen is mede door de toenemende vergrijzing en de crisis onbetaalbaar geworden. De k…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Sasint, Pixabay
  • http://www.free-learning.nl/modules/zelfredzaamheidsradar/multiscreen.html
  • www.goedgebruik.nl

Reageer op het artikel "Werken met de zelfredzaamheidsradar"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Katinka900
Gepubliceerd: 16-05-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Psychologie
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!