InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Psychologie > Hoog Sensitieve Personen (HSP): terug naar de basis

Hoog Sensitieve Personen (HSP): terug naar de basis

Hoog Sensitieve Personen (HSP): terug naar de basis De basis van het begrip hooggevoeligheid is gelegd door Elaine en Arthur Aron in een aantal wetenschappelijke artikelen die zij samen met een wisselend aantal andere onderzoekers geschreven hebben. Dat wetenschappelijke werk bestaat uit een jarenlange exploratie van het idee dat individuen onderling verschillen in de grondigheid waarmee zintuiglijke indrukken verwerkt worden. De hypothese van hooggevoeligheid heeft inmiddels geleid tot talloze therapieën en behandelingsplannen. Hoogste tijd om eens te kijken waar het nu eigenlijk om gaat.

De introductie van hooggevoeligheid

Het begrip Highly Sensitive Person (HSP) is voor een breed publiek toegankelijk gemaakt door Elaine Aron in haar zelfhulp boek The Highly Sensitive Person uit 1996. De basis ervan is gelegd in een aantal wetenschappelijke artikelen die zij samen met haar man en collega Arthur Aron - en een wisselend aantal andere onderzoekers - geschreven heeft. Dat wetenschappelijke werk bestaat uit een jarenlange exploratie van het idee dat individuen onderling verschillen in de grondigheid waarmee zintuigelijke indrukken verwerkt worden. Dat zou in interactie met de omgeving tot grote verschillen in karakter en gedrag kunnen leiden. Iemand die informatie grondiger verwerkt zou eerder introvert, geremd of verlegen zijn dan een ander. Het vernieuwend element in het werk van het echtpaar Aron is de stelling dat zulke eigenschappen niet fundamenteel zijn, maar een afgeleide van een onderliggende en meer fundamentele eigenschap.

Sensory Processing Sensitivity (SPS) is die onderliggende eigenschap en het duidt op de grondigheid waarmee zintuiglijke informatie verwerkt wordt. Het onderzoek van de Arons en hun collega’s richt zich in hoofdzaak op de verwerking van sociale en emotionele prikkels en niet op sensorische prikkels zoals licht- en geluidsignalen. De term hooggevoeligheid zelf verwijst naar een hoge SPS. Het is niets anders dan een hoge score op een door de beide Aron’s zelf ontwikkelde test om de SPS (voor sociale en emotionele prikkels) van een individu te meten.

Grondige verwerking van informatie

Bij SPS gaat het niet om verschillen in gevoeligheid van de zintuigen per se. Het waarnemingsapparaat van een hooggevoelig mens verschilt niet van dat van een ander mens. Ook de processen van informatieverwerking zijn in beide groepen dezelfde. Het verschil zit in de tijd en de energie die aan de binnenkomende informatie wordt besteed. Hooggevoeligheid is eigenlijk een vorm van meta-cognitie, ook al is er geen sprake van een vrije keuze tussen een grondige of een minder grondige verwerking; de beide Arons suggereren meerdere malen dat het om een aangeboren eigenschap gaat die niet onder de controle staat van het individu.

Een goede vergelijking voor het verschil tussen hooggevoeligen en de rest is, misschien, die tussen het verwerken van informatie met het lezen van boeken. Een hooggevoelig mens moet een boek gedwongen door zijn aard voor een tweede maal lezen terwijl de rest rustig overstapt op een volgend boek. De hooggevoelige leest geen ander boek dan een minder hooggevoelig mens; het verschil zit in de (gedwongen) diepere verwerking van dezelfde informatie. De voor- en nadelen van hooggevoeligheid kunnen met gemak uit deze vergelijking gepeurd worden.

Een rijkere of grondigere verwerking van informatie komt neer op het beter opmerken van verschillen in de (sociale, emotionele) omgeving, op het maken van meer verfijnde onderscheidingen en het leggen van diepere verbanden tussen de huidige waarnemingen en de informatie die al in het geheugen opgeslagen is. Dat laatste kan soms betekenen dat een hooggevoelig persoon juist sneller reageert. De lessen uit het verleden worden als het ware meer ter harte genomen zodat sneller duidelijk wordt wat de meest adequate respons is. Maar in het algemeen leidt een rijkere informatieverwerking tot een tragere respons (“pauze and reflect” of “pauze to check”). Dit is ook de reden dat een hoge SPS correleert met karaktertrekken als verlegenheid, geremdheid, afwachtendheid, introversie en dergelijke.

Interactie met de omgeving

Afhankelijk van de omgeving waarin de hooggevoelige verkeert kan zijn gedrag geremd, verlegen of angstig zijn maar het kan ook, zij het minder vaak, tot het tegenovergestelde leiden. Hoe hooggevoeligheid zich uit hangt af van de omgeving. Een hooggevoelig mens die onder slechte omstandigheden is opgegroeid, bijvoorbeeld, zal daarvan flink last hebben. In het latere leven kan zich dat uiten in verlegenheid, geremdheid of zelfs depressies. Maar wanneer hij is opgevoed onder goede omstandigheden, dan kan hij juist een zeer sociaal vaardig mens worden. Kortom: karaktereigenschappen als verlegenheid en brutaliteit zijn het resultaat van een interactie van de omgeving met de (stabiele en wellicht aangeboren) eigenschap om informatie grondiger (dieper, rijker) te verwerken.

SPS is bepaald geen nieuw fenomeen. Onder gedragsbiologen en ontwikkelingspsychologen was het al een redelijk bekende term. Het unieke van de beide Arons is echter dat ze SPS hebben verklaard tot een stabiele en haast verborgen eigenschap van mensen en moet volgens hen als bron gezien worden voor wat zich vaak als “afwachtend gedrag” openbaart. Dat SPS een stabiele eigenschap van een persoon is, zou ook blijken uit veel fysiologisch en biochemisch onderzoek. Hooggevoelige mensen reageren overigens niet alleen sterker op zintuigelijke prikkels maar ook op chemische stoffen als cafeïne, allerhande medicijnen en stoffen in de omgeving; allergieën zouden vaker voorkomen bij hooggevoelige mensen. SPS is dus een vrij veelomvattende eigenschap van mensen, het omvat lichaam en geest.

De theorie in hoofdlijnen

Het basisidee dat SPS een verregaande invloed op gedrag en karakter heeft, is vertaald in een theorie met de volgende hoofdkenmerken.
  • Een grondiger verwerking van prikkels is een gevolg van extra allocatie van tijd en energie aan de verwerking ervan. Dat leidt in de meeste gevallen - maar niet altijd - tot een vertraging van de respons.
  • De verschillen in grondigheid zijn eerder discreet dan continue. Dat wil zeggen dat er sprake is van twee redelijk goed van elkaar te onderscheiden groepen individuen. Er is een groep grondige verwerkers (hooggevoeligen) waartoe zo’n 15 tot 20% van de mensheid behoort en er is een grotere groep die daar relatief minder tijd aan besteedt. De laatste groep interacteert in de regel sneller met de omgeving.
  • De indeling in twee groepen is niet uniek voor mensen. Het is een tamelijk universele verschijnsel dat overal in het dierenrijk voorkomt.
  • De grondigheid waarmee prikkels verwerkt worden ligt grotendeels buiten de controle van het individu. Het is, vermoeden de Arons, een genetisch bepaalde eigenschap die onder bepaalde omstandigheden evolutionaire voordelen heeft.

Deze theorie is een mengeling van het oorspronkelijk idee over de effecten van SPS en de leringen die Aron en collega’s uit hun experimenten hebben getrokken. Het idee bijvoorbeeld dat SPS niet zozeer op een continue schaal gemeten moet worden maar tot een discreet onderscheid tussen twee groepen leidt, kwam naar voren toen hooggevoeligheid werd gemeten. Een echte theoretische verantwoording voor dit verschijnsel wordt nergens gegeven, al wordt wel opgemerkt dat een dergelijke dichotomie veelvuldig in het dierenrijk voorkomt. Het percentage individuen met een hoge SPS zou redelijk constant zijn over alle diersoorten.

De biologische omstandigheden waaronder hooggevoeligheid een evolutionair voordeel oplevert zijn bijvoorbeeld die waarin het de soort als geheel goed gaat. Er is dan geen haast of druk voor de exemplaren van de soort om snel voedsel te bemachtigen. Degene die meer tijd neemt om het beschikbare voedsel te bestuderen, kan er het beste uitpikken. Het is maar een voorbeeld, maar het laat zien dat het voor individuen binnen een soort soms voordeliger kan zijn om informatie goed op te nemen dan om snel te reageren. Of dat voor de soort als geheel een evolutionair voordeel oplevert, is een vraag die de Arons zich niet stellen.

Het meten van hooggevoeligheid

SPS is een eigenschap van een individu. Om de effecten ervan op gedrag te kunnen bestuderen moet de grondigheid (sensitivity) van informatieverwerking gemeten worden. Daarna kunnen de interacties van deze eigenschap met de omgeving onderzocht worden.

Dit is een zeer voor de hand liggende gedachtegang, maar door de beide Arons wordt ze niet gevolgd. Hun eerste stap bestaat niet uit het meten van de grondigheid van de informatieverwerking per persoon. Er zijn door hen geen studies verricht waarin waarnemingsdrempels bepaald zijn, er zijn geen reactietijden gemeten die aangeven hoe lang men doet over de verwerking van informatie en er zijn zijn geheugentests toegepast om te zien hoeveel men nog weet van eenmaal aangeboden prikkels. Zelfs associatieproeven en dergelijke zijn niet gedaan.

De stap die door de Arons wel gezet is, is het ontwikkelen van een vragenlijst. Als eerste hebben ze mensen gezocht die naar hun eigen zeggen hooggevoelig waren en vervolgens is in interviews gekeken welke kenmerken ze gemeenschappelijk hebben. Dat leidde tot een vragenlijst waarmee mensen zelf kunnen aangeven welke eigenschappen op hen van toepassing waren en welke niet. Daaruit volgt een score voor de mate van hooggevoeligheid die men bezit.

Met behulp van uitvoerige psychometrische tests is de vragenlijst gestandaardiseerd. Dat wil zeggen dat al die kenmerken eruit zijn gelaten die niet spoorden met wat de andere kenmerken maten. Zo bleven 27 vragen over. Qua betrouwbaarheid voldoet de test. De Cronbach alpha - een erkende manier voor het bepalen van de betrouwbaarheid - lag steeds boven de 0,8 en was gebaseerd op 172 proefpersonen. Dat is acceptabel. Het betekent dat een persoon vergelijkbare scores zal halen bij meerdere afnames van de test.

Ook bleek dat de test inderdaad een enkele eigenschap mat. Met behulp van factoranalyses - een gebruikelijk instrument om uit te vinden of een test een of meerdere dingen tegelijk meet - kon aannemelijk gemaakt worden dat de lijst precies een eigenschap mat. Voor degenen die bekend zijn met factor-analyse: de eerste vier eigenwaarden hadden waardes van 5,8, 1,2, 0,7 en 0,7. De eerste dimensie had dus duidelijk de overhand. De overige zijn van minder statistisch belang en bleken bovendien niet goed interpreteerbaar. Het is overigens een van de aannames van de factoranalyse dat de verdeling Gaussiaans is, dus met een duidelijke piek en aflopende kansen op extreme scores. Dit werpt toch een enigszins verdacht licht de conclusie dat daadwerkelijk een enkel construct gemeten is. Het minste dat hierover valt te zeggen is dat meer onderzoek nodig is.

Het is deze vragenlijst die de operationalisering is van de SPS van een individu. De Arons noemden het de HSP-schaal, waarin HSP dus staat voor Highly Sensitive Person. De resulterende vragenlijst staat in de volgende tabel. In de rechterkolom staat de “lading” van de vraag op de hoofdfactor die de variatie over individuen moet verklaren. De maximale lading is 1. Hoe lager de lading, des te minder de vraag correleert met de totaalscore op de test.

Nummer Vraag Lading
1Are you easily overwhelmed by strong sensory output?0,56
2Do you seem to be aware of subtleties in your environment?0,24
3Do other people's moods affect you?0,38
4Do you tend to be more sensitive to pain?0,55
5Do you find yourself needing to withdraw during busy days into bed or into a darkened room or any place where you can have some privacy and relief from stimulation?0,64
6Are you particularly sensitive to the effects of caffeine?0,40
7Are you easily overwhelmed by things like bright lights, strong smells, coarse fabrics, or sirens close by?0,61
8Do you have a rich, complex inner life?0,25
9Are you made uncomfortable by loud noises?0,55
10Are you deeply moved by the arts or music?0,30
11Does your nervous system sometimes feel so frazzled that you just have to get off by yourself?0,59
12Are you conscientious?0,24
13Do you startle easily?0,50
14Do you get rattled when you have a lot to do in a short amount of time?0,62
15When people are uncomfortable in a physical environment do you tend to know what needs to be done to make it more comfortable (like changing the lightening or seating?)0,33
16Are you annoyed when people try to get you to do too many things at once?0,54
17Do you try to avoid making mistakes or forgetting things?0,53
18Do you make a point to avoid violent movies and TV shows?0,31
19Do you become unpleasantly aroused when a lot is going on around you?0,55
20Does being very hungry create a strong reaction in you, disrupting your concentration or mood?0,36
21Do changes in your life shake you up?0,64
22Do you notice and enjoy delicate or fine scents, tastes, sounds, works of art?0,34
23Do you find it unpleasant to have a lot going on at once?0,62
24Do you make it a high priority to arrange your life to avoid upsetting or overwhelming situations?0,56
25Are you bothered by intense stimuli, like loud noises or chaotic scenes?0,64
26When you must compete or be observed while performing a task, do you become so nervous or shaky that you do much worse than you would otherwise?0,51
27When you were a child, did parents or teachers seem to you as sensitive of or shy?0,37

De vragen lijken nogal ver verwijderd van het idee dat het gaat om een zenuwstelsel en een lichaam dat binnenkomende prikkels rijker verwerkt. De psychometrische tests mogen dan laten zien dat het om een betrouwbare schaal gaat die bovendien een enkele grootheid meet, de vraag of deze test ook valide is - dus meet wat het zegt te meten - is daarmee toch niet automatisch beantwoord. Het is hier dat de onderzoekers teruggrijpen op het proces dat geleid heeft tot de constructie van de schaal, namelijk de interviews met zelf benoemde hooggevoelige mensen. De vraag of de test valide is, hangt daarmee af van de betrouwbaarheid waarmee mensen hun eigen hooggevoeligheid kunnen inschalen.

Bespreking

Het echtpaar Aron is gekomen met een interessante hypothese. Een enkele eigenschap van het brein zou in interactie met de omgeving een verklaring geven voor karaktertrekken als verlegenheid, geremdheid, introversie en dergelijke. Het vernieuwende element in hun werk is dat ze deze karaktertrekken niet, zoals zoveel onderzoekers voor hen wel deden, als fundamenteel namen, maar zagen als een afgeleide van een wel fundamentele eigenschap: SPS. Een hoge SPS kan interacteren met de omgeving en afhankelijk van die omgeving op verschillende manieren tot uiting komen.

De kracht van deze hypothese blijkt bijvoorbeeld in hun onderzoek naar het effect van een slechte opvoeding op het latere leven. Ze tonen aan dat hooggevoelige kinderen meer last hebben van een slechte omgeving dan andere kinderen. Tegelijk laten ze zien dat hooggevoeligen juist beter gedijen na een goede opvoeding dan minder hooggevoelige kinderen. Dit soort interacties van individuele eigenschappen met omgevingsfactoren kunnen leiden tot verrassend en zeer bruikbaar onderzoek. Het werpt in elk geval een nieuw licht op het onderzoek naar, bijvoorbeeld, verlegenheid en mogelijkerwijs op de behandeling ervan.

Maar toch kent de onderzoekslijn een fundamentele zwakte. De meting van SPS via een vragenlijst is opvallend, zeker omdat er zoveel andere betere onderzoeksmethoden ter beschikking staan. Dat die vragenlijst ook nog eens gebaseerd is op zelfbeschrijvingen maakt de validiteit van HSP als maat voor SPS ietwat dubieus.

Het mysterie van de test

Maar met die test iets is wel degelijk iets boeiends aan de hand. Hoewel er wat bedenkingen kunnen zijn bij het gebruik van factor analyses om de een-dimensionaliteit van de test te toetsen, lijkt het er toch op dat de test een stabiel kenmerk van mensen meet. Een kenmerk dat niet samenvalt met met introversie, geremdheid en verlegenheid en er toch verband mee houdt. Ook al zijn de correlaties tussen deze eigenschappen dus aanwezig, HSP lijkt iets nieuws aan dit rijtje toe te voegen. De grote vraag echter is: wat precies?

De validiteit van de test, dus de stelling dat met HSP de SPS gemeten wordt, is onzeker. Het enige dat redelijk zeker lijkt is dat als mensen zichzelf als hooggevoelig beschrijven, dat dan voorspellingen van het gedrag in een aantal situaties mogelijk is. Maar op welke manier dat verband tot stand komt is niet duidelijk en ook de rol van SPS in dit krachtenspel is blijft mysterieus.

Kortom: de test meet iets. Mogelijkerwijs meet het zelfs iets interessants. Maar voor een antwoord op de vraag wat dat precies is, is meer onderzoek nodig. Hiermee is natuurlijk niet gezegd dat het werk van de Arons de plank volledig misslaat. Mogelijkerwijs hebben ze gelijk, maar mogelijkerwijs ook niet. Een manier om hier wat meer uitsluitsel over te krijgen is door via standaardmethoden te proberen de SPS van personen op een meer directe manier te meten. Reactietijden onderzoek ligt misschien nog wel het meest voor de hand.

De grote belangstelling voor HSP

Over de introductie van term hooggevoelig is Elaine Aron eerlijk en open. Ze wilde af van het negatieve imago dat er rond begrippen als verlegenheid, geremdheid en introversie lag. Verschillende andere onderzoekers hadden zulke eigenschappen zelfs (met reden overigens) in verband gebracht met angst. Het beeld van de teruggetrokken en afwachtende mens stond, kort gezegd, in een negatief daglicht. Die onrechtvaardigheid wilde ze te lijf gaan door een term te introduceren met een wat positievere lading. Dat doel is ruimschoots bereikt gezien de enorme belangstelling waarin HSP zich mag verheugen.

Maar het succes van de term heeft een keerzijde. Er is een hele industrie van begeleiding en counseling ontstaan waarin aan hooggevoeligheid met regelmaat een betekenis wordt gegeven die met het toch redelijk technische begrip van de beide Arons weinig te maken heeft. Een terugkerende misvatting is het idee dat hooggevoeligen anders zouden waarnemen en andere dingen zien dan normale mensen. Dit verklaart wellicht waarom er zoveel coaches werken met alternatieve therapieën als Aroma- en Edelsteentherapie, energetisch lichaamswerk, Tarot coaching, EFT Kloptechniek, Quantum Touch om er maar een paar te noemen. Hooggevoelig wordt hier te vaak verward met paranormale waarnemingen. Een wel zeer schrijnend voorbeeld daarvan geeft Heleen van der Giessen van Happy4youcoaching (inmiddels ter ziele). Zij meent dat voor hooggevoelige kinderen het volgende geldt: “Hun energieveld (aura) is sterker, waardoor hun gevoeligheid groter is. Zij hebben een onzichtbare satellietschotel op hun hoofd, die van alles oppikt. Concentratieproblemen.“

Nadere specificaties van de satellietschotel ontbreken weliswaar, maar het idee dat hier geuit wordt is dat hooggevoeligen andere zaken waarnemen - waarom anders een extra schotel op het hoofd?- dan gewone mensen. Dat idee is volstrekt strijdig met de definitie van de term door Elaine Aron. Het ware passend geweest om de term hooggevoeligheid in deze context te vermijden.

De enorme interesse voor hooggevoeligheid in de alternatieve sector speelt wellicht ook een rol bij de vaak negatieve houding die professionele psychologen en therapeuten ertegenover aannemen. De Nederlandse Vereniging van Neurologie bijvoorbeeld laat weten dat hooggevoeligheid een onderwerp is dat te ver afstaat van de reguliere geneeskunde en dus ook van de neurologie. De Nederlandse vereniging van neuropsychologie gaat een stapje verder en staat sterk afwijzend tegenover het hele begrip. De bekende psycholoog Bram Bakker stelt zelfs: "echt behóórlijke flauwekul. Kijk nou alleen al naar zo’n zelftest. Dat is gewoon gladde commercie. Die test is zo opgesteld dat iederéén bij de familie hoort." En Liesbeth Eurelings-Bontekoe, hoofddocent klinische psychologie aan de universiteit van Leiden, stelt: "In de wetenschap komt de term hoogsensitiviteit niet voor [..] Vanuit een klinisch perspectief hebben we andere woorden voor dat brede scala aan eigenschappen. Introversie, bijvoorbeeld, neuroticisme. Of instabiliteit. Maar ja, dat klinkt natuurlijk lang niet zo mooi als hoogsensitief."

Bij de reactie van beide kampen mag men zich in rede afvragen in hoeverre het gebaseerd is op kennis van het werk van Elaine en Arthur Aron.

Slotwoord

Elaine Aron en Arthur Aron hebben de literatuur verrijkt met een fraaie term (HSP) en een interessante hypothese. De test die ze hebben opgesteld lijkt iets te meten, al is het nog niet duidelijk wat dat iets is. Om de term hooggevoeligheid als diagnostische term in welk handboek dan ook op te nemen, is dus meer onderzoek nodig.

Verder staat het Elaine Aron te prijzen dat ze met een positief geladen woord grote groepen mensen in een beter daglicht wilde plaatsen. Tegelijk wordt haar goede poging ernstig bezoedeld door een leger aan coaches dat hooggevoeligen wil begeleiden op een manier die maar al te vaak voorbijgaat aan de nog steeds onvolledige bewijsvoering voor het bestaan van hooggevoeligheid. Dat sommigen aan hooggevoeligheid - vaak paranormale - betekenissen toekennen die in het werk van de Arons zelf geen enkele plaats hebben, is ook bepaald niet bevorderlijk voor dat wat noodzakelijk is: meer onderzoek.
© 2015 - 2019 Henkellermann, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De beelddenker,de hooggevoelige en alle draadloze techniekenDe beelddenker,de hooggevoelige en alle draadloze techniekenHooggevoelige mensen zijn zich extreem bewust van hun omgeving. Ze zijn alert op de kleine dingen en zien deze ook. De k…
Word van hooggevoelig iemand geen elektrogevoelig iemandmijn kijk opWord van hooggevoelig iemand geen elektrogevoelig iemandHeb je snel last van drukte, geluid en fel licht? Maken geuren je snel misselijk? Een parfum, de uitlaatgassen of de was…
Hypersensitiviteit een gevoelige eigenschapHypersensitiviteit een gevoelige eigenschapHypersensitiviteit word ook wel afgekort naar HSP. Het is geen aandoening maar een eigenschap, echter word men er mee ge…
High Sensitive Person (HSP); wat is het?High Sensitive Person (HSP); wat is het?HSP is een term die mensen wel bekend in de oren klinkt, maar vaak niet weten wat het nou precies is. Lees hieronder wat…
HSP, wat is hooggevoeligheid?Er zijn bovenintelligente mensen en er zijn hooggevoelige mensen. HSP staat voor ‘Highly Sensitive Person’ wat ´Bovenmat…
Bronnen en referenties
  • Aron, Elaine N. (1996). The highly sensitive person. How to Thrive When the World Overwhelms You. Broadway Books. ISBN: 978-0-553-06218-2
  • Aron, Elaine N. & Aron, Arthur (1997). Sensory-Processing sensitivity and its relation to introversion and emotionality. Journal of Personality and Social Psychology, 73,2, 345-368.
  • Aron, Elaine N., Aron,Arthur & Jagiellowicz, Jadzia (2012). Sensory Processing Sensitivity: A Review in the Light of the Evolution of Biological Responsivity. Personality and Social Psychology Review XX(X), 1–21.
  • Website Hooggevoelig(2015). Allemaal hooggevoelig. (http://www.hooggevoelig.nl/drupal6/)

Reageer op het artikel "Hoog Sensitieve Personen (HSP): terug naar de basis"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Henkellermann
Laatste update: 19-09-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Psychologie
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!