InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Politiek > A.R. Kiesvereniging te Houwerzijl 1918 - 1931

A.R. Kiesvereniging te Houwerzijl 1918 - 1931

A.R. Kiesvereniging te Houwerzijl 1918 - 1931 De Vereniging Historische Kring De Marne is in bezit gekomen van twee oude schriften met daarin de notulen van de Anti-Revolutionaire kiesvereniging te Houwerzijl. Het eerste beslaat de periode 25 november 1918 tot en met 8 januari 1931, het tweede de periode 20 juli 1945 tot en met 18 december 1953. Twee interessante bronnen die een beeld geven van een AR-kiesvereniging in het interbellum en de jaren van opbouw na de Tweede Wereldoorlog, en dat in een klein, overwegend gereformeerd dorp met boerenarbeiders als grootste maatschappelijke groep. Bovendien tonen ze hoe de landelijke en de wereldpolitiek daarbij een rol speelden.

Hoofdstukken


De notulen van de vergadering d.d. 25 november 1918

November 1918, de eerste Wereldoorlog (‘De grote oorlog’) is ten einde. In Houwerzijl komt een groep (ongetwijfeld gereformeerde) mannen samen onder leiding van ds. Van Leeuwen. Eerst wordt psalm 89:7 gezongen daarna gaat de voorzitter (de dominee) voor in gebed. Het openingswoord van de voorzitter geeft mooi weer hoe velen in ons land – zeker ook ‘de mannenbroeders’ - die tijd direct na de Eerste Wereldoorlog hebben ervaren. De secretaris, J. Hoeksema, notuleerde:

“…hij [ de voorzitter] wees op de gebeurtenis der laatste dagen. Hoe wij Gode zij dank gekregen hadden een einde van de groote oorlog door de wapenstilstand, maar uit de beroering der volken kwam een ander monster, nl. dat der revolutie te voorschijn.
Komende tot de gebeurtenissen in eigen land wees de Voorzitter erop dat we gelukkig door Gods bewarende hand niet in den oorlog zijn betrokken, maar toch indirect wel terdege de oorlog hebben gevoeld. Spr. roept allen op om de banier van het Evangelie hoog te houden.

Ook in ons land heeft men getracht ons practisch met de revolutie bekend te maken. Gelukkig is dit gevaar ook gekeerd, voorloopig tenminste, maar een ieder zij gewaarschuwd omdat revolutie vrucht is van ongeloof, en alzoo steeds weer driest den kop omhoog steekt.”

Van contributie tot kandidaatstelling

We besteden hier kort aandacht aan een paar zaken die besproken worden in die eerste vergadering na de Eerste Wereldoorlog:
De penningmeester van het bestuur, S. Datema, blijkt wat geld in de verenigingskas te krijgen. Maar ’t houdt niet over. Weliswaar wordt van elk lid minimaal 40 cent contributie gevraagd, maar het overgrote deel daarvan moet worden afgedragen aan landelijke, provinciale en gemeentelijke organen; de vereniging zelf houdt dan nog 5 cent per lid over…

Een van de agendapunten van deze vergadering is de kandidaatstelling voor de komende verkiezing van de Provinciale Staten. Het concept-program geeft in overweging “uit de verschillende standen, Boeren, Midden en arbeidersstand, personen te candideeren”. Mr. Kopper (een schoolmeester? Hij komt niet voor op de lijst onderwijzers in het boek "Houwerzijl, een dorp in de Marne", p. 122), J. Rietema, E. Musschinga en K. Koning worden voorgedragen. De secretaris zal de namen doorgeven aan de secretaris van de kieskring Bedum.

De voorzitter sluit de vergadering. De secundus van het bestuur, J. Rietema, gaat voor in dankgebed.

Onderwerpen van bespreking in de vergaderingen van 3-2-1919 t/m 8 januari 1931.

Vrouwenkiesrecht

Op de vergadering van 3 februari 1919 komt naar voren dat vrouwen bij de komende gemeenteraadsverkiezigen (20 mei) voor het eerst mogen stemmen. Voorzitter ds. Van Leeuwen formuleert het zo: “…onze vrouwen moeten straks ook mee naar de stembus en lid worden van onze kiesvereeniging om ook in die dingen hun kennis te vermeêren”.

Op een vergadering in 1920 houdt secretaris Hoeksema een referaat over vrouwenkiesrecht. Daaraan voorafgaande had de voorzitter in zijn openingswoord gewezen op de beroeringen die ook in de gemeente Ulrum de kop opsteken; het optreden van Mansholt c.s., die zich nogal eens laten horen, wordt daarbij genoemd. Hij pleit ervoor dat “onze raadsleden zich daartegen wapenen uit het tuighuis onzer a.r. beginselen”.

Als de secretaris zijn spreekbeurt houdt, refereert hij aan het optreden van Mansholt c.s.. Spreker vindt dat vrouwen tot de vergaderingen van de kiesvereniging moeten worden toegelaten opdat zij ook kennis verwerven op dat terrein. Maar verreweg het grootste deel van de aanwezige leden wijst dat van de hand. Dus Houwerzijl zal het betreffende voorstel niet steunen op de centrale vergadering van kiesverenigingen die binnenkort in Ulrum zal worden gehouden.

Naderhand wordt tijdens een vergadering er wel mee ingestemd de vrouwen eens uit te nodigen voor het bijwonen van een vergadering. In de vergadering van 10 oktober 1921 is er sprake van dat, in verband met “het vrouwenvraagstuk inzake de politiek”, onder ogen gezien moet worden dat “door onze partij het passief kiesrecht voor de vrouw niet mag worden opengesteld”.

Kandidaatstelling van arbeiders

In de notulen van 3 februari 1919 lezen we ook dat de kandidaatstelling voor de Provinciale Staten, kieskring Bedum, is besproken. Enkele leden blijken slecht te spreken over de manier waarop die kandidaatstelling is geschied. Ze menen dat de arbeiderskandidaten daarbij achteruit zijn gezet en dat had niet mogen gebeuren. En het kon gebeuren omdat vele aanwezigen, waaronder de afgevaardigden van Houwerzijl, vroegtijdig waren vertrokken – omdat het zo laat werd.

De afgevaardigden verdedigen zich. H. Mulder wijst erop, dat een afgevaardigde alles al zelf moet betalen, dan moet hij zo’n hele dag de vergadering bijwonen en dan zou hij ook nog eens laat in de nacht thuis komen… Of die klacht drie jaar later nog een rol speelde, is niet duidelijk, maar dan wordt wel besloten een vergoeding te geven aan twee mannen die door de A.R. te Houwerzijl afgevaardigd worden naar een bespreking in Bedum. Twee gulden zullen ze beiden ontvangen “ter bestrijding der kosten”. Je zou zeggen dat dat voor die tijd nog helemaal niet zo’n gek bedrag was, maar nee, daar dachten sommigen in Houwerzijl blijkbaar anders over, want vanuit de vergadering wordt opgemerkt dat dit toch wel erg karig is. De voorzitter zegt toe dat ze meer zullen ontvangen als dat nodig blijkt te zijn.

De sociale kwestie

In januari 1924 spreekt de secretaris over “Politieke en sociale belangen”. Er wordt bij die gelegenheid aangedrongen op “organisatie op alle terreinen van den arbeid, om zodoende te zorgen, dat de bedrijfsvrede en ons vaderland meer en meer tot bloei kome, en recht en gerechtigheid heersche”.

Denk niet dat medezeggenschap van medewerkers in het bedrijf iets van onze tijd is, of in ieder geval iets van na de Tweede Wereldoorlog. Nee, al in de vergadering van 21 december 1926 wordt een referaat gehouden door “vriend” A. Meier over medezeggenschap in het bedrijf. Hij begint met te stellen dat het voor een leek op dit gebied niet denkbaar is klare wijn te schenken. Hij zal zich moeten beperken tot het naar voren brengen van enige grote lijnen aan de hand een referaat van de heer Smeenk (een belangrijke voorman in die tijd van de christelijk-sociale actie binnen de ARP). Dat het onderwerp belangrijk wordt geacht – in ieder geval door de notulist in Houwerzijl – moge blijken uit het feit dat er geen referaat in die periode zo uitgebreid genoteerd is als dit; het verslag ervan beslaat namelijk drie bladzijden.

In de vergadering van 18 december 1930 spreekt C. Huizenga over de vraag “Vanwaar de laksheid in onze partij en nader in onze afdelingen”. De schoolstrijd had – zo stelt hij - ons volk samengesmeed. Na die strijd is er futloosheid ontstaan. En dat terwijl er
zich een nieuwe strijd heeft ontwikkeld, namelijk de sociale strijd. Dr. Kuyper had er al vroeg opgewezen, maar hij bleef alleen staan. Spreker wijst erop dat we ook op dit terrein Christus moeten volgen die ons hierin is voorgegaan. Na deze inleiding ontstond er een stevige discussie. Toch bleek uit deze samenspreking nog eens weer dat door het wisselen der gedachten kennis wordt verkregen.”

Revolutionaire woelingen

Zoals we zagen in de notulen van de eerste vergadering (november 1918), was de revolutiedreiging een hot item in de periode direct na de Eerste Wereldoorlog. Ook het jaar dat erop volgde was het blijkbaar nog actueel want op 22 mei 1919 houdt “de Vries” (ongetwijgeld meester I. de Vries die in de jaren 1921-1923 onderwijzer aan de gereformeerde lagere school in Houwerzijl was) een referaat over “Revolutionaire woelingen”.

Na het referaat (waar verder niets over genotuleerd is) ontstaat er een discussie over de vraag, wat nu eigenlijk een revolutie is. Gewezen wordt op de 80-jarige oorlog en de vrijheidsoorlog van Cromwell om te bewijzen dat er wel degelijk een overheid aan de kant gezet moet worden, namelijk als die dingen doet die indruisen tegen Gods woord en ‘schending der privilegiën”. En dat de “roeringen” zich ook in Ulrum laten gelden hebben we al naar voren gehaald in de paragraaf hierboven over vrouwenkiesrecht, waarin we schreven hoe in een vergadering in 1920, het optreden van Mansholt c.s aan de orde was.

De AR in de raad van Ulrum

In de vergadering van 3 februari 1919, waarin dus de gemeenteraadsverkiezing van 20 mei dat jaar aan de orde was, moest ook een groslijst voor die verkiezingen worden opgesteld. Naar verwachting zou de meerderheid van twee leden wel eens kunnen dalen naar één. In dat verband wordt het raadzaam geacht de kandidaat van de andere protestants-christelijke partij in de gemeente Ulrum, de Christelijk-Historische Unie, een plaats op de A.R.-lijst te gunnen. (Die kandidaat is de heer Loots.) De centrale AR-kiesvereniging in de gemeente Ulrum blijkt ooit eens besloten te hebben de CHU-kandidaat in de raad te helpen als de CHU-groep zelf niet bij machte zou zijn met een eigen lijst te komen. De AR-kiesvereniging in Ulrum heeft zich echter niet aan die afspraak gehouden; Houwerzijl zal dat wel doen, zo wordt besloten.

In januari 1931 spreekt de heer Dorst van Zoutkamp over een AR-gemeenteprogram. Dat is er niet, maar ’t zou er wel moeten zijn. Punten die er in zouden moeten staan zijn o.a. zondagsrust, openbare zedelijkheid, drankbestrijding, volksgezondheid, volkshuisvesting, schoolzaken, landarbeiderswet, sociale zaken en werkloosheid.

De ARPartij – landelijk.

In de vergadering van van17 januari 1921 brengt de voorzitter verslag uit van de partijdag gehouden in Groningen. Als sprekers hadden daar opgetreden de heren Colijn en Idenburg. Daar werd onder andere het “miljoenenplan” ontvouwd. Dit plan behelst het inzamelen van geld voor een Kuyper-katheder om zo de AR-beginselen, door dr. A. Kuyper ontwikkeld, te doceren (Kuyper was in het najaar van 1920 overleden). Er wordt een commissie ingesteld om de inzameling in Houwerzijl te organiseren. (Naderhand werd in het dorp fl. 900,- opgehaald.)

Het program; de beginselen

De opvattingen van A. Kuyper zijn met diens dood niet verdwenen. Zo spreekt J. Rietema - hij is voorzitter geworden, na het vertrek van ds. Van Leeuwen uit Houwerzijl - tijdens zijn opening van de vergadering d.d. 17-1-1922, in verband met de naderende verkiezingsstrijd, over de anti-these. Wij moeten, zo stelt hij, onze geschillen [als christenen] terzijde stellen om ‘de gemeenschappelijke vijand, kan het zijn, in de naam des Heeren te verslaan. (De verkiezingen vielen in 1922 trouwens goed uit voor de christelijke partijen.)

In de vergadering van december 1925 wordt zorg uitgesproken over de ondermijning van het huwelijk door de “ongeloofsmannen”. We dienen ons daartegen te wapenen, zo wordt gesteld. Een probleem daarbij is dat “door velen onzer mannen de Chr. Pers niet wordt gelezen”. De mannen worden opgewekt dat wel te doen.

In november 1926 is het conceptprogram voor de statenverkiezingen aan de orde. In art. 4 wordt er voor gepleit de “on- of minvermogende geesteskranken te doen verplegen in gestichten die met hun levensbeschouwing en belijdenis in overeenstemming zijn.” Is dat geen taak van de kerk? zo wordt gevraagd. Nee, meent voorzitter Rietema, ’t is een taak van de overheid, want die heeft te waken over de openbare veiligheid en rust.

Tijdens de vergadering van januari 1928 spreekt onderwijzer Pool over art. 15 van het AR-program, dat handelt over a) lijkverbranding en b) vaccinatie. De vraag is of lijkverbranding in een “Christenland” mag worden toegestaan (het gebeurt namelijk wel). Besloten wordt met de hoop uit te spreken dat “spoedig die wetteloosheid niet meer worde geconstateerd”. De AR is altijd tegen vaccinatie geweest. Spreker hoopt dat de wet die vaccinatiedwang oplegt buiten werking wordt gesteld.

Enige actuele politieke kwesties in de onderhavige periode

De Vlootwet
In de vergadering van 14 december 1923 spreekt het hoofd der school, S. de Jonge, over “De verwerping der Vlootwet”. Spreker meent dat er een sterke vloot gewenst is om Indië te versterken. Daarvoor zijn twee motieven: welvaart en verspreiding der godsdienst.

Het gezantschap bij de Paus

Het kabinet is gevallen doordat de CHU met de SGP meestemde tegen het voortbestaan van het Nederlands gezantschap bij de Paus (november 1925). Deze gebeurtenis wordt door de AR-kiesvereniging in Houwerzijl besproken door meester M. van der Veen (hoofd der school van 1925-1961). Hij schaart zich achter het landelijk AR-beleid; hij acht voortbestaan van het gezantschap noodzakelijk.

Ontwapening

In de vergadering van 8 januari 1931 komt een schrijven aan de orde van het centraal comité van de ARP waarin gewaarschuwd wordt tegen eenzijdige ontwapening. Er is een brochure bijgevoegd. Het bestuur zal de brochure bestellen, lezen en na goedkeuring enige exemplaren aanvragen.

Lees verder

© 2012 - 2017 Petervandenburg, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Het socialisme verder bekekenIn dit artikel is alles te lezen over het socialisme, een politieke richting die zich vooral richt op de arbeiders en ge…
Invloed van de Industriële Revolutie op de bevolkingDe Industriële Revolutie is een groot en belangrijk onderdeel van onze geschiedenis, het heeft ons gebracht waar we nu z…
Kerkhof Vliedorp - 'Olle Weem'Kerkhof Vliedorp - 'Olle Weem'Alles wat er tegenwoordig nog rest van Vliedorp (bij Houwerzijl, NW-Groningen) is het kerkhof, gelegen op de wierde (ter…
Industriële revolutieDe industriële revolutie is een belangrijke gebeurtenis geweest in de geschiedenis? Maar hoe kwam deze tot stand en ware…
Op Kerkenpad: Zoutkamp, Niekerk, Leens en UlrumOp Kerkenpad: Zoutkamp, Niekerk, Leens en UlrumDe kerken (en bijbehorende orgels) in het noordelijk kustgebied zijn een bezoek meer dan waard en lenen zich dus uitstek…
Bronnen en referenties
  • P. v.d. Burg, "De notulen van de A.R. kiesvereniging te Houwerzijl, november 1918 - januari 1931" in: Merne 2011 (publicatiemap van de Vereniging Historische Kring "De Marne")
  • Foto: http://www.gahetna.nl/collectie/afbeeldingen/fotocollectie/zoeken/q/zoekterm/

Reageer op het artikel "A.R. Kiesvereniging te Houwerzijl 1918 - 1931"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reactie

A. T. Huizinga, 25-06-2013 23:02 #1
Had graag een verkiezingslijst gezien van de voorgestelde kandidaten om te zien hoe de verhouding was tussen de standen. Boeren, middenstanders en dagloners/arbeiders. en wie stonden boven aan op de verkiezingslijst? Reactie infoteur, 07-07-2013
Geachte heer Huizinga,

De betreffende notulenboeken bevinden zich tegenwoordig in het archief van de Vereniging Historische kring De Marne. Dat archief wordt bewaard in het archief van de gemeente De Marne in het gemeentehuis te Leens. Ik ben nu niet in de gelegenheid om de notulen er nog eens weer op na te lezen, maar ik meen mij te herinneren dat een compleet overzicht van verkiezingslijsten er niet in staat.
Mogelijk bevinden die lijsten zich wel in het archief van de gemeente De Marne zelf (waar het archief van de vroegere gemeente Ulrum in is opgenomen), 0595. 575 500.

Met vriendelijke groet,

Peter v.d. Burg

Infoteur: Petervandenburg
Laatste update: 19-07-2017
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Politiek
Bronnen en referenties: 2
Reacties: 1
Schrijf mee!