Ontwikkeling bij een verstandelijke beperking
Mensen met een verstandelijke beperking doorlopen net als ieder ander een ontwikkeling. Maar door hun verstandelijke beperking zijn ze niet in staat om eenzelfde ontwikkeling op eenzelfde tempo te doorlopen als een ander zonder verstandelijke beperking. Omdat mensen met een verstandelijke beperking snel overschat kunnen worden is het van belang om kennis te hebben van deze afwijkende ontwikkeling.Informatieverwerking
- Waarnemen: Iemand met een verstandelijke beperking kijkt vanuit zijn eigen perspectief naar de omgeving en heeft een egocentrische waarneming. Daarnaast heeft hij weinig zelfsturing, is impulsief en heeft last van een grote afleidbaarheid. Tevens neemt iemand met een verstandelijke beperking minder bewust waar, heeft een slecht taalverwerkend vermogen en krijgt daardoor minder greep op wat hij ziet en wat hij er mee zou kunnen doen. Instructies kunnen het beste ondersteund worden door picto’s.
- Denken: Iemand met een verstandelijke beperking heeft meer moeite met het rangschikken, schematiseren en ordenen van informatie. De ordening zal vluchtig plaatsvinden, waardoor het niet goed in het geheugen opgeslagen wordt en het in een volgende situatie ook niet gehanteerd kan worden. Het denken blijft intuïtief in plaats van beredenerend; er zal dan ook gedacht worden in het ‘hier en nu’.
- Geheugen: Iemand met een verstandelijke beperking heeft een slecht korte termijn geheugen, en zal zich daardoor voornamelijk het laatste gedeelte van een situatie kunnen herinneren. Daarnaast vertoont het lange termijn geheugen minder beperkingen, als een lvg’er eenmaal iets geleerd heeft zal hij of zij het weten en ermee om kunnen gaan. Hij zal dit niet altijd in zijn gedrag laten zien, het is dus van belang om een bepaalde situatie te blijven herhalen.
- Leren (verwerven van vaardigheden, inzicht en kennis): Iemand met een verstandelijke beperking heeft moeite om iets te leren doordat hij weinig inzicht en overzicht heeft over datgene wat geleerd moet worden. Ben daarom concreet als je iets duidelijk wilt maken, omdat iemand met een verstandelijke beperking moeite heeft met het filteren van belangrijke details. Daarnaast is het van belang om bekend te zijn met het feit dat iemand met een verstandelijke beperking zichzelf als dom kan ervaren, met als gevolg aangeleerde hulpeloosheid en demotivatie.
- Sociaal emotioneel functioneren: Er is een groot verschil tussen hun sociaal emotionele vermogens en hun cognitieve vermogens. Het komt dan ook regelmatig voor dat ze worden overschat op dat gebied
Ontwikkelingsmogelijkheden bij mensen met een verstandelijke beperking
Tijdens de Verlichting aan het einde van de 18e eeuw ontstonden er nieuwe ideeën omtrent de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen met een verstandelijke beperking. In de Verlichtingspedagogiek stond het gegeven centraal dat er een fundamenteel vertrouwen was in de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind, mits er ook aandacht werd besteed aan een goed opvoedingsmilieu. Zo had deze theorie ook gevolgen voor de benadering van het kind met een verstandelijke beperking. Geïnspireerd door de Verlichte denkbeelden en door de voorbeelden van enkele geleerden werden er in veel westerse landen in de loop van de jaren kostscholen gesticht voor kinderen met een beperking. Het doel van deze instellingen was om de bewoners via speciale training en onderwijs na verloop van tijd als ‘bruikbare leden’ te laten terugkeren in de maatschappij.In de loop van de jaren zestig begonnen de veranderingen in de zorg(instellingen) invloed te krijgen op het dagelijks leven van cliënten. Na het inschakelen van psychologen en pedagogen bij het onderzoek, observatie en diagnose gingen ze zich nu ook concentreren op het gedrag en de ontwikkelingsmogelijkheden van de cliënten. Nu kon het gedrag van de bewoners ook beter beheerst worden en was het steeds meer mogelijk om hun mogelijkheden te zien en te stimuleren tot ontwikkeling. Via straf en beloning probeerde men om het gedrag van sommige cliënten te conditioneren. Ook probeerde men om bijvoorbeeld de zelfredzaamheid van sommige cliënten te verhogen, door ze te leren om zelf te eten of zich aan te kleden. (Ghesquière, 1998)
Ontwikkelingsmodel
In het ontwikkelingsmodel stelt men dat kinderen met een verstandelijke beperking zich op dezelfde wijze ontwikkelen als kinderen met een normale ontwikkeling. Dit betekent onder andere dat er ook bij kinderen met een beperking een vaste volgorde van stadia is. Het ontwikkelingsproces bij kinderen met een beperking verloopt echter moeizamer, in een trager tempo en het blijft hangen op een lager niveau. Tevens is een belangrijk en optimistisch idee in deze visie dat kinderen met een verstandelijke beperking, ondanks hun beperking, steeds het vermogen behouden om zich verder te ontwikkelen. Op alle leeftijden en op alle niveaus van beperking kunnen personen met een verstandelijke beperking vaardigheden en attitudes verwerven die hen leiden naar een grotere zelfstandigheid. In interactie met de omgeving zijn persoonlijke groei en ontwikkeling mogelijk. Het doel van een dergelijke opvoeding en begeleiding ligt dan ook in het optimaal ontplooien van de mogelijkheden op verschillende persoonsdomeinen. Door Van Gennep (1989,1993) wordt dit geconcretiseerd in drie opgaven:[OLIST]Actualisatie; men moet in een groeibevorderend klimaat en in uitdagende activiteiten die functies stimuleren.
Socialisatie; mensen met een verstandelijke beperking worden in contact gebracht met sociaal – culturele en historische verworvenheden van onze samenleving.
Personalisatie; men maakt het mogelijk dat mensen met een verstandelijke beperking zichzelf kunnen realiseren in een voortdurende interactie en participatie met andere mensen. [/OLIST]
(Ghesquière, 1998)