InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Internationaal > Economische problemen in ontwikkelingslanden

Economische problemen in ontwikkelingslanden

De economische problemen in ontwikkelingslanden hebben verschillende oorzaken. De grootste oorzaken zijn de verslechtering van de ruilvoet, de eenzijdigheid van de export en het consumptieplafond.

Verslechtering van de ruilvoet

De ruilvoet is de verhouding tussen de import en de export van een land. Voor de ontwikkelingslanden ligt de verhouding heel ongunstig.De importprijzen zijn veel hoger dan de exportprijzen. De prijs die ze voor de exportprocten krijgen groeit veel langzamer dan dat de prijs van de importproducten toeneemt. Hier in het westen groeit de economie mee dus maakt een prijsstijging niet veel uit. In de ontwikkelingslanden groeit de economie niet of nauwelijks dus er is een probleem ontstaan. Ze moeten daar nu veel meer exporteren om hetzelfde te kunnen importeren. Dit is in vergelijking met een aantal jaar geleden. De oorzaak hiervan is de loon- en prijsstijging in de westerse landen. Een goed voorbeeld ervan is de koffie-export in Brazilië. Als je in 1950 één auto wilde importeren moest je daarvoor zo'n 5 ton koffie voor verbouwen en exporteren. In 1970 moest je voor diezelfde auto al zo'n 8 ton koffie exporteren en nu ligt dan op zo'n 20 ton koffie. Het importproduct, de auto, is hetzelfde gebleven, maar wat ervoor geëxporteerd moet worden is verviervoudigd.

Een oplossing hiervoor lijkt om de grondstoffen duurder te maken zodat de economie in de ontwikkelingslanden ook gaat groeien, maar dit is maar een illusie. De grondstoffen zijn in overvloed aanwezig en zijn vaak ook nog eens in handen van rijke landen. De bedrijven die in grondstoffen handelen werken niet samen, waardoor ze niet op 1 prijs uitkomen, dit is echter wel gelukt met de olieprijzen. Daarbij zijn er ook nog multinationals die het allemaal wel best vinden zoals het nu is en het zo willen houden.

Een goede oplossing zou exportvalorisatie zijn. Dit houdt in dat je ervoor zorgt dat exportproducten meer waard worden door ze te bewerken. Dit willen wij hier in het westen weer niet, omdat wij dan meer werklozen hebben. De bewerking van de producten gebeurt nu voor het grootste deel in de westerse landen.

Eenzijdigheid van de export

Heel veel ontwikkelingslanden zijn afhankelijk van slechts 1 of 2 producten. Denk hierbij aan Arabië, dat afhankelijk is van aardolie, Ghana dat afhankelijk is van cacao en Colombia dat afhankelijk is van koffie. Deze eenzijdigheid komt door de kolonisatie waar plantages werden gebouwd. Dit proces heet koloniale erfenis. Engeland had in die tijd heel veel koloniën en gebruikte elke kolonie voor een andere specialiteit.

Door deze eenzijdigheid is er veel risico. Veel landen zijn afhankelijk van slechts 1 of 2 landen. Mexico exporteert zo'n 80% van zijn producten naar de Verenigde Staten. Als deze landen ruzie krijgen heeft Mexico een groot probleem. Dit heet de geografische eenzijdigheid van de export.

Consumptieplafond

Het derde probleem is het consumptieplafond, dit houdt een verzadiging van de markt in. In het westen hebben wij voor heel veel producten een consumptieplafond bereikt. Als wij meer geld gaan verdienen gaan we niet meer bananen kopen, dus de import van die producten zal ongeveer gelijk blijven. Dit is nadelig voor de ontwikkelingslanden, omdat de economie daardoor niet of nauwelijks kan groeien.

Organisaties

Er zijn een aantal belangrijke organisaties met betrekking tot de economische problemen in ontwikkelingslanden, hieronder een opsomming van de bekendste organisaties:

FAO(Food and Agriculture Organisation): dit is een wereldvoedselorganisatie in Rome en het is tevens een afdeling van de United Nations(UN). Het motto is 'Groene Revolutie' en de doelstelling is het streven naar verhoging van de voedselproductie in ontwikkelingslanden.
UNCTAD(United Nations Conference on Trade and Development): de doelstelling hiervan is het wegewerken van handelsbelemmeringen tussen rijke en arme landen, hierbij moet je denken aan importheffingen en voorschriften). Het motto is 'No aid, but trade'.
WTO(World Trade Organisation): Deze organisatie huisvest zich in Washington. Het wilt wereldwijd handelsbelemmeringen wegnemen en is daardoor wel een beetje te vergelijken met het UNCTAD.
UNICEF(United Nations International Children Education Fund): het hoofdkantoor hiervan is gelegen in Parijs. Het is een bekend fonds voor kinderen in nood.
UNESCO(United Nations Educational Scientific Cultural Organisation): deze organisatie is verantwoordelijk voor de werelderfgoedlijst en het hoofdkantoor is gevestigd in Parijs.

Overige oorzaken

Rente- en productief kapitalisme: Rentekapitalisten zijn rijke mensen die leven van de opbrengsten van hun kapitaal zoals geld en grond. Zij maken al die opbrengsten op aan eten, drinken, feesten, mooi huis et cetera. Dit zijn meestal tevreden mensen. Daartegenover staan de productief kapitalisten, dit is een ontevreden mens die altijd meer wilt. Dit doet hij door een stukje van zijn opbrengsten te investeren met het doel meer te verdienen. Hij creëert daarmee werkgelegenheid voor anderen mensen. De rentekapitalisten vindt je vooral in de ontwikkelingslanden, hierdoor worden er dus niet meer banen gecreëert, terwijl de productief kapitalisten bij de westerse wereld horen en hier dus steeds meer banen ontstaan.

De handelsbalans: Als de balans in evenwicht is exporteer je evenveel dan dat je importeert. Als er meer wordt geëxporteerd dan dat er wordt geïmporteerd is er sprake van een positieve handelsbalans en als je meer importeerd dan dat je exporteerd is er sprake van een negatieve handelsbalans. In de ontwikkelingslanden is er sprake van een zwaar negatieve handelsbalans, hierdoor komt er een geldtekort om belangrijke dingen te kopen. Als het geld dat deze landen hebben is waardeloos geld, ze kunnen er op de wereldmarkt niets van kopen. Door dit tekort gaan ze overal geld lenen, dit doen ze van banken, regeringen en nog van andere mensen/instanties. Hierdoor hebben ze heel veel schulden, die alleen maar groter worden, en zijn zo dus afhankelijk van de rijke landen.

Importsubstitutie: Dit is het streven om zoveel mogelijk producten zelf te maken om import te voorkomen. Hierbij moet je denken aan cement, blikjes bier et cetera. Ook dit blijkt in ontwikkelingslanden maar moeilijk van start te gaan, de grootste oorzaak zijn de multinationals die dit niet willen, omdat ze dan minder verdienen.
© 2009 - 2019 Mellie, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Nederland is een belangrijk exportlandNederland is een belangrijk exportlandAlgemeen is het bekend dat Nederland een exportland is maar in onrustige tijden binnen de economie willen we wel precies…
De geschiedenis van ontwikkelingsproblematiekDe geschiedenis van de ontwikkelingsproblematiek in ontwikkelingslanden behandelt het feit hoe problemen in de derdewere…
Vrijwilligerswerk in Afrika, noodzaak of nieuw toerisme?Vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden neemt toe aan populariteit. Van middelbare schoolverlaters tot professionals ve…
Top 10 landen (geld en economie)Top 10 landen (geld en economie)De wereld bestaat uit ruim 200 landen. Maar welke landen zijn nou het rijkst? Welke hebben de sterkte economie, de hoogs…
Het bevolkingsvraagstuk in ontwikkelingslandenDe groei van een land is een beperkende factor voor de economie. Hoe meer kinderen erbij komen dan dat er mensen sterven…

Reageer op het artikel "Economische problemen in ontwikkelingslanden"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Mellie
Laatste update: 23-10-2009
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Internationaal
Schrijf mee!