InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Diversen > Parapsychologisch Onderzoek rond 1882

Parapsychologisch Onderzoek rond 1882

Rond 1882 werden parapsychologische verschijnselen door veel mensen aanvaard. Zij geloofden erin als een bewijs van het bestaan van geesten en dus van overleving na de dood. De oprichters van het Genootschap voor Parapsychologisch Onderzoek echter waren zich ervan bewust dat dit in werkelijkheid slechts een veronderstelling was.

Het onderzoekswerk van het Genootschap

Hoezeer de leden van het Genootschap voor Parapsychologisch Onderzoek er persoonlijk ook naar verlangd mochten hebben dat hun godsdienstige twijfels zouden worden weggenomen en dat er een bewijs voor persoonlijke overleving gevonden zou kunnen worden, toch probeerden ze te voorkomen dat dit verlangen als vooroordeel hun systematisch onderzoekswerk zou kunnen beinvloeden. Het onderzoekswerk bestond hoofdzakelijk uit het leiden van experimenten op het gebied van telepathie en helderziendheid en het verzamelen van bewijsmateriaal over paranormale verschijnselen.

De secretaris van het Genootschap voor Parapsychologisch Onderzoek

De secretaris van dit genootschap was de psycholoog Edmund Gurney. Hij nam onder andere deel aan de experimenten die uitgevoerd werden door de zakenman Malcolm Guthrie. Edmund was een van de meest briljante en gerespecteerde onderzoekers van het eerste uur.

Publieke oproep

Een oproep aan het publiek om bewijsmateriaal te verschaffen, leverde een enorme reactie op en overspoelde secretaris Edmund en een lid van het Genootschap, F.W.H. Myers, met werk. Een van de reacties kwam van een geestelijke uit Manchester, die Creery heette en die al enige tijd telepatische experimenten had uitgevoerd met zijn vijf dochters. De familie Creery was de eerste groep proefpersonen die werd onderworpen aan een systematisch en gecontroleerd onderzoek naar telepathie, dat werd geleid door het Genootschap. Alhoewel het gezin Creery hun successen vertoonde voor een comite van onderzoek van dit genootschap en de omstandigheden waaronder het experiment werd uitgevoerd gecontroleerd waren, kwam men later tot de ontdekking dat de meisjes (bij minder waterdichte experimenten) 'gesmokkeld' hadden, waardoor het indrukwekkende bewijsmateriaal dat Edmund Gurney en F.W.H. Myers in hun eigen werk met de Creery's over telepathie hadden opgebouwd, moest worden geschrapt.

Experimenten met gedachtenoverdracht

Een jaar na de Creery-experimenten, in 1883, ontdekte een zakenman uit Liverpool, Malcolm Guthrie, dat een paar van zijn werknemers in hun vrije tijd aan het experimenteren waren geweest met gedachtenoverdracht. Deze werknemers hadden opmerkelijke resultaten bereikt met de geestelijke overdracht van eenvoudige tekeningen. De belangstelling van Malcolm was gewekt. Hij en zijn vriend James Birchall begonnen proefnemingen uit te voeren met twee werknemers, namelijk Miss Ralph en Miss Edwards. Van deze dames werd beweerd dat zij over buitengewone gaven zouden beschikken. De experimenten waren zo succesvol dat Malcolm het genootschap ervan op de hoogte stelde. Secretaris Edmund Gurney ging naar Liverpool om zelf de leiding van sommige proeven in handen te nemen. Deze proeven werden uitgevoerd in oktober en november 1883. In totaal werden ongeveer 150 pogingen ondernomen. De tussenpersonen waren allemaal parapsychologische onderzoekers, die de tekeningen maakten.

Afwijkende werkwijze

De werkwijze bij de experimenten was anders dan Edmund gewend was. Normaal zit de tussenpersoon (die uitgekozen is om de tekening te maken) in een andere kamer. In onderhavig geval werd de proefpersoon (degene die paranormaal kan zien) geblindoekt. Zij nam plaats tegenover de tussenpersoon. Die tussenpersoon hield de door hem gemaakte tekening zo vast dat de proefpersoon - ook zonder blinddoek - de tekening niet zou kunnen zien. Vervolgens hield de tussenpersoon zijn ogen strak op de tekening gericht en concentreerde zich erop net zo lang (van een halve minuut tot twee of drie minuten) totdat de proefpersoon zei dat ze gereed was om te proberen de tekening na te maken. De blinddoek werd dan verwijderd.

Het resultaat
Vele pogingen mislukten. In andere gevallen werden gedeelten van het beeld omgedraaid of op een andere manier uitgebeeld ( B.v. een verticale streep met aan iedere kant een cirkeltje werd zichtbaar als een schaar). Toch was het aantal gedeeltelijke of volledige successen verbazend hoog, in ieder geval vele malen hoger dan men aan het toeval zou kunnen toeschrijven.

Phantasms of the Living

Behalve hun experimentele werk, onderzochten de onvermoeibare Edmund en F. Myers talloze gevallen van spontane telepathische en helderziende ervaringen die men hun rapporteerde. In 1883 schreven ze samen 10.000 brieven en hielden ze honderden vraaggesprekken. Om hen bij hun werk te helpen, namen ze Frank Podmore in dienst. Frank was een geleerde uit Oxford, die met zijn wantrouwen ten opzichte van paranormale gaven en zijn grondigheid een onschatbare bijdrage leverde aan de onderzoekingen.

Crisis verschijningen
Bij het rangschikken en analyseren van de vele meldingen, merkten de onderzoekers op dat de meeste meldingen wat zij noemden 'crisisverschijningen' waren. In deze gevallen had een persoon een levendige, vaak zeer realistische hallucinatie van een andere persoon meegemaakt op een tijdstip, dat later bleek samen te vallen met een ogenblik van crisis in het leven van die ander. Zo'n crisis was gewoonlijk de dood van de persoon of een ernstige verwondig of ziekte. In sommige gevallen was de hallucinatie hoorbaar in plaats van zichtbaar: op het moment van de crisis hoorde men de stem van de persoon.

Publicatie
Na een onderzoek van drie jaar publiceerden Edmund Gurney, F. Myers en Frank Podmore hun bewijs voor zowel spontane als experimentele telepathie in de vorm van een dik boekwerk. Het werk was getiteld: "Phantasms of the Living". Dit boek was het eerste grote werk dat door het genootschap werd uitgegeven en het bevatte verslagen van 702 gevallen van spontane parapsychologische ervaringen. Elk daarvan werd gesteund door de getuigenis van meer dan 1 persoon.

De dood van Edmund Gurney

Edmund Gurney's dood blijft een raadsel in de geschiedenis van het parapsychologische onderzoek, want tijdens een project pleegde hij zelfmoord. Tegenstanders van hem suggereerden dat hij tot de ontdekking was gekomen dat al zijn werk tevergeefs was. Anderen zeggen dat de tragedie het gevolg was van strikt persoonlijke verwikkelingen.
© 2010 - 2019 Emfkruyssen, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Parapsychologisch onderzoek uit vervlogen tijdenIn vroeger tijden kreeg het wetenschappelijk parapsychologische onderzoek geen kans zich te ontwikkelen omdat men geloof…
Bedrieglijke mediumsOmdat de grote Engelse schrijver, dr. Samuel Johnsonn, de zaak van de 'Klopgeest van het huis aan de Londense Cock Lane'…
Wat is een uitstrijkje van de baarmoederhals?Een uitstrijkje wordt aan alle vrouwen die reeds seksuele betrekking hadden, aangeraden. Aan de hand van het uitstrijkje…
Wat weten we over parapsychologish onderzoek?Parapsychologisch onderzoek houdt de bestudering in van verscheidene verschijnselen die dikwijls worden aangeduid met de…
Materialisatie-seance 'Rosalie' uit 1937Op zekere winteravond in 1937 verzamelde zich een groepje van zes vrouwen (vriendinnen) in een groot huis in een deftige…

Reageer op het artikel "Parapsychologisch Onderzoek rond 1882"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Emfkruyssen
Gepubliceerd: 26-08-2010
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Diversen
Schrijf mee!