InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Diversen > Niet gillen! Emotienormen in Nederland

Niet gillen! Emotienormen in Nederland

Niet gillen! Emotienormen in Nederland Emoties: iedereen heeft ze. Maar weten we ook waarom we bepaalde emoties voelen op specifieke momenten? Het lijkt simpel, tot je er wat langer over nadenkt. Uit deze studie onder vrouwen die een verkrachting hebben meegemaakt, komt naar voren dat de emoties die zij als gevolg hiervan voelen en uiten gebonden zijn aan maatschappelijke normen.

Emoties centraal

In het kader van mijn afstuderen, heb ik onderzoek gedaan naar normen voor emoties in Nederland. Dit kwam voort uit ervaringsverhalen van vrouwen die door een traumatische ervaring met heftige emoties te maken hadden gehad.

De vrouwen in deze studie hebben een verkrachting meegemaakt. Na korte of langere tijd hebben zij professionele hulp gezocht om deze ervaring te kunnen verwerken. Zij hebben individuele hulp gekregen van een psycholoog en/ of zij hebben deelgenomen aan de groepsgesprekken met lotgenoten. De hulpverlening was erop gericht om de vrouwen inzicht te geven in hun eigen emoties en hoe zij daarmee om konden gaan, zodat zij weer een ‘normaal’ leven konden leiden.

De vrouwen praatten veel over de emoties die hun levens hadden beheerst nadat zij verkracht waren. Dit waren voornamelijk negatieve emoties. Zij probeerden deze emoties in de eerste tijd na hun verkrachting meestal te negeren of ze probeerden er in ieder geval weinig tot geen uiting aan te geven tegenover andere mensen. Vaak deden ze dit al vanaf het eerste moment na hun verkrachting, soms zelfs zonder dat ze zich dat realiseerden. De bewuste keuze om het wel of niet aan bepaalde mensen te laten weten en hun emoties te uiten, kwam pas (veel) later.

Theorieën over emoties

Als je mensen vraagt wat een emotie is, antwoorden ze meestal dat het een gevoel is. Het is iets wat je opeens voelt en meestal is het vrij sterk. Mensen kunnen deze gevoelens benoemen. Voorbeelden van emoties die vaak gegeven worden zijn verdriet, jaloezie, woede, blijdschap en depressiviteit (of ‘een dip’). Vaak kunnen ze ook verklaren waar de gevoelens door veroorzaakt worden. Zo kan blijdschap veroorzaakt worden doordat iemand een geliefd persoon na lange tijd weer ziet, woede door onrecht en verdriet door een sterfgeval in de familie.

In de wetenschappelijke literatuur is er minder overeenstemming over wat een emotie nu precies is. Sommige wetenschappen (zoals bijvoorbeeld biologie en bepaalde stromingen in de psychologie) gaan uit van universele, biologische processen die emoties veroorzaken. Alle mensen zouden dus in principe dezelfde emoties hebben. Hier tegenover staat het sociaal-constructionisme. Deze stroming gaat uit van de aanname dat alle emotie sociaal geconstrueerd wordt. Mensen uit verschillende samenlevingen voelen daadwerkelijk anders (Lutz, 1988). Inmiddels is er een redelijke consensus dat emoties zowel biologische als sociale processen zijn. Over in hoeverre de weegschaal naar een bepaalde kant slaat is men het echter nog niet eens (Baanders, 1997: 7-10). Vast staat dat mensen emoties kunnen benoemen. Ze kennen er betekenis aan toe en ze uiten emoties (of niet) op een specifieke manier. Emoties zijn gevoelens met betekenis.

Volgens Catherine Lutz (1988), die onderzoek naar emoties heeft gedaan op een klein Micronesisch eiland, gelooft ‘men’ in het westen over het algemeen dat emoties een psycho-biologisch fenomeen zijn. De rol die cultuur speelt in de ervaring van emoties wordt meestal als secundair beschouwd. Zo zou een cultuur, vanuit dit gezichtspunt, hooguit voorschrijven welke emoties mogen worden geuit en hoe. Baanders (1997: 1) maakt in haar proefschrift The Rules of the Game: Emotion Norms in Daily Life eenzelfde opmerking over hoe ‘men’ in de sociale wetenschappen in het westen over emoties denkt:

Emotions have been conceived of as things that need prescriptive rules as to when particular emotions are appropiate to be experienced or expressed by whom, and when they are not.

Zowel Baanders als Lutz zijn het met dit beeld van emoties oneens, maar op verschillende punten. Baanders gaat uit van een basis van universele affectieve processen in plaats van ‘dingen’ (1997: 4). Mensen passen, volgens haar, (onbewust) sociale normen toe op hun gevoelens. Deze normen verschillen per samenleving, het basisgevoel niet. Als een gevoel niet ‘hoort’, proberen mensen dit voor anderen verborgen te houden en soms proberen ze een ander gevoel te uiten dan wat zij voelen. Uit het onderzoek van Baanders blijkt dat mensen hun gevoelens ook innerlijk proberen aan te passen aan de situatie. Het vormen van een emotie is dus een proces. Zij stelt dat emotienormen, als subset van sociale normen, beïnvloeden welke emoties mensen voelen en hoe intens deze gevoeld worden. Om aan de emotienormen te voldoen zouden mensen hun gevoelens reguleren door hun aandacht te richten op die aspecten van de situatie die de voorgeschreven emotie opwekken en door de aspecten die een ongepaste emotie zouden kunnen opwekken te negeren.

Lutz gaat hierin iets verder door emotie als 'local ideological practice' te beschouwen. Zij houdt minder rekening met een universele basis van emoties en richt zich volledig op het sociaal-culturele karakter ervan. Emoties staan volgens haar symbool voor de manier waarop de samenleving in elkaar zit. Ze hebben te maken met macht en politiek, verwantschap en huwelijk en normaliteit en afwijking. Emotie lijkt dan misschien een ervaring die zich binnen de grenzen van het lichaam afspeelt, in feite is het een sociaal fenomeen. Aan het (voor jezelf) benoemen van emoties gaat een proces van onderhandeling vooraf over de betekenis van gebeurtenissen, over rechten, plichten, relaties en bezit e.d. Emoties zijn dus duidelijk ingebed in de cultuur (Lutz, 1988: 5-6).

Nancy Scheper-Hughes (1992) en Arlie Russel Hochschild (1998) gaan zelfs zo ver dat zij zeggen dat we zonder cultuur niet zouden weten hoe we ons moeten voelen.

People draw from a prior set of ideas about what feelings are feelable, which feelings are culturally available to be felt. We can say that [she] intuitively matches her feelings to a nearest feeling in a collectively felt emotional dictionary. Each culture has its unique emotional dictionary, which defines what is and isn't, and its emotional bible, what defines what one should and should not feel in a given context (Hochschild, 1998: 6-7)

Deze ideeën kwamen duidelijk naar voren in verhalen van verkrachte vrouwen. Zij keken op verschillende momenten op verschillende manieren naar hun ervaringen. Dit verschaft inzicht in enkele emotienormen als onderdeel van de Nederlandse cultuur.

Verkrachting: een emotionele ervaring

De verhalen van de vrouwen maken duidelijk dat er veel emoties ‘vrijkomen’ na een verkrachting. De meeste emoties die de vrouwen noemden, waren negatief: walging, schaamte, schuld, haat, angst, woede, allemaal zeer sterke gevoelens. Ook partners en familieleden van de vrouwen die verkracht waren, hadden te maken met sterke emoties. Zij vertelden dat ze geschokt en woedend waren. Verschillende partners waren ook bang dat het hun vrouw of vriendin nog een keer zou kunnen overkomen of dat hun relatie nu misschien in gevaar zou komen. Ze werden angstig en overbezorgd. Verkrachting roept in het algemeen sterke emotionele reacties op.

Catherine Lutz en Geoffrey White (1986: 427) hebben oorzaken van emoties op een rijtje gezet. Voor negatieve emoties hebben zij vier oorzaken onderscheiden. Ten eerste kunnen dit soort emoties bij iemand veroorzaakt worden doordat iemand anders culturele codes verbreekt of tegen de verwachtingen van die persoon ingaat. Als een dochter bijvoorbeeld haar moeder uitscheldt, zullen beiden hierdoor waarschijnlijk geëmotioneerd raken, los van de reden waarom de dochter begint te schelden. Het is niet gepast om je moeder uit te schelden. De moeder zal zich waarschijnlijk geschokt, verdrietig, teleurgesteld of boos voelen. De dochter zal misschien ook van zichzelf schrikken en zich onzekerder en bang gaan voelen. Zij houdt zich tenslotte niet aan de normen. Dit noemen Lutz en White als tweede oorzaak van negatieve emoties: het zelf verbreken van culturele codes. Hieraan gerelateerd is sociale incompetentie of persoonlijke ‘ongeschiktheid’ voor bepaalde dingen en het bewustzijn van mogelijk falen. Iemand die van zichzelf weet dat hij moeite heeft met praten voor groepen mensen zal waarschijnlijk zenuwachtig en onzeker zijn op het moment dat hij een presentatie moet geven voor een grote groep mensen. Hij is zich zeer bewust van het feit dat hij niet de geschikte persoon is om iets op een goede manier te presenteren en dat hij waarschijnlijk zal falen.

De derde oorzaak van negatieve emoties is het (dreigende) verlies van een belangrijke relatie. Als twee vrienden ruzie krijgen, kan dit in beiden sterke emoties veroorzaken. Naast de woede die beiden waarschijnlijk ten opzichte van elkaar voelen, kan ook verdriet en teleurstelling een grote rol spelen. Maar ook als één van de twee plotseling niets meer van zich laat horen, veroorzaakt dit verdriet, teleurstelling en twijfel bij de ander.

Als vierde oorzaak van negatieve emoties noemen Lutz en White fysiek of psychisch gevaar. Als een persoon zelf in gevaar is, zal dit waarschijnlijk in eerste instantie angst veroorzaken. Maar ook als een significante ander in gevaar is, kan dit heftige emoties veroorzaken, zoals angst en verdriet en woede op de veroorzaker van het gevaar. Deze laatste emoties werden ook ervaren door veel partners en familieleden van verkrachte vrouwen. Zij waren, achteraf, bang voor het gevaar waarin hun partner, dochter of zus geweest was, verdrietig dat zij de verkrachting mee hadden moeten maken en vaak woedend op de verkrachter.

Toen ik het uiteindelijk aan mijn zus vertelde... die schrok zo ontzettend. Ze heeft echt wel een paar dagen gehad dat ze gewoon tranen in haar ogen kreeg als ze mij zag. En dan hoefde ik echt niks bijzonders te doen, alleen maar even glimlachen ofzo. Ze moest er dan gewoon iedere keer aan denken en dan kwam er weer zo’n golf over haar heen en dan kon ze haar huilen bijna niet tegenhouden (Jeanine).

Wat ik voelde als ik aan de verkrachting van Anneke dacht? Ja, dat ligt eraan. Ik was eerst vooral bezig met An, hoe het nu verder moest, hoe zij zich zou voelen. Dan was ik vooral verdrietig dat zij dat had moeten doormaken. Ik denk dat ik ook wel teleurgesteld was dat ik haar niet had kunnen beschermen en dat die man... Ik was zo kwaad op die man. Hoe kun je nu zoiets doen? (de man van Anneke).

Ik had mijn moeder nog nooit zo kwaad gezien. Dat was wel vreemd, want als ze dan naar mij kwam, was ze echt de liefde zelf... terwijl ik de hele tijd zo vervelend tegen haar deed. Maar als er dan iemand over hem begon, of nu nog steeds als ze erover aan iemand vertelt, dan is ze zo woedend om wat hij mij heeft gedaan (Carla).

De gevoelens die zo’n gebeurtenis losmaken, zijn overweldigend. We werden beiden geconsumeerd door onze eigen angstige gedachten. Ik maakte mij vooral zorgen over haar. Later bleek dat zij zich, behalve dat zij probeerde om het gebeurde te verwerken, ook zorgen maakte om mij. Ze was bang dat ik in mijn woede die jongen op zou zoeken en hem iets aan zou doen, waardoor ik in het gevang terecht zou komen (uit een brief van Tomas, de partner van een vrouw die door één van zijn vrienden verkracht is).

Sylvana Tomaselli (1986) merkt in de inleiding van de bundel Rape op dat verkrachting weliswaar gezien kan worden als een vorm van fysiek geweld, maar dat het veel heftigere (emotionele) reacties oproept dan andere vormen van fysiek geweld. Ook de vrouwen die mee hebben gewerkt aan de interviews voor onderhavig onderzoek, vertelden dat de verkrachting één van de belangrijkste (negatieve) gebeurtenissen in hun leven was geweest. Als zij het vergeleken met andere gebeurtenissen in hun leven, had dit de meeste indruk op hen gemaakt en waren ze er emotioneel het langst mee bezig geweest.

Tja, ik kan het eigenlijk moeilijk vergelijken met andere dingen. Het is zoiets... ik heb nooit iets gehad wat zo lang met me mee is gegaan, wat zoveel indruk achterliet en waar ik zolang mee bezig was. Ik kon een hele poos aan niets anders meer denken. En tot niet zo heel lang geleden dacht ik er nog iedere dag aan. En nu nog steeds wel vaak. Dat heb ik nergens anders mee gehad. Zelfs niet toen mijn vader dood was gegaan. En toen dat gebeurde, dacht ik dat de wereld ophield (Petra).

Volgens Petra is een verkrachting nergens anders mee te vergelijken. Haar vader ging dood. Dat veroorzaakte bij haar sterke emoties, maar nog niet zoveel als toen zij verkracht was. De vraag is nu hoe dit komt. Waarom roept een verkrachting veel sterkere reacties op dan andere indrukwekkende gebeurtenissen?

Een verklaring is dat een verkrachting alle bovenstaande oorzaken in zich kan hebben die negatieve emoties oproepen. Om met de laatstgenoemde oorzaak te beginnen: een vrouw die verkracht wordt, is zeker fysiek in gevaar. Niet alleen op het moment van de verkrachting, maar ook daarna kunnen er nog allerlei lichamelijke gevolgen zijn. Veel vrouwen hielden lichamelijke klachten over aan de verkrachting, zoals buikpijn, misselijkheid en pijn rondom de schaamstreek. Verder waren er verschillende vrouwen die geslachtsziekten hadden opgelopen. Buiten deze klachten bestaat het gevaar besmet te worden met het HIV-virus en sommige vrouwen overleven een verkrachting meteen al niet. Dit zijn de gevallen die we in de krant terugvinden: “Meisje vermoord gevonden in …, eerst seksueel misbruikt, daarna omgebracht”.

Een verkrachting vindt vaak niet alleen plaats onder fysieke dwang, maar ook onder psychische druk. Werkgevers dreigen met ontslag, leraren dreigen met slechte rapporten, vrienden laten merken dat ze je niet meer aardig vinden als je niet meegaat in hun verlangens. Allemaal situaties waarin op de één of andere manier macht wordt uitgeoefend (Timmerman, 1990). Een vrouw die deelnam aan een groepsgesprek vertelde dat zij al een poosje last had gehad van ongewenste intimiteiten op haar werk. Ze had echter nooit gedacht dat haar collega zo ver zou gaan als hij deed toen hij haar verkrachtte. Ze werkten veel samen, want hij was haar directe verantwoordelijke in het bedrijf. Zij werkte er pas anderhalve maand. Hij zat wel eens met zijn hand ‘per ongeluk’ aan haar borsten of haar billen. Toen zij daar niets van zei, omdat ze dacht dat het echt per ongeluk zou kunnen zijn, ging hij verder.

Hij botste steeds vaker tegen me op en dan zat hij aan me. Eerst heel kort alsof het per ongeluk was, maar later duidelijk te lang om het nog zo te laten zijn. Dan had hij zijn handen op mijn borst of hij zat met zijn vingers bij mijn billen te friemelen.

Toen hij steeds verder ging, heeft zij hem verteld dat hij er mee op moest houden. Ze wist zeker dat hij het niet per ongeluk deed en daarom durfde ze er iets van te zeggen. Aanvankelijk hield hij vol dat hij van niets wist. Later, toen zij dreigde om er hogerop over te klagen, veranderde hij van tactiek: hij hield vol dat zij hetzelfde bij hem deed en dat zij het duidelijk fijn vond om die aandacht te krijgen. Zij aarzelde om het aan anderen te vertellen, omdat ze niet wist of zij haar zouden geloven. De andere werknemers en de werkgever kenden hem immers al veel langer dan dat zij haar kenden. Volgens haar zag hij dit als een vrijbrief voor zijn activiteiten. Hij sloot zich op een gegeven moment samen met haar op in een toilet en verkrachtte haar. Daarna vertelde hij haar dat ze op zou moeten stappen als ze hun ‘relatie’ bekend maakte bij iemand op het werk, omdat hun werkrelatie daar onder zou kunnen lijden. Hij zoende haar ten afscheid en ging weer aan het werk. Zij meldde zich ziek en ging naar huis. Na een paar dagen heeft ze haar ontslag ingediend. Dat was geen probleem, omdat ze nog in haar proeftijd zat. Ze heeft niemand de werkelijke reden verteld waarom zij wegging. Ze was toch nooit positief geweest over het werk, omdat de ongewenste intimiteiten er vanaf het begin onderdeel van hadden uitgemaakt.

Naast het fysieke en psychologische gevaar, waardoor negatieve emoties veroorzaakt kunnen worden, is er in de meeste gevallen van verkrachting in Nederland sprake van een verlies van één of meerdere relaties. Er wordt geschat dat bij zestig tot tachtig procent van alle verkrachtingen in Nederland dader en slachtoffer elkaar kennen (cf. Doomen, 1976; Timmerman, 1990). De relatie met de verkrachter zal na deze gebeurtenis vrijwel zeker veranderen. Alle vrouwen die aan dit onderzoek meewerkten en verkracht waren door een bekende bevestigden dit in ieder geval. Zij hadden allemaal de relatie met hun verkrachter afgebroken. Ook andere relaties kunnen lijden onder de verkrachting. Vrouwen sluiten hele groepen mensen buiten, omdat zij de verkrachter ook kennen. Andere mensen vermijden de verkrachte vrouw als zij hen erover verteld heeft. Hoe dan ook, relaties veranderden vaak in negatieve zin. Vrouwen raakten vrienden kwijt of hadden het gevoel dat zij hun vrienden niet meer onder ogen konden komen. Dit veroorzaakte gevoelens van eenzaamheid, twijfel en verdriet.

Lange tijd ben ik heel eenzaam geweest. Dat was niet alleen hun schuld natuurlijk. Ik zocht hen ook niet op. Maar dan merk je toch wie je vrienden zijn.Ik ben er een heleboel kwijtgeraakt. Ik vroeg me in het begin af waarom niemand mij meer wilde zien. Maar ik denk dat ze het niet durfden. Ze wisten waarschijnlijk niet wat ze tegen me moesten zeggen. Zou ik zelf ook niet weten, denk ik (Brigitte).

Ik was mijn beste vriend kwijt. Tenminste, ik had dus altijd gedacht dat hij mijn beste vriend was, maar dat was dus niet zo. Maar als ik dan terugdacht aan hoe wij met elkaar waren, dan was ik toch wel verdrietig dat het zo gelopen was. En dan ga je toch twijfelen of het wel de goede keuze was om hem helemaal nooit meer te zien. Maar altijd als ik dan verder dacht over hoe alles gegaan was, dan was ik weer zo kwaad op hem dat ik hem nooit meer wilde zien (Marja).

Het (dreigende) verlies van significante relaties speelt dus zeker een rol bij een verkrachting. Het gaat dan niet alleen over de relatie die vrouwen vooraf met hun verkrachter hadden, maar ook over relaties met andere mensen.

Ook de eerste twee oorzaken van emoties die Lutz en White noemen, zijn terug te vinden in een verkrachting. De verkrachter verbreekt zeker een bepaalde culturele code. Hij neemt wat hij wil en houdt dus zijn ‘driften’ niet onder controle. Van een beschaafde man wordt dat wel verwacht.

Ik had die man een paar keer gezien. Hij leek zo normaal, gewoon een beschaafde vent. Maar toen An met dat verhaal thuiskwam... eerst dacht ik dat ik het verkeerd verstaan had, dat hij dat was. Maar ze zei het nog een paar keer. En ik vroeg of het over diezelfde collega ging die ik toen ontmoet had. Ik had er moeite mee om het me bij hem voor te stellen. Maar toen Anneke het hele verhaal had verteld, kon ik niet anders dan het geloven. Dat zo’n man zijn behoeften niet gewoon thuis kan bevredigen... (de man van Anneke).

Daarbij gaat een verkrachter ook nog tegen alle verwachtingen van het slachtoffer in. Met name een verkrachting door een bekende en op een niet-openbare plaats is iets waar de meeste vrouwen geen rekening mee houden. Denkbeelden over verkrachtingen op openbare, maar verlaten plekken door een onbekende viezerik zijn daarvoor nog te bekend. Het laatste wat de meeste vrouwen verwachten van hun buurjongen/ vriend/ collega/ oom/ vrienden van vrienden is dat zij hen zullen verkrachten.

Tot slot kunnen emoties na een verkrachting ook veroorzaakt worden doordat de vrouw het idee heeft dat zij zelf iets verkeerd heeft gedaan, dat zij zelf bepaalde culturele regels heeft overtreden. Jonge vrouwen zijn opgegroeid met tegenstrijdige denkbeelden over de ideale vrouw. Zij kunnen altijd het idee hebben dat zij bepaalde culturele codes hebben overtreden als zij verkracht worden. Aan de ene kant is er altijd wel iets waardoor zij kan gaan twijfelen aan haar eigen acties: is zij wel echt onschuldig? Heeft ze hem niet op de één of andere manier aanleiding gegeven? Bijna alle vrouwen kunnen wel iets verzinnen wat een aanleiding geweest kan zijn en zo gaan denken dat zij zich niet ‘netjes’ genoeg hebben gedragen. Aan de andere kant kan zij het idee hebben dat ze niet genoeg van haar recht op zelfbeschikking gebruik heeft gemaakt. Veel vrouwen bedenken achteraf dat ze allerlei dingen hadden kunnen doen om de verkrachting te voorkomen. Zo bedacht Mira dat ze heel hard had moeten gaan gillen, zodat haar ouders zouden zijn komen kijken. Jeanine bedacht dat ze tegen de jongen had moeten zeggen dat hij haar aan het verkrachten was, zodat ze hem schrik aan zou jagen. Tineke vond achteraf dat ze weg had moeten rennen. Maar ze hebben deze dingen op het moment zelf niet gedaan. Dus vinden ze dat ze hem eigenlijk gewoon zijn gang hebben laten gaan. Dus waren ze zwak en dat is een breuk met de culturele code. Iedereen moet sterk zijn en zichzelf kunnen redden door de juiste keuzes op het juiste moment te maken en hiernaar te handelen. Vrouwen moeten assertief zijn, dus durven zeggen wat zij wel en niet willen.

Assertiviteit als norm

Het lijkt erop dat assertiviteit een norm is waar vrouwen aan moeten voldoen in westerse samenlevingen. Als je niet assertief genoeg bent, kunnen de consequenties zwaar zijn. Goode (1969) wees er al op dat vrouwen duidelijk aan mannen kenbaar moeten maken wat hun wensen en intenties zijn. Doen zij dat niet, dan kunnen mannen hun gedrag wel eens verkeerd interpreteren en naar hun eigen interpretatie handelen. Achteraf kunnen zij dan zeggen dat ze niet hadden begrepen dat de vrouw in kwestie niet wilde. Dan had ze maar moeten zeggen dat ze geen zin had en niet intussen allerlei verwarrende signalen uitzenden (cf. Dahm, 1998).

Assertiviteit wordt echter niet altijd gewaardeerd door mannen. En het voorkomt ook lang niet altijd een verkrachting. Brigitte heeft haar verkrachter bijvoorbeeld behoorlijk van repliek gediend. Toch heeft hij doorgezet. Of misschien wel juist daardoor, denkt zij nu.

In het begin wist ik niet wat ik moest doen. Maar op een gegeven moment had ik er zo genoeg van. Toen heb ik hem verteld dat hij op moest donderen en me met rust laten. Ik heb gezegd dat ik niet zijn vriendin was en dat hij op moest houden met doen alsof. Maar hij ging toen gewoon door. Misschien wel juist daardoor, omdat ik hem liet voelen dat ik niet van hem was en dat ik hem niet wilde. Ik weet niet… misschien was het anders wel anders gelopen.

Veel andere vrouwen hebben hun verkrachter minder weerstand geboden dan Brigitte. Zij bleven lange tijd meegaand en redelijk vriendelijk, ook al werd de situatie er niet comfortabeler op. Zij wilden de relatie (van welke aard dan ook) die zij met de man hadden niet in gevaar brengen.

Ik weet nog dat toen hij binnen was en zo naast me zat op dat bed, dat ik eigenlijk wilde dat hij wegging. Maar ik ben gewoon met hem blijven praten over allerlei dingen. Ik denk dat ik niet onbeleefd wilde zijn. En ik vond hem ook gewoon aardig (Jeanine).

Ja, hij was toch een vriend van mijn broer. Dus ik wilde hem niet te veel tegen zijn borst stoten. Maar achteraf bleek dat ik dat beter wel had kunnen doen, want doordat ik mijn mond niet op tijd open deed had hij zijn kans. Hij heeft de zijne wel gebruikt. Volgende keer pak ik mijn kans ook (Petra).

Ik dacht dat hij geïnteresseerd was in mijn werk, dus ik was heel vriendelijk tegen hem. Het is altijd leuk als mensen interesse hebben in wat je doet. Vooral omdat ik er zelf zo in opging toen. Maar op een gegeven moment had ik het idee dat er iets niet klopte, maar dat kon ik niet hard maken. Dus ik kon ook niet opeens niet meer vriendelijk zijn. Ik wist het niet zeker. En hij had mij misschien wat verder kunnen krijgen met zijn connecties, dus ik wilde geen kenau zijn. Stom achteraf, dat ik mij daar zo door heb laten meeslepen. Ik had hem veel eerder een klap moeten geven en opstappen (Anneke).

In deze gevallen voelden de vrouwen dat er iets niet helemaal goed zat. Toch bleven zij vriendelijk en meegaand. Zij negeerden hun gevoel. Daardoor gedroegen zij zich niet assertief. Zij hebben niet bij de eerste tekenen van seksuele toenadering geprotesteerd, want zij wilden niet als “kenau” gezien worden, ze wilden zich beleefd gedragen. Het lijkt er op dat deze vrouwen hier in een dubbele moraal terecht zijn gekomen. Aan de ene kant verwijten zij zichzelf dat zij zich niet assertief genoeg hebben opgesteld. Hadden zij dit wel gedaan dan hadden zij misschien kunnen voorkomen dat zij verkracht werden. Daar tegenover staat het verhaal van Brigitte, die juist denkt dat zij haar verkrachting misschien had kunnen voorkomen door iets minder impulsief en assertief te zijn, omdat haar verkrachter daardoor vastbesloten was om haar te vernederen. Twijfel is blijkbaar onvermijdelijk.

Assertiviteit is vaak een onmiddellijke, impulsieve uiting van (negatieve) gevoelens ten opzichte van iemand. Aan de ene kant wordt het van vrouwen verwacht dat zij zich assertief opstellen. Aan de andere kant wordt het uiten van (negatieve) gevoelens meestal niet gewaardeerd in deze samenleving.

Emotienormen in Nederland

Individualisme en onafhankelijkheid worden in de Nederlandse samenleving over het algemeen zeer gewaardeerd. Het gevoel autonoom en onafhankelijk te zijn, geeft mensen zelfvertrouwen (Rodriguez Mosquera, 1999: 20). Vrouwen die verkracht zijn, kunnen hun gevoelens van autonomie en onafhankelijkheid, en daarmee hun zelfvertrouwen, volledig kwijt zijn geraakt. Velen zeiden dat zij (soms) het idee hadden dat ze “bewezen” hadden dat ze niet voor zichzelf konden zorgen. Ze voelden zich daardoor onzeker, beschaamd en onvolwassen.

Het was voor mij een soort bewijs dat ik nog niet volwassen genoeg was om zoiets op tijd door te hebben. Ik kon mij niet voorstellen dat vrouwen, echte vrouwen, zoiets toe zouden laten. Die zouden die man allang iets aangedaan hebben. Maar ik had gewoon niet in de gaten wat er gebeurde. Ik voelde me echt weer een heel klein meisje daarna, echt zo dom en naief (Mira).

Ik had altijd het idee dat ik mezelf wel kon redden, maar ik heb toen wel een tijd gehad dat ik daaraan ging twijfelen. Maar dat wilde ik helemaal niet. Ik ben toch gewoon volwassen. Dus moest ik weer tot mezelf komen, mezelf er weer van overtuigen dat het wel lukt met mij en dat dit eenmalig was (Tineke).

Ik was nog best jong natuurlijk, toen het allemaal begon. Maar toch wist ik natuurlijk wel ergens dat het niet klopte. Maar ik heb toen nooit dat zelfvertrouwen ontwikkeld dat ik er iets tegen kon doen. Ik dacht niet dat ik dat kon. Dus hield ik het allemaal zoveel mogelijk geheim, gewoon om mensen niet te laten merken dat ik het niet zelf kon, dat ik niet mijn eigen zin kon doen maar naar iemand anders moest luisteren. Dus ik was heel lastig op school en thuis, overal mijn wil doordrijven. Gewoon om dat te compenseren dat ik dat in die situatie niet kon (Carla).

De vrouwen probeerden om hun gevoelens niet aan de buitenwereld te tonen. Sommigen deden dit door, zoals Carla, het tegenovergestelde uit te dragen van wat zij echt voelden. Veel anderen voelden überhaupt niets.

Ik heb een paar jaar helemaal nergens iets bij gevoeld. In het begin had ik dat nog niet echt door, maar na een poosje merkte ik dat ik nooit meer echt blij was of dat ik geen rillingen meer kreeg van mooie muziek. En toen ben ik er op gaan letten, maar eigenlijk kon niets me zo veel schelen dat ik er heftige gevoelens bij kreeg. Het was allemaal heel monotoon. Ik vond het allemaal in het niet vallen bij mijn eigen problemen. En die kon ik ook aan, dus dan moest de rest van de wereld niet zeuren (uit een brief van Cindy).

Het was toen een beetje zoals die reclame: “U voelt niets”. Ik gaf nergens meer echt om. En ik dacht dat ik dus over alles heen was, dat ik één van de weinigen was die er geen trauma aan over had gehouden. Maar later bleek dat ik gewoon al mijn gevoel had uitgeschakeld. Maar daar kwam ik pas achter toen ik toch maar naar de psych ben gegaan (Saskia).

Of Mariëtte Baanders dit bedoelde toen ze stelde dat mensen hun gevoelens aanpassen aan de normen die gelden voor emoties in een bepaalde samenleving, is niet duidelijk. Zij heeft het alleen over emoties die minder sterk geuit worden dan dat ze gevoeld worden en die daardoor uiteindelijk ook minder sterk gevoeld gaan worden (Baanders 1997: 147). Toch blijkt uit deze citaten wel dat deze vrouwen hun gevoelens aanpasten: zij voelden niets meer. Sommige vrouwen maakten opmerkingen waaruit bleek dat zij hier vrij bewust op hadden aangestuurd, andere vrouwen ‘ontdekten’ op een bepaald moment dat zij nergens meer “warm of koud van werden” (Tineke), zo waren zij gewend om hun gevoelens te onderdrukken en/ of te negeren.

Ik kwam er achter dat ik niet meer gaf om allerlei dingen waar ik me vroeger heel druk om had gemaakt. Het kon me niets meer schelen of de wereld zou vergaan. Maar het was ook niet zo dat ik een depressie had of zo. Ik leefde gewoon door, op één niveau. Ik werd echt nergens meer warm of koud van... Later bleek dus dat ik alles aan het onderdrukken was. En dat wist ik ergens ook wel, alleen dat negeerde ik (Tineke).

Ik wilde niet meer voelen, dus toen ben ik heel hard gaan werken voor mijn studie. Dat was wel makkelijk en een goed excuus, want ik had tentamens. En daarna ben ik gewoon vergeten om weer te gaan voelen. Makkelijk zat (Lonneke).

Het (bewust of onbewust) niet voelen, verklaarden vrouwen door te zeggen dat zij waarschijnlijk liever niet voelden dan dat zij zich onprettig voelden. Bovendien zouden die gevoelens alleen maar lastig zijn: je kunt niet goed functioneren als je sterk geëmotioneerd bent. Dus moet je sterk zijn en niet je tranen de vrije loop laten. Dit blijkt een terugkerend punt in de verhalen van alle vrouwen die aan dit onderzoek hebben meegedaan. Sterk zijn, onafhankelijk zijn en vooral geen zwakke plekken tonen. De meeste vrouwen zagen het als een teken van zwakte als zij hun emoties niet onder controle konden houden. Zij voelden zich verslagen door hun verkrachter, omdat ze door zijn toedoen niets meer onder controle leken te hebben.

Toch lijkt deze uitkomst niet overeen te komen met de realiteit van de Nederlandse samenleving, waar de emoties van het tv-scherm afspatten in programma’s als ‘Het spijt me’, ‘All you need is love’, ‘Spoorloos’. Daarin wordt heel open over emoties gepraat en zoomt de camera in op huilende mensen die elkaar na lange tijd weerzien.

Het gaat in de genoemde tv-programma’s ten eerste echter meestal om positieve emoties. Blijdschap om een weerzien, omdat een ruzie weer is opgelost of omdat twee geliefden laten zien hoeveel ze van elkaar houden. Positieve emoties worden blijkbaar wel geaccepteerd. Ook emoties uit het verleden kunnen geaccepteerd worden, zoals bij de vrouwen die aan dit onderzoek meewerkten. Zij zijn in het verleden verkracht en zijn nu zover dat ze het achter zich laten. Ze kunnen vertellen hoe zij zich hebben gevoeld, omdat zij zich nu niet meer (vaak) zo voelen. Kortom, positieve emoties worden, in beperkte mate, meer geaccepteerd dan negatieve op het moment dat ze ervaren worden. Negatieve emoties zijn acceptabel op het moment dat ze niet meer spelen, maar alleen een herinnering zijn. Hierover vertellen is een controleerbare vorm van emoties uiten.

Ideeën over emoties en (on)rechtvaardigheid

Lutz beschouwt emoties als ideological practice. Emoties komen niet zomaar vrij, het zijn geen dingen, of zelfs processen, waar mensen niets aan kunnen doen. Mensen ‘beoefenen’ emoties als het ware. Toch zijn de meeste mensen zich hiervan niet bewust. Zij hebben de regels voor emoties van jongs af aan geleerd en vervolgens geïncorporeerd. Doordat mensen deze emotienormen “altijd al” kenden, lijken ze volledig natuurlijk. In het westen worden emoties dan ook geassocieerd met ‘natuur’ in plaats van ‘cultuur’. Emotie zou de tegenhanger zijn van gedachte, van rede. Emoties worden in verband gebracht met het hart, gedachten met het hoofd, het is gevoel versus verstand, chaos versus orde, waarde versus feit en vrouw versus man (Lutz, 1988: 54-57). Er wordt hier niet ontkend dat mannen emoties hebben, zij zouden zich alleen beter kunnen beheersen dan vrouwen. Bovendien bestaat het beeld dat mannen niet ‘zomaar’ geëmotioneerd raken. Er is een duidelijk aanwijsbare reden voor hun emoties, dus zijn ze redelijk. Emoties bij vrouwen worden vaak gezien als onderdeel van hun karakter. Vrouwen kunnen ‘om niets’ in huilen uitbarsten of boos worden (Lutz, 1988: 73).

Veel vrouwen vertelden dat zij vanaf het eerste moment na hun verkrachting hun emoties onder controle probeerden te houden, zodat andere mensen niets zouden merken. Zij hadden kunnen gaan gillen, huilen, schreeuwen en zo onmiddellijk aan iedereen in de buurt kenbaar maken dat hun onrecht was aangedaan. Ze zouden hun verkrachter meteen hebben kunnen aanwijzen, zodat hij gestraft kon worden voor zijn daad. Maar geen enkele vrouw deed dat. Ze onderdrukten juist hun neiging om te gaan gillen en als ze hun tranen niet tegen konden houden, verstopten zij zich. Een reden hiervoor ligt waarschijnlijk ingebed in de Nederlandse cultuur. Een sociale norm die hier een grote rol speelt, is die van emancipatie. Jonge vrouwen hebben geleerd dat zij hetzelfde zijn als mannen. Daar hebben ze recht op (Baas, 1999: 19). Maar misschien is het langzamerhand ook een plicht voor deze vrouwen geworden om hetzelfde te zijn als mannen. Dus mogen ze niet al te emotioneel zijn, zeker niet in het openbaar. Het is belangrijk om “je eigen zaakjes op te kunnen knappen” (Mira) en controle te hebben over jezelf.

Ik ben achteraf heel blij dat ik toen niet ben gaan gillen. Ik weet nog dat ik dat zo wilde, maar het zou niet geholpen hebben. Dan zou iedereen het nu geweten hebben en dan zou ik het zielige meisje geweest zijn...en dat ben ik niet. Ik heb het liever zo, dat bijna niemand het weet (Manon).

Stel je voor dat ik alles toen meteen... dat ik zo’n kind was geweest dat meteen alles aan papa en mama was gaan vertellen. Misschien was het tussen ons dan nu beter geweest. Maar ik kon me dat gewoon niet voorstellen, dat ik dat zou doen. Ik wilde echt heel graag op mijn eigen benen staan. En dat wilden zij ook voor mij. Dat hebben ze me eigenlijk altijd geleerd. Mijn moeder heeft ook altijd gewerkt en ik had dan zelf de verantwoordelijkheid. Ik moest echt al heel vroeg mijn eigen zaakjes opknappen. En eigenlijk ben ik wel blij, want je hebt van die meisjes die dat nu nog niet kunnen. Die kunnen nog niet eens hun eigen fietsband plakken. Dat laten ze hun vader of hun vriendje doen. Dat is toch idioot (Mira).

Het ging eigenlijk gewoon automatisch. Het is volgens mij echt zo dat je als je echt verdrietig bent dat je je dan verbergt, dat je het niet wilt laten merken.Dat gaat vanzelf, volgens mij zit dat in je natuur (Saskia).

Het is gewoon niet in me opgekomen om het iemand te vertellen...ik bedoel, ik schaamde me al genoeg dat ik huilend en zo smerig nog over straat moest. Ik wilde niet nog meer de aandacht op me vestigen (Lonneke).

In de interviews lieten vrouwen blijken dat zij wel degelijk sterke emoties hadden ervaren na hun verkrachting. Hun gevoel zei hun vaak dat wat er gebeurd was, niet ‘goed’ was. Emotie is dus inderdaad evaluatief, zoals Lutz (1988: 55) al stelde. Gebeurtenissen worden gewaardeerd en verkrachting is een gebeurtenis die geen enkel slachtoffer als goed waardeerde. De emoties die de vrouwen ervoeren, waren dan ook negatief. Zij hadden onmiddellijk door dat hen onrecht aan was gedaan. Zij waren echter zo doordrongen van de norm dat emoties nooit te sterk geuit mogen worden en dat ze niet in het openbare leven thuishoren, dat ze deze negatieve waardering negeerden om er nog eens rustig over na te kunnen denken. Als emotie dus inderdaad een ideological practice is, is het in ieder geval geen dominante ideologie. Deze vrouwen handelen niet naar hun emoties. De dominante ideologie is er één van het negeren en/ of onderdrukken van sterke negatieve emoties. Uit de voorgaande verhalen blijkt dat emotie een tegenbeweging zou kunnen zijn, als mensen naar hun gevoel zouden willen luisteren en ernaar zouden handelen. Het zou onrecht misschien duidelijker maken. Maar emoties die onrecht aan zouden geven, worden niet gewaardeerd in deze samenleving.

Deze vrouwen hebben niet naar hun gevoel gehandeld. Geen van hen had hier achteraf spijt van. In deze samenleving wordt rede meer gewaardeerd dan impuls. Mensen die impulsief handelen, worden al snel als afwijkend gezien (cf. Fernand, 1998: 149). Deze vrouwen wilden niet afwijken. Zij wilden zo normaal mogelijk zijn en waren bereid om hier veel voor te doen. In ieder geval conformeerden zij zich naar de normen die golden voor emoties: laat emoties niet te veel zien en voel ze misschien liever ook niet, want dan is het gemakkelijker om kalm te blijven en alles onder controle te houden.
© 2015 - 2019 Henneke, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Wat te doen na een verkrachting en seksueel geweld?Wat te doen na een verkrachting en seksueel geweld?Ongewenst seksueel gewelddadig contact veroorzaakt onder de slachtoffers - meestal jonge meisjes en vrouwen - lichamelij…
Aanranding en verkrachting: hulpAanranding en verkrachting: hulpAanranding of verkrachting: het komt meer voor dan men zou denken. Wanneer je aangerand of verkracht bent, gaan er veel…
De rechtszaak tegen Jasper S. de moordenaar van VaatstraDe rechtszaak tegen Jasper S. de moordenaar van VaatstraDe rechtszaak tegen Jasper S. de moordenaar van Marianne Vaatstra was opmerkelijk. Jasper S. bekende de moord op Mariann…
Seksueel geweldSeksueel geweldHelaas komt seksueel geweld nog steeds met grote regelmaat voor. De lichamelijke en psychische effecten hiervan kunnen h…
Partnergeweld; de verschillende vormen van vernederingPartnergeweld is een vorm van geweld die vaak voorkomt in alle sociale milieus binnen de samenleving. Praten over partne…
Bronnen en referenties
  • Eigen onderzoek en afstudeerscriptie "Niet gillen"; gesprekken met vrouwen over betekenissen van verkracht zijn (2001) (ongepubliceerd).
  • Amir, M. 1971, Patterns in Forcible Rape, Chicago: University of Chicago Press.
  • Baanders, M.F. 1997, The Rules of the Game, Emotion Norms in Daily Life, Leiden: proefschrift sociale psychologie.
  • Baas, M. 1999 , Het recht van het aanrecht. Emancipatieprocessen in de jaren 1900-1998, Rotterdam: Afstudeerscriptie geschiedenis.
  • Barry, K. 1979 , Female Sexual Slavery, New York: Avon Books.
  • Bernard, Harvey Russell 1995, Research Methods in Anthropology. Qualitative and Quantitative Approaches, Walnut Creek: AltaMira Press.
  • Brownmiller, S. 1975, Against our Will: Men, Women and Rape, New York: Simon and Schuster.
  • Carter, Christine (ed.) 1995, The other side of silence: women tell about their experiences with date rape, Gilsum: Avocus Publishing.
  • Dahm, U. 1998, Durf nee te zeggen; hoe vrouwen kunnen leren hun grenzen af te bakenen, Haarlem: Becht.
  • Doomen, J. 1976, Verkrachting; ervaringen, vooroordelen, achtergronden, Baarn: Uitgeverij in den Toorn.
  • Douglas, M. 1966, Purity and danger. An analysis of concepts of pollution and taboo, London: Routledge & Kegan Paul.
  • Eijk, I. van 1985, Had ik dàt maar gezegd, Utrecht: Het Spectrum.
  • Fernand, K. 1998, Peer Groups and Social Rules, Washington & London: Smithsonian Institution Press.
  • Goode, W.J. 1969, Violence among inmates. In: D.J. Mulvihill, M.M. Tumin & L.A. Curtis (eds.) Crimes of Violence, Washington DC: United States Government Printing Office, pp.*
  • Hochschild, A.R. 1998, The sociology of emotion as a way of seeing. In: Gillian Bendelow and Simon J. Williams (Eds), Emotions in social life: critical themes and contemporary issues, London/ New York: Routledge, pp. *
  • Jenkins, R. 1996, Social Identity, London: Routledge
  • Lutz, C.A. 1988, Unnatural Emotions. Everyday Sentiments on a Micronesian Atoll & Their Challenge to Western Theory, Chicago: University of Chicago Press.
  • Lutz, C.A. & G. White 1986, The Anthropology of Emotions. In: Annual Review of Anthropology, 15: 405-436.
  • MacKellar, J. 1975, Rape, the bait and the trap: a balanced, humane, up-to-date analysis of its causes and control, New York: Crown Publishers.
  • Marcus, Sharon 1992, Fighting Bodies, Fighting Words: A Theory and Politics of Rape Prevention. In: Butler, J. & J.W. Scott. Feminists theorize the political, London/ New York: Routledge, pp. *
  • Rodriguez Mosquera, P.M. 1999, Honor and Emotion. The Cultural Shaping of Pride, Shame and Anger (a case study of Spain and the Netherlands), Amsterdam: Thela Thesis.
  • Römkes, R. & S. Dijkstra 1996, Het omstreden slachtoffer. Geweld van vrouwen en mannen, Baarn: Ambo.
  • Scheper-Hughes, N. 1992, Death without Weeping. The Violence of Everyday Life in Brazil, Berkeley & Los Angeles: University of California Press.
  • Schwendinger, J.R. & H. Schwendinger 1983, Rape and Inequality, Beverly Hills: SAGE.
  • Smith, M.J. & C. Hendrikse 1999, Als ik nee zeg, voel ik mij schuldig, Amsterdam: Ambo.
  • Spradley, J.P. 1980 , Participant observation, Orlando: Harcourt Brace College Publishers
  • Ter Voert, M.; L.B. van Snippenburg & J. Jansen 1988, Maatschappelijke posities van vrouwen en hun emancipatiegezindheid. In: Mens en Maatschappij, 63 (4): 383-398.
  • Thornhill, R. & C. Palmer 2000, A Natural History of Rape. Biological Bases of Sexual Coercion, Boston: MIT Press.
  • Timmerman, G. 1990, Werkrelaties tussen vrouwen en mannen. Een onderzoek naar ongewenste intimiteiten in arbeidssituaties, Groningen: proefschrift psychologie, pedagogiek en sociologie, Rijksuniversiteit Groningen.
  • Tomaselli, S. 1986, Introduction. In: Tomaselli, S. & R. Porter (eds.): Rape, Oxford: Basil Blackwell ltd.
  • Vorrink, L. 1981, Gesprekken met verkrachte vrouwen, Amsterdam: Proefschrift, Centrale Drukkerij UvA,.
  • Winkler, Cathy (with Kate Wininger) 1994, Rape Trauma: Contexts of Meaning. In Thomas J. Csordas: Embodiment and Experience. The existential ground of culture and self, Cambridge: Cambridge University Press.
  • Wolf, N. 1995, Aan de slag! Een aanzet tot de derde feministische golf, Amsterdam: Forum.

Reageer op het artikel "Niet gillen! Emotienormen in Nederland"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Henneke
Laatste update: 04-01-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Diversen
Bronnen en referenties: 33
Schrijf mee!