InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Diversen > Kerncentrales en radioactieve straling in Nederland

Kerncentrales en radioactieve straling in Nederland

Kerncentrales en radioactieve straling in Nederland Kerncentrales en radioactiviteit. Recentelijk zijn ze beiden weer volop in het nieuws gekomen. Maar hoe zit dit in Nederland? Zijn er in Nederland actieve kerncentrales en waar zijn deze gelegen? En is er radioactief materiaal op Nederlands grondgebied? Moeten we ons hierover zorgen maken?

Radioactiviteit in Nederland

Je ruikt het niet en je proeft het niet: radioactiviteit. Nederland kent een aantal hotspots waar straling centraal staat. De meeste mensen denken bij radioactiviteit meteen aan kerncentrales. Maar in Nederland is er vroeger ook radioactief afval gedumpt. Waar is dit gebleven? En dan niet te vergeten dat er tijdens de Koude Oorlog geruchten ontstonden dat er kernwapens op Nederlandse bodem zouden zijn. Hieronder alle bekende en minder bekende nucleaire plekken van ons land op een rijtje gezet.

Nucleaire plekken in Nederland

De zeebodem

Tegenwoordig wordt radioactief afval opgeslagen in beveiligde bunkers. Vroeger niet. Toen werden de vaten met radioactief afval gewoon in de zee gegooid. In 1967 ging Nederland daar in georganiseerd meedoen. De vaten kwamen terecht in een 4 kilometer diepe kloof in de Atlantische Oceaan, 750 kilometer ten noordwesten van Spanje.

De risico’s hiervan waren groot. Metalen vaten kunnen namelijk niet tegen het zoute zeewater. Ze roesten door, waarna het afval zich in het water verspreidt. De vissen sterven eraan, of ze belanden radioactief op je bord. Sinds 1975 verbieden verdragen dat hoogactief afval (bijvoorbeeld van kerncentrales) in zee wordt gestort. En vanaf 1983 mag je ook geen laagactief afval (zoals van ziekenhuizen) in zee gooien. Pas in 1994 kwam er wereldwijd een algemeen verbod op het dumpen van welk radioactief materiaal dan ook. Maar wat er al die jaren is gestort, blijft aanwezig.

Petten

In Petten vind je sinds 1955 een reactor van het Energie Onderzoekcentrum Nederland (ECN). In deze duinen van Petten staat de zogenaamde ‘hogefluxreactor’ (HFR). Hij is niet bedoeld voor het opwekken van kernenergie, maar voor het doen van experimenten die kerncentrales veiliger en efficiënter moeten maken. In de HFR heersen dan ook vergelijkbare omstandigheden als in een ‘echte’ kerncentrale. Daarnaast maakt de HFR radioactieve middelen voor medische doeleinden, zoals de bestraling van kankertumoren. Ongeveer 60% van alle in Europa gebruikte radioactieve medicijnen komt uit Petten.

Dit onderzoekcentrum brengt echter eveneens risico’s met zich mee. Meer dan eens deden zich onveilige situaties voor in de HFR. Het ernstigste incident vond plaats op 16 november 2001. De stroom viel enkele minuten uit en de noodvoorziening voor de koeling deed het niet. Dat had tot een zogeheten ‘meltdown’ kunnen leiden. Dan is de reactorkern zo heet dat hij de grond in smelt, waardoor de omgeving en het grondwater radioactief worden. Tot 2006 gebruikte de HFR hoogverrijkt uranium. Maar voor de veiligheid is de reactor geschikt gemaakt voor laagverrijkt uranium.

Almelo

In Almelo ligt sinds 1973 de Uraniumverrijkingsfabriek Urenco. Kerncentrales wekken energie op door de atoomkernen van uranium te beschieten. Maar met gewoon uranium lukt dat niet. Dat bevat verschillende soorten atoomkernen, die U-235 en U-238 heten. Het uranium in kerncentrales moet voor minstens 4 procent uit U-235-kernen bestaan. Dat is meer dan het van nature bevat. Daarom moet uranium eerst worden verrijkt. Dat gebeurt in Almelo in Ultracentrifuges, die het U-238 uit natuurlijk uranium slingeren. Omdat het U-235 achterblijft, neemt het percentage daarvan toe. Dan is het verrijkt uranium.

Stop je verrijkt uranium nog een paar keer in de centrifuge, dan stijgt het percentage U-235 nog meer, en krijg je hoogverrijkt uranium. Daar maak je kernwapens mee. Hoogverrijking gebeurt niet in Almelo. Maar de aanwezige kennis en techniek daarvoor is een trekpleister voor terroristen die een atoombom willen maken. Van 1972 tot 1975 werkte de Pakistaanse spion Abdul Qadir Khan mee aan de bouw van de Almelose fabriek. Met zijn kennis van centrifuges ontwikkelde Pakistan atoomwapens, die in 1998 voor het eerst werden getest. Volgens sommige bronnen heeft Khan zijn geheime kennis ook verkocht aan Iran, Libië en Noord-Korea.

Borssele

Sinds 1973 staat er in Borssele een kerncentrale. Zoals al eerder besproken wekt een kerncentrale energie op uit atoomkernen van de uranium variant U-235. Het proces begint door een neutron op zo’n kern af te vuren. Is het raak, dan valt het atoom uiteen. Of beter: het wordt gesplitst in een paar kleinere atomen. Daarbij komen ook 2 of 3 nieuwe neutronen vrij, en veel warmte. Als het goed is, splijten de nieuwe neutronen op hun beurt andere U-235 kernen. Et cetera. Zo kan een zogeheten ‘kettingreactie’ op gang komen: er worden onophoudelijk atoomkernen gesplitst, zodat voortdurend warmte wordt geproduceerd (tot het uranium op is). De hitte brengt water aan de kook. De stoom daarvan zet een turbine in beweging, die een elektrische generator aandrijft. Borssele voedt het elektriciteitsnet met 485 megawatt. Dat is ongeveer evenveel als een gewone centrale die met steenkool of aardgas elektriciteit opwekt.

Kerncentrales staan onder zeer streng toezicht van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA). Toch is dat geen garantie dat alles goed gaat. Zo leidde menselijke fouten in 1986 tot de kerncentraleramp bij Tsjernobyl. Maar de centrale van Borssele is van een ander type, waarbij de kans op een explosie verwaarloosbaar klein wordt geacht.

Kerncentrales stoten zelf geen koolstofdioxide uit. Dat is voor de overheid een belangrijke reden om de centrale van Borssele voorlopig open te houden. Maar het delven, vervoeren en verrijken van uraniumerts draait wel op fossiele brandstof, waarbij gewoon koolstofdioxide vrijkomt. Kernenergie is dus niet helemaal koolstofdioxide-vrij, maar de uitstoot is wel veel minder dan de hoeveelheid die andere centrales in de atmosfeer brengen.

Vlissingen

Al het radioactieve afval wordt in Vlissingen opgeslagen. Dat sorteert COVRA in laag-, middel- en hoogradioactief afval. De eerste twee categorieën bestaan onder meer uit laboratoriumafval en besmet schroot. Raak je dat aan, dan is dat niet direct gevaarlijk. Het afval gaat in metalen bussen, wordt dan platgewalst en in beton gegoten. Over 100 jaar is tweederde van dit afval zo goed als helemaal uitgestraald. Hoogradioactief afval, bijvoorbeeld uit kerncentrales, is andere koek. Dat wordt in een speciaal soort glas gesmolten en opgeborgen in stalen vaten. Die moeten jarenlang worden gekoeld, omdat het materiaal door de hoge radioactiviteit ook warmte uitstraalt. En pas na zo’n 100.000 jaar is de straling van het afval zo ver afgenomen, dat het ongevaarlijk is geworden.

Risico’s? Nee. De opslagbunkers van COVRA zijn zo’n beetje de best beveiligde plekken van Nederland. De 1,7 meter dikke betonnen muren beschermen de omgeving voor het afval. Andersom beschermen ze ook het afval tegen de omgeving, waar onverlaten, aardbevingen en neerstortende vliegtuigen veel ellende kunnen aanrichten. COVRA verwacht nog 100 jaar radioactief afval te kunnen vangen. Tegen die tijd moet een andere oplossing gevonden zijn. De meest voor de hand liggende permanente bergplaatsen in ons land zijn een ondergrondse klei- of zoutlagen. Die zijn stabiel en houden straling tegen.

Rotterdam

Denkend aan radioactiviteit, zie je niet meteen een Rotterdamse schrootverwerker voor je. Toch is straling bij het bedrijf Jewometaal aan de orde van de dag. Als een van de grootste inzamelaars van roestvrij staal ter wereld, komt het bedrijf er regelmatig mee in aanraking. Sinds 1992 wordt gericht naar radioactiviteit in het afval gezocht, maar daarvoor is het waarschijnlijk ongemerkt al aanwezig geweest. Jaarlijks gaat het alarm meer dan 100 keer af. Volgens het Bureau of International Recycling (BIR) zijn wereldwijd ruim twee miljoen radioactieve voorwerpen geregistreerd. Daarvan verdwijnen er elk jaar 200 tot 400, zoals spullen uit gesloopte Afrikaanse ziekenhuizen. Komt dat terecht bij metaalverwerkers als Jewometaal, dan wordt het eruit gehaald. Helaas ontbreekt elders in de wereld de meetapparatuur van het bedrijf. Daardoor wordt ongemerkt radioactief materiaal gerecycled. Dat is gevaarlijk. Zo ontdekte de Nederlandse douane bijvoorbeeld in 2007 een lading radioactieve handtassen. Die bleken afkomstig uit India, waar besmet staal was verwerkt in de tassen.

Delft

De TU Delft heeft de Hoger Onderwijs Reactor (HOR). Die maakt neutronen en positronen voor wetenschappelijke experimenten. Een positron is zogeheten ‘antimaterie’, de tegenpool van gewone materie. In theorie kun je met gewone en antimaterie veel duurzame energie opwekken. Maar de positronen zijn ook van belang voor de ontwikkeling van nieuwe zonnecellen, en bij het onderzoek naar de opslag van waterstof. Verder doet de HOR dienst bij nieuwe technieken om kanker te bestrijden.

Met dit type reactor is nog nooit iets misgegaan. Net als het gros van de onderzoeksreactoren in de wereld, is de reactor in Delft overgeschakeld van hoog- naar laagverrijkt uranium, waarmee geen wapens zijn te maken.

Volkel

Het ministerie van Defensie heeft de geruchten nooit bevestigd, maar ook nooit ontkend. En de VS maken er geen geheim van dat er een speciaal getrainde eenheid van 140 man op vliegbasis Volkel rondloopt die zich met het beheer van kernkoppen bezighoudt. Kortom: er liggen kernwapens op deze Brabantse vliegbasis, naar verluidt sinds de Koude Oorlog. Het zou gaan om 10 tot 20 B61-kernwapens. Die behoren tot de nucleaire standaardbewapening van de F-16. Het wapen heeft een extreem doordringend vermogen. Voor het ontploft, kan het enkele meters de grond inslaan, en ondergronds schuilplaatsen treffen. De VS beheren de B61’s, maar ze zijn voor Nederlandse vliegtuigen bestemd. Die hebben in de NAVO een kernwapentaak.

Dit neemt echter ook risico’s met zich mee. Zo drongen in 2009 twee actievoerders ongemerkt de basis binnen. Een van hen zat een uur in de verkeerstoren. Maar de bunker met de kernwapens bleef buiten hun bereik. Het is de vraag voor welke vijand de Volkelse kernkoppen bestemd zijn. De tanks van een F-16 zijn na 2700 kilometer leeg. Verder dan 1350 kilometer komen ze dus niet, maar binnen die straal liggen alleen maar EU-lidstaten.
© 2012 - 2019 Randy1991, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De ramp in TsjernobylDe ramp in TsjernobylHet dorpje Tsjernobyl was een dorpje aan de rivier de Prypjat in het noorden van Oekraïne met ongeveer 15.000 inwoner, m…
Alles over stralingAlles over stralingVoedsel kan worden behandeld met straling uit radioactieve bronnen. Na deze behandeling zijn alle ziektekiemen die in he…
Fukushima kerncentrales, wat zijn de gevolgen?Fukushima kerncentrales, wat zijn de gevolgen?Fukushima heeft zes kerncentrales, waarvan er 4 in grote problemen zijn geraakt na de aardbeving op 11 maart 2011 en de…
Radioactieve straling meten: kopen van een geigertellerRadioactieve straling meten: kopen van een geigertellerEen geigerteller is een goede methode om radioactieve straling in de omgeving op te meten. Een geigerteller hoeft ook ni…
Organisaties tegen kernenergieNadat het jarenlang toch tamelijk rustig was rondom kerncentrales en kernenergie, Nederland tot uitbreiding van kerncent…
Bronnen en referenties
  • www.kernenergieinnederland.nl
  • www.covra.nl

Reageer op het artikel "Kerncentrales en radioactieve straling in Nederland"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Randy1991
Gepubliceerd: 11-10-2012
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Diversen
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!