Jeugdzorg: hulpverlening en kinderbescherming

Jeugdzorg: hulpverlening en kinderbescherming

Iedereen heeft recht op familie- en privéleven (art. 8 EVRM). Zonder overheidsbemoeienis. Ook als het gaat om het opvoeden van je kind. In ons Burgerlijk Wetboek (1: 247 BW) staat dat “het ouderlijk gezag de plicht en het recht omvat van de ouder om zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden”. Maar wat als het niet lukt om aan die plicht te voldoen? Wie beschermt dan het kind?
Op dat moment heeft de overheid de plicht om in te grijpen. Dit kan en mag alleen als er sprake is van een dreigende en ernstige problematische gezinssituatie. Er kan dan een justitiële kinderbeschermingsmaatregel opgelegd worden. Om een antwoord te geven op de vraag wie er dan precies ingrijpen, wat zo’n maatregel inhoudt en hoe het werkt, moeten we eerst een onderscheid maken tussen jeugdhulpverlening en justitiële kinderbescherming.

Jeugdhulpverlening

Als een justitiële kinderbeschermingsmaatregel wordt opgelegd, wordt inbreuk gedaan op het gezag van de ouders. Ouders en hun kinderen worden gedwongen de geboden hulp te accepteren en hieraan mee te werken. Het is de rechter die een dergelijke maatregel oplegt. Maar voordat een rechter zich over deze vraag buigt, is hieraan vaak een heel jeugdhulptraject voorafgegaan. Waar kinderbescherming gedwongen en opgelegde hulp is, geschiedt jeugdhulpverlening op vrijwillige basis.

De Wet op de Jeugdzorg
De Wet op de Jeugdzorg heeft twee doelstellingen. Allereerst heeft deze wet ten doel de zorg te waarborgen die ouders en hun kinderen nodig hebben. Ten tweede streeft de wet naar een betere samenwerking en samenhang binnen de Jeugdzorg.

De jeugdhulpverlening begint vaak eerst bij voorliggende voorzieningen binnen het gemeentelijk jeugdbeleid, variërend van schoolmaatschappelijk werk, de jeugdarts van de Jeugdgezondheidszorg, de huisarts tot buurtnetwerken. Zij werken allemaal samen met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).

Centrum voor Jeugd en Gezin
Het CJG biedt preventieve opvoed- en opgroeiondersteuning aan op het gebied van jeugdgezondheidszorg (bijvoorbeeld door middel van consultatiebureaus) en gezinscoaching. Daarnaast fungeert het als schakel tussen de zorg- en adviescentra en Bureau Jeugdzorg.

Bureau Jeugdzorg (BJz)
Bureau Jeugdzorg is de centrale toegang tot jeugdzorg. Het is de spil tussen jeugdhulpverlening aan de ene kant, en justitiële kinderbescherming aan de andere kant. Als een kind voor zijn 18e jaar is aangemeld bij BJz, kan hem tot zijn 23e zorg worden verleend. Vaak komen ouders en jeugdigen via het CJG bij BJz terecht. Elke provincie heeft een Bureau Jeugdzorg. Daarnaast hebben stadsregio’s Amsterdam, Rotterdam en Den Haag ieder hun eigen Bureau Jeugdzorg. Het recht op jeugdzorg start bij Bureau Jeugdzorg. BJz stelt eerst samen met ouders en kind de hulpvraag vast. Op basis hiervan kan BJz besluiten een indicatiebesluit op te stellen. Dit plan moet de instemming van ouders en kind hebben. Bij kinderen onder de 12 jaar stemmen de ouders/opvoeders in met het indicatiebesluit. Bij 12- tot 15-jarigen is naast de toestemming van de ouders ook de toestemming van de minderjarige vereist. Er kan hierbij aan de toestemming van de ouders worden voorbijgegaan als de minderjarige de zorg blijft willen hebben. Ook kan er aan de toestemming van het kind voorbij worden gegaan. Dit gebeurt als de zorg noodzakelijk is. 16- en 17-jarigen moeten zelf toestemming geven.

Met het indicatiebesluit hebben ouders en kind recht op geïndiceerde zorg. Hoewel BJz beoordeelt of geïndiceerde zorg nodig is, het verleent niet die zorg. In plaats daarvan wordt het indicatiebesluit aangeboden aan verschillende zorgaanbieders. De afdeling Jeugdhulpverlening van BJz volgt het verleende zorgtraject. BJz stelt hiertoe een gezinsvoogd aan als casemanager die de verleende hulp volgt. (Hiertoe is het Delta Plan-gezinsvoogdij met bijbehorende methodiek ontwikkeld).

Zorgaanbieders
Afhankelijk van de problemen die binnen een gezin spelen kunnen ouders en kinderen naar aanleiding van het indicatiebesluit terecht bij een zorgaanbieder. Zo kan zorg verleend worden door jeugdzorginstanties wanneer er geen sprake is van psychische problemen. Daarentegen kan bij zwaardere psychische klachten jeugdgezondheidszorg worden ingeschakeld. Voor licht verstandelijk gehandicapten kan de hulp vanuit de lvg-sector worden geboden. De hulp die zorgaanbieders verlenen kan ambulant (aan huis) plaatsvinden. Een andere mogelijkheid is semiresidentiële hulp. Hierbij gaat de jeugdige na school eerst naar een instelling toe, maar brengt de avonden en weekenden thuis door. Is sprake van residentiële hulp, dan verblijft het kind in een instelling. Bij zeer ernstige gedragsproblemen is het ook mogelijk dat het kind (vrijwillig) in een jeugd justitiële instelling wordt geplaatst.

Naast het bovenstaande traject, beslist Bureau Jeugdzorg tevens of de Raad voor de Kinderbescherming moet worden ingeschakeld of niet. Dit ligt bij de afdeling Jeugdbescherming van BJz. Andere onderdelen van BJz zijn het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en Jeugdreclassering. Jeugdreclassering heeft als doel om jongeren die in aanraking met politie en justitie zijn geraakt te begeleiden terug de samenleving in. Zoals gezegd stelt BJz eerst een indicatiebesluit op en zet het dit uit bij een jeugdzorginstelling. BJz kan echter ook besluiten om de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken om nader onderzoek te verrichten. Is er sprake van een ernstige dreigende thuissituatie heeft Bureau Jeugdzorg zelfs de plicht om de Raad voor de Kinderbescherming in te schakelen. Hiermee belanden we op het pad van justitiële kinderbescherming.

Raad voor de Kinderbescherming
BJz beslist wanneer iemand wordt doorverwezen naar de Raad voor de Kinderbescherming. Als de ouders niet vrijwillig naar BJz gaan, meldt CJG dit bij BJz. Als de ouders iedere vorm van hulp weigeren, moet BJz dit bij de Raad voor de Kinderbescherming aangeven en om nader onderzoek vragen. Na onderzoek kan de Raadsonderzoeker besluiten een verzoek bij de rechter in te dienen om een kinderbeschermingsmaatregel uit te spreken. De Raad voor de Kinderbescherming speelt een centrale rol bij de voorbereiding en de weg naar een justitiële kinderbeschermingsmaatregel. Het is de raad die het verzoek om een maatregel bij de rechter neerlegt. Dit kan de Raad voor de Kinderbescherming doen bij de kinderrechter of bij de rechtbank van de sector familierecht. De kinderrechter spreekt zich uit over ondertoezichtstellingen, uithuisplaatsingen en jeugdstrafzaken; de rechtbank van de sector familierecht behandelt verzoeken om ontheffing en ontzetting uit het ouderlijk gezag. Als de rechter een maatregel oplegt, beslist de rechter tevens dat BJz de maatregel moet uitvoeren en dat BJz hiertoe een gezinsvoogd (medewerker van BJz) moet benoemen. De uitvoering van de maatregel ligt dan bij Bureau Jeugdzorg.

Kinderbeschermingsmaatregelen: verschillende soorten

Onder toezichtstelling (o.t.s)
In 1:254 BW staat dat als een minderjarige zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of gezondheid ernstig wordt bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen, kan de rechter hem onder toezicht stellen door Bureau Jeugdzorg. Dit kan de kinderrechter doen op verzoek van een ouder, de Raad voor de Kinderbescherming of het openbaar ministerie. Als een dergelijk verzoek is ingediend, zal de kinderrechter eerst ouders en de jongere van 12 jaar en ouder horen. Als de kinderrechter het kind onder toezicht stelt, wijst hij/zij BJz aan om toezicht op het kind te houden en er daarbij op toe te zien dat de ouders en het kind alle benodigde hulp krijgen. Hiertoe wordt een gezinsvoogd aangesteld. O.t.s. wordt in eerste instantie voor maximaal een jaar afgegeven. Verlenging is mogelijk. Opheffing van o.t.s. kan ook. O.t.s eindigt in elk geval zodra het kind meerderjarig is geworden. De maatregel van o.t.s. beperkt de gezagspositie van de ouders.

Uithuisplaatsing jeugdige
Een gezinsvoogd kan het noodzakelijk achten dat het kind tijdelijk uit huis gaat. Weigeren de ouders hieraan mee te werken, kan bij de rechter om een machtiging uithuisplaatsing worden verzocht. Ook een machtiging uithuisplaatsing kan voor ten hoogste een jaar worden opgelegd. Verlenging van maximaal een jaar is mogelijk. Daarnaast kan de machtiging worden gewijzigd of beëindigd op verzoek van de instelling, ouders, pleegouders of de jongere van 12 jaar en ouder zelf.

Wordt een kind tijdelijk uit huis geplaatst, dan zijn er verschillende opvangmogelijkheden:
  • In een pleeggezin
  • In een residentiële omgeving binnen Jeugdzorg
  • In een instelling voor gesloten jeugdzorg
.

Gesloten Jeugdzorg
Gesloten Jeugdzorg is geregeld in de Wet Gesloten Jeugdzorg. Zo is er allereerst bepaald dat voordat hiertoe kan worden besloten de jeugdige wordt bijgestaan door een advocaat. Dit omdat het kind in zijn vrijheid wordt beperkt.
Gesloten Jeugdzorg is voor jongeren met zulke ernstige gedragsproblemen dat ze een gevaar voor zichzelf of voor anderen vormen. Het is een vorm van zorg; niet van straf. Zo kan het bijvoorbeeld ook van toepassing zijn op meisjes die in bescherming moeten worden genomen tegen loverboys. Onder gesloten jeugdzorg wordt begrepen, het gedwongen opnemen in een gesloten verblijf en ook het toepassen van beperkende maatregelen tijdens het verblijf. De rechter moet hiervoor een machtiging gesloten jeugdzorg verlenen. Hier hoort een persoonlijk hulpverleningsplan aan ten grondslag te liggen waarin een trajectmatige aanpak is uiteengezet: de aanpak begint binnen gesloten jeugdzorg en als de jeugdige zich goed ontwikkelt, volgt een geleidelijke overgang naar hulp in een open omgeving. Onder beperkende maatregelen kan men bijvoorbeeld verstaan de beperking van telefoonverkeer, of het vastpakken en vasthouden van de jeugdige en zelfs het kunnen afzonderen van het kind. Als er sprake is van een strafrechtelijke veroordeling, kan insluiting ook plaatsvinden in een jeugd justitiële inrichting.

Ontheffing en ontzetting uit het ouderlijk gezag

Wordt bij o.t.s. het gezag van de ouders beperkt, bij ontheffing en ontzetting wordt het gezag van de ouders ontnomen. Ze verliezen het gezag over hun kind. Het is de rechtbank binnen de sector familierecht die zich over dit verzoek buigt. Besluit de rechter de ouder(s) uit het ouderlijk gezag te ontheffen of ontzetten dan draagt de rechter het gezag over aan een voogd. De ontheffing en ontzetting eindigt op het moment dat het kind meerderjarig wordt. Ook kan een verzoek tot herstel door de ouders of door de jongere zelf worden ingediend.

Ontheffing uit het ouderlijk gezag
Ontheffing uit het ouderlijk gezag kan alleen maar als de ouder niet in staat is het kind op te voeden en te verzorgen. Men spreekt hier van onvermogen van de ouder. Het verzoek hiertoe wordt ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming. De ouder kan instemmen. Dan spreekt men van vrijwillige ontheffing. Gedwongen ontheffing is ook mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de geestvermogens van de ouder zodanig zijn dat de ouder zijn eigen wil niet kan begrijpen of bepalen. Er kan ook om worden verzocht als de o.t.s. na een half jaar nog steeds het kind onvoldoende beschermt. Hetzelfde geldt bij uithuisplaatsing, als na anderhalf jaar nog steeds sprake is van gegronde vrees dat de ouder onmachtig blijft om het kind te verzorgen en op te voeden.

Ontzetting uit het ouderlijk gezag
Wanneer ontzetting uit het ouderlijk gezag plaatsvindt, spreekt de wet (1:269 BW) van verwijtbaar gedrag van de ouder. De wet noemt hierbij:
  • Misbruik van ouderlijk gezag of grove verwaarlozing;
  • Slecht levensgedrag;
  • Een veroordeling van bijvoorbeeld een zedenmisdrijf;
  • Het frustreren of belemmeren van door BJz aangeboden hulp;
  • De gegronde vrees dat het belang van het kind wordt verwaarloosd doordat de ouder het kind terugeist of terugneemt.

Voorlopige justitiële kinderbeschermingsmaatregel

Een onderzoek kost tijd. Soms is er echter geen tijd. Als een acute crisissituatie ontstaat en het kind moet direct beschermd worden, kan meteen worden ingegrepen. Hiertoe biedt de wetgever twee tijdelijke voorzieningen:
  • De voorlopige ondertoezichtstelling
  • (v.o.t.s)
  • Schorsing uitoefening gezag
De v.o.t.s. kan alleen worden opgelegd als de dreiging zo ernstig is dat direct moet worden opgetreden. Ook moet meteen o.t.s. worden verzocht. De v.o.t.s. wordt gesteld op maximaal 3 maanden. BJz benoemt een voorlopige gezinsvoogd. De kinderrechter hoort eerst de ouders. Wordt een v.o.t.s. opgelegd, dan verstrekt de kinderrechter tevens ook een machtiging tot uithuisplaatsing. Schorsing van uitoefening van het gezag kan alleen als er al een verzoek tot ontheffing of ontzetting is ingediend.

Openbaar Ministerie

Een geheel andere manier om in het jeugdbeschermingscircuit terecht te komen is via de officier van justitie. Het gaat hierbij om jongeren die in aanraking zijn gekomen met politie en justitie en tegen wie een jeugdstrafzaak aanhangig wordt gemaakt. De officier van justitie kan hier rechtstreeks justitiële kinderbeschermingsmaatregelen, zoals o.t.s., machtiging uithuisplaatsing en ontheffing/ontzetting uit het ouderlijk gezag vorderen. Doet het OM dit, dan zal de rechter eerst vragen de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek naar de gezinssituatie te doen.
© 2011 - 2012 Caltha, gepubliceerd in Ouder en gezin (Mens en Samenleving) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Caltha is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Jeugdreclassering (JR) De jeugdreclassering is een maatregel voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar die eenmaal of meermal…
Jeugdzorg: beleid of wanbeleid? In het Landelijk Beleidskader Jeugdzorg 2009 tot en met 2012 wordt een vierjarenplan voor…
CJG, Centrum voor Jeugd en Gezin In 2008 heeft de overheid aan gemeenten opgelegd om een voorziening voor kinderen / jeug…
Jeugdzorg in Nederland Een artikel dat de huidige rampzalige werkwijze van de Jeugdhulpverlening duidelijk maakt. Jeugdzo…
Wie zorgt er voor de kinderen na overlijden ouders? In een testament kan worden vastgelegd wie de voogdij krijgt over de…

Reageer op het artikel "Jeugdzorg: hulpverlening en kinderbescherming"

Albert Romanesko, 11-08-2011 22:36
Een slechte en zeer onaangename organisatie die slecht communiceerd naar ouders en verdere rechthulpen, het constructief tegenwerken van uitspraken en verdoezelen van juiste gegevens, ook naar de rechters toe tot zelfs aan de hoge raad aan toe.

Infoteur: Caltha
Rubriek: Mens en Samenleving / Ouder en gezin
Reacties: 1
Schrijf mee!