InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > Bekende bijbelse namen

Bekende bijbelse namen

Veel voornamen die mensen dragen, komen uit de Bijbel. Vaak zijn de betekenissen van deze namen niet bekend, vandaar dat we enkele bijbelse namen de revue laten passeren. Bij elke naam volgt een korte beschrijving van de betreffende bijbelse persoon en de betekenis van zijn/haar naam. De vermelde Bijbelgedeelten zijn bestemd om zelf meer informatie te kunnen zoeken.

Bijbelse namen


Bijbelse namen: A

Aäron

De oudere broer van Mozes, de man die het volk Israël meenam uit Egypte en naar het beloofde land bracht. Aäron stond hem daarin bij. Aäron was de eerste hogepriester. Hij stierf op 123-jarige leeftijd. (het boek Exodus)
Betekenis: de verlichte.

Abel

De tweede zoon van Adam en Eva. Hij werd gedood door zijn broer Kaïn. Daarom wordt Abel gezien als de eerste martelaar. Hj geldt als de verpersoonlijking van het goede. (Genesis 4)
Betekenis: adem; de vergankelijke.

Abner

Generaal in het leger van de eerst koning van Israël, koning Saul. Hij was tevens diens neef. De legeraanvoerder van David zag hem als groot gevaar en vermoordde hem. David keurde deze daad af. (1 Samuël vanaf hoofdstuk 14)
Betekenis: mijn vader is licht. (schijnsel)

Abraham

Abraham werd door God geroepen zijn woonplaats Ur, gelegen in Mesopotamië, te verlaten en naar een land te reizen dat God hem zelf wijzen zou. Dat werd Kanaän. Abraham had bij zijn slavin Hagar een zoon: Ismaël. Toen Isaäc, de zoon van Abraham en zijn wettige vrouw Sara geboren werd, zond hij Hagar en haar zoon weg. (Genesis vanaf hoofdstuk 17)
Betekenis: de Vader (God) is verheven; vader van veel volken. (Abram)

Ada

De eerste vrouw van Lamech, de moeder vanJabal en Jubal. Ook: eerste vrouw van Ezau. (Genesis 4: 19-23; Ge. 32: 2-16)
Betekenis: sieraad.

Adam

Adam is de eerste mens in de bijbelse scheppingsgeschiedenis. Hij woont in het paradijs en krijgt van God een vrouw: Eva. Zij zijn God ongehoorzaam (de zondeval). Adam werd door God geschapen uit het stof van de aarde, waarna God hem de levensadem inblies. De mens is dus zowel van het aardse als van het hemelse afkomstig. Deze twee elementen, lichaam en ziel, maken de mens tot wat hij is. Adam kreeg het paradijs tot woonplaats om die te bewerken en te bewaren. Dit zijn twee kerntaken van de mens: de aarde in cultuur te brengen en de plicht die in stand te houden. Adam kreeg een vrouw, omdat het "niet goed was, dat de mens alleen zou blijven". Deze twee, man en vrouw, zijn elkaars aanvulling. Als man en vrouw bereikt de mens zijn volheid. (o.a. het boek Genesis)
Betekenis: mens, ook wel: stof (der aarde).

Alexander

Een zoon van Simon van Cyrene, de man die het kruis van Christus naar Golgotha droeg. Een broer van Alexander was Rufus. Later worden Alexander en Rufus als twee bekende Christenen genoemd.
  • Ook: een hogepriester ten tijde van de apostel Paulus.
  • Ook: Jood, woonachtig in Efeze. Hij probeerde het oproer dat door de zilversmid Demetrius ontketend was en gericht was tegen Paulus, te stillen.
  • Ook: een afvallig christen. Paulus noemt hem in zijn brieven aan Timoteüs. (Markus 15:21; Handelingen 4:6; Hand. 19:33-40)
Betekenis: afweerder der mannen.

Andreas

Visser uit Galilea en broer van de apostel Petrus. Aanvankelijk discipel (leerling) van Johannes de Doper, later discipel van Jezus. Volgens de overlevering stierf Andreas aan het kruis. (Andreaskruis) (in de vier Evangeliën)
Betekenis: mannelijk; dapper.

Anna

Zij was aanwezig in de tempel te Jeruzalem toen Jezus daar door zijn ouders werd voorgesteld. Zij was weduwe. Een dochter van Fanuël. (Lukas 2:36-38)
Betekenis: God is mij genadig geweest.

Augustus

Romeins keizer: 63 voor Christus tot 14 na Christus. Werkelijke naam: Gaius Octavianus. Tijdens zijn regering werd de beruchte volkstelling gehouden, waardoor Jozef en Maria verplicht werden vanuit Nazareth naar Bethlehem te reizen. (Lukas 2:1)
Betekenis: de verhevene.

Bijbelse namen: B

Barak

Hij streed in naam van de richteres Debora tegen een Kanaänitisch leger onder leiding van Sisera. (Richteren 4: 6-22)
Betekenis: bliksem.

Barnabas

Hij steunde de christelijke gemeente te Jeruzalem financieel, door een stuk land te verkopen. Hij werd bevriend met de apostel Paulus en gezamenlijk maakten ze diverse zendingsreizen. Barnabas was de oom van Johannes Marcus, beter bekend als Marcus, de schrijver van het gelijknamige evangelie. (o.a. Handelingen 4:36, Hand. 9:27, e.d.)
Betekenis: zoon der vertroosting

Bartholomeüs

Een van de twaalf discipelen van Jezus. (o.a. Mattheüs 10:3)
Betekenis: zoon van de broederlijke.

Baruch

Baruch schreef het boek van de Oud-testamentische profeet Jeremia. Baruch werd naar Egypte gevoerd en vond daar naar alle waarschijnlijkheid de dood. (o.a. Jeremia 32:12, 13, 16.)
Betekenis: de gezegende.

Bathseba

De vrouw van een generaal uit het leger van koning David, Uria. David pleegde overspel met haar. Om -zonder verdenking van moord op zich te laden- van haar man af te komen, liet hij Uria zó in de strijd opstellen dat hij sneuvelde. David trouwde vervolgens met Bathseba. Hun eerste zoon stierf, de tweede zoon was de bekende Salomo. Bathseba had door haar intriges grote macht aan het hof, eerst van koning David en later aan dat van haar zoon, koning Salomo.(o.a. 2 Samuël 11:3)
Betekenis: de weelderige.

Benjamin

Jongste zoon van Jakob en Rachel. Zijn moeder stierf bij zijn geboorte. Zijn broer Jozef werd door zijn eigen broers als slaaf naar Egypte verkocht. Later, tijdens een hongersnood, gaan zijn broers naar Egypte om koren te kopen. Daar ontdekken zij dat hun broer Jozef onderkoning geworden is. Bij deze ontmoeting speelt Benjamin een belangrijke rol. De eerste koning van Israël, Saul, was een nakomeling van Benjamin, evenals de apostel Paulus. Benjamin heeft zijn naam gegeven aan een vaststaande uitdrukking in onze Nederlandse taal: hij is de Benjamin van het gezelschap. D.w.z.: hij is de kleinste, of de jongste. (o.a. Genesis 35, Genesis 42, 43, 45, e.v.)
Betekenis: zoon van het geluk.

Bernice

De oudste dochter van koning Herodus Agrippa I. Bij de procureur Festus in Caesarea is zij bij de verhoren van de apostel Paulus aanwezig. (Handelingen 25 en 26)
Betekenis: die overwinning brengt.

Boaz

Ook wel gespeld als Boas. Hij was een rijke boer uit Bethlehem. Hij trouwt met Ruth, de Moabitische. Hij is de stamvader van David en Jozef. (eerste 4 hoofdstukken van het boek Ruth)
Betekenis: daarin is kracht.

Bijbelse namen: C

Chloë

Christin in de Griekse plaats Korinthe. (1 Korinte 1:11)
Betekenis: de lichtgroene.

Claudius

Romeins keizer. Regeerde van 41 tot 54 na Christus. (Handelingen 11:28, 18:2)
Betekenis: kreupel, de kreupele.

Cornelius

Hij was hoofdman van een groep Italiaanse soldaten in Caesarea. Hij liet de apostel Petrus bij zich komen, waarna hij zich met al de zijnen liet dopen. (Handelingen10:1-31)
Betekenis:de gehoornde.

Crescens

Leerling van Paulus. Werd door Paulus uitgezonden als zendeling. Volgens de overlevering is hij ook in Gallië (Frankrijk) geweest. (2 Timoteüs 4:10)
Betekenis: groeiend.

Bijbelse namen: D

Damaris

Atheense vrouw, die na de prediking van Paulus het evangelie aannam. (Handelingen 17:34)
Betekenis: gazelle.

Daniël

Werd in de tijd van koning Nebukadnezar naar Babylon gedeporteerd. Met andere Joodse mannen werd hij aan het hof opgevoed. Daar hij de gave kreeg dromen te verklaren, kreeg hij een invloedrijke positie aan het hof van konig Nebukadnezar. Daniël werd in een kuil met leeuwen gegooid, toen hij weigerde de koning als God te aanbidden. Hij werd gered en in zijn vorige positie hersteld. (zie het boek Daniël)
Betekenis: God is mijn rechter.

David

David was koning van Israël van ca. 1000 tot 960 voor Christus. Uit zijn nakomelingschap verwachtte men de Messias. Zijn vader was Isaï, een regelrechte afstammeling van Ruth de Moabitische, die met Boaz (Boas) getrouwd was. David was de tweede koning van Israël. Als herdersjongen en vriend van Jonathan, de zoon van koning Saul, speelde hij op de harp (lier) tijdens melancholieke buien van de koning. Tijdens een oorlog met de Filistijnen versloeg hij de reus Goliath. Hij trouwde met Michal, de dochter van koning Saul. Koning Saul werd jaloers op David, omdat het volk hem graag mocht. David moest vluchten. Na de dood van Saul kwam David terug en werd tot koning uitgeroepen. Tijdens zijn regering kende Israël een gouden tijd. Hij veroverde Jeruzalem op de Kanaänieten en maakte het tot de hoofdstad van het land. Ook luisterde David met behulp van Levieten en priesters, de erediensten op met Psalmen. De profeet Nathan wees hem terecht, nadat hij overspel had gepleegd met Bathseba en haanr man Uria had laten doden. In zijn ouderdom stond zijn zoon Absalom tegen hem op omdat hij koning wilde worden. Absalom sneuvelde in de strijd die daarop volgde. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Salomo. David werd een religieus symbool voor Israël. (! Samuël, 2 Samuël, 1 Koningen, 2 Koningen, Psalmen, etc.)
Betekenis: lieveling; de geliefde.

Delila

Filistijnse en geliefde van de richter Simson. Voor geld speelde zij hem in handen van de Filistijnen. die hem zijn haar (kracht) afschoren. (Richteren 16:4-22)
Betekenis: behaagziek.

Dina

Dochter van Jakob en Lea. Zij werd verkracht door de koningszoon Sichem. De broers van Dina, Simeon en Levi, doodden -ondanks de trouwbelofte van Sichem- alle mannen van de stad. (Genesis 30:21, 34:1-31, 46:15)
Betekenis: die recht verkreeg.

Dorkas

Een discipelin te Joppe, die veel goede werken deed. Zij werd door Petrus uit de dood opgewekt. Zij werd ook wel Tabitha genoemd. (Handelingen 9:26,39)
Betekenis: gazelle.

Bijbelse namen: E

Eli

Hogepriester ten tijde van Samuël.Hij was een eerbiedwaardig man. Zijn zonen Hofni en Pinehas stierven in een strijd tegen de Filistijnen. De ark viel bij deze strijd in handen van de vijand. Toen Eli dit bericht vernam, stierf hij. (boek 1 Samuël)
Ook: de vader van Jozef, de man van Maria. (Lukas 3:23)
Betekenis: (God is) verheven.

Elisabeth

Elisabeth, de vrouw van de priester Zacharias, werd op hoge leeftijd moeder van Johannes de Doper. (Lukas 1:5-57)
Betekenis: ik zweer bij God.

Enos

Kleinzoon van Adam, zoon van Seth. (Genesis 4:26, 5:6-11, 1 Kronieken 1:1, Lukas 3:38)
Betekenis: sterfelijk

Esther

Ook wel Hadassa genoemd. Jonge, naar Perzië weggevoerde jodin. Ze was de pleegdochter van Mordechai. Ze werd koningin van Perzië. Door haar toedoen werden de aanslagen van de antisemiet Haman op de in ballingschap verblijvende Joden voorkomen. Haman werd gedood en Mordechai kreeg zijn functie. Deze overwinning wordt nog altijd gevierd tijdens het Purimfeest. (zie het boek Esther)
Betekenis: mirte; ster; liefelijke jonkvrouw.

Eunice

Moeder van Timotheüs. Ze was getrouwd met een Griekse man. Ze was een joodse christin, woonachtig in Lystra. (2 Timotheüs 1:5, Handelingen 16:1)
Betekenis: goede overwinning.

Eva

De eerste vrouw. Zij werd door God geschapen uit een rib van Adam. Eva werd de moeder van Kaïn, Abel en Seth. (Genesis 2:18-23, 3: vanaf vers 11)
Betekenis: moeder van alle levenden; die leven geeft.

Evi

Vorst van Midian, die door Mozes werd verslagen. (Numeri 31:8, Jozua 13:21)
Betekenis: verlangen.

Ezra

Joods schriftgeleerde aan het hof van de Perzische koning Arthasasta. Hij mocht de Joodse samenleving opnieuw organiseren. (Ezra 7:1-25, 10:1-16, Nehemia: 8:2-14, 12:1-36)
Betekenis: hulp.

Bijbelse namen: F

Febe

Christin in Kenchreën. Ze wordt genoemd 'de dienares der gemeente'. (Romeinen 16:1 en 2)
Betekenis: de lichtgevende.

Felix

Romeins procurator van Palestina. Zijn huwelijk met de jodin Drusilla riep veel verzet op. Paulus zat bij hem in voorarrest. (Handelingen 23, 24 en 25)
Betekenis: gelukkig.

Filemon

Hij was de heer van de weggelopen slaaf Onesimus, voor wie Paulus in de brief aan Filemon een goed woordje deed. (Filemon )
Betekenis: kus.

Filippus

Een van de twaalf discipelen van Jezus.
Ook: evangelist in Samaria. Hij ontmoette de kamerling van Candacë. Vier ongehuwde dochters van hem profeteerden. (Markus 3:18, Mattheüs 10:3, Lukas 8:14, Handelingen 1:13) ( Handelingen 1:13, 8:5-40, 21:8)
Betekenis: paardenliefhebber.

Bijbelse namen: L

Lea

Oudste zuster van Rachel. Zij werd op slinkse wijze uitgehuwelijkt door haar vader Laban aan Jacob. Zij was jaloers op de tweede vrouw van haar man, haar zuster Rachel. Zij schonk Jacob zes zonen en een dochter.(Genesis vanaf hoofdstuk 29)
Betekenis: koe.

Levi

Derde zoon van Jacob en Lea. De stamvader van de Levieten, de latere helpers in het heiligdom. Daarom kregen zij geen grondgebied toegewezen in Israël. (o.a. Genesis vanaf hoofdstuk 29)
Betekenis: aanhankelijke.

Loïs

Grootmoeder van Timotheüs, de helper van Paulus. Door haar en door zijn moeder is Timotheüs onderwezen in de Heilige Schriften. (2 Timotheüs 1:5)
Betekenis: aangenaam. (strijdbare maagd?)

Lucas

Hij schreef het Evangelie van Lucas en de Handelingen der Apostelen. Waarschijnlijk van niet-joodse afkomst. Hij was geneesheer. Hij vergezelde Paulus op verschillende zendingsreizen en heeft met hem gevangen gezeten. In zijn evangelie beschrijft hij veel van de wonderen die Jezus gedaan heeft. (zie de boeken Lucas en Handelingen; Kolossensen 4:14; 2 Timotheüs 4:11; Filemon vers 24)
Betekenis:geboren bij het aanbreken van de dag. (het ochtendgloren)

Lydia

Purperverkoopster in Filippi, uit de stad Thyatira afkomstig. Samen met haar huisgenoten liet zij zich dopen door Paulus. (Handelingen 16: 14-18)
Betekenis: vrouw uit Lydië.

Bijbelse namen: M

Magdalena

Bijnaam van Maria uit de stad Magdala.
Zie ook : Maria.

Mara

De naam die Naömi, vrouw uit Bethlehem, zichzelf gaf nadat zij haar man en zoons verloren had. Zij keerde terug uit Moab met haar schoondochter Ruth, waarheen zij verhuisd was tijdens een periode van misoogsten in Bethlehem. (Ruth 1:20)
Betekenis: bitter.

Maria

De moeder van Jezus. Het Nieuwe Testament verhaalt niet uitgebreid over haar. Zij komt (uiteraard) ter sprake rondom alles wat met de geboorte van haar zoon Jezus samenhangt. Vervolgens lezen we over haar dat zij met haar man Jozef in Jeruzalem op zoek is naar de twaalfjarige Jezus, die zich in de tempel blijkt op te houden. Daarna komt zij ter sprake bij de bruiloft te Kana, waar Jezus water (symbool voor de rituele reinigngen: de wet) in wijn (symbool voor zijn bloed: het evangelie) verandert. Ook lezen we van haar dat ze, samen met andere familieleden Jezus eens opzoekt als Hij predikt. Ook was zij aanwezig bij de kruisiging van Jezus. (een zwaard zal door uw ziel gaan) Tenslotte lezen we dat zij aanwezig is bij de discipelen op het Pinksterfeest bij de uitstorting van de Heilige Geest. De naam Maria is de Griekse vorm van het Hebreeuwse Mirjam. (Mattheüs 1:16-20, 2:11, 13:55: Marcus 6:3; Lucas 1:27-56, 2:5-34; Handelingen 1:14)
  • Ook: Maria Magdalena (van de stad Magdala). Zij was door Jezus genezen. Lucas noemt haar een boetvaardige zondares. Ze was aanwezig bij de kruisiging. Op paasmorgen ontmoette zij als eerste de opgestane Levensvorst. (Mattheüs 27:56,61; 28:1; Marcus 15: 4, 47; 16: 1, 9; Lucas 8:2, 24:10; Johannes 19:25, 20:1, 11, 16, 18)
  • Ook: Maria van Bethanië, de zuster van Martha en Lazarus. (Lucas 10: 39, 42; Johannes 11: 1-45, 12:3)
  • Ook: de dochter van Klopas, moeder van Jacobus (de jongere) en Joses. Ook zij was aanwezig bij de kruisiging van Jezus. (Mattheüs 27: 56,61; 28:1; Marcus 15: 40,47; 16:1; Lucas 24:10; Johannes 19:25)
  • Ook: de moeder van Johannes Marcus (evangelist Marcus) Zij stelde haar huis ter beschikking van de christelijke gemeente in Jeruzalem. (Handelingen 12:12)
  • Ook: vrouw in Rome die overging tot het christendom. (Romeinen 16:6)
Betekenis: bitter(heid).

Martha

Zuster van Maria en Lazarus te Bethanië. Martha was altijd druk in de weer, terwijl Maria naar de woorden van Jezus luisterde. (Lucas 10: 38-41; Johannes 11: 1-39, 12:2)
Betekenis: vrouw des huizes.

Mattheüs:
De tollenaar Levi, de zoon van Alfeüs. Werd door Jezus geroepen Hem te volgen. Werd Mattheüs genoemd en schreef het gelijknamige Evangelie. (Mattheüs 9:9, 10:3; Marcus 3:18; Lucas 6:15; Handelingen 1:13)
Betekenis: geschenk van Jahwe.

Matthias:
Werd gekozen tot opvolger van Judas. (Handelingen 1:23, 26)
Betekenis: geschenk van Jahwe.

Michaël

Vader van Setur, een der verspieders die uitgezonden werd om het land Kanaän te verkennen voor de inval van de Israëlieten. (Numeri 13:13)
  • Ook: Broer van koning Joram. Werd door zijn oudste broer vermoord. (2 Kronieken 21:2-4)
  • Ook: aartsengel. (Daniël 10:13, 21; 12:1; Judas 9: Openbaring 12:7)
  • Ook: voor acht andere personen wordt in de Bijbel deze naam genoemd.
Betekenis: wie is aan God gelijk; wie is als God.

Mirjam

Dochter van Amram en Jochebed, zuster van Aäron en Mozes. Na de tocht door de Schelfzee zong zij haar overwinningslied. (Exodus 15:20, 21; Numeri 2:1-15, 20:1; 26:59;Deuteronomium 24:9; 1 Kronieken 6:3: Micha 6:4)
Betekenis: de geliefde; geliefd.

Bijbelse namen: N

Nicolaüs

Een niet-jood uit Antiochië. Hij bekeerde zich eerst tot het jodendom en later tot het christendom. Hij was een van de zeven diakenen in Jeruzalem. (Handelingen 6:5)
Betekenis: overwinnaar met (of van) het volk.

Naomi:
Schoonmoeder van Ruth. Voor meer: zie Ruth. (Ruth 1:2-22; 2:1-6, 20, 22:3;1; 4:3-17)
Betekenis:lieflijkheid.

Bijbelse namen: O

Orpa:
Schoondochter van Naomi en schoonzuster van Ruth. Orpa besloot niet met haar schoonmoeder en Ruth mee te gaan naar Bethlehem, maar in Moab achter te blijven. (Ruth: 1:4, 14)
Betekenis: de weerspannige,of: met de lange haren.

Bijbelse namen: P

Paulus

Apostel der heidenen. Werd aanvankelijk Saulus genoemd. Geboren in Tarsen in Klein-Azië. Door geboorte was hij een Romeins burger, wat veel voorrechten gaf in die tijd. Zijn jonge jaren heeft hij doorgebracht in Jeruzalem, waar hij een leerling was van de bekende schriftgeleerde Gamaliël. Reeds op jonge leeftijd had hij een afkeer van de christenen. Hij was aanwezig bij de steniging van Stefanus, een van de diakenen en betuigde daarmee zijn instemming. Hij vervolgde de christenen te vuur en te zwaard en kreeg zelfs toestemming om naar Damaskus te gaan om de christenen daar ook te vervolgen. Op weg naar die stad kreeg hij een visioen van Jezus Christus. Dit bracht een grote ommekeer in zijn leven: van vervolger werd hij een verkondiger van het christendom. Na zijn bekering is Paulus drie jaar in Arabië geweest. Daarna ging hij naar Jeruzalem en zocht contact met de daar verblijvende christenen. Die zagen hem echter als infiltrant. Pas na de tussenkomst van Barnabas werd hij in hun kring opgenomen. Vanuit Antiochië ging hij met Barnabas en diens neef Johannes Marcus op zendingsreis. Paulus heeft in totaal drie zendingsreizen gemaakt, met afwisselend gezelschap. Tenslotte werd hij in Jeruzalem door de Joden, die een grote haat jegens hem koesterden, overgeleverd aan de Romeinen. Hij beriep zich op de keizer en werd ten langen leste naar Rome gezonden. Op die reis leed hij schipbreuk en overwinterde op het eiland Malta. In gevangenschap in Rome kreeg hij beperkte vrijheid en schreef brieven aan de gemeenten die hij tijdens zijn reizen gesticht had. Er zijn door Paulus veertien zg. zendbrieven geschreven die in de Bijbel een plaats hebben gevonden. Uiteindelijk werd hij ter dood veroordeeld. ( zie het boek Handelingen voor zijn geschiedenis; voor zijn theologische standpunten: de door hem geschreven brieven)
Betekenis: klein.

Petrus

Apostel van Jezus. Heette aanvankelijk Simon, maar werd na zijn belijdenis dat Jezus de Christus was Petrus genoemd. Hij kwam uit het plaatsje Bethsaïda en ging later in Kapernaüm wonen. Daar oefende hij het beroep van visser uit. Zijn broer Andreas bracht hem in contact met Jezus. In de discipelkring trad Petrus het meest op de voorgrond. Bij de gevangenneming van Jezus heeft hij tot drie keer toe ontkend dat hij Jezus kende, de zg. verloochening van Petrus. Desondanks was hij de eerste van de discipelen aan wie de opgestana Heere verscheen. Aan het Meer van Tiberias bekrachtigt Jezus tot drie keer (!) toe het aposteschap van Petrus. In de eerste hoofdstukken van het boek Handelingen is Petrus nadrukkelijk aanwezig. Ook de heidenen heeft hij het evangelie verkondigd. De Romeinde hoofdman Cornelius werd tezamen met allen die bij zijn gezin en huishouding hoorden door Petrus gedoopt. In Jeruzalem werd Petrus op bevel van koning Herodus gevangen genomen. Door een wonder ontsnapt hij. Vervolgens vertrekt hij uit Jeruzalem met onbekende besteming. Bekend is dat hij in Antiochië geweest is, evenals in Korinthe en Babylon. Op het apostelconvent te Jeruzalem in het jaar 49, is hij ook aanwezig. Op het eind van zijn leven vertoefde hij in Rome. Daar was Johannes Marcus, de neef van Barnabas, bij hem en tekende uit zijn mond het "Evangelie naar de beschrijving van Marcus" op. Volgens de overlevering werd Petrus onder het bewind van keizer Nero gekruisigd, met het hoofd naar beneden. Petrus is de schrijver van twee brieven, 1 Petrus en 2 Petrus, die in het Nieuwe Testament zijn opgenomen. (zie de vier Evangeliën, het boek Handelingen en de twee brieven van Petrus)
Betekenis: rots; steen. (Cefas)

Prisca

Ook wel: Priscilla. De vrouw van Aquila. Paulus spreekt zijn grote waardering voor haar uit. (2 Timotheüs 4:19. Handelingen 18:2, 26. Romeinen 16:3. 1 Korinthe 16:19)
Betekenis: degelijk.

Bijbelse namen: G

Gabriël

Aartsengel. In de Bijbel is sprake van de aanwezigheid van Gabriël bij de uitleg van de dromen van Daniël. Eveneens kondigde hij de geboorte aan van Johannes de Doper en van Jezus. (Daniël 8:16, 9:21; Lukas 1:19,26)
Betekenis: man Gods.

Gersom

Was stamvader van een groep Levieten, vader van Libni en Simi. Hij had tot taak de offerdieren in de tempel te bewaken. (Genesis 46:11; Exodus 6:15,16; Numeri 3:17-25, 4:22, 38, 41. Num.: 7:7, 10:17, 26:57. Jozua 21: 6, 27; ! Kronieken 6:1, 23:6)
Betekenis: verdrijving.

Gideon

Een van de grootste richters. Zoon van Joas uit de stam van Manasse. Hij vernietigde het altaar van de afgod Baäl, waarna men hem de bijnaam Jerubbaäl (Baäl strijdt met hem) gaf. Hij streed met een legertje van 300 man (Gideonsbende!) tegen de Midianieten en overwon. Hij nam bloedwraak op twee Midianitische koningen, Zebah en Salmuna. Na zijn dood gingen de Israëlieten weer over tot de dienst aan de afgoden. (Richteren 6:11 en 8:35)
Betekenis: de vernietiger. (met de gewonde hand?)

Bijbelse namen: H

Hadassa

Joodse naam van Esther. Voor betekenis: zie Esther.

Hagar

Slavin van Sara, de vrouw van Abraham. Bij haar verwekte Abraham zijn zoon Ismaël. Toen Isaäc geboren werd, stuurde Abraham op verzoek van Sara de slavin en haar zoon weg. (Genesis 16: 1-16; 21:9,14, 17; 25:12)
Betekenis: vreemde vluchteling.

Hanna

Eerste vrouw van Elkana en de moeder van Samuël. Om haar aanvankelijke kinderloosheid werd zij door de bijvrouw van Elkana, Penina, veracht. Zij legde de gelofte af als haar een zoon geboren zou worden, die af te zonderen voor de dienst van God. Haar zoon Samuël stelde zij in de tabernakel onder toezicht van Eli. (1 Samuël 2:1-10; 2:22)
Betekenis: God is mij genadig geweest.

Bijbelse namen: I

Isaäc,(Izaäk, Izak)
Zoon van Abraham en Sara. Vader van de tweeling Jacob en Ezau. God droeg hem op zijn zoon te offeren op de berg Moria, maar verhinderde dit Zelf op het laatste moment. Isaäc was getrouwd met Rebekka. Op latere leeftijd werd hij blind. Jacob misleidde zijn blinde vader en ontfutselde hem de zegen die voor zijn broer Ezau bestemd was. Isaäc stierf op 180-jarige leeftijd. (zie o.a. de boeken Genesis, Exodus, Leviticus, etc.)
Betekenis: Hij (God) moge lachen.

Ismaël

Zie uitleg bij Abraham en Hagar. Stamvader van de Ismaëlieten en de Arabieren. (o.a. Genesis 16, etc.)
Betekenis: God hoort.

Bijbelse namen: J

Jacob

Derde van de zg. aartsvaders. Zoon van Isaäc en Rebekka. De stamvader van Israël. Hij moest vluchten voor de wraak van zijn broer, omdat hij bedriegelijk zijn vader de zegen ontstolen had die voor zijn broer bestemd was. Hij vluchtte naar zijn oom Laban, de broer van zijn moeder. Hij trouwde daar met Lea en Rachel. Aan de rivier de Jabbok kreeg hij, na een worsteling met God, de erenaam Israël (God zal voor mij strijden). Na zijn terugkeer verzoende hij zich met zijn broer. Zijn zoon Jozef werd door de andere zonen van Jacob verkocht als slaaf en kwam in Egypte terecht waar hij onderkoning werd. Hij gaf bevel graanvoorraden aan te leggen voor de komende "magere" jaren. Zijn broers, die jaren later graan kwamen kopen in Egypte, herkenden hem aanvankelijk niet, totdat hij zich aan hen bekendmaakte. Jacob kwam, op uitnodiging van Jozef, met zijn hele familie in Egypte wonen. De twaalf zonen van Jacob gaven in later tijd hun naam aan de twaalf stammen van Israël. (voornamelijk het boek Genesis, en dan met name de hoofdstukken 25 t/m 50)
Betekenis: hielenlichter, bedrieger, beschermer, (God) beschermt.

Jacobus

Een van de twaalf discipelen van Jezus. Zoon van Zebedeüs en Salomé, broer van de discipel Johannes. Zij werden door Jezus 'Boanerges' genoemd: zonen des donders. Jacobus werd in het jaar 44 door koning Agrippa ter dood gebracht.
  • Ook: Zoon van Alfeüs, eveneens één van de twaalf discipelen van Jezus.
  • Ook: broer van Jezus. Later genoemd 'de broeder des Heeren'. Pas na de opstanding van Jezus kwam hij tot geloof en werd een van de leiders van de eerste christengemeente in Jeruzalem. Hij schreef de brief van Jacobus. Naar hem is de beroemde Spaanse bedevaartplaats Santiago (Sint Jacob) de Compostella genoemd.
  • Ook: vader van de apostel Judas.
(de evangeliën)(Mattheüs 10:3; Handelingen 1:13)(Mattheüs 13:55; Markus 3: 21, 31. Galaten 1:19, 2:9; boek Handelingen, div. fragmenten; Jacobus 1:1)(Lucas 16:6; Handelingen 1:13)
Betekenis: zie Jacob.

Jannes

Egyptische magiër en tijde van Mozes. Hij wordt altijd in één adem genoemd met zijn broer Jambres. (2 Timotheüs 3:8)
Betekenis: opstandig.

Jesse

Andere naam voor Isaï. Zijn jongste zoon was David. (o.a. Ruth 4: 17, 22; 1 Samuël 16:1-22, etc.)
Betekenis: man van Jahwe, man Gods.

Joanan

Voorvader van Jezus. (Lucas 3:27)
Betekenis: God is genadig.

Job

Herdersvorst in de tijd van de aartsvaders. Job werd door de duivel zwaar op de proef gesteld; hij verloor zijn bezit, zijn kinderen en zijn gezondheid. "In dit alles zondigde Job niet." Zijn vrienden wezen hem er op dat al deze dingen hem overkwamen om zijn zonden. God maakte zelf een eind aan de beproevingen van Job en schonk hem alles dubbel terug. (het boek Job)
Betekenis: de vervolgde.

Johanna

Een van de vrouwen die door Jezus genezen was. Vrouw van Chusas. Zij was een van de getuigen van het lege graf in de hof van Jozef van Arimathea. (Lucas 8:3; 24:10)
Betekenis: Jahwe is genadig.

Johannes

Voorloper van de Messias. Bijgenaamd de Doper. Zoon van de priester Zacharias en zijn vrouw Elizabeth, een nicht van Maria de moeder van Jezus. Hij trad op in het Jordaandal bij Bethabara waar hij doopte. Hij predikte de doop der bekering tot vergeving der zonden en predikte de komende Messias, die zou dopen met de Heilige Geest en met vuur. Ook Jezus werd op Zijn uitdrukkelijke wens door Johannes gedoopt. Johannes werd door Herodus Antipas gevangen genomen en op verzoek van diens dochter onthoofd.
  • Ook: discipel van Jezus. Samen met zijn broer Jacobus en de apostel Petrus behoorde hij tot de vertrouwelingen van Jezus. Hij is de schrijver van het Evangelie van Johannes, de drie brieven van Johannes en het boek Openbaring (Apokalyps). Onder keizer Domitianus werd hij verbannen naar het eiland Patmos. ( Zie de vier Evangeliën)
Betekenis: Jahwe is genadig.

Jonathan

Oudste zoon van koning Saul. Vriend van David. Hij werd samen met koning Saul en zijn broers gedood in de strijd tegen de Filistijnen op het gebergte Gilboa. (zie het boek Samuël vanaf hoofdstuk 13).
  • Ook: Kleinzoon van Mozes. Priester in Dan. (Richteren 18:30)
  • Ook: Zoon van de priester Abjathar. Hielp David tijdens de opstand van diens zoon Absalom. (2 Samuël 16: 27, 36)
  • Ook: Tegenstander van Ezra bij het ontbinden van gemengde huwelijken na de Babylonische ballingschap. (Ezra 10:15)
Betekenis:Jahwe heeft gegeven.

Jozef

Na Benjamin de jongste zoon van Jacob. Jozef werd door zijn jaloerse broers als slaaf verkocht. Zijn broers suggereerden tegenover hun vader dat Jozef door een wild dier verscheurd was. In Egypte kwam Jozef in dienst van een overste van de farao, Potifar. De vrouw van Potifar trachtte hem te verleiden. Toen dat mislukte, beschuldige zij hem er van haar te hebben willen aanranden. Jozef werd gevangen gezet. In de gevangenis verklaarde hij de dromen van de schenker en de bakker, dienaren aan het hof van farao. Vervolgens verklaarde hij twee dromen van farao zelf. Hierna werd hij, na de farao, de belangrijkste man in Egypte. Hij werd onderkoning. Omdat de dromen van de farao er aanleiding toe gaven. liet hij tijdens jaren van voorspoedige oogsten enorme voorraden aanleggen voor de slechte jaren die komen zouden. Tijdens de jaren van hongersnood kwam men van heinde en ver om in Egypte koren te kopen. Jozef trouwde met Asnat, de dochter van de priester van On. Uit dit huwelijk werden twee zonen geboren: Manasse en Efraïm. Ook de broers van Jozef kwamen naar Egypte om koren te kopen. Aanvankelijk maakte Jozef zich niet aan hen bekend. Nadat hij dat gedaan had, verhuisde zijn vader met al de zijnen naar Egypte. Manasse en Efraïm werden de stamvaders van de gelijknamige stammen in het noordelijk deel van Israël. Jozef stierf op 110-jarige leeftijd. (Voornamelijk het boek Genesis vanaf hoofdstuk 30)
Betekenis: God voege (er aan) toe.

Judith

Vrouw van Ezau. Zij was een "kwelling des geestes" voor Isaäc en Rebecca. (Genesis 26: 34, 36)
Betekenis: Jeduse vrouw; vrouw uit Juda.

Bijbelse namen: R

Rachel

Tweede vrouw van Jacob, zuster van zijn eerste vrouw Lea, dochter van Laban. Voor beide vrouwen moest hij Laban veertien jaar dienen. Rachel bleef lange tijd kinderloos. Via haar slavin Bilha werd Rachel "moeder" van Dan en Naftali. Rachel werd later zelf moeder van Jozef en Benjamin. Tijdens de geboorte van de laatste zoon stierf zij. (Genesis 29:6-31; 30:1-25; 31:4, 14, 19, 32-34; 33:1-7; 35:16-25; 46:19-25; 48:7. Ruth 4:11. 1 Samuël 10:2. Jeremia 31:15. Mattheüs 2:18)
Betekenis: moederschap.

Rafaël

Een van de aartsengelen, genoemd in het apocriefe boek Tobias.
Betekenis: God geneest.

Rebecca

Dochter van Bethuël, zuster van Laban. Eliëzer, de knecht van Abraham, werd door zijn meester er op uitgestuurd om een vrouw te zoeken voor zijn zoon Isaäc. Bij een waterput koos hij het meisje dat hem en zijn kamelen te drinken gaf. Zij trouwde met Isaäc. Twintig jaar bleef zij onvruchtbaar. Uiteindelijk werd zij moeder van Ezau en Jacob, een tweeling. Zij trok haar zoon Jacob voor en zette hem aan om door list de eerstgeboortezegen, die voor Ezau bedoeld was, aan zijn vader Isaäc te ontfutselen. Toen Ezau daarna op wraak zon, stuurde Rebekka Jacob weg naar haar broer Laban. (Genesis 22:23; 24:15-67; 25:20, 21, 28; 26:7, 8, 35; 27:5-15, 42, 46; 28:5; 29:12; 35:8; 49:31. Romeinen 9:10)
Betekenis: de boeiende.

Rhodé

Een dienstmeisje in het huis van Maria, de moeder van Johannes Markus, in Jeruzalem. Hier kwamen de christenen in de begintijd bijeen. Na zijn wonderbaarlijke ontsnapping uit de gevangenis ging Petrus naar het huis van Maria. Rhodé liet hem binnen. (Handelingen 12:13)
Betekenis: roosje.

Ruben

De oudste zoon van Jacob. Hij verloor zijn eerstgeboorterecht omdat hij overspel pleegde met Bilha, de bijvrouw van zijn vader. Toen Jozef door zijn andere broers in een put geworpen was, wilde hij hem redden. Hij kwam toen echter te laat; zijn broers hadden Jozef al verkocht aan de leiders van een voorbijtrekkende karavaan. (Genesis 29:32; 30:14; 35:22 en 23; 37:21, 22, 29; 42:22, 37; 46:8 en 9; 48:; 49:3. Exodus 1:2; 6:13; Numeri 1: 5, 20; 26:5. Deuteronominum 27:13; 33:6. Jozua 18:7. Richteren 5:15 en 16. ! Kronieken 2:1. Ezechiël 48:6, 7, 31. Openbaring 7:5)
Betekenis: zie, een zoon!

Rufus

  • Zoon van Simon van Cyrene, de man de het kruis van Chistus droeg. Broer van Alexander. Beiden worden later genoemd als leden van de christelijke gemeente. (Marcus 15:21)
  • Christen te Rome. (Romeinen 16:13)
Betekenis: de roodharige.

Ruth

Zij woonde aanvankelijk in Moab. Daar trouwde zij met een zoon van Naomi, die tijdens een hongersnood met haar gezin van Bethlehem naar Moab getrokken was. De beide zonen en de man van Naomi stierven in Moab. Naomi ging met haar schoondochter Ruth terug naar Bethlehem. Daar trouwde Ruth met de rijke boer Boaz. Uit dit huwelijk werd Obed geboren, de vader van Isaï, die de vader van David was. (Ruth 1:4, 14, 16, 22; 2:2, 8, 21, 22; 3:9; 4:5, 10, 13)
Betekenis: vriendin.

Bijbelse namen: S

Salome

  • Zij wordt in de evangeliën van Marcus en Mattheüs niet met name genoemd. Waarschijnlijk was zij het meisje dat op een feest voor koning Herodes Antipas moest dansen. Als beloning vroeg zij daarvoor -op aandringen van haar moeder Herodias- om het hoofd van Johannes de Doper, die op dat moment in de kerker zat onder het paleis. Salome trouwde met Filippus de viervorst. Na zijn dood trouwde zij met haar neef Aristobulus. (Mattheüs 14:6-12; Marcus 6:22-28)
  • Een van de vrouwen die op de paasmorgen naar het graf van Jezus ging. Waarschijnlijk was zij de zuster van Maria, de moeder van Jezus. (Marcus 15:40; 16:1)
Betekenis: vrede van Sion.

Salomo

De zoon van koning David en Bathseba. Hij regeerde als koning van Israël van 965-926 v. Chr. Salomo had geen rechten op de troon. De profeet Nathan bewerkstelligde dat hij op de troon kwam. Spreekwoordelijk is zijn wijsheid. Tijdens zijn regering werd de tempel in Jeruzalem gebouwd..Ook liet hij een paleis bouwen en versterkte diverse steden in het land. In die tijd werd levendige handel gedreven met andere volkeren en landen. Tarwe en olie werden geëxporteerd, ceder- en cipressenhout, goud, zilver en ivoor werden geïmporteerd. Bij de Golf van Akaba zijn kopermijnen gevonden die waarschijnlijk in de tijd van Salomo ontgonnen werden. Hij moderniseerde het leger door de invoering van strijdwagens, geïmporteerd uit Egypte. Hoewel de wetten het verboden, haalde Salomo vrouwen voor zijn harem uit de omringende landen. Hij liet ze vrij in hun godsdienst en bouwde zelfs tempels voor de vreemde goden. De profeet Achia voorspelde de neergang van het land na Salomo's dood, als straf voor zijn ontrouw en het gedogen van vreemde goden. Na zijn dood viel het land in twee delen uiteen. De Oud-testamentische boeken Spreuken, Prediker en Hooglied worden aan Salomo toegeschreven. (2 Samuël 5:14; 12:24. 1 Koningen 1 t/m 12. 1 Kronieken 3:10; 14:4; 18:8; 22:9, 17; 23:1; 28:5-20; 29:1, 19-28. 2 Kronieken 1 t/m 9; 35:3. Psalm 72:1. Hooglied 3:7, 11; 12:27. Handelingen 7:47. Spreuken, Prediker, Hooglied)
Betekenis: vrede van Sion.

Samuël

De laatste richter van Israël. Zoon van Elkana en Hanna. Hij groeide op in de tabernakel -het heiligdom- bij de priester Eli. Daar werd hij door God geroepen tot profeet. Na de dood van Eli volgde hij hem op en bracht het volk er toe de dienst aan de afgoden op te geven. Als richter wist hij de voortdurende dreiging van de Filistijnen af te wenden. Als profeet maakte hij verschillende rondreizen door het land. Omdat zijn zoons zich slecht kweten van hun taken als priester, verzocht het volk hem een koning aan te wijzen. Op bevel van God zalfde hij Saul tot koning; de eerste koning van Israël. De verhouding tussen Saul en Samuël was er een van voortdurende conflicten. Vanwege Sauls eigengereidheid, ook ten opzichte van Gods geboden, zalfde Samuël de herdersjongen David tot koning. Toen Saul dit aan de weet kwam, probeerde hij David uit de weg te ruimen. (1 Samuël 1 t/m 28. 1 Kronieken 6:28, 11:3. 2 Kronieken 35:18. Handelingen 3:24, 13:20. Hebr. 11:32)
Betekenis: van God gebeden, of Jahwe is God.

Sara

Haar oorspronkelijke naam was Saraï. Vrouw en halfzuster van Abraham. Op Gods bevel noemde Abraham haar Sara. Zij bleef lang kinderloos. Daarom schonk zij haar slavin Hagar aan Abraham, zodat hij bij haar kinderen zou verwekken. Hagar baarde Ismaël. (zie: Hagar) Op hoge leeftijd schonk Sara het leven aan een zoon, Isaäc. Sara stierf op de leeftijd van 127 jaar. (Genesis 11:29-31; 12:5-17; 16:1-8; 17:15-21; 18:6-15; 20:2, 14-18; 21:1-12; 23:1, 2, 19; 24:36, 67; 25:10, 12; 49:31. Jesaja 51:2. Romeinen 4:19; 9:9. Hebr. 11:11. 1 Petrus 3:6)
Betekenis: vorstin.

Sem

Oudste zoon van Noach. Na de zondvloed werd hij de stamvader van de Semieten. In de stamboom van Jezus wordt Sem als een van de voorvaderen genoemd. (Genesis 5:32; 6:10; 7:13; 9:18-27; 10:1, 21, 22, 31; 11: 10 en 11. 1 Kronieken 1:1, 17, 24. Lucas 3:36)
Betekenis: naam; roep.

Seth

De derde zoon van Adam en Eva. Zijn moeder noemde hem Seth, omdat hij in de plaats kwam van haar vermoorde zoon Abel. Seth was de o.a. de vader van Enos. In het geslachtsregister van Jezus wordt hij als voorvader genoemd. Seth stierf op 912-jarige leeftijd. (Genesis 4:25 en 26; 5:3-8. Numeri 24:17. 1 Kronieken 1:1. Lucas 3:38)
Betekenis: plaatsvervanger.

Simon

  • Nakomeling van Juda. (1 Kronieken 4:20)
  • De apostel Simon Petrus. (zie: Petrus)
  • Simon de Zeloot, een van de twaalf apostelen. (Mattheüs 10:4; Marcus 3:18; Lucas 6:15; Handelingen 1:13)
  • Een van de broers van Jezus. (Mattheüs 13:55. Marcus 6:3)
  • Simon de melaatse. In zijn huis te Bethanië werd Jezus gezalfd. (Mattheüs 26:6. Marcus 14:3)
  • Simon van Cyrene. Vader van Alexander en Rufus. Hij droeg het kruis van Jezus. (Mattheüs 27:32. Marcus 15:21. Lucas 23:26)
  • Simon de farizeeër. Tijdens een maaltijd in zijn huis werden de voeten van Jezus gezalfd door een zondige vrouw. (Lucas 7:40-44)
  • Vader van de discipel die Jezus verraden heeft: Judas Iskarioth. (Johannes 6:71; 12:4; 13:2, 26)
  • Simon de tovenaar uit Samaria. Hij wilde Petrus betalen als hij hem de "kunst" van de oplegging der handen wilde leren. Naar aanleiding hiervan ontstond de term "simonie": het verkrijgen van een kerkelijk ambt tegen betaling. (Handelingen 8:0-25)
  • Leerlooier in Joppe (lederbereider). Bij hem was Petrus te gast. (Handelingen 9:43; 10:6; 17:32)
Betekenis: Jahwe heeft gehoord; roemrijk.

Stefanus

Stefanus was een van de zeven diakenen van de vroeg-christelijke gemeente van Jeruzalem. Hij werd voor de joodse Hoge Raad gedaagd omdat hij gesproken zou hebben tegen de tempeldienst en tegen de wet. In een lange redevoering zette Stefanus uiteen dat de joden zich steeds verzet hadden tegen God. Zonder enige vorm van proces werd hij gestenigd. Paulus heeft later verklaard dat hij -voor zijn bekering- het met dit vonnis geheel eens was geweest. (Handelingen 6:5-9; 7:59; 8:2; 11:19)
Betekenis: krans.

Suzanna

  • In een apocrief aanhangsel van het boek Daniël komt de legende voor van de kuise Suzanna. Door twee oudsten werd zij bij het baden in de tuin bespied. Toen zij weigerde op hun oneerbare voorstellen in te gaan, beschuldigden zij haar van ontucht. Hierop stond de doodstraf. Daniël redde haar van de doodstraf omdat hij door een scherp verhoor van de twee oudsten de waarheid aan het licht bracht.
  • Volgelinge van Jezus. (Lucas 8:3)
Betekenis: lelie.

Bijbelse namen: T

Tabitha

Werd ook Dorcas genoemd. Deed veel goede werken in Joppe.. Door Petrus werd zij uit de dood opgewekt. (zie: Dorcas)
Betekenis: gazelle.

Tamar

  • Schoondochter van Juda. Onan weigerde haar het zwagerhuwelijk. Zij deed zich toen voor als publieke vrouw en raakte in verwachting van haar schoonvader Juda. (Genesis 38:6-30. Ruth 4:12. 1 Kronieken 2:4. Mattheüs 1:3)
  • Dochter van David en zuster van Absalom. Halfzuster van Ammon, die haar verkrachtte. Absalom vermoordde Ammon om deze daad. (2 Samuël 13:1-32. 1 Kronieken 3:9)
  • Dochter van Absalom. Waarschijnlijk getrouwd met Rehabeam. (2 Samuël 14:27)
Betekenis: palmboom.

Thomas

Discipel van Jezus. Wordt vaak de "ongelovige Thomas" genoemd, omdat hij de overige discipelen niet op hun woord geloofde dat Jezus was opgestaan. (Mattheüs 10:3. Marcus 3:18. Lucas 6:15. Johannes 11:16; 14:5; 20:24-29; 21:2. Handelingen 1:13)
Betekenis: tweeling.

Timotheüs

Jeugdige medewerker van Paulus. Hij werd in het christendom onderwezen door zijn moeder Eunice en zijn grootmoeder Loïs. Paulus gaf hem diverse taken, zoals het tot rust brengen van de gemeente van Thessalonica. (Handelingen 16:1; 17:14 en 15;18:5; 19:22; 20:4. Romeinen 16:21. ! Korinthe 4:17; 16:10. 2 Korinthe 1:1, 19. Kolossensen 1:1. 1 Thessalonicensen1:1; 3:2 en 6. 2 Thessalonicensen 1:1. 1 Timotheüs1:2, 18; 6:20. 2 Timotheüs 1:2. Filemon 1)
Betekenis: vereerder van God.

Timon

Werd gekozen tot diaken in de vroeg-christelijke gemeente te Jeruzalem. Was Griekssprekend. (Handelingen 6:5)
Betekenis: de geëerde.

Tirza

De jongste van de vijf dochters van Zeláfead. (Numeri 26:33; 27:1; 36:11. Jozua 17:3)
Betekenis: bekoorlijkheid.

Titus

Tot het christendom bekeerde heiden die als zendeling optrad; medewerker van Paulus. In Korinthe hielp hij Paulus bij het oplossen van de problemen in de christelijke gemeente en deed dat op een voortreffelijke wijze. Titus bedreef zelfstandig zending op het eiland Kreta. In zijn brief aan Titus geeft Paulus hem adviezen hoe zijn houding moet zijn o.a. tegenover de niet-gelovigen. (2 Korinthe 2:12; 7:66; 8:6, 16, 23; 12:18. Galaten 2:1, 3. 2 Timotheüs 4:10.Titus 1:3)
Betekenis: wilde duif.

Bijbelse namen: Z

Zebedeüs

De vader van de apostelen Jacobus en Johannes. Hij was getrouwd met Salome, een van de vrouwen die op Golgotha aanwezig was. (Matheüs 4:21; 10:2; 20:20; 26:37; 7:56. Marcus 1:19 en 20; 3:17, 10:35. Lucas 5:10. Johannes 21:2)
Betekenis: mijn geschenk.

Zippora

Dochter van de priester van Midian. Trouwde met Mozes. Moeder van Gersom en Eliëzer. Zij besneed eigenhandig haar zoon Gersom. (Exodus 2:21; 4:25; 18:2)
Betekenis: vogeltje.
© 2008 - 2018 Bvell, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joodse Bijbel: Het verbond tussen G'd en AbrahamJoodse Bijbel: Het verbond tussen G'd en AbrahamG'd belooft Abram een rijk nageslacht. Hoewel Abram oud is en geen kinderen heeft gelooft hij G'd. G'd vertelt Abram dat…
Populairste meisjesnamen en jongensnamen 2012Populairste meisjesnamen en jongensnamen 2012Wanneer je in verwachting raakt, wordt het tijd om na te denken over babynamen. Dat is natuurlijk niet eenvoudig, want e…
God: Adam - Abraham - Mozes - wij - Joodse visieGod: Adam - Abraham - Mozes - wij - Joodse visieNa de blunder van Adam maakt God een nieuw Verbond met zijn schepsel in de persoon van Abraham. Nog weer later schenkt G…
De populairste kindernamen van 2012De populairste kindernamen van 2012Gefeliciteerd, je wordt ouder van een kindje! Als het goede nieuws eenmaal tot je is doorgedrongen, wordt het tijd om na…
Abraham-Ibrahim - Oorsprong van de naamIbrahim, Abraham genoemd in het Nederlands, verwijst naar de aartsvader Abraham. Betekenis van de naam is 'vader van vel…

Reageer op het artikel "Bekende bijbelse namen"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Frans de Jong, 02-11-2011 12:22 #1
Geweldig dat er zoveel namen te zoeken zijn. Maar ik zoek naar de naam Chonja en zou daar de betekenis van kennen. Ik weet dat deze naam een bijbelse achtergrond heeft.
B.v.b. dank Frans de Jong

Infoteur: Bvell
Laatste update: 16-04-2008
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Reacties: 1
Schrijf mee!