Religie en Namen

Bekende bijbelse namen: R, S, T, Z

Veel Nederlandse voornamen zijn afkomstig uit de Bijbel. Vaak zijn de betekenissen en de achtergronden van de genoemde personen niet bekend. Vandaar dit artikel. Van enkele bijbelse namen vindt U zowel de betekenis als een stukje persoonsinformatie. Eveneens zijn er verwijzingen opgenomen naar gedeelten uit de Bijbel waar over deze personen wordt geschreven. De namen die beginnen met U, V, W, X, Y, zijn niet genoemd, omdat daar weinig of geen voornamen in ons taalgebied mee beginnen.


Bijbelse namen: R

Rachel
Tweede vrouw van Jacob, zuster van zijn eerste vrouw Lea, dochter van Laban. Voor beide vrouwen moest hij Laban veertien jaar dienen. Rachel bleef lange tijd kinderloos. Via haar slavin Bilha werd Rachel "moeder" van Dan en Naftali. Rachel werd later zelf moeder van Jozef en Benjamin. Tijdens de geboorte van de laatste zoon stierf zij. (Genesis 29:6-31; 30:1-25; 31:4, 14, 19, 32-34; 33:1-7; 35:16-25; 46:19-25; 48:7. Ruth 4:11. 1 Samuël 10:2. Jeremia 31:15. Mattheüs 2:18)
Betekenis: moederschap.

Rafaël
Een van de aartsengelen, genoemd in het apocriefe boek Tobias.
Betekenis: God geneest.

Rebecca
Dochter van Bethuël, zuster van Laban. Eliëzer, de knecht van Abraham, werd door zijn meester er op uitgestuurd om een vrouw te zoeken voor zijn zoon Isaäc. Bij een waterput koos hij het meisje dat hem en zijn kamelen te drinken gaf. Zij trouwde met Isaäc. Twintig jaar bleef zij onvruchtbaar. Uiteindelijk werd zij moeder van Ezau en Jacob, een tweeling. Zij trok haar zoon Jacob voor en zette hem aan om door list de eerstgeboortezegen, die voor Ezau bedoeld was, aan zijn vader Isaäc te ontfutselen. Toen Ezau daarna op wraak zon, stuurde Rebekka Jacob weg naar haar broer Laban. (Genesis 22:23; 24:15-67; 25:20, 21, 28; 26:7, 8, 35; 27:5-15, 42, 46; 28:5; 29:12; 35:8; 49:31. Romeinen 9:10)
Betekenis: de boeiende.

Rhodé
Een dienstmeisje in het huis van Maria, de moeder van Johannes Markus, in Jeruzalem. Hier kwamen de christenen in de begintijd bijeen. Na zijn wonderbaarlijke ontsnapping uit de gevangenis ging Petrus naar het huis van Maria. Rhodé liet hem binnen. (Handelingen 12:13)
Betekenis: roosje.

Ruben
De oudste zoon van Jacob. Hij verloor zijn eerstgeboorterecht omdat hij overspel pleegde met Bilha, de bijvrouw van zijn vader. Toen Jozef door zijn andere broers in een put geworpen was, wilde hij hem redden. Hij kwam toen echter te laat; zijn broers hadden Jozef al verkocht aan de leiders van een voorbijtrekkende karavaan. (Genesis 29:32; 30:14; 35:22 en 23; 37:21, 22, 29; 42:22, 37; 46:8 en 9; 48:; 49:3. Exodus 1:2; 6:13; Numeri 1: 5, 20; 26:5. Deuteronominum 27:13; 33:6. Jozua 18:7. Richteren 5:15 en 16. ! Kronieken 2:1. Ezechiël 48:6, 7, 31. Openbaring 7:5)
Betekenis: zie, een zoon!

Rufus
  • Zoon van Simon van Cyrene, de man de het kruis van Chistus droeg. Broer van Alexander. Beiden worden later genoemd als leden van de christelijke gemeente. (Marcus 15:21)
  • Christen te Rome. (Romeinen 16:13)
Betekenis: de roodharige.

Ruth
Zij woonde aanvankelijk in Moab. Daar trouwde zij met een zoon van Naomi, die tijdens een hongersnood met haar gezin van Bethlehem naar Moab getrokken was. De beide zonen en de man van Naomi stierven in Moab. Naomi ging met haar schoondochter Ruth terug naar Bethlehem. Daar trouwde Ruth met de rijke boer Boaz. Uit dit huwelijk werd Obed geboren, de vader van Isaï, die de vader van David was. (Ruth 1:4, 14, 16, 22; 2:2, 8, 21, 22; 3:9; 4:5, 10, 13)
Betekenis: vriendin.

Bijbelse namen: S

Salome
  • Zij wordt in de evangeliën van Marcus en Mattheüs niet met name genoemd. Waarschijnlijk was zij het meisje dat op een feest voor koning Herodes Antipas moest dansen. Als beloning vroeg zij daarvoor -op aandringen van haar moeder Herodias- om het hoofd van Johannes de Doper, die op dat moment in de kerker zat onder het paleis. Salome trouwde met Filippus de viervorst. Na zijn dood trouwde zij met haar neef Aristobulus. (Mattheüs 14:6-12; Marcus 6:22-28)
  • Een van de vrouwen die op de paasmorgen naar het graf van Jezus ging. Waarschijnlijk was zij de zuster van Maria, de moeder van Jezus. (Marcus 15:40; 16:1)
Betekenis: vrede van Sion.

Salomo
De zoon van koning David en Bathseba. Hij regeerde als koning van Israël van 965-926 v. Chr. Salomo had geen rechten op de troon. De profeet Nathan bewerkstelligde dat hij op de troon kwam. Spreekwoordelijk is zijn wijsheid. Tijdens zijn regering werd de tempel in Jeruzalem gebouwd..Ook liet hij een paleis bouwen en versterkte diverse steden in het land. In die tijd werd levendige handel gedreven met andere volkeren en landen. Tarwe en olie werden geëxporteerd, ceder- en cipressenhout, goud, zilver en ivoor werden geïmporteerd. Bij de Golf van Akaba zijn kopermijnen gevonden die waarschijnlijk in de tijd van Salomo ontgonnen werden. Hij moderniseerde het leger door de invoering van strijdwagens, geïmporteerd uit Egypte. Hoewel de wetten het verboden, haalde Salomo vrouwen voor zijn harem uit de omringende landen. Hij liet ze vrij in hun godsdienst en bouwde zelfs tempels voor de vreemde goden. De profeet Achia voorspelde de neergang van het land na Salomo's dood, als straf voor zijn ontrouw en het gedogen van vreemde goden. Na zijn dood viel het land in twee delen uiteen. De Oud-testamentische boeken Spreuken, Prediker en Hooglied worden aan Salomo toegeschreven. (2 Samuël 5:14; 12:24. 1 Koningen 1 t/m 12. 1 Kronieken 3:10; 14:4; 18:8; 22:9, 17; 23:1; 28:5-20; 29:1, 19-28. 2 Kronieken 1 t/m 9; 35:3. Psalm 72:1. Hooglied 3:7, 11; 12:27. Handelingen 7:47. Spreuken, Prediker, Hooglied)
Betekenis: vrede van Sion.

Samuël
De laatste richter van Israël. Zoon van Elkana en Hanna. Hij groeide op in de tabernakel -het heiligdom- bij de priester Eli. Daar werd hij door God geroepen tot profeet. Na de dood van Eli volgde hij hem op en bracht het volk er toe de dienst aan de afgoden op te geven. Als richter wist hij de voortdurende dreiging van de Filistijnen af te wenden. Als profeet maakte hij verschillende rondreizen door het land. Omdat zijn zoons zich slecht kweten van hun taken als priester, verzocht het volk hem een koning aan te wijzen. Op bevel van God zalfde hij Saul tot koning; de eerste koning van Israël. De verhouding tussen Saul en Samuël was er een van voortdurende conflicten. Vanwege Sauls eigengereidheid, ook ten opzichte van Gods geboden, zalfde Samuël de herdersjongen David tot koning. Toen Saul dit aan de weet kwam, probeerde hij David uit de weg te ruimen. (1 Samuël 1 t/m 28. 1 Kronieken 6:28, 11:3. 2 Kronieken 35:18. Handelingen 3:24, 13:20. Hebr. 11:32)
Betekenis: van God gebeden, of Jahwe is God.

Sara
Haar oorspronkelijke naam was Saraï. Vrouw en halfzuster van Abraham. Op Gods bevel noemde Abraham haar Sara. Zij bleef lang kinderloos. Daarom schonk zij haar slavin Hagar aan Abraham, zodat hij bij haar kinderen zou verwekken. Hagar baarde Ismaël. (zie: Hagar) Op hoge leeftijd schonk Sara het leven aan een zoon, Isaäc. Sara stierf op de leeftijd van 127 jaar. (Genesis 11:29-31; 12:5-17; 16:1-8; 17:15-21; 18:6-15; 20:2, 14-18; 21:1-12; 23:1, 2, 19; 24:36, 67; 25:10, 12; 49:31. Jesaja 51:2. Romeinen 4:19; 9:9. Hebr. 11:11. 1 Petrus 3:6)
Betekenis: vorstin.

Sem
Oudste zoon van Noach. Na de zondvloed werd hij de stamvader van de Semieten. In de stamboom van Jezus wordt Sem als een van de voorvaderen genoemd. (Genesis 5:32; 6:10; 7:13; 9:18-27; 10:1, 21, 22, 31; 11: 10 en 11. 1 Kronieken 1:1, 17, 24. Lucas 3:36)
Betekenis: naam; roep.

Seth
De derde zoon van Adam en Eva. Zijn moeder noemde hem Seth, omdat hij in de plaats kwam van haar vermoorde zoon Abel. Seth was de o.a. de vader van Enos. In het geslachtsregister van Jezus wordt hij als voorvader genoemd. Seth stierf op 912-jarige leeftijd. (Genesis 4:25 en 26; 5:3-8. Numeri 24:17. 1 Kronieken 1:1. Lucas 3:38)
Betekenis: plaatsvervanger.

Simon
  • Nakomeling van Juda. (1 Kronieken 4:20)
  • De apostel Simon Petrus. (zie: Petrus)
  • Simon de Zeloot, een van de twaalf apostelen. (Mattheüs 10:4; Marcus 3:18; Lucas 6:15; Handelingen 1:13)
  • Een van de broers van Jezus. (Mattheüs 13:55. Marcus 6:3)
  • Simon de melaatse. In zijn huis te Bethanië werd Jezus gezalfd. (Mattheüs 26:6. Marcus 14:3)
  • Simon van Cyrene. Vader van Alexander en Rufus. Hij droeg het kruis van Jezus. (Mattheüs 27:32. Marcus 15:21. Lucas 23:26)
  • Simon de farizeeër. Tijdens een maaltijd in zijn huis werden de voeten van Jezus gezalfd door een zondige vrouw. (Lucas 7:40-44)
  • Vader van de discipel die Jezus verraden heeft: Judas Iskarioth. (Johannes 6:71; 12:4; 13:2, 26)
  • Simon de tovenaar uit Samaria. Hij wilde Petrus betalen als hij hem de "kunst" van de oplegging der handen wilde leren. Naar aanleiding hiervan ontstond de term "simonie": het verkrijgen van een kerkelijk ambt tegen betaling. (Handelingen 8:0-25)
  • Leerlooier in Joppe (lederbereider). Bij hem was Petrus te gast. (Handelingen 9:43; 10:6; 17:32)
Betekenis: Jahwe heeft gehoord; roemrijk.

Stefanus
Stefanus was een van de zeven diakenen van de vroeg-christelijke gemeente van Jeruzalem. Hij werd voor de joodse Hoge Raad gedaagd omdat hij gesproken zou hebben tegen de tempeldienst en tegen de wet. In een lange redevoering zette Stefanus uiteen dat de joden zich steeds verzet hadden tegen God. Zonder enige vorm van proces werd hij gestenigd. Paulus heeft later verklaard dat hij -voor zijn bekering- het met dit vonnis geheel eens was geweest. (Handelingen 6:5-9; 7:59; 8:2; 11:19)
Betekenis: krans.

Suzanna
  • In een apocrief aanhangsel van het boek Daniël komt de legende voor van de kuise Suzanna. Door twee oudsten werd zij bij het baden in de tuin bespied. Toen zij weigerde op hun oneerbare voorstellen in te gaan, beschuldigden zij haar van ontucht. Hierop stond de doodstraf. Daniël redde haar van de doodstraf omdat hij door een scherp verhoor van de twee oudsten de waarheid aan het licht bracht.
  • Volgelinge van Jezus. (Lucas 8:3)
Betekenis: lelie.

Bijbelse namen: T

Tabitha
Werd ook Dorcas genoemd. Deed veel goede werken in Joppe.. Door Petrus werd zij uit de dood opgewekt. (zie: Dorcas)
Betekenis: gazelle.

Tamar
  • Schoondochter van Juda. Onan weigerde haar het zwagerhuwelijk. Zij deed zich toen voor als publieke vrouw en raakte in verwachting van haar schoonvader Juda. (Genesis 38:6-30. Ruth 4:12. 1 Kronieken 2:4. Mattheüs 1:3)
  • Dochter van David en zuster van Absalom. Halfzuster van Ammon, die haar verkrachtte. Absalom vermoordde Ammon om deze daad. (2 Samuël 13:1-32. 1 Kronieken 3:9)
  • Dochter van Absalom. Waarschijnlijk getrouwd met Rehabeam. (2 Samuël 14:27)
Betekenis: palmboom.

Thomas
Discipel van Jezus. Wordt vaak de "ongelovige Thomas" genoemd, omdat hij de overige discipelen niet op hun woord geloofde dat Jezus was opgestaan. (Mattheüs 10:3. Marcus 3:18. Lucas 6:15. Johannes 11:16; 14:5; 20:24-29; 21:2. Handelingen 1:13)
Betekenis: tweeling.

Timotheüs
Jeugdige medewerker van Paulus. Hij werd in het christendom onderwezen door zijn moeder Eunice en zijn grootmoeder Loïs. Paulus gaf hem diverse taken, zoals het tot rust brengen van de gemeente van Thessalonica. (Handelingen 16:1; 17:14 en 15;18:5; 19:22; 20:4. Romeinen 16:21. ! Korinthe 4:17; 16:10. 2 Korinthe 1:1, 19. Kolossensen 1:1. 1 Thessalonicensen1:1; 3:2 en 6. 2 Thessalonicensen 1:1. 1 Timotheüs1:2, 18; 6:20. 2 Timotheüs 1:2. Filemon 1)
Betekenis: vereerder van God.

Timon
Werd gekozen tot diaken in de vroeg-christelijke gemeente te Jeruzalem. Was Griekssprekend. (Handelingen 6:5)
Betekenis: de geëerde.

Tirza
De jongste van de vijf dochters van Zeláfead. (Numeri 26:33; 27:1; 36:11. Jozua 17:3)
Betekenis: bekoorlijkheid.

Titus
Tot het christendom bekeerde heiden die als zendeling optrad; medewerker van Paulus. In Korinthe hielp hij Paulus bij het oplossen van de problemen in de christelijke gemeente en deed dat op een voortreffelijke wijze. Titus bedreef zelfstandig zending op het eiland Kreta. In zijn brief aan Titus geeft Paulus hem adviezen hoe zijn houding moet zijn o.a. tegenover de niet-gelovigen. (2 Korinthe 2:12; 7:66; 8:6, 16, 23; 12:18. Galaten 2:1, 3. 2 Timotheüs 4:10.Titus 1:3)
Betekenis: wilde duif.

Bijbelse namen: Z

Zebedeüs
De vader van de apostelen Jacobus en Johannes. Hij was getrouwd met Salome, een van de vrouwen die op Golgotha aanwezig was. (Matheüs 4:21; 10:2; 20:20; 26:37; 7:56. Marcus 1:19 en 20; 3:17, 10:35. Lucas 5:10. Johannes 21:2)
Betekenis: mijn geschenk.

Zippora
Dochter van de priester van Midian. Trouwde met Mozes. Moeder van Gersom en Eliëzer. Zij besneed eigenhandig haar zoon Gersom. (Exodus 2:21; 4:25; 18:2)
Betekenis: vogeltje.

Meer: Bijbelse namen
© 2008 - 2010 Bvell, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op 15-04-2008, laatst gewijzigd op 16-04-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Bvell is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Bijbel
  • Prisma van de bijbelse persoonsnamen. Utrecht 1990
  • Geschiedenis der kerk. Dr. H. Berkhof; Dr. Otto J. de Jong. Nijkerk 1975

Reageer op het artikel "Bekende bijbelse namen: R, S, T, Z"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.