Religie en Betekenis

Bekende bijbelse namen: G, H, I en J

Veel namen die ouders hun kinderen geven, zijn ontleend aan de Bijbel. Hier volgen enkele bekende bijbelse namen met hun betekenis, van Gabriël tot Job. De tekstverwijzingen duiden gedeelten in de Bijbel aan, waar over de genoemde personen meer informatie staat. De link onderaan het artikel verwijst naar de Special.


Bijbelse namen G

Gabriël
Aartsengel. In de Bijbel is sprake van de aanwezigheid van Gabriël bij de uitleg van de dromen van Daniël. Eveneens kondigde hij de geboorte aan van Johannes de Doper en van Jezus. (Daniël 8:16, 9:21; Lukas 1:19,26)
Betekenis: man Gods.

Gersom
Was stamvader van een groep Levieten, vader van Libni en Simi. Hij had tot taak de offerdieren in de tempel te bewaken. (Genesis 46:11; Exodus 6:15,16; Numeri 3:17-25, 4:22, 38, 41. Num.: 7:7, 10:17, 26:57. Jozua 21: 6, 27; ! Kronieken 6:1, 23:6)
Betekenis: verdrijving.

Gideon
Een van de grootste richters. Zoon van Joas uit de stam van Manasse. Hij vernietigde het altaar van de afgod Baäl, waarna men hem de bijnaam Jerubbaäl (Baäl strijdt met hem) gaf. Hij streed met een legertje van 300 man (Gideonsbende!) tegen de Midianieten en overwon. Hij nam bloedwraak op twee Midianitische koningen, Zebah en Salmuna. Na zijn dood gingen de Israëlieten weer over tot de dienst aan de afgoden. (Richteren 6:11 en 8:35)
Betekenis: de vernietiger. (met de gewonde hand?)

Bijbelse namen H

Hadassa
Joodse naam van Esther. Voor betekenis: zie Esther.

Hagar
Slavin van Sara, de vrouw van Abraham. Bij haar verwekte Abraham zijn zoon Ismaël. Toen Isaäc geboren werd, stuurde Abraham op verzoek van Sara de slavin en haar zoon weg. (Genesis 16: 1-16; 21:9,14, 17; 25:12)
Betekenis: vreemde vluchteling.

Hanna
Eerste vrouw van Elkana en de moeder van Samuël. Om haar aanvankelijke kinderloosheid werd zij door de bijvrouw van Elkana, Penina, veracht. Zij legde de gelofte af als haar een zoon geboren zou worden, die af te zonderen voor de dienst van God. Haar zoon Samuël stelde zij in de tabernakel onder toezicht van Eli. (1 Samuël 2:1-10; 2:22)
Betekenis: God is mij genadig geweest.

Bijbelse namen I

Isaäc,(Izaäk, Izak)
Zoon van Abraham en Sara. Vader van de tweeling Jacob en Ezau. God droeg hem op zijn zoon te offeren op de berg Moria, maar verhinderde dit Zelf op het laatste moment. Isaäc was getrouwd met Rebekka. Op latere leeftijd werd hij blind. Jacob misleidde zijn blinde vader en ontfutselde hem de zegen die voor zijn broer Ezau bestemd was. Isaäc stierf op 180-jarige leeftijd. (zie o.a. de boeken Genesis, Exodus, Leviticus, etc.)
Betekenis: Hij (God) moge lachen.

Ismaël
Zie uitleg bij Abraham en Hagar. Stamvader van de Ismaëlieten en de Arabieren. (o.a. Genesis 16, etc.)
Betekenis: God hoort.

Bijbelse namen J

Jacob
Derde van de zg. aartsvaders. Zoon van Isaäc en Rebekka. De stamvader van Israël. Hij moest vluchten voor de wraak van zijn broer, omdat hij bedriegelijk zijn vader de zegen ontstolen had die voor zijn broer bestemd was. Hij vluchtte naar zijn oom Laban, de broer van zijn moeder. Hij trouwde daar met Lea en Rachel. Aan de rivier de Jabbok kreeg hij, na een worsteling met God, de erenaam Israël (God zal voor mij strijden). Na zijn terugkeer verzoende hij zich met zijn broer. Zijn zoon Jozef werd door de andere zonen van Jacob verkocht als slaaf en kwam in Egypte terecht waar hij onderkoning werd. Hij gaf bevel graanvoorraden aan te leggen voor de komende "magere" jaren. Zijn broers, die jaren later graan kwamen kopen in Egypte, herkenden hem aanvankelijk niet, totdat hij zich aan hen bekendmaakte. Jacob kwam, op uitnodiging van Jozef, met zijn hele familie in Egypte wonen. De twaalf zonen van Jacob gaven in later tijd hun naam aan de twaalf stammen van Israël. (voornamelijk het boek Genesis, en dan met name de hoofdstukken 25 t/m 50)
Betekenis: hielenlichter, bedrieger, beschermer, (God) beschermt.

Jacobus
Een van de twaalf discipelen van Jezus. Zoon van Zebedeüs en Salomé, broer van de discipel Johannes. Zij werden door Jezus 'Boanerges' genoemd: zonen des donders. Jacobus werd in het jaar 44 door koning Agrippa ter dood gebracht.
  • Ook: Zoon van Alfeüs, eveneens één van de twaalf discipelen van Jezus.
  • Ook: broer van Jezus. Later genoemd 'de broeder des Heeren'. Pas na de opstanding van Jezus kwam hij tot geloof en werd een van de leiders van de eerste christengemeente in Jeruzalem. Hij schreef de brief van Jacobus. Naar hem is de beroemde Spaanse bedevaartplaats Santiago (Sint Jacob) de Compostella genoemd.
  • Ook: vader van de apostel Judas.
(de evangeliën)(Mattheüs 10:3; Handelingen 1:13)(Mattheüs 13:55; Markus 3: 21, 31. Galaten 1:19, 2:9; boek Handelingen, div. fragmenten; Jacobus 1:1)(Lucas 16:6; Handelingen 1:13)
Betekenis: zie Jacob.

Jannes
Egyptische magiër en tijde van Mozes. Hij wordt altijd in één adem genoemd met zijn broer Jambres. (2 Timotheüs 3:8)
Betekenis: opstandig.

Jesse
Andere naam voor Isaï. Zijn jongste zoon was David. (o.a. Ruth 4: 17, 22; 1 Samuël 16:1-22, etc.)
Betekenis: man van Jahwe, man Gods.

Joanan
Voorvader van Jezus. (Lucas 3:27)
Betekenis: God is genadig.

Job
Herdersvorst in de tijd van de aartsvaders. Job werd door de duivel zwaar op de proef gesteld; hij verloor zijn bezit, zijn kinderen en zijn gezondheid. "In dit alles zondigde Job niet." Zijn vrienden wezen hem er op dat al deze dingen hem overkwamen om zijn zonden. God maakte zelf een eind aan de beproevingen van Job en schonk hem alles dubbel terug. (het boek Job)
Betekenis: de vervolgde.

Johanna
Een van de vrouwen die door Jezus genezen was. Vrouw van Chusas. Zij was een van de getuigen van het lege graf in de hof van Jozef van Arimathea. (Lucas 8:3; 24:10)
Betekenis: Jahwe is genadig.

Johannes
Voorloper van de Messias. Bijgenaamd de Doper. Zoon van de priester Zacharias en zijn vrouw Elizabeth, een nicht van Maria de moeder van Jezus. Hij trad op in het Jordaandal bij Bethabara waar hij doopte. Hij predikte de doop der bekering tot vergeving der zonden en predikte de komende Messias, die zou dopen met de Heilige Geest en met vuur. Ook Jezus werd op Zijn uitdrukkelijke wens door Johannes gedoopt. Johannes werd door Herodus Antipas gevangen genomen en op verzoek van diens dochter onthoofd.
  • Ook: discipel van Jezus. Samen met zijn broer Jacobus en de apostel Petrus behoorde hij tot de vertrouwelingen van Jezus. Hij is de schrijver van het Evangelie van Johannes, de drie brieven van Johannes en het boek Openbaring (Apokalyps). Onder keizer Domitianus werd hij verbannen naar het eiland Patmos. ( Zie de vier Evangeliën)
Betekenis: Jahwe is genadig.

Jonathan
Oudste zoon van koning Saul. Vriend van David. Hij werd samen met koning Saul en zijn broers gedood in de strijd tegen de Filistijnen op het gebergte Gilboa. (zie het boek Samuël vanaf hoofdstuk 13).
  • Ook: Kleinzoon van Mozes. Priester in Dan. (Richteren 18:30)
  • Ook: Zoon van de priester Abjathar. Hielp David tijdens de opstand van diens zoon Absalom. (2 Samuël 16: 27, 36)
  • Ook: Tegenstander van Ezra bij het ontbinden van gemengde huwelijken na de Babylonische ballingschap. (Ezra 10:15)
Betekenis:Jahwe heeft gegeven.

Jozef
Na Benjamin de jongste zoon van Jacob. Jozef werd door zijn jaloerse broers als slaaf verkocht. Zijn broers suggereerden tegenover hun vader dat Jozef door een wild dier verscheurd was. In Egypte kwam Jozef in dienst van een overste van de farao, Potifar. De vrouw van Potifar trachtte hem te verleiden. Toen dat mislukte, beschuldige zij hem er van haar te hebben willen aanranden. Jozef werd gevangen gezet. In de gevangenis verklaarde hij de dromen van de schenker en de bakker, dienaren aan het hof van farao. Vervolgens verklaarde hij twee dromen van farao zelf. Hierna werd hij, na de farao, de belangrijkste man in Egypte. Hij werd onderkoning. Omdat de dromen van de farao er aanleiding toe gaven. liet hij tijdens jaren van voorspoedige oogsten enorme voorraden aanleggen voor de slechte jaren die komen zouden. Tijdens de jaren van hongersnood kwam men van heinde en ver om in Egypte koren te kopen. Jozef trouwde met Asnat, de dochter van de priester van On. Uit dit huwelijk werden twee zonen geboren: Manasse en Efraïm. Ook de broers van Jozef kwamen naar Egypte om koren te kopen. Aanvankelijk maakte Jozef zich niet aan hen bekend. Nadat hij dat gedaan had, verhuisde zijn vader met al de zijnen naar Egypte. Manasse en Efraïm werden de stamvaders van de gelijknamige stammen in het noordelijk deel van Israël. Jozef stierf op 110-jarige leeftijd. (Voornamelijk het boek Genesis vanaf hoofdstuk 30)
Betekenis: God voege (er aan) toe.

Judith
Vrouw van Ezau. Zij was een "kwelling des geestes" voor Isaäc en Rebecca. (Genesis 26: 34, 36)
Betekenis: Jeduse vrouw; vrouw uit Juda.

Meer: Bijbelse namen
© 2008 - 2009 Bvell, gepubliceerd in Religie (Mens en Samenleving) op 04-04-2008, laatst gewijzigd op 16-04-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Bvell is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Bekende bijbelse namen: G, H, I en J"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.