InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Sociaal cultureel > Bestaansrecht verenigingen: Te klein is niet fijn

Bestaansrecht verenigingen: Te klein is niet fijn

Het is een probleem waar veel kleine dorpen mee te kampen hebben, het steeds kleiner worden en het verminderen van jeugd. Maar heeft dit ook invloed op de sportverenigingen van deze dorpen? Waar er in de jaren ’80 nog een tennisvereniging, voetbalvereniging, turnvereniging en volleybalvereniging waren in kleine dorpen, is er nu vaak alleen nog maar een kleine voetbalvereniging en zelfs die hebben vaak moeite om het hoofd boven water te houden. De vraag is hebben deze sportverenigingen in kleine dorpen vandaag de dag nog wel bestaansrecht? Bestaansrecht wat te vinden is in voldoende leden, gezonde financiën en genoeg vrijwilligers.

Sportverenigingen toen en nu

Als we kijken naar de sportvereniging dertig jaar geleden en de sportverenigingen nu, dan is het duidelijk dat er wat veranderd is. De verandering die hier gaande is, is een kenmerk van veel kleine dorpen. Dertig jaar geleden waren kleine dorpen in het bezit van meer sportverenigingen dan nu, er was een voetbalvereniging, volleybalvereniging, turnvereniging, badmintonvereniging, tennisvereniging, basketbalvereniging, tafeltennisvereniging en een damvereniging (Hoefnagel, 2014). Nu dertig jaar later zijn er hier vaak nog maar twee of drie verenigingen van over. De oorzaak van het afnemen van deze verenigingen in kleine dorpen is vaak omdat het dorp simpelweg niet groot genoeg is om zo veel verenigingen te onderhouden, daarom zijn veel van deze verenigingen verhuist naar een grotere stad in de buurt waar ze samen met de andere kleine verenigingetjes uit de andere dorpen één grotere vereniging werden.

Ook speelde de sportvereniging in de ontwikkeling van de moderne sport een belangrijke rol, namelijk aan de ene kant de rol van de ontspanningsvereniging, er voor zorgen dat iedereen lekker kon sporten en aan de andere kant ook de rol van de dienstverlenende organisatie. Ondanks deze twee uitersten stond het mogelijk maken en het bevorderen van sport centraal (Broeke, 2011). Nu een aantal jaren later is dit nog steeds wat een sportvereniging doet, alleen zijn er wel wat dingen veranderd. In de loop der jaren werden sportverenigingen namelijk steeds meer aan banden gelegd door de overkoepelende sportfederaties. Deze overkoepelende organisaties legden van bovenaf van alles op, hierdoor werd de passie van de vereniging, het zelf organiseren van de sport, flink ingeperkt.

De vraag is of deze twee invloeden het bestaansrecht van een kleine vereniging in gevaar brengen? Ten eerste het bovenste probleem genomen, waarbij de kleine sportverenigingen verhuizen naar de grotere stad, kan gezien worden als een probleem wat het bestaansrecht van de kleine verenigingen bedreigt, dit omdat het probleem aangeeft dat het dorp te klein is om een vereniging of verenigingen in leven te houden. Als er in dertig jaar tijd al zes verenigingen minder zijn, wie zegt dan dat de voetbalvereniging en de tennisvereniging over tien jaar nog bestaan?

Maar daarom kan dit probleem juist als een voordeel gezien worden voor het bestaansrecht van de kleine verenigingen die er nog zijn. Want doordat de allerkleinste ‘overbodige’ verenigingen er niet meer zijn, zullen de meeste mensen toch eerder kiezen voor de sport in hun dorp en dit zorgt er dus voor dat er meer leden zullen zijn, dan de verenigingen zouden hebben als er meer verenigingen waren. In het artikel van (Hoekman, 2009) staat ook beschreven dat de deelname met sporten bij een vereniging in de afgelopen jaar is toegenomen. Rond 1963 was het lidmaatschap van sportverenigingen ongeveer 19%, dit is in 2007 opgelopen naar 71%.

Ten tweede, zoals het artikel van (Broeke, 2011) beschrijft, begonnen overkoepelende organisaties zich in de loop der jaren steeds meer te bemoeien met de sportverenigingen. Eerst werd dit gezien als een negatief punt, aangezien hierdoor de passie van de verenigingen werd ingeperkt. Maar kan dit juist niet als een pluspunt gezien worden voor kleine verenigingen? Aangezien een kleine vereniging het vaak niet alleen redt en juist hulp van buitenaf erg goed kan gebruiken?

Allebei de ‘problemen’ kunnen dus als voordeel gezien worden. Vooral omdat het erg duidelijk naar voren komt dat het aantal sportbeoefenaars bij een vereniging zijn toegenomen. Dit is iets wat erg belangrijk is voor het bestaansrecht van de sportverenigingen, want zonder leden ben je nergens. Vergeleken met vroeger is het bestaansrecht van de verenigingen daarom groter geworden.

De vereniging voor en door de leden, lukt dit wel?

Een terugkomend aspect van veel verenigingen is toch het motto ‘voor leden en door leden’, want waar is een sportvereniging zonder leden? Het kenmerkende aspect van een vereniging is dan ook dat mensen niet betalen om op hun wenken bediend te worden, maar dat het bij een vereniging vooral draait om het feit dat jij wil sporten en dat jij dat dus ook mogelijk zal moeten maken.

Het hebben van genoeg leden is dus een belangrijk aspect voor het bestaansrecht van een vereniging. Hoe zit het met de inzet van de dorpsbewoners voor de sportvereniging in kleine dorpen? Hebben kleine vereniging genoeg animo voor hun vereniging, zijn er voldoende vrijwilligers, worden de wedstrijden druk bezocht, is de kantine een plek voor iedereen? Dit zijn allemaal dingen die belangrijk zijn voor het bestaansrecht van een vereniging. De vraag is dus, is het bewonersaantal in het dorp voldoende om de vereniging te onderhouden? En zijn deze mensen ook bereid om zich in te zetten voor de ‘eigen vereniging’ of is dat tegenwoordig niet meer zo?

Als er gekeken wordt naar hoe de vereniging nu functioneert, dan wordt het meteen duidelijk dat de verenigingen het vaak ondanks de kleine inwoneraantallen nog steeds red. Dit geeft aan dat een vereniging het ook kan redden met minder inwoners, als er maar wel genoeg animo is voor leden en vrijwilligers.

In de Noordoostpolder zijn meerdere voetbalverenigingen die het prima redden met ongeveer 15 teams. Neem nou Tollebeek, het buurtdorp, 19 teams (Tollebeek, 2014), Kraggenburg, 9 teams (Kraggenburg, 2014), Bant, 9 teams (Bant, 2014), Espel, 14 teams (Espel, 2014) en Creil, 15 teams (Creil, 2014). Als hier naar gekeken wordt dan wordt het al snel duidelijk dat verenigingen dit best redden. Het mooie van al deze kleine verenigingen is dat ze dan met elkaar de competitie kunnen aangaan en dus niet ver hoeven te rijden. Zouden al deze kleine verenigingen samen gaan tot één grote vereniging, gaat deze competitie verloren en zou er bijvoorbeeld verder gereden moeten worden.

Verenigingen hebben het wel steeds moeilijker met het vinden van vrijwilligers. Dit kan het bestaansrecht van de verenigingen beïnvloeden, want zoals eerder beschreven zonder vrijwilligers is een vereniging nergens. Een vereniging moet hiervoor maatregelen gaan treffen, voorbeelden hiervan zijn dat de jeugd verplicht vaste kantine diensten moeten gaan draaien en als het probleem dan niet is opgelost kunnen ook ouders het verplicht moeten gaan uitvoeren. Als een vereniging dit probleem goed aanpakt, zal het tekort aan vrijwilligers een probleem vormen voor het bestaansrecht.

Welke hulp komt er van buitenaf?

Als een kleine sportvereniging alles zelf zou moeten doen hoe zouden ze dan een eigen clubgebouw kunnen hebben? Of eigen velden? Voldoende geld? En ga zo maar door.

Tegenwoordig worden juist die dingen in medewerking met bijvoorbeeld de gemeente gedaan. De gemeente zorgt voor subsidies, waardoor de vereniging financieel op de been kan blijven, de gemeente zorgt voor de mogelijkheid om velden en een clubhuis te huren, de gemeente zorgt voor het maaien van het gras en ga zo maar door. Juist deze dingen maken dat een kleine vereniging zijn bestaansrecht kan houden. Maar is er genoeg hulp voor kleine sportverenigingen? Het is een feit dat verenigingen het tegenwoordig financieel zwaarder krijgen omdat de subsidies naar beneden gaan, maar is het ook zo dat verenigingen hierdoor in zwaar weer komen?

NOC*NSF is de overkoepelende sportbond van alle sporten en verenigingen. Maar houdt deze bond zich alleen bezig met de grote problemen of hebben zij ook oog voor de kleine sportverenigingen? Het antwoord hierop is ja, natuurlijk houdt het NOC*NSF zich ook bezig met de kleine sportverenigingen en ook het NOC*NSF heeft door dat kleine verenigingen problemen hebben. Om deze problemen tegen te gaan hebben zij het sportdorp gerealiseerd. Sportdorp is een project waarbij een samenwerking is gerealiseerd tussen de sportverenigingen. Omdat in een dorp vaak maar een beperkt sportaanbod is, is er een samenwerking gerealiseerd wat zorgt voor een breder sportaanbod wat is afgestemd op de wensen en behoeften van de dorpsbewoners. Door het stimuleren van een samenwerking tussen verenigingen ontstaan er voordelen waarvan de sportvereniging weer profijt van kan hebben. Voorbeelden hiervan zijn dat het besturen makkelijker wordt door de samenwerking, er is kans op meer actieve vrijwilligers omdat zij door het sportdorp geprikkeld zijn en het kan ook weer zorgen voor meer leden voor de vereniging (Schoonderwoert, 2014).

De hulp van buitenaf is juist bij kleine verenigingen dus wel aanwezig. Hierdoor hebben ook kleine verenigingen nog kans om door te gaan. Het bestaansrecht voor verenigingen wordt soms wel in gevaar gebracht met verlagingen van subsidies, maar uiteindelijk zal er altijd hulp van buitenaf zijn als een vereniging in zwaar weer komt.

Kleine sportverenigingen zijn dus nog niet verloren?

Al met al hebben sportverenigingen in kleine dorpen echt nog wel bestaansrecht, ze hebben nog wel een kans op overleven. Voor de sportverenigingen van nu maakt het niet uit dat er vroeger meer verenigingen maken, dit is juist een positief punt voor de verenigingen van nu. Voor de sportverenigingen in kleine dorpen is het ook geen probleem dat er maar dertien teams zijn, dit geeft juist zijn charme aan de competities in de Noordoostpolder, want wat als het één grote club zou worden, zou dan heel het poldervoetbal verdwenen zijn?

En we kunnen het bestaansrecht van kleine verenigingen toch niet opgeven als zelfs het NOC*NSF zich er voor inzet? Dan moeten we met zijn allen strijden om de verenigingen te laten bestaan, zodat er elke zaterdag weer een wedstrijd gevoetbald kan worden tegen het buurtdorp, zodat elk kind toch nog een sport in zijn eigen dorp kan beoefenen en zodat we de Nederlandse verenigingssport niet laten uitsterven zoals we hem kennen.

Het bestaansrecht van kleine sportverenigingen verdwijnt langzaam maar zeker? Dat hoeft niet te gebeuren als iedereen er maar voor gaat!
© 2014 - 2019 Leannemunnik, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Atletiek, moeder der sporten!Atletiek, moeder der sporten!Atletiek is een heel oude sport, een van de oudste, en de basis voor veel sporten. Meer informatie over de onderdelen, e…
Live voetbal en meer sporten gratis op je pc kijken!Live voetbal en meer sporten gratis op je pc kijken!Tegenwoordig worden er geen volledige voetbalwedstrijden op televisie uitgezonden. We moeten het maar doen met een samen…
Balspelen: de geschiedenisBalspelen: de geschiedenisBijna iedereen speelt wel eens in balspel. Hetzij op school tijdens de gymles, hetzij bij een sportvereniging. Er zijn b…
Bronnen en referenties
  • Bant, S. (2014). sc bant. Opgehaald van http://www.scbant.nl/scbant/index.php/voetbal
  • Broeke, A. (2011, november 22). sportknowhow'xl. Opgehaald van sportknowhow'xl: http://www.sportknowhowxl.nl/BoekenMetBroeke/6473
  • CBS. (2012). CBS. Opgehaald van CBS: http://www.stadindex.nl/nagele
  • Creil, S. (2014). sc creil. Opgehaald van http://www.sccreil.nl/teams.aspx
  • Espel, S. (2014). sc espel. Opgehaald van http://www.scespel.com/
  • Hoefnagel, W. (2014, maart 11). (C. Hoefnagel, Interviewer)
  • Hoekman, R. (2009, juni 3). Mulier Instituut. Opgehaald van Mulier Instituut: http://www.mulierinstituut.nl/media_opinie/columns/sport-lokaal/sportlokaal-3-2009.pdf
  • Kraggenburg, F. (2014). fc kraggenburg. Opgehaald van http://www.fckraggenburg.nl/teams.html
  • Nagele, V. (2012/2013). vv nagele. Opgehaald van vv nagele: http://vvnagele.nl/wp-content/uploads/2012/09/Informatieboekje-vv-nagele-2012.doc.pdf
  • Nagele, V. (2013/2014). vv nagele. Opgehaald van http://vvnagele.nl/wp-content/uploads/2013/09/Boekje-vv-Nagele-2013-PDF.pdf
  • Nagele, V. (2014). vv nagele. Opgehaald van vv nagele: http://vvnagele.nl/
  • Schoonderwoert, R. (2014, maart 13). (C. Hoefnagel, Interviewer)
  • Sportdorp. (2014). sportdorp nagele. Opgehaald van http://www.sportdorpnagele.nl/ons-sportdorp/
  • Sturkenboom, E. (2012, augustus 20). Opgehaald van Igitur Universiteitsbibliotheek: http://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/254270/eindversie%202.pdf?sequence=1
  • Tollebeek, V. (2014). vv tollebeek. Opgehaald van http://www.vvtollebeek.nl/
  • Bant, S. (2014). sc bant. Opgehaald van http://www.scbant.nl/scbant/index.php/voetbal
  • Broeke, A. (2011, november 22). sportknowhow'xl. Opgehaald van sportknowhow'xl: http://www.sportknowhowxl.nl/BoekenMetBroeke/6473
  • CBS. (2012). CBS. Opgehaald van CBS: http://www.stadindex.nl/nagele
  • Creil, S. (2014). sc creil. Opgehaald van http://www.sccreil.nl/teams.aspx
  • Espel, S. (2014). sc espel. Opgehaald van http://www.scespel.com/
  • Hoefnagel, W. (2014, maart 11). (C. Hoefnagel, Interviewer)
  • Hoekman, R. (2009, juni 3). Mulier Instituut. Opgehaald van Mulier Instituut: http://www.mulierinstituut.nl/media_opinie/columns/sport-lokaal/sportlokaal-3-2009.pdf
  • Kraggenburg, F. (2014). fc kraggenburg. Opgehaald van http://www.fckraggenburg.nl/teams.html
  • Nagele, V. (2012/2013). vv nagele. Opgehaald van vv nagele: http://vvnagele.nl/wp-content/uploads/2012/09/Informatieboekje-vv-nagele-2012.doc.pdf
  • Nagele, V. (2013/2014). vv nagele. Opgehaald van http://vvnagele.nl/wp-content/uploads/2013/09/Boekje-vv-Nagele-2013-PDF.pdf
  • Nagele, V. (2014). vv nagele. Opgehaald van vv nagele: http://vvnagele.nl/
  • Schoonderwoert, R. (2014, maart 13). (C. Hoefnagel, Interviewer)
  • Sportdorp. (2014). sportdorp nagele. Opgehaald van http://www.sportdorpnagele.nl/ons-sportdorp/
  • Sturkenboom, E. (2012, augustus 20). Opgehaald van Igitur Universiteitsbibliotheek: http://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/254270/eindversie%202.pdf?sequence=1
  • Tollebeek, V. (2014). vv tollebeek. Opgehaald van http://www.vvtollebeek.nl/

Reageer op het artikel "Bestaansrecht verenigingen: Te klein is niet fijn"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Leannemunnik
Gepubliceerd: 16-04-2014
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Sociaal cultureel
Bronnen en referenties: 30
Schrijf mee!