InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Religie > De betekenis van de zaligsprekingen van Jezus

De betekenis van de zaligsprekingen van Jezus

De betekenis van de zaligsprekingen van Jezus De acht zaligsprekingen van Jezus in Matteüs 5:3-12 (vgl. Luc. 6:20-23) staan in de christelijke wereld bekend als één van de meest vertroostende teksten van de Bijbel. De teksten bieden voor armen, zieken en slachtoffers troostende woorden in de vorm van een hoop op een betere toekomst in het koninkrijk van God. Hiermee zeggen deze teksten iets over de zin van het huidige leven met haar leed en beperkingen. God kijkt naar deze mensen om, waardoor zij dichter bij Hem komen. Hetzelfde geldt voor de mensen met een christelijke levenshouding.

Waar gaan de zaligsprekingen over?

Jezus opende volgens Matteüs Zijn bergrede met de acht zaligsprekingen. De aanleiding van deze bergrede wordt volgens Matteüs 4:23-5:1 gevormd door de enorme schare van mensen die Jezus fysiek volgden na de eerste keren dat Hij mensen genas. Toen Jezus hen opmerkte ging Hij volgens Matteüs een berg op en begon te vertellen.

Volgens Chouinard (bron 3) is het mogelijk dat Matteüs met dit verhaal een parallel tussen Jezus en Mozes heeft willen belichten. Mozes beklom tweemaal de Sinaïberg om daar de Wet van God te krijgen. Zoals Mozes (Ex. 19-20 & 34) beklom ook Jezus een berg, alleen bood Hij de mensen de ware interpretatie van de Wet van Mozes. De zaligsprekingen zeggen dan ook veel over hoe men moet leven zonder met nieuwe wetten te komen, maar door principes die al in het Oude Testament te vinden waren te herhalen.

Voor velen zullen de zaligsprekingen de eerste woorden geweest zijn die zij van Jezus hoorden. De zaligsprekingen kunnen daardoor worden gezien als een manier waarop Jezus zichzelf, God en Zijn religieuze beweging voorstelde aan dit publiek. De zaligsprekingen vertellen deze mensen dat God omkijkt naar de verschoppelingen in de maatschappij en naar degenen die willen leven zoals God dat wil.

Nederigheid

"Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen." (Mat. 5:3)
"Zalig gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods." (Luc. 6:20b)

De zaligspreking "zalig de armen van geest" lijkt een dubbele betekenis te hebben. Het gaat enerzijds over mensen die materieel arm zijn (vgl. Luc. 6:20b). Doordat zij niet of nauwelijks zelfvoorzienend zijn leven zij in afhankelijkheid van God en anderen. De ervaring van deze afhankelijkheid is precies de reden waarom zij gezegend zijn. In tegenstelling tot veel rijke mensen beseffen zij zich namelijk dat zij geestelijk gezien ook in armoede leven en God nodig hebben (vgl. Op. 3:17). Anderzijds gaat het over iedereen die zich deze geestelijke armoede realiseert, ook als zij tot de middenstand horen of rijk zijn.1

Volgens Spence en Exell (bron 8) gebruikte Jezus bewust het Griekse woord ptōchoi en niet het woord penēsin om de 'armen' van geest te beschrijven. Ptōchoi betekent 'armen' in de zin van iemand die letterlijk niets heeft en die moet bedelen om in zijn of haar bestaan te voorzien. Penēsin daarentegen betekent 'armen' in de zin van iemand die nog wel zijn brood verdient met werk (bijvoorbeeld als dagloner), maar die weinig heeft om van rond te komen. De arme van Geest is dus iemand die zich realiseert dat hij volledig verstoken is van geestelijke rijkdom en God niets te bieden heeft.

Het koninkrijk van God is van deze mensen. Dit moet volgens Morris (bron 7) worden begrepen als een gevolg, niet als een beloning. Zij verdienen het niet om het hemelse Koninkrijk te bezitten, maar God ziet naar hen om. Dit geldt ook voor de andere zaligsprekingen.

Verdriet

"Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden." (Mat. 5:4)
"Zalig gij, die nu weent, want gij zult lachen." (Luc. 6:21b)

In de zaligspreking "zalig die treuren" wordt niet beschreven wat de redenen van het treuren precies zijn. Veel Bijbelcommentatoren proberen daarom in te vullen wat deze redenen zijn. Zo stellen Spence en Exell (bron 8) naar aanleiding van Jesaja 61:2 dat Jezus hierbij dacht aan de geestelijke armoede uit de eerste zaligspreking. Hendriksen (bron 5) gaat ook daarvan uit, maar voegt hier naar aanleiding van Psalm 51 nog aan toe dat het ook gaat over hen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zoals in de vierde zaligspreking staat. Alleen (bron 1) stelt, naar aanleiding van Jes. 61:1-3, dat het treuren gaat om de zondige staat van Israël, waardoor Gods plannen met het land worden gedwarsboomd. Morris (bron 7) stelt, naar aanleiding van Psalm 119:136, dat het gaat over het kwaad in het algemeen, veroorzaakt door de zucht naar plezier en bevrediging. Hagner (bron 4) noemt, naar aanleiding van Jesaja 61, de traagheid van de komst van Gods gerechtigheid als reden voor het treuren.

Allemaal zijn ze het erover eens dat het treuren niet om aardse zaken, zoals verlies (van mensen), ziekte, pijn en armoede gaat. Het gaat om geestelijke zaken, zoals de relatie met God, de zondige staat van de wereld en de geestelijke armoede van de treurenden zelf. Desondanks is het niet uitgesloten dat de mensen treuren om aardse zaken.

Er kan namelijk gezegd worden dat veel aardse zaken die tot verdriet leiden verbonden zijn met de bovengenoemde zaken. Zo heeft iemand die in een oorlog al haar bezittingen verliest onrecht ondergaan. Hiernaast heeft de zondige staat van de wereld een grote impact op mensen, die daardoor arm, eenzaam of zelfs ziek kunnen worden. Het verdriet van de mensen zal dan zowel om de geestelijke kant als om de aardse kant zijn. De vertroosting die God hen belooft zal dan ook een vertroosting van al het verdriet zijn (vgl. Op.21:4).

Zachtmoedigheid

"Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven." (Mat. 5:5)

De derde zaligspreking is een citaat van de Griekse LXX vertaling van Psalm 37:11. Ook lijkt de zaligspreking dusdanig op de eerste zaligspreking dat er volgens Allen (bron 1) geen verschil in betekenis is tussen 'armen van geest' en 'zachtmoedigen'. Volgens Hendriksen (bron 5) is er wel een verschil maar is het klein. Waar 'arm van geest' vooral betrekking heeft op hoe iemand naar zichzelf kijkt, heeft 'zachtmoedigheid' van doen met de manier waarop iemand zich gedraagt in relatie tot God en de medemens.

Zachtmoedigheid moet niet verward worden met zwakte. Ook de sterken kunnen zachtmoedig zijn. Zachtmoedig zijn betekent volgens Augsburger (bron 2) namelijk dat iemand geniet van de orde van God's schepping, dat iemand vriendelijk is en dat iemand gedisciplineerd is.

Spence en Exell (bron 8) lezen de Griekse term praeis, dat wordt vertaald als 'zachtmoedigen', als een term die beschrijft hoe een leerling zich gedraagt tegenover zijn leraar op het moment dat die lesgeeft, of hoe een kind zich gedraagt tegenover zijn vader op het moment dat die zijn ouderlijke macht uitoefent, of hoe een dienstknecht zich gedraagt op het moment dat zijn meester hem een opdracht geeft. In het Oude Testament werd de term gebruikt om mensen te beschrijven die op God vertrouwden in plaats van op hun eigen kracht, bijvoorbeeld voor het oplossen van ongerechtigheid.

Hun houding zorgt ervoor dat de zachtmoedigen de aarde beërven. Zij verdienen het niet door hun goede gedrag, maar krijgen het omdat zij gestalte geven aan het zijn van een kind van God, door hun vertrouwen op Hem te stellen en te leven naar het voorbeeld dat Christus gaf. Het idee van de zachtmoedigen die de aarde beërven is een groot contrast met de huidige politieke en militaire realiteit, waarin de sterksten en slimsten de macht hebben en in veel gevallen anderen onderwerpen.

Hongeren

"Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden." (Mat. 5:6)
"Zalig, gij, die nu hongert, want gij zult verzadigd worden." (Luc. 6:21a)

Net als de eerste zaligspreking heeft de vierde zaligspreking een dubbele betekenis. Volgens Lucas gaat het over mensen die 'hongeren'. Deze mensen zijn arm, zoals in de eerste zaligspreking (Luc. 6:20b). Volgens Matteüs gaat het over een 'hongeren naar gerechtigheid'. De meningen verschillen over hoe de Mattheaanse versie van de zaligspreking gelezen moet worden. Gaat het hier stiekem ook om mensen die letterlijk honger en dorst hebben? Zoals Hagner (bron 4) beweert. Of gaat het om mensen die hongeren en dorsten naar geestelijke zaken? Zoals Morris (bron 7) beweert. Het lijkt om beiden te gaan. Zij die fysiek hongeren hebben Gods gerechtigheid nodig.

Volgens het vers zullen de hongerende mensen verzadigd worden. Dit doet denken aan de gelijkenis over de rijke man en de arme Lazarus in Lucas 16:19-31. De arme Lazarus was een bedelaar die lag bij het voorportaal van het huis van de rijke man. Toen hij stierf werd hij door engelen gedragen en in Abraham's schoot gelegd, hij werd verzadigd. De rijke wachtte echter een heel ander lot. Na zijn dood werd hij constant gepijnigd, zonder uitzicht op verbetering in zijn situatie en met het uitzicht dat ook zijn familie dit lot zou wachten.

In het verhaal is te zien dat God zich het lot van de arme, hongerende en dorstende, aantrekt (vgl. Luc. 1:47-54). Daardoor brengt het hongeren en dorsten (naar gerechtigheid, maar ook fysiek) mensen dichter bij Hem. Degene die nooit hongert, en die geen oog heeft voor hen die wel hongeren, verwijdert zich door zijn of haar status van God.

Barmhartigheid

"Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden." (Mat. 5:7)

De vijfde zaligspreking gaat over de mensen die eleēmones zijn. Het is niet volledig duidelijk wat deze Griekse term betekent omdat het maar twee keer in het Nieuwe Testament voorkomt, namelijk in deze zaligspreking en in Hebreeen 2:17. In het Engelse taalveld wordt het vertaald als 'genadig' (merciful), maar in de Septuaginta wordt het woord gebruikt om het Hebreeuwse hesed te vertalen. Dat woord wordt echter vertaald op verschillende manieren, waaronder 'liefdevol' en varianten op dat woord (MacArthur - Bron 6). In Nederlandse Bijbelvertalingen wordt het vertaald als 'barmhartigheid', waarmee de ontferming over de ander bedoeld wordt.

In de christelijke ethiek, zoals die in het boek Matteüs gepresenteerd wordt, speelt genade (of: barmhartigheid) volgens Hagner (bron 4) een belangrijke rol. Zo benadrukt Matteüs dat barmhartigheid belangrijker is dan het brengen van offerandes (Mat. 9:13; 12:7; 23:23). Ook zijn er veel teksten waarin wordt beschreven dat mensen die barmhartig of vergevingsgezind zijn ook zo door God zullen worden behandeld (Mat. 6:12-15; 7:1-5; 18:21-35).

De gelovige wordt opgeroepen om deze barmhartigheid zoveel mogelijk te tonen, ook als mensen hen hebben benadeeld. Er lijken hier drie redenen voor te zijn. De eerste is de praktische reden dat God de gelovige dan ook barmhartigheid toont (vgl. Mat. 6:12; 7:1-2). De tweede is dat men hiermee kan laten zien hoe God en het Koninkrijk Gods zijn. De derde is dat men zich via deze weg inleeft in God, die ook bereid is om mensen barmhartigheid te tonen terwijl zij tegen Hem gezondigd hebben (vgl. Mat. 18:23-35).

Reinheid

"Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien." (Mat. 5:8)

De zesde zaligspreking gaat over de reinen van hart. Volgens Morris (bron 7) bedoelde Matteüs met het hart de 'zetel van de collectieve energieën van de mens, de focus van het persoonlijke leven en de zetel van zowel de rationele als de emotionele en volatiele elementen van het menselijk leven'. In het hart bevinden zich volgens Morris dan ook de morele en religieuze gesteldheid van de mens. Het hart is dus het centrum van ons zijn. In de zaligspreking wordt daarom, volgens Hagner (bron 4), bij goede daden ook gevraagd om integriteit hierbij.

Als iemand een rein hart heeft dan zal diegene God zien. Dit 'zien' kan op twee manieren gebeuren. De eerste (en aardse) luidt dat men God op een andere manier gaat zien dan dat mensen die een onrein hart hebben Hem zien. Het zien van God op deze manier helpt om het leven (en het vele leed in de wereld) zin te geven, omdat men het ziet als de opbouw naar de voleinding van de wereld (vgl. Mat. 28:20) en de komst van een vernieuwde schepping (Op. 21:1). Dit 'zien' en herkennen van God kan volgens Hendriksen (bron 5) alleen wanneer iemand als God is, rein van hart (vgl. 1 Pet. 1:16).

De tweede (en eschatologische) manier luidt dat de reinen van hart God zullen zien tijdens de voltrekking van Zijn oordeel over de aarde en in het hiernamaals. Dan zullen de omstandigheden op aarde hetzelfde zijn als die in de hemel (Op. 21:10) en zal de aarde vol zijn van kennis van God (Jes. 11:9).

Vredestichten

"Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden." (Mat. 5:9)

De zevende zaligspreking gaat over vredestichters. Bij het stichten van vrede hoeft men, gelukkig, niet meteen aan wereldvrede te denken, maar kan men ook op kleinere schaal denken. Voorbeelden hiervan zijn het liefhebben van vijanden (Mat. 5:43-48), ook als deze je eigen familie zijn en als er strijd is ontstaan omwille van je geloof (vgl. Mat. 10:34-36). Het vredestichten staat volgens Hagner (bron 4) in contrast met de gewelddadige manier waarop de Zeloten probeerden te laten zien dat zij de kinderen van God waren.

De vredestichters zullen 'kinderen Gods' genoemd worden. Dat klinkt op het eerste gezicht vreemd, omdat alle gelovigen kinderen van God genoemd worden (vgl. Mat. 6:9; Joh. 1:12; Rom. 8:14-15; Gal. 3:26-29; 4:4-5; Ef. 1:5). Desondanks is er in het Nieuwe Testament ook een verwachting dat alle gelovigen in het hiernamaals als kinderen van God zullen worden aangenomen (vgl. Rom. 8:19-23; 9:26; Op. 21:7).

Volgens Morris (bron 7) betekent het feit dat deze mensen 'kinderen Gods' genoemd zullen worden dat zij vervuld hebben wat het betekent om lid te zijn van Gods familie, iets dat alle gelovigen zouden moeten nastreven. Het stichten van vrede heeft volgens Morris namelijk iets goddelijks. Hendriksen (bron 5) beschrijft het als het zijn van Gods collega. Daarom zullen de vredestichters 'kinderen Gods' genoemd worden.

Vervolgd worden

"Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het koninkrijk der hemelen. Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd." (Mat 5:10-12)

"Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten en wanneer zij u uitstoten, en smaden en uw naam als slecht verwerpen ter wille van de Zoon des mensen. Verblijdt u te dien dage en springt op van vreugde, want, zie, uw loon is groot in de hemel; immers, op dezelfde wijze hebben hun vaderen met de profeten gehandeld." (Luc. 6:22-23)

De achtste zaligspreking gaat over christenen die vervolgd worden. Dat klinkt vreemd, maar ook in de 21e eeuw is de vervolging van christenen nog steeds een actueel thema. Zo leidde de vervolging van christenen in 2017 wereldwijd tot meer dan 3.000 doden en werden 215 miljoen christenen onderdrukt.

Het valt op dat aan de vervolgde christenen veel aandacht wordt geschonken. Zowel Matteüs als Lucas beschrijven uitgebreid waarom de vervolgden zalig zijn en hoe zij gezegend zullen worden. Het koninkrijk der Hemelen behoort hen toe. En in dat koninkrijk zal hun loon groot zijn. Hiernaast kunnen zij zeggen dat zij in de voetsporen van de profeten van weleer, die ook met vervolging te maken kregen, hebben gewandeld.

Dit staat, volgens Hendriksen (bron 5), in groot contrast met het in Jezus' tijd wijdverspreide idee dat lijden een teken was van Gods misnoegen, veroorzaakt door de buitengewone zonden van degene die leed (vgl. Joh. 9:1-2). Iemand die leed werd dus zeker niet als 'zalig' gezien. Jezus stelt echter dat het tegenovergestelde waar kan zijn. Iemands goedheid kan ook de reden voor zijn lijden zijn. En dat lijden is weer een reden voor God om naar diegene om te zien.



1 Morris (bron 7) wijst erop dat de niet geestelijke lezing van de eerste zaligspreking ongewenste gevolgen kan hebben. Wanneer men stelt dat de armen zalig zijn vanwege hun armoede kan dat een excuus zijn om mensen die in armoede leven niet te helpen. Echte armoede (dus niet armoede in de zin van een zelfgekozen sobere leefstijl) en echte machteloosheid zijn volgens Morris geen zegening en ook niet zaligmakend. Het heilig verklaren van een ongewenste leefsituatie (zoals armoede), waaruit iemand indien mogelijk zou ontsnappen, is volgens Morris dan ook niet christelijk.
© 2018 - 2019 Theoloog, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De Dode Zeerollen, apocriefe geschriften uit de oudheidDe Dode Zeerollen, apocriefe geschriften uit de oudheidIn 1947 werd in Qumran een ontdekking gedaan die vooral de religieuze wereld op zijn grondvesten deed schudden. In elf v…
Leiderschap in organisaties volgens Bijbelse richtlijnenLeiderschap in organisaties volgens Bijbelse richtlijnenVanuit bijbels oogpunt zijn verschillende manieren van leiderschap te onderscheiden. Het soort leiderschap wat berust is…
De Zeven Zonden en de Zeven DeugdenDe Zeven Zonden kent iedereen wel, de Zeven Deugden zijn minder bekend, maar niet minder belangrijk. De Zonden en Deugde…
Angelus Silesius, de mysticus uit BreslauAngelus Silesius, pseudoniem voor Johann Scheffler, studeerde geneeskunde en was een begenadigd dichter. Het is echter a…
Pinksteren en de Heilige GeestNiemand heeft de Heilige Geest ooit gezien, bestaat deze Geest eigenlijk wel? Jezus is terug bij zijn vader en heeft bel…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: GDJ, Openclipart (bewerkt)
  • 1. Allen, W.C. 2004. A critical and exegetical commentary on the Gospel according to Saint Matthew. Vol. I. The international critical commentary on the Holy Scriptures of the Old and New Testaments. London ; New York: T&T Clark International.
  • 2. Augsburger, M.S. 1982. Matthew. Bewerkt door L.J. Ogilvie. The Preacherís Commentary 24. Nashville: Thomas Nelson.
  • 3. Chouinard, L. 1997. Matthew. The College Press NIV commentary. Joplin, Mo: College Press.
  • 4. Hagner, D.A. 2008. Matthew 1 - 13. Bewerkt door B.M. Metzger, D.A. Hubbard, G.W. Barker, en R.P. Martin. Nachdr. Word Biblical Commentary, Vol. 33A. Nashville: Nelson.
  • 5. Hendriksen, W. 1984. Exposition of the Gospel according to Matthew. 7. print. Baker New Testament Commentary, Vol. 1. Grand Rapids, Mich: Baker Book House.
  • 6. MacArthur, J.F. 1985. Matthew 1-7. The MacArthur New Testament commentary. Chicago: Moody Press.
  • 7. Morris, L. 1992. The Gospel according to Matthew. Bewerkt door D.A. Carson. The Pillar New Testament Commentary. Grand Rapids, Mich. : Leicester, England: W.B. Eerdmans ; Inter-Varsity Press.
  • 8. Spence, H.D.M., en J.S. Exell, red. Datum onbekend. St. Matthew. Vol. I. The Pulpit Commentary. Bellingham, WA: Logos Research Systems, Inc.

Reageer op het artikel "De betekenis van de zaligsprekingen van Jezus"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Theoloog
Gepubliceerd: 04-06-2018
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Religie
Bronnen en referenties: 9
Schrijf mee!