InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Psychologie > Hoogbegaafdheid: de verschillende definitiemodellen

Hoogbegaafdheid: de verschillende definitiemodellen

Hoogbegaafdheid: de verschillende definitiemodellen Hoogbegaafdheid lijkt een vast gegeven. Je bent het wèl of je bent het niet. Er lijkt niets tussenin te zitten. En het heeft alles te maken met heel slim zijn. Maar als we kijken naar de verschillende definities van hoogbegaafdheid blijken er verschillende (andere) persoonseigenschappen bij te zijn betrokken. Ook de omgeving speelt in de meeste modellen een belangrijke rol bij de ontplooiing van hoogbegaafdheid. Je wordt dus niet zozeer niet als hoogbegaafde geboren, maar hebt het in je om dit talent te ontwikkelen. Vroege herkenning en een goede begeleiding zijn dan ook essentieel om ervoor te kunnen zorgen dat iemand met (in aanleg) hoogbegaafdheid zich optimaal kan ontwikkelen.

Hoogintelligent is hoogbegaafd?

Er bestaat geen eenduidige definitie van hoogbegaafdheid. Wel zijn er verschillende definities en modellen om hoogbegaafdheid te omschrijven. Over een aantal dingen zijn de deskundigen het eens. Bijvoorbeeld dat hoogbegaafdheid meer is dan alleen een hoge intelligentie, gemeten als IQ, zoals lang werd gedacht. Een hoog IQ (Intelligentie Quotiënt) verwijst naar een hoge totale score op een IQ-test (TIQ), waarmee de intelligentie wordt vastgesteld. Deze Totale IQ score bestaat uit verschillende subsets, onderverdeeld in twee gedeelten: een verbaal IQ (de taal- en rekenvaardigheden en de informatieverwerkingssnelheid) een performaal IQ (het handelend vermogen, het plannen en het ruimtelijk inzicht). Gemiddeld is deze score 100 en vanaf een totaalscore van tenminste 130 wordt gesproken over hoogintelligent. We hebben het dan over ongeveer 2% van alle mensen (waarvan minder dan een 0,5% een IQ heeft boven de 145). Kritiek op deze traditionele intelligentietest is er ook. De score kan beïnvloed worden door omgevingsfactoren (zoals geluidsoverlast of een te koude testkamer) en interne factoren (zoals faalangst en denkstijl). Daarbij betekent hoogintelligent niet automatisch hoogbegaafd. Maar wat is hoogbegaafdheid dan?

Hoogbegaafd: kunnen worden of altijd zijn?

in het algemeen wordt onderscheid gemaakt tussen innerlijke kenmerken, eigen aan de persoon, en culturele of omgevingsfactoren welke ervoor kunnen zorgen dat hoogbegaafdheid al dan niet tot ontplooiing komt. Dat betekent ook dat hoogbegaafdheid geen statisch begrip is, maar zich ontwikkelt tijdens een mensenleven. Volgens deze denkwijze is het herkennen, het erkennen, het ondersteunen en begeleiden van in potentie hoogbegaafde kinderen en volwassenen dan ook essentieel.

Iemand met hoogbegaafdheid is, opgevat volgens de nieuwere definities, niet alleen hoogintelligent, maar ook behept met eigenschappen als creativiteit en veel doorzettingsvermogen. Intelligentie is in belangrijke mate erfelijk bepaald. Ook creativiteit en doorzettingsvermogen zijn in aanleg aanwezig. Deze laatste zijn in hun ontwikkeling echter, meer nog dan een hoge intelligentie, afhankelijk van de omgeving. Als omgevingsfactoren worden verschillende kenmerken aangewezen. Elk theoretisch model legt de nadruk op andere persoonlijke en omgevingsfactoren.

Hoogbegaafdheid volgens Renzulli-Mönks

De Amerikaanse psycholoog J.S. Renzulli ontwikkelde in 1978-1981 een triadisch model bestaande uit drie bolletjes (zogenaamde Venndiagrammen van de interne factoren die elkaar in het midden overlappen) om hoogbegaafdheid breder dan alleen op basis van de intelligentie te definiëren. Professor Mönks van de Radboud Universiteit uit Nijmegen voegde hieraan in 1985 een driehoek van omgevingsfactoren toe: het multifactorenmodel van Mönks.

Volgens deze samengestelde theorie heeft een hoogbegaafde de volgende eigenschappen:
Interne factoren:
  • hoge intellectuele capaciteiten (IQ hoger dan 130)
  • creativiteit in het bedenken van oplossingen
  • doorzettingsvermogen om een taak te volbrengen

Waarbij om tot een optimale ontwikkeling te komen de volgende externe (omgevings)factoren een rol spelen:
  • Gezin
  • School
  • Vrienden

Beide typen factoren kunnen elkaar zowel positief als negatief beïnvloeden. Zo kunnen 'verkeerde' vrienden (ofwel ontwikkelingsgelijken; bij hoogbegaafden hoeven dit namelijk niet per se leeftijdsgenoten te zijn) ervoor zorgen dat je beperkt wordt in je ontwikkeling. Of opgroeien in een gezin met een dominante vader kan ervoor zorgen dat de creativiteit van een kind in de kiem wordt gesmoord. Als de omgevingsfactoren tegenzitten rest alleen de hoge intelligentie en doe je dus geen recht aan de hoogbegaafdheid die in potentie aanwezig was.

Hoogbegaafdheid volgens Gagné

In het model van Francoys Gagné staat de wisselwerking tussen verschillende factoren centraal bij de ontwikkeling van hoogbegaafdheid. Hij maakt onderscheid tussen talenten en gaven, waarbij talenten ontwikkelde gaven zijn.
De aanleg is genetisch bepaald. Het gaat dan om domeinen van aanleg als intellectueel, creatief, sociaal-affectief en sensomotorisch. De talenten kunnen verwoord worden in begrippen van menselijke activiteit als academisch, technisch, artistiek, interpersoonlijk en atletisch. Om je talenten op basis van je gaven te ontplooien ben je afhankelijk van intrapersoonlijke en omgevingsgebonden katalysatoren. Je hebt intrapersoonlijke katalysatoren nodig zoals nieuwsgierigheid, gedrevenheid, motivatie, zelfstandigheid om je talenten te ontwikkelen. Maar ook de omgevingsfactoren (omgevingsgebonden katalysatoren), zoals gezin, school, vrienden en het toeval of geluk bepalen mee of en hoe de in aanleg aanwezige gaven zich tot talenten kunnen ontwikkelen.

Hoogbegaafdheid volgens het Delphi model

Om duidelijk te maken dat er bij hoogbegaafdheid sprake is van meer dan een hoog intelligentieniveau is in 2007 door een groep experts het Delphi model ontwikkeld. De omschrijving van dit existentieel model is als volgt: “Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.”. In dit model worden vijf kernelementen onderscheiden die we veelal allemaal terugzien bij hoogbegaafde mensen, namelijk:
  • denken (hoogintelligent)
  • voelen (rijk geschakeerd)
  • willen (gedreven en nieuwsgierig)
  • doen (scheppingsgericht) en
  • waarnemen (hoogsensitief)

Het gaat hierbij dus om:
Innerlijke kenmerken:
Het intense voelen en leven
Het snelle en slimme denken
Het gedreven willen
De autonomie van het zijn

De interactie met de buitenwereld:
Het hoogsensitieve waarnemen
Het nieuwsgierige willen
Het scheppingsgerichte doen

Deze elementen zijn met elkaar verbonden en werken ook op elkaar in: intens, complex, inventief en snel. Daarmee kunnen ze zorgen voor een synthese. Tegelijkertijd kunnen sommige elementen heel sterk (tot extreem sterk) aanwezig zijn, waardoor ze andere elementen overheersen. Zo kan bijvoorbeeld het hoogsensitieve waarnemen de gedrevenheid en nieuwsgierigheid in de weg zitten, omdat alles om hen heen zo erg binnenkomt dat sommige hoogbegaafden zich daarvoor wel moeten afschermen. Ook kunnen er blokkades ontstaan. Zo kan het hoogintelligente denken het doen hinderen, doordat steeds betere en mooiere plannen worden bedacht, zonder ze ook echt uit te voeren.

Hoogbegaafdheid volgens het Zijnsluik van Kieboom

Tessa Kieboom, hoogleraar aan Exentra, Expertisecentrum rondom hoogbegaafdheid in Antwerpen (ontstaan uit het CBO, het Centrum voor Begaafdheidsonderwijs) heeft ook een model ontwikkeld om recht te doen aan zowel de cognitieve elementen van hoogbegaafdheid als de overeenkomstige eigenschappen van mensen met hoogbegaafdheid. Zij maakt in haar model hiervoor onderscheid tussen het cognitieve luik en het zijnsluik. Dit zijnsluik bestaat uit vier elementen:
  • perfectionisme
  • rechtvaardigheidsgevoel
  • hoogsensitiviteit
  • kritisch ingesteld

Deze eigenschappen vinden we in meer of mindere mate terug bij alle mensen met hoogbegaafdheid en brengen kansen, maar ook uitdagingen met zich mee.

Perfectionisme

Hoogbegaafde mensen leggen zichzelf hoge eisen op in hun streven naar perfectie. Zo hoog dat het kan leiden tot faalangst. Dit kan zelfs tot vermijdings- of vluchtgedrag leiden: als bijvoorbeeld tekeningen in het echt nooit zo mooi worden als in het hoofd (met het juiste perspectief, de juiste kleurstelling, enzovoorts), beginnen sommigen er maar liever helemaal niet aan.

Rechtvaardigheidsgevoel

Iemand met hoogbegaafdheid heeft vaak een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Daarom vinden ze regels en afspraken ook zo belangrijk. Daarnaast zijn ze vaak idealistisch en hebben veel moeite met rampen en onrechtvaardige (wereld)gebeurtenissen.

Hoogsensitiviteit

De hooggevoeligheid van mensen met hoogbegaafdheid kan zich op verschillende manieren uiten. Dabrowski onderscheidt vijf gebieden van prikkelgevoeligheid aan de hand waarvan je de hooggevoeligheid die hoort bij hoogbegaafdheid beter in kaart kunt brengen.

Kritisch ingesteld

Hoogbegaafde mensen zijn kritisch ingesteld en zijn open hierover. Zij vergeten (en vergeven) niet snel en zijn erg eerlijk. Dit leidt nogal eens tot problemen, omdat je niet alles altijd tegen iedereen kunt zeggen.

Meervoudige intelligentie volgens Gardner

De Amerikaanse psycholoog Howard Gardner omschreef intelligentie als 'de bekwaamheid om te leren, om problemen op te lossen'. Hij heeft het hierbij nadrukkelijk niet alleen over cognitieve intelligentie. Hij maakte onderscheid in verschillende intelligenties en spreekt dan ook van meervoudige intelligentie. Zijn overtuiging was dat ieder mens wel een of meer dimensies heeft waarop hij of zij uitblinkt. Hoewel de verschillende intelligentiegebieden niet wetenschappelijk zijn onderbouwd zijn ze wel gangbaar, sinds de theorie door Gardner werd geïntroduceerd in 1983.
De verschillende intelligenties volgens de theorie zijn:
  • verbaal/linguïstische intelligentie (taalslim)
  • logisch/mathematische intelligentie (rekenslim)
  • visueel/ruimtelijke intelligentie (beeldslim)
  • muzikaal/ritmische intelligentie (muziekslim)
  • lichamelijke/kinesthetische intelligentie (beweegslim)
  • interpersoonlijke intelligentie (samenslim)
  • intrapersoonlijke intelligentie (zelfslim)
  • natuurgerichte intelligentie (natuurslim)
  • existentiële intelligentie (bestaanslim)
  • morele intelligentie (moreelslim)

Op deze Theorie van Gardner is ook kritiek. Hem wordt verweten dat hij het begrip intelligentie verwart met vaardigheid. Feitelijk onderschrijft hij vaardigheden waarop mensen kunnen verschillen. Door aandacht voor het eigene van mensen kan dit wel een positief effect hebben op het zelfbeeld. Vandaar ook dat in het onderwijs de theorie is omarmd, als hulpmiddel bij het adaptief en gedifferentieerd onderwijs. Toch is dit niet zonder risico, want er bestaat geen valide en betrouwbare test om deze 'intelligenties' te meten, zodat een verkeerde inschatting hiervan ongunstig kan zijn voor de ontwikkeling en het leren van kinderen.

Hoogbegaafdheid volgens Heller

In het multifactorenmodel van Katherine Heller (1992) wordt het model van Renzulli-Mönks uitgebreid met de theorie van Gardner. Zij benadrukt hierin de wisselwerking tussen niet-cognitieve persoonlijkheidskenmerken en begaafdheidsfactoren (zoals intelligentie, creativiteit, sociale competenties, muzikaliteit en psychomotorische vaardigheden) met omgevingsfactoren (gezinsklimaat, groepsklimaat -zoals school en vrienden- en kritische levensgebeurtenissen) en geleverde prestaties, op het gebied van ontwikkelingsgebieden, zoals wiskunde, sport, schaken, talen, kunst, sociale relaties, enzovoorts. Hierbij is er ook een rechtstreeks verband tussen de in aanleg aanwezige begaafdheidsfactoren en de geleverde prestaties. Immers wat er niet 'inzit', komt er sowieso ook niet uit.

Als je weet wat het is, hoe meet je hoogbegaafdheid dan?

Zowel het Renzulli-Mönks model, het Delphi model, het model van Gagné en dat van Heller als het Zijnsluik associeert hoogbegaafdheid met diverse kenmerken die iets zeggen over de persoonlijkheid van hoogbegaafden en de noodzakelijke omgevingsfactoren die ervoor kunnen zorgen dat hoogbegaafdheid ook echt tot ontwikkeling komt. Deze zijn echter moeilijk te meten. Want hoe of wie bepaalt dit? Tegelijkertijd onderkennen zij ook de noodzaak van een hoge cognitieve intelligentie. Om deze vast te kunnen stellen is een intelligentieonderzoek nodig. Dit is een gestandaardiseerd onderzoek dat alleen door een daarvoor bevoegd psycholoog of orthopedagoog mag worden afgenomen. In Nederland wordt vaak de WPSSI of de WAIS gebruikt om de intelligentie vast te stellen. Voor kinderen wordt veelal de WISC-R-III gebruikt (en voor jonge non-verbale kinderen de SON). Maar ook hiervoor geldt dat kinderen hoogintelligent kunnen zijn zonder een score van 130 of hoger. De testgroepen voor de hoogste scores zijn namelijk zo klein, dat het lastig is om een hoge IQ-score te interpreteren. Daarbij is het een momentopname. Verschillende factoren, zoals testangst, de socio-economische situatie thuis kunnen bovendien het eindresultaat beïnvloeden. Langzaamaan begint dit besef steeds meer door te dringen. Voor kinderen wordt nu al af en toe het dynamisch testen ingezet. Hierbij geef je als onderzoeker ook instructie en feedback tijdens het testen. Dit brengt extra inzicht in de voortgang, de best passende instructie voor dit specifieke kind en het leerpotentieel. Door het kind te stimuleren om meer nog dan het dacht te kunnen en te weten te laten zien kijk je naar wat een kind zou kunnen in plaats van wat een kind al kan. Dit is gebaseerd op Lev Vygotsky's theorie van de Zone van de naaste ontwikkeling, waarbij ervan wordt uitgegaan dat je juist die lesstof moet aanbieden die kinderen aankunnen met wat hulp, zodat ze altijd zijn gericht op meer dan dat ze al zelfstandig kunnen. Dan kun je je begeleiding daar optimaal op afstemmen en dat komt zeker het kind met bijzondere leerbehoeften ten goede.

Ondersteuning van hoogbegaafde kinderen en volwassenen

De verschillende modellen geven elk op eigen wijze ook inzicht in de achterliggende redenen waarom het potentieel van een kind of volwassene niet altijd kan worden omgezet in grootse prestaties. Daarmee bieden ze ook aanknopingspunten voor verder onderzoek en ondersteuning. Hoogbegaafden lopen in het dagelijks leven tegen allerlei problemen op. Ondanks of juist dankzij hun hoogbegaafdheid. Ze vinden vaak moeilijk aansluiting met andere mensen, omdat ze gewoonweg anders in elkaar zitten. Hun gevoeligheid kan ervoor zorgen dat ze niet goed kunnen omgaan met sociale druk of koste wat het kost willen voorkomen dat ze worden gepest en zich daardoor liever aanpassen aan hun omgeving, ondanks het stille besef dat ze er zo toch nooit helemaal bij kunnen horen. Daarbij kunnen ze het lastig vinden om zich in de maatschappij te bewegen: het afronden van een opleiding, het vinden en behouden van een baan; het stuit vaak op problemen. Vandaar dat een vroege (h)erkenning en de juiste begeleiding een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het welzijn en welbevinden van hoogbegaafden doordat ze de in aanleg aanwezige hoogbegaafdheid kunnen helpen ontplooien.

Betrokken organisaties

Organisaties als Mensa voor volwassenen en Pharos, HINT en Choochem voor kinderen ondersteunen hoogintelligenten, en dus mogelijk hoogbegaafden, om hun potentieel te bereiken. Zij hanteren voor het lidmaatschap vaak een hoge percentielscore van bijvoorbeeld de hoogste 2% (waardoor scores op verschillende testen onderling vergelijkbaar worden) op een IQ-test als toelatingseis. En hoewel een (bijzonder) hoge intelligentie onlosmakelijk verbonden is met het begrip hoogbegaafdheid is ook helder dat dit niet het enige criterium zou mogen zijn en dat het twijfelachtig is of een test dit altijd kan meten (en of er dan een houdbaarheidstermijn gekoppeld zou moeten worden aan een intelligentietest, zoals deze voor kinderen al wel geldt). Het is dan ook nog de vraag wanneer àlle hoogbegaafden bij een organisatie met lotgenoten terecht kunnen.

Organisaties zoals de Koepel Hoogbegaafdheid en Stichting Plato behartigen de belangen van hoogbegaafden. Een belangrijke taak, want in een echt inclusieve samenleving, waarin ruimte is voor de eigenheid van iedereen en er aandacht is voor het ontwikkelen van het potentieel van ieder individu, vinden en houden ook hoogbegaafden hun eigen plek.
© 2018 Sage, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Kenmerken hoogbegaafdheidDe meeste mensen denken bij hoogbegaafd eigenlijk direct aan heel intelligent. Maar als je heel intelligent bent, wordt…
HoogbegaafdheidHoogbegaafdheidIn het onderwijs is er de laatste tijd veel aandacht gekomen voor hoogbegaafde kinderen. Er is zelfs al een middelbare s…
Hoogsensitief en hoogbegaafdHoogsensitief en hoogbegaafdEr lijkt een verband te zijn tussen hoogsensitief en hoogbegaafdheid. Is dit verband er werkelijk en zo ja, waar moet je…
Mijn kind is hoogbegaafdMijn kind is hoogbegaafdWanneer een kind op intelligentietests een score van 130 of hoger scoort (in de hoogste twee percentielen vallend) wordt…
Hoogbegaafd, wanneer ben je dat?Hoogbegaafd, wanneer ben je dat?Veel ouders scheppen graag op over hun kinderen en dan is hoogbegaafdheid al snel iets om te gebruiken. Het zegt immers…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Chiplanay, Pixabay (bewerkt)
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Begaafdheid (laatst geraadpleegd op 3 mei 2018)
  • http://www.hb-wiki.nl/index.php?title=Delphi-model_Hoogbegaafdheid (laatst geraadpleegd op 4 mei 2018)
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Meervoudige_intelligentie (laatst geraadpleegd op 8 mei 2018)
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoogbegaafdheid (laatst geraadpleegd op 6 mei 2018)
  • http://www.slo.nl/voortgezet/onderbouw/themas/talent/00001/ (laatst geraadpleegd op 8 mei 2018)
  • http://www.hoogbegaafdvlaanderen.be/01_Hoogbegaafd/definities_in_lit.html (laatst geraadpleegd op 8 mei 2018)
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Intelligentiemeting (laatste geraadpleegd op 8 mei 2018)
  • https://www.jotform3.leidenuniv.nl/uploads/SCMweb/53550555419/1482307126360/Summary_in_Dutch.pdf (laatst geraadpleegd op 8 mei 2018)

Reageer op het artikel "Hoogbegaafdheid: de verschillende definitiemodellen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sage
Gepubliceerd: 09-05-2018
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Psychologie
Bronnen en referenties: 9
Schrijf mee!