InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Politiek > Het Nederlandse vreemdelingenbeleid 1849-1940

Het Nederlandse vreemdelingenbeleid 1849-1940

Het Nederlandse vreemdelingenbeleid 1849-1940 Voor 1849 kende Nederland geen echt vreemdelingenbeleid en waren er geen regels voor wie wel en niet het land in mochten. In 1849 nam de regering de eerste Vreemdelingenwet aan. Daarin stond dat iedereen die een geldig paspoort (met visum)had en over voldoende middelen van bestaan beschikte, toegelaten moest worden. Wie niet in het bezit van een geldig reisdocument was, of voldoende geld had, maar er betrouwbaar uitzag, mocht ook naar binnen. Er kwamen namelijk steeds seizoenarbeiders de grens over en de overheid wilde deze mensen niet weren.

Vreemdelingen uitzetten

In de praktijk werd de nieuwe wet nauwelijks nageleefd. De grensbewaking was beperkt en bewaakte grensovergangen lieten vrij gemakkelijk mensen door. Daarna keek niemand meer naar hen om. Een werkvergunning was niet vereist om aan de slag te gaan en een speciale vreemdelingenpolitie bestond nog niet. Gemeenten waren wel verplicht om vreemdelingen te registreren, maar die hoefden zich niet te melden, zodat ook daar weinig van terecht kwam.

De nieuwe wet was eigenlijk alleen van belang omdat hij de mogelijkheid bood om mensen uit te zetten. Voor 1849 was dat moeilijk, want voor iedere uitzetting was toen een uitspraak van de rechter nodig. Nu konden mensen die niet in hun levensonderhoud konden voorzien en ten laste zouden komen van de armenzorg eenvoudig de grens weer overgezet worden, evenals vreemdelingen die een gevaar vormden voor de openbare orde. Nadat de Vreemdelingenwet was aangenomen, steeg het aantal uitzettingen van circa 1000 in 1850 tot 3000 in 1900.

De identiteitskaart

Pas in de beginjaren van de 20e eeuw zijn de regels voor migranten aangescherpt. De regering benoemde ambtenaren die erop toezagen dat de voorschriften beter nageleefd zouden worden en er kwamen meer politieagenten. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, met als gevolg dat in korte tijd een miljoen Belgische vluchtelingen de grens met ons land overstaken, leidde tot nieuwe wetgeving. Na de oorlog bleek namelijk nog een groot aantal vluchtelingen in Nederland te wonen, en daarom bepaalde de regering dat vanaf 1918 iedere nieuwkomer een geldig paspoort met visum moest hebben. Hij was verplicht zich binnen 24 uur te melden bij de politie die hem een identiteitskaart gaf. Deze moest hij altijd bij zich hebben. Er werd een Rijkspaspoortenkantoor opgericht dat het verlengen van visa kon beoordelen.

In 1920, toen bijna alle Belgische vluchtelingen weer naar hun eigen land vertrokken waren, verslapte het beleid en na een paar jaar was er niets meer van over. Het Paspoortenkantoor sloot in 1926 zijn deuren, zakenlieden konden zich zonder problemen vestigen en de visa verdwenen voor bijna alle Europese landen. Alleen inwoners van Oost-Europese landen hadden nog de plicht een visum te laten zien als ze zich in Nederland wilden vestigen.

Duitse dienstmeisjes

Het aantal vreemdelingen in ons land nam in de jaren 1920-1930 toe van 100.000 tot 175.000. Daartoe behoorden veel Joden uit Midden- en Oost-Europa die weggetrokken waren vanwege het toenemende antisemitisme in hun land. Ook kwamen er buitenlanders die in Nederland werk zochten. Onder hen waren veel Duitse dienstmeisjes die in hun eigen land geen werk konden vinden. Zij konden vrij eenvoudig aan de slag omdat ze geen werkvergunning nodig hadden. Nederland had namelijk een vestigingsverdrag met Duitsland en Belgiё gesloten, waardoor inwoners van deze landen zonder problemen bij een Nederlandse werkgever in dienst konden treden of een bedrijf starten.

Na de machtsovername van Hitler in 1933 nam het aantal Joodse vluchtelingen toe. Ook politieke vluchtelingen vestigden zich in ons land. Onder hen waren veel communisten die in nazi-Duitsland vervolgd werden. De overheid had in eerste instantie weinig mogelijkheden om de vluchtelingen uit Duitsland te weren. Zij hadden geen visum nodig. Ook bestond het asielrecht waardoor de overheid verplicht was vreemdelingen die om hun geloof vervolgd werden op te nemen.
Voor de Joodse vluchtelingen richtte de regering het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen op dat de huisvesting van vluchtelingen regelde.
Ook liet zij kampen bouwen, met name voor Joodse vluchtelingen, in Reuver (Limburg), Hellevoetsluis en Hoek van Holland. Ouderloze kinderen en niet-joodse vluchtelingen konden onder meer terecht in het Zeeuwse plaatsje Sluis.

Crisisjaren

Tijdens de crisisjaren veranderde het beleid. Politieke partijen en de vakbeweging wilden de werkgelegenheid beschermen en vroegen om maatregelen om de toeloop van vreemdelingen tegen te gaan. Dat leidde tot de komst van een nieuwe Vreemdelingenwet in 1934, waarin vastgelegd werd in welke beroepen vreemdelingen mochten werken. Werkgevers mochten voortaan alleen mensen aannemen die een werkvergunning hadden. In de jaren die volgden bleek de regering steeds minder bereid een werkvergunning af te geven en toen er in 1936 een verbod kwam voor buitenlandse dienstbodes om in Nederland te werken, leek het onmogelijk voor buitenlanders om in Nederland aan de slag te gaan. Vanaf 1937 mochten zij ook geen bedrijf meer beginnen. De overheid wilde, gezien de hoge werkloosheid, de beschikbare banen reserveren voor Nederlanders.

In de praktijk viel het wel mee en bleken buitenlanders nog steeds werk te kunnen vinden, vooral als zij gespecialiseerd werk verrichtten dat door weinig Nederlanders gedaan kon worden, of als zij werkzaam waren in de huishouding.
Van de 40.000 meisjes die als dienstbode in ons land werkten, keerden er na 1934 steeds meer terug naar hun land. Vanaf 1938 dwong de Duitse regering hen er zelfs toe. Een aantal meisjes bleef in Nederland, omdat zij intussen getrouwd waren.

Politieke vluchtelingen

In de wet was ook vastgelegd dat zowel Poolse Joden als communisten het land niet meer in mochten. Alleen de vluchtelingen waarvan aannemelijk was dat hun leven gevaar liep als ze teruggestuurd werden, mochten het land nog in.
Het Nederlandse beleid kende vanaf mei 1934 drie uitgangspunten: het aantal vluchtelingen beperken, emigratie bevorderen en communisten weren en uitwijzen als ze zich al in Nederland bevonden. Nederland moest van een opvangland veranderen in een doorgangsland. Groepen Joodse vluchtelingen trokken naar Palestina om daar opbouwwerk te verrichten.

Hoeveel communisten in de jaren dertig de wijk naar Nederland namen is niet bekend. Velen verbleven illegaal in ons land en werden opgevangen door gelijkgezinden. Af en toe organiseerde de politie razzia’s om mensen ‘zonder papieren’ op te pakken. In november 1934 trok een heel leger politieagenten met honden over het IJ in Amsterdam, zette straten af en doorzocht de huizen. Zij arresteerden vier Duitsers die illegaal in de stad verbleven.
Illegaal in Nederland verblijvende communisten waren bang om aan Duitsland uitgeleverd te worden. En die angst was niet onterecht. Velen werden door de Sicherheitsdienst gezocht. Zij hadden bijvoorbeeld deelgenomen aan een straatgevecht en daarbij nazi’s verwond. De SD noemde dat al gauw een poging tot doodslag en de straf was dienovereenkomstig.

Nieuw beleid

Na de Kristallnacht, de nacht van 9 op 10 november 1938, waarin in Duitsland enorme schade toegebracht werd aan Joodse eigendommen en veel Joden omkwamen, dwong De Tweede Kamer minister-president Colijn zijn standpunt ten aanzien van het vreemdelingenbeleid te herzien en vluchtelingen te helpen. Nederland verklaarde zich daarop bereid een beperkt aantal vluchtelingen op te nemen, ‘enkele duizenden’, zoals Colijn het formuleerde. In Duitsland was dit standpunt al snel bekend en in de weken die volgden, ontving alleen het Joodse Vluchtelingencomité 40.000 tot 50.000 verzoeken om toelating.

Zoveel mensen wilde de regering-Colijn niet toelaten, maar uiteindelijk moest toch voor 10.000 vluchtelingen onderdak geregeld worden. De meesten kwamen terecht in het nieuwgebouwde kamp Westerbork.
Op 1 juli 1942 namen de Duitsers dit kamp over, waarna het tot het einde van de oorlog dienst deed als doorgangskamp.
© 2015 - 2019 Mh1903, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Kamp Westerbork, een tijdlijnKamp Westerbork, een tijdlijnKamp Westerbork is bekend als het kamp waar 107.000 mensen in een trein stapten die hen naar een onbekende bestemming zo…
De KristallnachtDe KristallnachtOp 7 november 1938 schoot de 17-jarige Jood Herschel Grynszpan in Parijs het Duitse ambassadelid Ernst vom Rath dood. De…
Johnny en Jones, Nederlands eerste tieneridolenJohnny en Jones, Nederlands eerste tieneridolenJohnny en Jones, twee jonge jongens die met een semi-Amerikaans accent, een gitaar en vrolijke liedjes uitgroeiden Neder…
Voormalig Kamp Westerbork in de Tweede WereldoorlogVoormalig Kamp Westerbork in de Tweede WereldoorlogTijdens de Tweede Wereldoorlog werd er een klopjacht gehouden op onder andere Joden. Dit gebeurde voor het eerst tijdens…
Doorgangskamp Westerbork, de transportenDoorgangskamp Westerbork, de transportenTijdens de Tweede Wereldoorlog deporteerden de nazi’s meer dan 107.000 Joden, Sinti en Roma vanuit Nederland naar kampen…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: WikiImages, Pixabay
  • Bosman, A., Duitse dienstmeisjes in nieuwe Heimat, 09-03-2015, www.trouw.nl/tr/nl/4512/.../Duitse-dienstmeisjes-in-nieuwe-Heimat.dhtml
  • Jong, L. de, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog deel 1, Den Haag, 1969
  • Vreemdelingenbeleid/Vijf eeuwen migratie, 05-03-2015
  • www.vijfeeuwenmigratie.nl/term/vreemdelingenbeleid/volledige-tekst

Reageer op het artikel "Het Nederlandse vreemdelingenbeleid 1849-1940"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Mh1903
Laatste update: 13-08-2016
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Politiek
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!