InfoNu.nl > Mens en Samenleving > Pedagogiek > Dyslexie, wat is het?

Dyslexie, wat is het?

Ik heb hier de "ziekte" dyslexie uitgewerkt. Ik heb beschreven, wat het precies, hoe het onstaat, hoe herken je dyslexie, wat is er aan te doen en hoe scholen ermee omgaan,

Wat is dyslexie?

In 1995 maakte de Commissie Dyslexie van de Gezondheidsraad een rapport waarin een definitie van dyslexie stond: "er is sprake van dyslexie wanneer de automatisering van woordidentificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen) zich niet, dan wel zeer onvolledig of zeer moeizaam ontwikkelt". Wetenschappelijk blijkt dat dyslexie een soort fout in de hersenen is waardoor mensen moeten hebben met lezen en schrijven. Hierbij komen bij mensen met dyslexie op een of meer van drie gebieden grote problemen voor:

Verklanken

Lezen en spellen zijn vaardigheden, die mensen moet leren. Voordat een kind gaat lezen moet het leren praten met mensen, en zich mondeling duidelijk kunnen maken. Het kind is bekend met de uitspraak, de klank en de betekenis. Bij het leren lezen en spellen worden de klanken gekoppeld aan lettersymbolen. De betekenis van een woord speelt hierbij geen rol meer. Voor kinderen met dyslexie is het grootste probleem de verschillende klanken aan elkaar koppelen en dit goed te kunnen verwoorden.

Automatiseren

Hierna leert het kind een woord in een keer te herkennen: de directe woordherkenning. De lengte van de geleerde woorden neemt toe. In eerste instantie gaat het er vooral om dat het kind zo makkelijk mogelijk leest. Naar mate komt het er ook op aan hoe snel een kind leest, de uiteindelijk bedoeling is dat een kind zonder erbij na te denken een woord herkent. Pas dan is het goed mogelijk op zins- en tekstniveau te werken en komt het kind toe aan de betekenis. Iemand die dyslexie heeft lukt het minder goed dan anderen om de verkorting en versnelling van het leesproces te ontwikkelen. Hierdoor komt automatisering van het lezen en spellen onvoldoende tot stand.

Werkgeheugen

Hier gaat het er niet zo zeer om dat het kind de informatie niet opslaat, maar die niet snel kan ophalen. Dit is vaak te merken doordat mensen met dyslexie niet makkelijk op woorden kunnen komen. Of heel omslachtig zijn in het omschrijven van dingen. Ook in het leesproces is het niet goed functioneren van het werkgeheugen verstorend. Als je iets leest en de snelheid waarmee je informatie uit je geheugen terugkrijgt niet in de pas loopt met het tempo waarin je leest, stoort dit het leesproces.

Hoe “ontstaat” dyslexie?

Er zijn verschillende manieren hoe hersenletsel kan ontstaan. Dyslexie lijkt erfelijk te zijn. Sinds het eind van de 19de eeuw bestaat het vermoeden dat dyslexie te maken heeft met structurele defecten in de hersenen. Uit onderzoek van Geschwind en Galaburda blijkt dat vooral de linker-hersenhelft van dyslectici defecten vertoont. De oorsprong hiervan is te vinden in het neuronale migratieproces. Dit is het verschijnsel dat zenuwcellen (neuronen) die ontstaan in centrale gebieden van de hersenen, tijdens de ontwikkeling van de foetus verhuizen naar de hersenschors. De storingen hebben vooral invloed op de linker-hersenhelft. Volgens Geschwind ontstaat dit door een teveel aan het hormoon testoteron. Dit zou ook de hogere frequentie van linkshandigheid onder lees- en taalgestoorde verklaren. Dyslexie heeft zeker erfelijke oorzaken, maar ook de omgeving waarin het kind opgroeit kan een belangrijke invloed uitoefenen. Men heeft kunnen vaststellen dat kinderen van dyslectische ouders meer risico lopen om zelf ook dyslexie te ontwikkelen. Wetenschappers hebben ook de chromosomen kunnen lokaliseren die een rol zouden spelen in het ontstaan van leesmoeilijkheden. Bovendien hebben studies aangetoond dat deze chromosomen eveneens verantwoordelijk zijn voor auto-immuunziekten zoals astma en allergie.

Dat beide aandoeningen vaak samengaan, had men al vroeger opgemerkt. De dyslexie werd echter meestal uitgelegd als een gevolg van de gezondheidsproblemen van het kind, waardoor het verzwakt zou zijn. Vandaag weet men dat het geen kwestie is van oorzaak en gevolg, maar dat er tussen beide aandoeningen wel degelijk een biologisch verband bestaat.De onderzoekers van de universiteit van Helsinki en het Zweedse Karolinska Instituut hebben een gen ontdekt dat mogelijk aan de basis ligt van dyslexie, een van de meest voorkomende ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Tussen 3 en 10 procent van de bevolking is dyslecticus. De betroffen personen hebben moeite woorden te lezen en te herkennen.

De onderzoekers onderzochten 20 Finse families waarin dyslexie wordt vastgesteld. Daarbij werd in een aantal families een defect op het gen DYXC1 vastgesteld. Welke rol dit defect precies speelt, is niet bekend. Volgens de onderzoekers verklaart het gen ook niet alle gevallen van dyslexie.
Maar er is nog een andere manier om dyslexie te krijgen. Een voorbeeld is verworven dyslexie, dit zijn leerstoornissen die zijn ontstaan na een hersenletsel. Bijvoorbeeld: mensen met afasie na een herseninfarct kunnen vaak ook niet goed meer lezen, maar dit komt maar zeer weinig voor.

Hoe herken je dyslexie?

Het zou makkelijk zijn als alle dyslectische kinderen allemaal dezelfde symptomen vertonen. Je kunt dan als het ware het plaatje naast het kind leggen en vaststellen of dit kind alleen moeilijk heeft met lezen, of echt dyslectisch is.
Maar jammer genoeg is het niet zo makkelijk. Want alle gevallen van dyslexie kan er toch weer net iets anders uitzien. Maar er zijn wel opvallende overeenkomsten. Het gaat in alle gevallen om nadrukkelijke problemen bij het leren lezen en spellen. Dat betekend dat dyslexie pas kan worden vastgesteld als het kind heeft leren lezen. Dus pas als ze al een paar maanden in groep 3 zitten.
Hier hebben we een paar kenmerken die je tegen kan komen bij kinderen die dyslectisch zijn:
  • Ze vertonen een ernstige lees- en spellingsachterstand. Het gaat dan om achterstand ten opzichte van de groep, maar ook door verschillende testen kan die achterstand bekent worden gemaakt.
  • Ze hebben hardnekkige problemen met lezen en spellen. De gebruikelijke hulp en oefeningen hebben zeer weinig resultaat.
  • Ze hebben een zeer trage en/of onnauwkeurige woordidentificatie. Het herkennen van woorden en schriftbeeldvorming komt zeer moeizaam en traag tot stand en het lijkt of deze kinderen steeds weer voor het eerst lezen, met alle moeite die dat kost.

Dyslexie heeft dus te maken met het verwerken van klanken. In die verwerking doen zich problemen voor. Dyslectische kinderen vergeten snel wat ze geleerd hebben. Ze hebben moeite met inprenten. Woorden herkennen ze dus niet automatisch en ze hebben veel aandacht nodig om een tekst te ontcijferen. Ze hebben moeite met het maken van sprongetjes: over de regel heen kijken. Vaak moeten ze weer naar het begin van de regel, om te weten wat er ook al weer stond. Ook vergissen ze zich makkelijk als ze van het eind van de regel naar het begin van de volgende regel moeten. Soms lezen ze de woorden van rechts naar links: een/ nee, man/nam. Of ze lezen dubbele klinkers omgekeerd: wie/wei. Letters die op elkaar lijken houden ze niet uit elkaar, bijvoorbeeld b/d, p/g, m/n. Voor kinderen op de kleuterleeftijd en in de eerste maanden leesonderwijs kan dus nog niet van dyslexie gesproken worden. Hooguit hebben we het dan over verhoogd risico op de ontwikkeling ervan. Hoe eerder we kinderen met een verhoogd risico opmerken, des te beter. Het is goed zo vroeg mogelijk in de basisschool de taalontwikkeling van kinderen nadrukkelijk in het oog te houden. Bij de aanmelding op school, is het goed te informeren naar ernstige lees- en spellingsproblemen in de familie. We weten namelijk dat dyslexie erfelijk kan zijn.

Signalen van dyslexie op de basisschool kunnen zijn:

KleuterleeftijdVanaf groep 3
Laat met praten begonnenKan klanken moeilijk in volgorde zetten
Slecht onthouden van liedjes/namenMoeite met ritme, intonatie en klemtoon
Kleuren wel kunnen sorteren maar ze niet kunnen benoemen.Vaak last van woordvindingsproblemen
Moeite met rijmenLangzaam/spellend lezen en/of andere woorden lezen dan er staan (radend lezen)
Vertraagde spraak-taal-ontwikkelingLetters omdraaien (b/d- ei/ie) Vaak kleine
woorden als de/het/een fout lezen.
Als dyslexie in de familie voorkomtMoeite met overschrijven, veel fouten.
Begrippen als links/rechts verwarren

Verder hebben deze kinderen vaak moeite met het inprenten van reeksen (bijvoorbeeld tafels) en met het onthouden van woordcombinaties, uitdrukkingen en gezegdes. Daarnaast hebben ze vaak moeite met klokkijken en soms een slecht ontwikkeld tijdsbegrip.

Wat is er aan te doen?

Dyslexie is een leerprobleem wat niet te 'genezen' is. Aangezien er een andere manier van functioneren en samenwerken van de beide hersenhelften aan ten grondslag ligt, is het niet te veranderen. Wel kan iemand met dyslexie ermee leren om te gaan. In Nederland zijn er vele specialisten en een paar instanties waar mensen terechtkunnen voor deskundig advies. Gespecialiseerde psychologen kunnen de diagnose dyslectisch stellen met behulp van autobiografisch onderzoek (vast stellen waar in het verleden en het nu de problemen optreden). Maar ook erkende orthopedagogen kunnen door middel van onderzoek vaststellen of iemand dyslectisch is. Zij helpen dyslectische kinderen door bij het lezen en schrijven hulp te bieden.

Remidial teachers kunnen ook veel begeleiding bieden bij dyslexie. Zoals eerder gezegd, dyslectische kinderen leren op hun eigen manier. De remedial teacher kijkt eerst welke manier van leren iemand gebruikt voor het leren van alledaagse dingen. Deze manier van leren past de remidial teacher dan ook toe op de punten waar het kind leerproblemen heeft. Vaak kent het kind de regels wel, maar weet het niet wanneer en op welke manier het de regels moet toepassen. Ook logopedisten kunnen hulp bieden bij dyslexie. Voor de begeleiding van kinderen met dyslexie beschikt de logopedist over een groot aantal aan oefeningen en methoden. Naarmate de behandeling jonger gestart wordt is de kans op succes groter omdat het kind dan een hoop basisvaardigheden nog kan aanleren op de juiste manier. Dyslexie is niet te genezen en in welke mate een kind er mee leert omgaan is afhankelijk van het tijdstip waarop het ontdekt wordt, de begeleiding die het krijgt en vooral de ernst van de dyslexie. Maar met de juiste begeleiding zal er altijd verbetering optreden.

Hoe gaan scholen ermee om?

Ten eerste moet een school, maar ook de ouders verschillende punten weten om te beginnen met een dyslectisch kind. Accepteer dat de leerling een leerprobleem heeft en vraag wat hij nodig heeft. Stimuleer gebruik hulpmiddelen en geef positieve feedback. Compenseer door mondeling te overhoren en geef grammaticaregels op papier. Structureer de lesstof en bied indien nodig extra leerhulp.

Voor de rest zijn der nog wat maatregelen om leergedrag te structureren:

  • Zet extra uitleg op papier
  • Geef grammaticaregels
  • Controleer of de opdracht begrepen is
  • Geef leerlingen handreikingen hoe het beste te leren
  • Geef bij de methode behorende software
  • Leer een leerling technieken om zichzelf te controleren
  • Spreek Nederlands bij het uitleggen van leerstof van een vreemde taal
  • Zet huiswerk op het bord
  • Geef hulp bij planning en maken huiswerk
  • Geef aan wat de leerling wel en niet goed doet
  • Sta alle hulpmiddelen toe die lezen en schrijven vergemakkelijken

En wat maatregelen waardoor een leerling minder hinder ondervindt van zijn dyslexie:

  • Vergelijk de leerling niet met zijn klasgenoten
  • Beoordeel het resultaat, niet de spelling
  • Overhoor niet alleen schriftelijk
  • Geef goede kopieën en foutloze dictaten
  • Geef indien nodig vergrote teksten
  • Geef extra tijd voor proefwerken
  • Hanteer spellingcijfers bij moderne vreemde talen; herhalingsfouten niet meerekenen
  • Zorg voor een goede overzichtelijke lay-out
  • Vocabulairelijsten/-boekjes niet gebruiken
  • Sta gebruik van hulpmiddelen toe zoals bijvoorbeeld laptop
  • In de toekomst: elektronisch boek met kunstmatige stem De bovenstaande maatregelen kunnen als schoolafspraken opgenomen worden in het beleid ten aanzien van het omgaan en begeleiden van leerlingen met dyslexie.

Wat iedere docent over dyslexie zou moeten weten:

  • Fundamenteel is de acceptatie van het probleem; het is niet tijdelijk, maar blijvend. Leerlingen met hardnekkige lees- en schrijfproblemen worden nooit leerlingen zonder lees- en schrijfproblemen, ongeacht de maatregelen die genomen worden.
  • Deze leerlingen zijn niet ongeconcentreerd of niet gemotiveerd, maar zijn veelal in de loop van de jaren gedemotiveerd geraakt.
  • Deze leerlingen hebben vaak meer tijd nodig om informatie te verwerken, maar zijn niet dom.
  • Deze leerlingen leren moeilijk informatie zonder samenhang uit hun hoofd.
  • Er bestaat niet een type dyslectische leerling.
  • Dyslexie is geen modeverschijnsel.
  • Dyslectische leerlingen reageren vaak langzamer dan leeftijdgenoten op klassikaal gestelde vragen.
  • Deze leerlingen hebben soms moeite met het onder woorden brengen van wat ze precies bedoelen: woordvindings problemen; accepteer eenvoudig taalgebruik.
  • Dyslectische leerlingen maken ook wel eens hun huiswerk niet.
  • Deze leerlingen kunnen moeite hebben met het overschrijven van aantekeningen van het bord of het maken van goede dictaten.
  • Controleer het gemaakte huiswerk, vooral moderne vreemde talen.
  • Leg het accent op wat ze wel kunnen:
  • Belangrijk is dat er tijdens de les gebruikgemaakt wordt van de verschillende zintuigen: horen, zien en doen. Gelijktijdig gebruik van de verschillende zintuigen is vanuit de wereld van de remedial teaching al lang het devies.
  • Geef leerlingen een dyslexiekaart waarop aangegeven is welke aanpassingen deze leerling nodig heeft.
  • Maak afspraken over het hanteren van aparte cijfers voor spelling en inhoud.
  • Wijs de leerlingen op de mogelijkheid om gebruik te maken van ingesproken boeken en andere hulpmiddelen specifiek voor het betreffende vak.
  • Gebruik concrete bewoordingen bij voorkeur met praktische voorbeelden.
  • Zeg of schrijf nooit: 'Je hebt zeker niet geleerd', maar vraag aan de leerling hoe hij het heeft gedaan.
  • Bespreek welke spellingfouten worden meegeteld in de beoordeling; maak een verschil tussen inzichtfouten en andere fouten.

Kortom, wat aan algemene maatregelen (duidelijkheid, structuur in de opbouw van de les) voor dyslectische leerlingen belangrijk is, komt ook aan niet-dyslectische leerlingen ten goede. Als deze leerlingen geen steun ondervinden, lopen ze het risico de school vroegtijdig zonder diploma te verlaten of een lager type onderwijs te volgen. Als kinderen in de klas met lezen niet goed kunnen meekomen, is pre-teaching erg nuttig. Als het kind voor de les de tekst die tijdens de les wordt gelezen al voorgelezen heeft gekregen, kan het vaak goed meedoen met de klas. Daardoor leert het veel meer dan als het er voor spek en bonen bijzit (en dat is natuurlijk goed voor het zelfvertrouwen). Ook bij spellen, rekenen, topografie leren etc. is er met simpele middelen een beter resultaat te halen.

Vanaf groep 7/8 en op het voortgezet onderwijs worden compenserende hulpmiddelen steeds belangrijker. Uiteraard probeer je eerst de leerproblemen te remediëren, maar daar kan op een gegeven moment de grens van bereikt zijn. De laatste jaren komen er steeds meer zeer nuttige hulpmiddelen op de markt. De keuze voor het voortgezet onderwijs is bij dyslectische kinderen vaak niet eenvoudig. Als een kind nog achterloopt met lezen en spellen, is de kans zeer groot dat de Cito-eindtoets geen goed beeld geeft van de capaciteiten van het kind. De eindtoets maakt nu eenmaal geen duidelijk onderscheid tussen schoolse vaardigheden en intellectuele capaciteiten. Het kan dan zinvol zijn om een kind nog aanvullend te laten onderzoeken. Bij de schoolkeuze die de ouders samen met het kind maken, is het van belang dat er een goede indruk gekregen wordt van het dyslexiebeleid van de scholen. Sommige VO scholen zijn daarmee al heel ver, van andere scholen hoef je (nog steeds) weinig te verwachten. Het Ministerie van Onderwijs heeft een uitstekende brochure over wat er op het voortgezet onderwijs met dyslectische kinderen mogelijk is.

Bronnenlijst

  • www.dyslexiekliniek.nl
  • http://library.thinkquest.org/27612/verklaar.htm?tqskip1=1
  • www.gezondheid.be
  • http://www.opvoedadvies.nl/dyslexie.htm
  • http://www.kennisnet.nl/po/leerlingzorg/archief/bijdragen2004/dyslexie.html
  • http://www.hsmarnix.nl/atelier/atelier2002/rjoseph/dyslexie1/wat_is_dyslexie.htm
  • http://www.hulpbijlezen.nl/kenmerken.htm
  • http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=volglink&lk_id=114
  • http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=volglink&lk_id=117
© 2007 - 2019 Xpetrax, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Dyslexie symptomenDyslexie symptomenHoewel er steeds meer bewijzen worden gevonden van erfelijke en niet-erfelijke oorzaken van dyslexie. Voor ouders is het…
Dyslexie soortenDyslexie soortenDyslexie is een leesstoornis welke frequent voorkomt. Mensen met dyslexie hebben problemen bij het lezen en dikwijls ook…
Dyslexie en fonologisch bewustzijnGesproken taal wordt door vrijwel iedereen begrepen, voor schrijftaal is dit een ander verhaal. Ongeveer 3,6% van de Ned…
Oorzaak dyslexie: Disfunctionerende HersenverbindingOorzaak dyslexie: Disfunctionerende HersenverbindingTot nu toe was de oorzaak van dyslexie niet bekend, al waren er wel aanwijzingen dat bepaalde hersengebieden die verantw…
Wat is dyslexieWat is dyslexieVeel kinderen hebben soms moeite met lezen en schrijven. Als dit steeds erger wordt, of soms op het ene moment wel en op…

Reageer op het artikel "Dyslexie, wat is het?"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reacties

Theunis Ria, 12-09-2008 13:17 #2
Heb zelf als leerkracht 5de lj dyslexie en ervaar al een aantal jaar problemen als er een nieuwemethode ingevoerd wordt en als ik met een parallelklas moet werken. Pas verneem ik dat dit een gevolg is van mijn dyslexie. Ben nu thuis met een depressie en faalangst omdat ik in een klas van 32 lln stond met een extra leerkracht achteraan die een aantal lessen van mij overnam; Ik was op voorhand al gespannen want ik wist dat dit voor mij een grote hindernis zou vormen. Zodoende raakte ik de controle kwijt over de 32 lln waardoor ik me thuis heb laten zetten. Nu komt het eropaan niet verder in een depressie te zakken en hulp te vinden voor mijn probleem.

Eline Koopman, 22-10-2007 10:24 #1
Ik had dit artikel gebruikt voor mijn profielwerkstuk: prima informatie! :-)

Infoteur: Xpetrax
Gepubliceerd: 09-01-2007
Rubriek: Mens en Samenleving
Subrubriek: Pedagogiek
Reacties: 2
Schrijf mee!