Woltersum, dorpje aan het Eemskanaal
Het Eemskanaal is sinds 1876 een belangrijke scheepvaartverbinding tussen de stad Groningen en Delfzijl (Eems). Daarnaast zorgt het voor waterafvoer voor met name noordoost Drenthe (Hunze en Drentsche Aa) en het gebied rond Hoogezand-Sappemeer. Door de kanaalverbreding in 1963 en het verdwijnen van de brug werd een deel van het dorp Woltersum afgesneden van de kern.Noodzaak van de aanleg van het Eemskanaal
De stad Groningen was eeuwenlang een belangrijke handelsstad. De Noorderhaven was de belangrijkste zeehaven van de stad. Het Reitdiep en het Friesche Gat vormden de open verbinding met de zee. Rond 1830 ontstonden er problemen, doordat enerzijds het Reitdiep aan diepte verloor en anderzijds de Noorderhaven begon dicht te slibben. Verschillende opties om deze problemen te lijf te gaan passeerden de revue. Daarbij kwam er steeds meer behoefte aan een vaarweg geschikt voor grotere schepen. Bovendien moest ook de afwatering beter worden geregeld.Provinciaal besluit in 1856
Op 22 oktober 1856 namen de Provinciale Staten van Groningen onder andere het besluit tot de aanleg van een afsluitdijk, met schutsluis en afwateringssluizen door de mond van het Reitdiep te Zoutkamp en een schutsluis bij Wetsinge en de aanleg van een groot scheepvaart- en afwateringskanaal van de Oosterhaven te Groningen naar de haven van Delfzijl, met een schut- en uitwateringssluis.Begin van de werkzaamheden
Nadat de zeesluis in Delfzijl en de afwateringssluis voor Duurswold waren gebouwd en er een afwateringskanaal naar die sluis was gegraven, konden de werkzaamheden voor de aanleg van het Eemskanaal en de bouw van vijftien bruggen beginnen.Problemen
Verzakkingen en afschuivingenAl gauw deden zich problemen voor. Omdat de grond voornamelijk uit slappe klei en veenlagen bestond, ontstonden er verzakkingen en afschuivingen. De grond klinkte erg in, waardoor er te weinig grond over bleef voor de aanleg van de dijken.
Verruiming kanaal
Het werd nodig het kanaal ruimer te maken dan gepland. Oorspronkelijk ging men uit van een lengte van 26,5 kilometer, een breedte van twaalf tot zestien meter en een diepte van vier meter.
Aannemer in de problemen
De aannemer kon om financiële redenen het werk niet voltooien, zodat de provincie dit in eigen beheer over moest nemen.
Onteigening grond
Voor de aanleg moest grond worden onteigend. Voor het dorpje Woltersum betekende de aanleg, dat er zeven huizen moesten worden afgebroken.Werk aan het kanaal bij Woltersum
In Woltersum begon het werk aan het kanaal op 15 juli 1870. De Groninger Courant van 17 juli 1870 meldde: “’t Stille en eentonige van ons dorp heeft plaats gemaakt voor een ongewone bedrijvigheid. ’t Grote werk, de graving van ’t zo veel besproken en beschreven, afgekeurd en aangeprezen groot scheepvaartkanaal Groningen-Delfzijl zal een aanvang nemen. De heren, die de werkzaamheden regelen en besturen, vertoeven sedert enige dagen in ons midden en zo zachtjes aan komen in scheepjes of in keten ook de helden van ’t eigenlijke werk zich onder ons vestigen. Kruiwagens, gereedschappen, palen en planken zijn en worden ontscheept. De breedte van het te graven kanaal wordt tussen een dubbele palenrij ingesloten. Nog enige dagen en de spade wordt in de grond gestoken. Woltersum, het enige dorp, waardoor ’t kanaal zal lopen, gaat al vast een betere toekomst tegemoet, maar van groot belang voor zeker ware de plaatsing van een sluis voor deze streken geweest. Een gemakkelijke en spoedige verzending van alles wat gewoonlijk per scheepsgelegenheid vervoerd wordt, zou daardoor mogelijk zijn gemaakt tussen de streken, die door ’t kanaal worden gescheiden. Er zijn er hier die hun hoop op een sluis nog niet hebben opgegeven. Mocht die hoop nog kunnen worden vervuld en dan ook de zo lang gewenste grindweg eens tot stand komen, dan gewis zouden ons dorp en omstreken binnen korte tijd een der bloeiendste plaatsen in deze provincie kunnen zijn”.Handwerk
Het kanaal werd met de schop gegraven. Dat gebeurde door daarvoor aangetrokken polderwerkers en dagloners. Ze woonden tijdens het werk in “keeten”, houten verplaatsbare woningen. Volgens overlevering moet er tijdens de werkzaamheden onder de polderwerkers tyfus hebben geheerst. Zeker is, dat een van de losse arbeiders tijdens het werk is verdronken. Hij viel bij de draaibrug bij Wittewierum in het water, toen hij een aantal planken wilde oprichten die als zeil moesten dienen om een praam met kruikarren te helpen vooruit te komen.Kanaal gereed
In 1876 was het kanaal klaar en waren de vijftien draaibruggen gelegd. De bruggen werden genummerd. De brug bij Woltersum was brug nummer 6. De eerste brugwachter werd Andries van Agteren. Op 13 juli van dat jaar voer het eerste zeezeilschip “Petrus Hendriks” met een lading hout van zee naar de Oosterhaven in Groningen. Op 15 september 1876 werd het kanaal officieel in gebruik genomen.Tolheffing
Om financiële redenen werd ondanks bezwaren van de Kamers van Koophandel toch besloten tolgelden te heffen. Kleinere stoomboten die personen en goederen vervoerden mochten geen gebruik maken van het kanaal, omdat zij er te lang (vier en een half uur) over zouden doen om van Delfzijl naar de stad te varen.Plannen voor kanaalverbreding
Grotere schepenHet kanaal zoals het werd aangelegd bleek al gauw te smal. Schepen werden groter, met name de ijzeren gevaarten, die de houten zeeschepen gingen vervangen. Ook de 15 draaibruggen en de korte schutsluis bij Delfzijl (60 meter) belemmerden het gebruik. Wel was er een toename van de binnenvaart. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nam de scheepvaart toe.
Onderzoek door de provincie Groningen
In 1940 werd door de provincie een onderzoek ingesteld naar de bouw van een nieuwe zeesluis en naar verbetering van het kanaal. Pas in 1947 kwamen de gegevens daarvan op tafel. Het advies luidde: nieuwe uitmonding bij Farmsum met een nieuwe zeesluis en verruiming van het kanaal tot een diepte van 5 tot 5,60 meter en een bodembreedte van 20 meter.
Stad Groningen wint eigen advies in
De stad Groningen die mee zou gaan betalen vond dit onvoldoende. Daarom werd advies ingewonnen bij de directeur-generaal van de Rijkswaterstaat. Hieruit kwam een bodembreedte van 24 meter, een diepte van 5.20 tot 5.80. Met de adviezen werd de eerste jaren niets gedaan, omdat er op dat moment geen geld voor was. Bovendien was de scheepvaart nog niet op het niveau van voor de oorlog.
Sodafabriek Delfzijl en hoge waterstanden maken verbreding kanaal nodig
Stichting sodafabriek in DelfzijlIn 1953 werd het dan toch noodzakelijk het kanaal aan te pakken. Dat had te maken met de stichting van een sodafabriek in Delfzijl. Door vervoer van brandstof en grondstoffen zou het scheepvaartverkeer toenemen.
Hoge waterstanden
Het werd nodig de afwatering aan te pakken. Al een aantal keren was er sprake van hoge waterstanden.